terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 7-5-1987      

Wassende stroom kritiek op omvangrijke zuivelhulp India

door:
Koos Schwartz

Waar de een teveel heeft, lijdt de ander vaak gebrek. Al jarenlang heeft de Europese Gemeenschap te kampen met - onder andere - een omvangrijke melkplas. Daar staat tegenover dat in landen buiten de gemeenschap vaak sprake is van een schrijnend gebrek aan zuivelprodukten.

Tot die landen behoorde voorheen ook India. Aan het einde van de jaren zestig lanceerde de Indiase regering 'Operatie Vloed', een groot zuivelprogramma dat een einde moest maken aan de enorme zuiveltekorten van het land. Verbetering van het melkvee, verhoging van de melkproduktie en verbetering van de inzameling in de steden waren de voornaamste doelen van het programma. In 1985 zou India een zelfvoorzienende zuivelnatie moeten zijn met een moderne industrie.
Voor de financiering van dit ambitieuze project heeft India aangeklopt bij de EG. De Gemeenschap, blij haar overschotten zo deels kwijt te kunnen, leverde magere melkpoeder en boterolie. Hiervan zou in India melk gemaakt worden en met de opbrengst van de melk kon de opbouw van een moderne zuivelindustrie worden betaald.
'Operatie Vloed' begon in het begin van de jaren zeventig. In vijftien jaar is in totaal 368000 ton magere melkpoeder en 128700 boterolie naar India verscheept, totale waarde 1,3 miljard gulden. Enorme hoeveelheden die echter niet in een bodemloze put zijn gestort. Integendeel, de resultaten van 'Operatie Vloed' liegen er niet om. India is erin geslaagd om een moderne zuivelindustrie op te bouwen; de melkproduktie is in vijftien jaar tijd verdubbeld. Ook is de bevoorrading van de steden aanzienlijk verbeterd. Ondanks de goede resultaten heeft India in 1985 opnieuw hulp gevraagd aan de EG. 'Operatie Vloed' moest met vijf jaar worden verlengd omdat niet alle doelstellingen zijn gehaald. Men verwachtte dat die hulp snel zou komen. De aanvraag is echter nog niet gehonoreerd. Dat lijkt vreemd voor een hulpprogramma dat door Claude Cheysson, EG-commissaris voor Noord-Zuidbetrekkingen zelfs "een ideale manier van ontwikkelingssamenwerking" is genoemd.
De zuivelhulp aan India mocht in Europa dan onomstreden zijn, in India klonken in het begin van de jaren tachtig kritische geluiden door. Een aantal wetenschappers betwijfelden de heilzame werking van de hulp. In Nederland werd de kritiek verwoord door de Landelijke India Werkgroep (LIW).
De werkgroep erkent dat 'Operatie Vloed' positieve kanten heeft, maar wijst erop dat de arme bevolking weinig profijt van het zuivelprogramma heeft gehad. Ondanks de verhoogde produktie en de verbeterde inzameling bleef de melk te duur voor hen. Slechts de beter bemiddelde stedeling profiteerde. De zuivelhulp deed bovendien de kleine Indiase boer concurrentie aan. De nieuwe melkfabrieken konden met behulp van de gekregen melkpoeder goedkopere melk produceren dan de gemiddelde boer. Ook bleken de veranderingen in de landbouw nadelig te zijn voor vrouwen. In de traditionele melkveehouderij hadden zij de verantwoordelijkheid; in de melkfabrieken kregen mannen die taak.

Enigszins gealarmeerd door deze kritiek werd in Brussel besloten om de nieuwe hulpaanvraag van India voorlopig niet toe te kennen. De zaak moest nader worden bestudeerd. In een vorig jaar maart gepubliceerd tussenrapport erkende de Europese Commissie dat de zuivelhulp in sommige gevallen concurreerde met Indiase producenten. De Commissie vond bovendien dat er relatief veel geld was gestoken in de bouw van grote fabrieken en minder in produktieverhoging. Maar verder bleef de toon van het rapport positief. 'Operatie Vloed' verdiende "noch overdreven lof noch overdreven kritiek".
Een conclusie die een commissie van de EG en de Wereldbank (die vorig jaar zomer een bezoek aan India bracht) niet helemaal deelde. In een samenvatting van het Commissierapport - het echte rapport is niet openbaar gemaakt - toont zij zich behoorlijk kritisch. De resultaten van 'Operatie Vloed' worden "erg ongelijk en variërend van zeer bevredigend tot teleurstellend" genoemd. Volgens de commissie kan India zelf in de produktie van melkpoeder en boterolie voorzien. Europese leveranties zouden alleen moeten plaatsvinden als er een aanzienlijk tekort optreedt.
Dit advies hoeft nog niet het einde van het veelgeprezen hulpprogramma te betekenen. De Indiase projectleider van 'Operatie Vloed', dr. Verghese Kurien, heeft er in maart bij Cheysson op aangedrongen om de hulp voort te zetten. Kurien acht dat noodzakelijk om de reeds behaalde successen voort te zetten en uit te breiden. Bovendien meent hij dat India in tijden van nood over een buffervoorraad boterolie en melkpoeder moet beschikken.
Volgens Gerard Oonk, lid van de LIW, speelt echter ook een financiële kwestie een rol. De verkoop van zuivelprodukten levert veel geld op aan de grote organisaties die 'Operatie Vloed' uitvoeren. Zij zijn er in geslaagd om grote financiële reserves te kweken.

Bukman
India is sterk gebrand op voortzetting van de hulp. Kurien heeft in maart gedreigd om vervangende steun te vragen aan de Verenigde Staten als de EG niet met nieuwe leveranties over de brug komt. De VS hebben echter al te kennen gegeven niet op de Indiase wens in te willen gaan. Volgens de Indiase krant Economic Times is de steun aan 'Operatie Vloed' ook ter sprake gekomen tijdens het bezoek van premier Lubbers aan India. De Indiase premier Rajiv Gandhi zou voor voortzetting hebben gepleit.
De definitieve beslissing is voorlopig uitgesteld. Claude Cheysson zal eind deze maand naar India reizen om daar de situatie in ogenschouw te nemen. Verwacht wordt dat na zijn terugkeer de knoop wordt doorgehakt. Een reis die in de ogen van minister Bukman van ontwikkelingssamenwerking overbodig is. Als het aan Bukman ligt, mag India op nieuwe leveranties rekenen. De enige vraag die bij hem nog speelt is onder welke voorwaarden de hulp moet worden voortgezet.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 augustus 2003