terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Gooi- en Eemlander, 23-3-1987      

Samenwerking ondermijnt positie boer

Zuivelhulp van EG aan India werkt averechts

door:
Jaap Lodewijks

Tussen India en de Europese Gemeenschap dreigt een conflict over de zuivelhulp die de EG de laatste jaren heeft gegeven. Een speciale evaluatiecommissie heeft in een nog niet officieel openbaar gemaakt rapport laten weten dat de EG het beste kan stoppen met het gratis verstrekken van melkpoeder en boterolie, omdat de hulp averechts gaat werken.

India zelf is zeer boos over deze conclusie en de leider van het immense project "Operatie Vloed" - dr. V. Kurien - meldde zich ruim een week geleden dan ook op de stoep van het Brusselse EG-kantoor om te voorkomen dat de EG-commissarissen de suggestie uit het rapport overnemen. Hij heeft inmiddels al laten weten hulp te gaan zoeken bij de VS en Canada, maar deze landen staan niet te springen om de fakkel van de EG over te nemen. Zij kunnen hun melkpoeder en boterolie momenteel voldoende kwijt op de wereldmarkt, omdat de Europese verkopen onder druk staan door de ramp met de kerncentrale bij Tsjernobil.
Vanaf 1970 is meer dan driehonderdduizend ton EG-melkpoeder en EG-boterolie gratis naar India verscheept als een vorm van ontwikkelingshulp. In geld uitgedrukt ging er voor 1,3 miljard gulden tegen wereldmarktprijzen de oceanen over.
De produkten werden in India doorverkocht aan zuivelfabrieken, waar het onder meer tot melk werd verwerkt. Met het geld dat hiermee werd verdiend, werden in het land nieuwe fabrieken opgericht en werd de melkprijs voor de consument in de steden gesubsidieerd, zodat die betaalbaar bleef. Met name de middenklasse en de rijken profiteerden daarvan. De arme Indiër drinkt nauwelijks melk.
Wat in het begin een goede uitwerking had - een beter distributienet, fabrieken dicht bij de producent van verse melk - dreigt nu averechts uit te werken, aldus het rapport dat onder meer via de Landelijke India Werkgroep uitlekte. De inheemse boeren komen in de knel met hun eigen zuivelprodukten, die natuurlijk duurder zijn dan de gratis melkpoeder uit Europa. Dat heeft er al toe geleid dat boeren minder melk gaan leveren aan de fabrieken, omdat het niet lonend is, waardoor de afhankelijkheid van import blijft. Een vicieuze cirkel derhalve.

Evaluatie
Piet Terhal, wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, maakte deel uit van de evaluatiecommissie die vorig jaar zomer in opdracht van de EG naar India ging. Europees commissaris Claude Cheysson had de commissie ingesteld, omdat India een verzoek had ingediend een nieuwe fase van "Operatie Vloed" te beginnen. Cheysson wilde echter eerst weten wat de hulp tot nu toe had opgeleverd.
Terhal geeft toe dat het evaluatierapport laat zien dat de hulp niet op de huidige voet kan worden voortgezet. "Het project is er in geslaagd verdere hulp overbodig te maken. India zou zich nu zelf kunnen bedruipen. Maar de hulp heeft verslavend gewerkt en daar zitten de problemen". Terhal doelt daarbij met name op de gesubsidieerde melkprijs. Als de EG-hulp aan India stop wordt gezet betekent dit dat de eigen zuivelindustrie aan de vraag moet gaan beantwoorden. Organisatorisch zou dat kunnen en ook qua produktieniveau zal dat wel gaan, maar het is dan niet te voorkomen dat voor de oonsument de melkprijs per liter zal stijgen. En dat zou wel eens tot onrust kunnen leiden in de steden, vooral onder de middenklasse die weinig ruimte heeft in haar inkomensbudget. Terhal: "De pijn is steeds uitgesteld, maar dat kan niet nog jaren doorgaan".
Terugkijkend op de effecten van "Operatie Vloed" zegt Terhal dat de opzet "te ambitieus" is geweest en dat het doel om een zo evenwichtig mogelijke spreiding van zuivelindustrie over het land te verkrijgen niet overal is bereikt. Ook zou veel geld, dat met het doorverkopen van EG-melkpoeder en boterolie is verdiend nog niet zijn besteed. Aan rente over de banktegoeden zou het al om een bedrag van meer dan vijftig miljoen gulden gaan.

Volgens de uitgelekte gegevens zou er sprake zijn van onevenwichtigheid in de bestedingen en een gebrek aan financiële beheersing over de omvangrijke uitgaven. Echter er is geen sprake van financieel wanbeleid.
De Landelijke India Werkgroep in Nederland, heeft samen met andere Europese organisaties, al jarenlang scherpe kritiek geuit op het EG-hulpprogramma. Begin vorig jaar werd een boekje op de markt gebracht ("India als melkkoe van de EG"), waarin op de nadelen van het project werd gewezen. Eén aspect van de kritiek is niet door de evaluatiecommissie onderzocht, maar is voor een goed begrip wel van belang. En dat betreft de export van veevoer door India aan Europa. Voor ruim zevenhonderd miljoen gulden per jaar exporteert het Aziatische land veevoer. De helft daarvan gaat naar de EG en daarbinnen is Nederland weer één van de grootste importeurs. Als India dit veevoer zelf zou houden, zou het drie tot vijf keer zoveel melk kunnen produceren dan het nu aan hulp krijgt. Door de nadruk sterk op de export te leggen is er voor de eigen veestapel vaak een tekort aan hoogwaardig voedsel. Daar komt nog bij dat de grond waarop nu massaal sojabonen voor de export wordt verbouwd daardoor niet gebruikt kan worden voor het zo noodzakelijke menselijke basisvoedsel als gierst en linzen.

Vragen
Inmiddels hebben de Europarlementariërs Bram van der Lek en Nel van Dijk vragen gesteld over het dreigende zuivelconflict. Zij willen dat het rapport openbaar wordt gemaakt en dat er in het Europees Parlement over wordt gepraat. Inzet van de discussie zou stopzetting dan wel drastische wijziging van het hulpproject moeten zijn.
Zij vragen ook opheldering over bepaalde onderdelen van het rapport, zoals de bewering dat er in meerdere plaatsen in India een te groot aanbod van melk is, te groot voor de opslag- en verwerkingscapaciteit, waardoor in een stad als Bombay dagelijks tienduizenden liters melk in zee worden gestort. Ook zouden er te veel dure machines zijn aangeschaft in fabrieken, waardoor arbeidsplaatsen zijn verdwenen. Met name de vrouw, de traditionele producente en verkoopster van zuivel, zou daarvan de dupe zijn.
De kans is groot dat bij de uiteindelijke beslissing over het al dan niet voortzetten van de EG-hulp aan "Operatie Vloed" politieke motieven de doorslag gaan geven en niet economische of technische overwegingen. Voor de EG is er weinig economisch belang bij de zuivelhandel. India helpt de EG in het geheel gezien maar mondjesmaat van de overschotten af. Maar de EG heeft een politiek belang om India te blijven steunen met zuivelhulp. Als was het alleen maar om de kritiek dat Europa zich te veel op Afrika richt te doen verstommen. En wat misschien nog belangrijker is, India is een belangrijke exportmarkt aan het worden voor individuele Europese landen. Niet voor niets was premier Lubbers vorige maand in New Delhi om te proberen het ijs enigszins te breken voor het Nederlandse bedrijfsleven. Als de EG op goede gronden nu "nee" gaat zeggen tegen doorgaan met "Operatie Vloed" of die tegen de wil van India drastisch gaat beperken, dan zou India als reactie wel eens moeilijk kunnen gaan doen op andere handelsterreinen. Het lijkt er daarom op dat dit politieke dilemma de komende maanden de discussie zal gaan beheersen en dat er binnenskamers naar een moeizaam compromis zal worden gezocht.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 15 augustus 2003