terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: NRC Handelsblad, 5-3-1987      

Positie van de kleine boeren loopt gevaar door 'Operatie Vloed'

'Stop met zuivelhulp EG aan India'

door:
Maurits Groen

AMSTERDAM - De Europese Gemeenschap moet ophouden India nog langer zuivelhulp te zenden. Dat is de belangrijkste, feitelijke aanbeveling van een groep onderzoekers van EG en Wereldbank, die afgelopen jaar een bezoek bracht aan India. Hun rapport ligt momenteel voor commentaar bij de Indiase regering en is nog niet openbaar.


Rundvee wordt in India vooral gebruikt als trekkracht. Door onevenredig veel nadruk te leggen op melkproduktie zou de verbouw van voedselgewassen in gevaar kunnen komen.
(foto ABC Press/J.P. Laffont Sygma)
De onderzoeksmissie bezocht India om een nieuw hulpverzoek in het kader van "Operatie Vloed" te beoordelen. Dit is een zeer ambitieus programma om in India een moderne, kapitaalintensieve zuivelsector op te zetten. De EG schonk het land de afgelopen vijftien jaar 368.000 ton melkpoeder en 128.700 ton boterolie. Uit de verkoop hiervan werd Operatie Vloed betaald.
Toen in 1985 bekend werd dat India vroeg om voortzetting van de gratis zuivelzendingen, kwam daarop zowel in India als in Europa veel kritiek. De goedkope hulp aan de Indiase zuivelindustrie deed miljoenen kleine Indiase melkveehouders oneerlijke concurrentie aan. De toevloed van EG-zuivel drukte de prijzen, waardoor veel veehouders met hun melk in een nadelige positie terecht kwamen. De zuivelsector in de deelstaat Maharashtra, waar op eigen kracht een zeer succesvol zuivelsysteem was opgezet, raakte zelfs in ernstige problemen. De deelstaat garandeerde de boeren een aantrekkelijke prijs voor hun melk en stimuleerde zo op effectieve wijze de melkproduktie. De afgelopen tijd kwam daar de klad in door de "dumping" van EG-zuivel.
De boeren konden hun melk niet meer kwijt. In Bombay ontstond daardoor zelfs een zodanige melkplas, dat elke dag tienduizenden liters melk in zee geloosd moesten worden. De opslag- en verwerkingscapaciteit was eenvoudig onvoldoende.

Veevoer
Ook om andere redenen werd de EG-zuivel hulp bekritiseerd. In Nederland begon de Landelijke India Werkgroep (LIW) een actie onder het motto "Melk India niet uit". Doel daarvan was de stopzetting van zuivelhulp en veevoerimporten uit India. Een van de argumenten daarvoor was dat het zonder meer opzetten van een moderne zuivelsector risico's inhoudt voor de landbouw. Vooral de positie van kleinere en marginale boeren zou gevaar lopen.
Rundvee dient in India vooral als trekkracht. Melk is slechts een bijprodukt. Door onevenredige nadruk op verhoging van de melkproduktie zou het verbouwen van voedselgewassen in de knel kunnen komen. Extra stimulering van de zuivelproduktie zou meer grond vereisen voor de verbouw van hoogwaardig veevoer. En melk is in India een luxeartikel. Ook het kruisingsprogramma van Indiase koeien met Westerse melkveerassen van Operatie Vloed om uiterst produktieve rassen te fokken, hield dat gevaar in zich. Het nieuwe vee zou hoge eisen stellen aan het veevoer. Ook zouden allerlei andere investeringen nodig worden, die direct zouden concurreren met andere investeringsmogelijkheden in de landbouw. Operatie Vloed zou ook de positie van de traditionele melkverkopers en de producenten van ghee (houdbare bakboter), vrouwen, in gevaar brengen.
Het dure transportsysteem, grote vrachtwagens en koeltreinen, zou bovendien veel melk naar de stedelijke markt kunnen vervoeren. De arme consumenten op het platteland zouden daardoor vrijwel geheel van zuivel verstoken raken. De melkconsumptie zou nog ongelijker worden dan zij al is. Om deze redenen zou het verlengen van de zuivelhulp ongewenst zijn, aldus de LIW. Zij voegde er nog aan toe dat de EG beter haar aanzienlijke import van veevoer uit India zou kunnen staken. In India zelf is namelijk een tekort aan veevoer, terwijl het in Europa alleen maar bijdraagt aan het vergroten van de melkplas, die vervolgens in de vorm van melkpoeder en boeterolie gedeeltelijk weer aan India geschonken wordt. Dat is onnodig gesleep met grondstoffen, maar bovendien wordt India er niet beter van. Het gaat namelijk om zulke hoeveelheden veevoer dat India er drie tot vijf keer zoveel melk mee zou kunnen produceren als het nu aan zuivelhulp krijgt.

Erkenning
Niet alleen de Indiase leider van Operatie Vloed, dr. Verghese Kurien, wees deze kritiek volstrekt van de hand. De Europese Commissie was aanvankelijk evenmin erg gevoelig voor de kritiek. Eind 1985 verdedigde Commissaris Claude Cheysson Operatie Vloed nog als "een succesvol voorbeeld hoe voedselhulp constructief voor ontwikkeling wordt gebruikt." Wel erkende hij dat er enkele veranderingen nodig waren. In maart 1986 publiceerde de Commissie echter een tussenrapport over Operatie Vloed waarin ook kritiek doorklonk. De verhoging van de melkproduktie verliep niet naar wens en er was teveel geld geïnvesteerd in "hardware".
Om de nieuwe Indiase aanvraag te kunnen beoordelen zond ze afgelopen zomer een uitgebreide onderzoekscommissie uit. De conclusies daarvan zijn nu dus bekend. Opvallend is dat ze voor een groot deel parallel lopen aan de oorspronkelijke kritiek. Erkend wordt dat het moeilijk is gebleken de doelgroep van kleine veehouders te laten profiteren van Operatie Vloed. Het programma is op verschillende punten te grootschalig opgezet en te zeer van bovenaf gedirigeerd. Het sluit vaak niet aan op de bestaande Indiase zuivelstructuur, die volgens het rapport beter als uitgangspunt genomen kan worden.
Arbeidsintensief werk kan beter door mensen worden gedaan dan, zoals veel is gebeurd, door dure machines. India heeft voldoende arbeidskrachten die werk zoeken, zodat het geld van Operatie Vloed beter anders gebruikt kan worden, aldus de onderzoekers.
Het kruisingsprogramma voor fokvee zou zich volgens het rapport beter kunnen richten op verbetering van inheemse rassen die al bewezen hebben aangepast te zijn aan de Indiase omstandigheden. Dat zou ook te grote nadruk op vergroting van de melkproduktie vermijden. De "concurrentie om landbouwgrond" tussen veevoer en voedselgewassen voor de mens zou daardoor ook minder scherp worden. Ook op deze manier zou een geleidelijke ontwikkeling van de zuivelproduktie betere kansen krijgen.
Het rapport constateert dat India de cijfers over de groei van de melkproduktie waarschijnlijk veel positiever heeft voorgesteld dan ze feitelijk zijn. De ernstig falende marketing van de melk heeft Operatie Vloed geschaad. Ook noemt het rapport aanwijzingen dat, tegen de bedoeling van Operatie Vloed in, vrouwen uit de zuivelsector gestoten worden en er minder van profiteren naarmate die sector een hogere status krijgt en meer geld oplevert.

Keuze
Na commentaar van de Indiase regering zal de Europese Commissie een moeilijke keuze moeten maken. Doorgaan met Operatie Vloed in de huidige vorm lijkt uitgesloten. Het project is een paradepaardje dat ook volgens de critici zeker een aantal positieve kanten heeft. Al te vaak heeft zuivelhulp immer zonder meer desastreuze effecten gehad op de interne markt en produktiestructuur van ontvangende landen. In India is ten minste geprobeerd met de opbrengst van de verkoop van de zuivel hulp een doordacht plan voor de opbouw van een eigen zuivelsector te financieren. De keuze voor de Europese Commissie is des te moeilijker omdat de Verenigde Staten wel eens in het gat kunnen springen dat de EG achterlaat als zij het nieuwe Indiase hulpverzoek afwijst. Hulp effent namelijk ook de weg voor commerciële zuivelhandel en nu al valt op dat gebied grote Amerikaanse bedrijvigheid waar te nemen. Het meest waarschijnlijke is daarom - en het rapport biedt daarvoor ook voldoende handvaten - dat de hulp op een aangepaste manier wordt voortgezet.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 augustus 2003