terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Agrarisch Dagblad, 1-10-1986      

Prins Claus reikt vredesprijs uit

Kritiek op werk van onderscheiden Indiër

DEN HAAG - Prins Claus zal vandaag de Wateler vredesprijs van de Carnegie Foundation uitgereiken aan dokter V. Kurien uit India. De Indiër krijgt de prijs voor zijn inzet bij de tot standkoming van zuivelcoöperaties op het Indiase platteland. Met steun van de EG via de zogenoemde Operation Flood, is de melkproduktie en -consumptie in India de laatste 10 jaar behoorlijk toegenomen. Dr. V. Kurien was daar als voorzitter van de Indiase Zuivelraad, zeer nauw bij betrokken.

Hoewel de boeren thans meer melk produceren dan vroeger, is niet iedereen in India tevreden. Door het zuivelprogramma worden niet altijd de arme en landloze boeren geholpen, voor wie het hulpprogramma aanvankelijk bestemd was.
De vorming van zuivelcoöperaties in de deelstaat Gujarat begon na de Tweede Wereldoorlog. Het was een initiatief dat van de basis kwam. De boeren organiseerden zich zodat ze de melk beter konden afzetten. Bovendien was er een grote vraag naar melk in de grote steden. In 1965 werd de Indiase Nationale Zuivelontwikkelingraad opgericht om het coöperatiemodel van Gujarat, waar dokter V. Kurien een grote rol in had gespeeld, voor heel India te propageren. V. Kurien werd voorzitter van deze raad. In 1971 werd hij eveneens voorzitter van de Nationale Indiase Zuivelcoöperatie.
Op dat moment wilde de EG India zuivelhulp gaan geven. De leverantie zou echter ten koste gaan van de nog zeer broze, prille zuivelcoöperaties. Dokter V. Kurien zette zich toen met succes in om niet zomaar gratis melkpoeder aan India te leveren. Besloten werd om via de Operatie Flood de Indiase zuivelsector op poten te zetten. Zo werd het aanvankelijke plan om overschotten kwijt te raken omgezet in een ambitieus ontwikkelingsplan voor de landlozen en arme boeren. Het model van Gujarat werd in India model voor de andere deelstaten. Boeren moesten zich organiseren in coöperaties die hun melk aan de fabriek leverden.

Kritiek
Uit recente onderzoeken van Indiase wetenschappers is echter gebleken dat deze coöperatieve vorm niet zo succesvol is als telkens wordt beweerd. Gerard Oonk, een India-deskundige werkzaam bij de Landelijke India Werkgroep en eerder dit jaar betrokken bij de actie 'Melk India Niet Uit' verwoordt hun opvattingen: "Het principe van een man, een stem gaat officieel in de coöperaties wel op, maar de kleine boeren en vooral de landlozen zijn afhankelijk van de rijken in het dorp voor hun werk, en zullen dus nooit tegen de mening van de baas in gaan."
Operatie Flood is gebaseerd op het meer produceren van melk. Daarvoor moeten koeien worden gebruikt die onder andere met Frisian Holsteiners zijn gekruisd. Die koeien leveren een grotere melkproduktie op. Doordat ze vooral op krachtvoer leven, hoeft niet elke boer een stukje land te bezitten om een dergelijke koe te kunnen houden. Zodoende konden ook de boeren zonder land meedoen aan de coöperatie. De landlozen laten hun vee meestal langs de wegen en de kanalen grazen. In de praktijk echter hebben juist deze boeren moeite om een hoge melkopbrengst te halen. Ze hebben weinig geld om het in India schaarse krachtvoer te kopen. Ook hebben niet alle kleine Indiase boeren een nieuwe koe aangeschaft.
Volgens de organisatie van dokter V. Kurien is dat ook niet zo erg. In principe kunnen veel boeren ook uit hun oude traditionele zeboes een hogere melkproduktie halen. "Maar dan wel alleen als ze krachtvoer bijvoeren en dat juiste krachtvoer is bijna niet te betalen", aldus Oonk.
Het streven van de Indiase regering is erop gericht om van de 60 miljoen koeien die het land rijk is 10 miljoen gekruiste koeien te krijgen waarbij heel duidelijk aan kruisingen met Frisians wordt gedacht. De tegenstanders in India vrezen dat de nieuwe koeien geen goede trekdieren zijn. "Ze zijn niet op het heetst van de dag te gebruiken op het land. Bovendien komen ziekten als mond- en klauwzeer nogal veel voor bij de gekruiste koeien", aldus Gerard Oonk.

Meer EG-hulp?
Binnenkort bekijkt de Europese Commissie of de zuivelhulp aan India voor een periode van nog eens 5 jaar moet worden voortgezet. Deze zomer is een grote delegatie in India wezen kijken. Het Landbouwschap is in ieder geval een voorstander van voortzetting van de hulp, getuige een reactie die secretaris Maarten de Heer heeft geschreven naar aanleiding van de eerdergenoemde actie 'Melk India Niet Uit'. Ook het ministerie van ontwikkelingssamenwerking in Den Haag wil graag de hulp voortzetten en eventueel uitbreiden.
Prins Claus tenslotte, die vandaag de prijs uitreikt, was tijdens zijn laatste bezoek in India begin dit jaar vol lof over het projekt. "Dit project heeft een zodanige olievlekwerking dat het hele leven op het platteland gaat veranderen", verklaarde hij destijds in India.
Volgens het Landbouwschap is nog tot minstens 1990 EG-zuivelhulp aan India nodig. Oonk van de Landelijke India Werkgroep is kritischer. "India kan nu al in de eigen behoefte voorzien. De overproduktie aan melkpoeder tijdens de natte tijd kan aangewend worden om ook tijdens de droge tijd melk te produceren. Nu gebruikt men de goedkope EG melkpoeder voor de droge tijd. De eigen melkpoeder wordt voor babymelk gebruikt."




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 13 augustus 2003