terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Economisch Dagblad, 4-3-1987      

Rapport: zuivelhulp EG aan India herzien

Utrecht - De ontwikkelingshulp van de EG aan India in de vorm van zuivelprodukten dient op zijn minst tijdelijk te worden stopgezet. De resultaten van die hulp, die gepaard ging met technische bijstand voor de opbouw van een eigen zuivelindustrie in India, zijn namelijk zeer wisselend. Dit is een conclusie van een evaluatierapport van de EG, dat evenwel nog niet is vrijgegeven.

Het evaluatierapport werd in december l986 opgemaakt door een delegatie vanuit de EG, die naar India was afgereisd speciaal met het doel de effecten van de zuivelhulp te onderzoeken. Het rapport is bedoeld om een rol te spelen bij verdere beslissingen over zuivelhulp aan het land, maar is nog niet vrijgegeven. De Landelijke India Werkgroep, die altijd veel kritiek heeft geoefend op de hulp, heeft beslag weten te leggen op het rapport.
India neemt een prominente plaats in in de hulp die de EG levert in de vorm van (oude) boter en mager melkpoeder. Het land krijgt circa een kwart van alle geboden hulp. Volgens het Produktschap voor Zuivel heeft de EG vorig jaar bijna 36.000 ton boter uit de interventievoorraden als voedselhulp verstrekt en ruim 28.000 ton melkpoeder. Van die hoeveelheden kwam iets meer dan drieduizend ton boter uit Nederlandse voorraden. De totale EG-voorraden boter bedroegen eind vorig jaar circa 1,3 miljoen ton.
De zuivelhulp aan India is in zoverre van belang dat het vaak als voorbeeld werd gesteld van een juiste hulpverlening. Het was van meet af aan in principe als tijdelijke hulp bedoeld, terwijl er tevens technische bijstand werd verleend voor de opbouw van een eigen zuivelindustrie. De tijdelijke leveranties waren bedoeld om een zekere produktie van melk te garanderen. Ook werd de boter (zo oud dat het als boterolie werd geleverd) en het poeder soms verkocht, wat de zuivelcoöperaties van extra geld voorzag.

Gebleken is nu dat de goedkope importen de afzet van eigen zuivelprodukten soms belemmerde, en dat het geld dat de verkoop van de hulp opleverde voor andere doeleinden kon worden aangewend. De onderzoeksgroep van de EG concludeert in het rapport onder meer het volgende: "In ieder geval is een moratorium op de import van zuivelprodukten meer dan passend. Leveranties van melkpoeder en boterolie zouden alleen plaats moeten vinden als en op het moment dat een aanzienlijk en aantoonbaar tekort optreedt".



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 augustus 2003