terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 21-5-1987      

Bukman vaart blind op Nederlands belang bij hulp India

door:
Gerard Oonk

Zuivelhulp aan India lijkt mooi, maar er is op dat hulpprogramma veel aan te merken. Minister Bukman van Ontwikkelingssamenwerking legt de kritiek naast zich neer en negeert ook belangrijke rapporten over deze kwestie. Gerard Oonk, medewerker van de Landelijke India Werkgroep, stelt dat de bewindsman blind vaart op de Nederlandse belangen.

Minister Bukman van Ontwikkelingssamenwerking wordt bij het innemen van zijn standpunt over de zuivelhulp van de Europese Gemeenschap (EG) aan India, blijkbaar niet gehinderd door het ontbreken van essentiële informatie. De minister vindt dat deze hulp moet doorgaan, maar studeert nog op de voorwaarden waaronder dat zou moeten gebeuren (Volkskrant, 2 mei).
In zijn recente toespraak over het zuivelhulpproject Operatie Vloed, zegt Bukman dat hij niet beschikt over het evaluatierapport dat onlangs in opdracht van de Europese Commissie en de Wereldbank door onafhankelijke deskundigen is opgesteld. De beslissing over nieuwe zuivelhulp aan India is echter juist meer dan een jaar uitgesteld, omdat de EG eerst de resultaten van deze evaluatie wilde afwachten. Minister Bukman zegt dat hij alleen over de samenvatting beschikt en "daar niet zoveel mee kan."
Het probleem lijkt eerder dat de minister, evenals de Europese Commissie, in zijn maag zit met het blijkens de uitgelekte samenvatting zeer kritische evaluatierapport. In het rapport wordt bepleit India momenteel geen zuivelhulp te geven, omdat dit de coöperatieve zuivelindustrie zou schaden.
Het is moeilijk voorstelbaar dat minister Bukman niet zou kunnen beschikken over een dergelijk evaluatierapport, terwijl hij als minister van een van de EG-lidstaten mede de politieke eindverantwoordelijkheid heeft voor de beslissing over de zuivelhulp aan India.
Bij de formulering van zijn stellingname is de minister ook met een grote boog heengelopen om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek dat hij zelf financiert. Het Haagse Institute of Social Studies (ISS) is namelijk een onderzoek naar Operatie Vloed aan het afronden, waaraan een team van Indiase en Nederlandse onderzoekers jarenlang heeft gewerkt.
Het ISS heeft intussen enkele tientallen rapporten gepubliceerd, waaruit blijkt dat Operatie Vloed veel minder spectaculair is dan minister Bukman beweert. Minister Bukman heeft blijkbaar "goede" reden ook deze rapporten te negeren.
Een belangrijke reden is waarschijnlijk het gewicht dat in India op het hoogste regeringsniveau wordt gehecht aan het doorgaan van de zuivel hulp. De Indiase premier Rajiv Gandhi heeft volgens antwoorden op Kamervragen, minister-president Lubbers tijdens zijn bezoek in maart aan India verzocht om Nederlandse steun in EG-verband voor nieuwe zuivelhulp.
De Nederlandse regering is wellicht bang dat het niet honoreren van dit verzoek, schade kan opleveren voor de Nederlandse bedrijven die hun weg zoeken op de steeds aantrekkelijker wordende Indiase markt.
Een andere waarschijnlijke reden voor Bukmans stellingname werd door zijn voorgangster Schoo al aangeduid.
Volgens haar moesten bij de beslissing over zuivelhulp aan India "de consequenties van een eventuele stopzetting voor de internationale zuivelmarkt eveneens een rol spelen." Vrij vertaald: als de Amerikanen en anderen ons de Indiase markt dreigen te ontfutselen, dan zetten we de doelstellingen van ontwikkelingssamenwerking even op een laag pitje.
Ook minister Bukman doet opvallend veel moeite om in close harmony met zijn vroegere collega's van het Landbouwschap, een niet onbelangrijke markt voor de Nederlandse zuivelindustrie te behouden.
Het bovenstaande betekent niet dat Operatie Vloed geen verdiensten zou hebben. Die zijn er zeker. Zo is de zuivelhulp niet zonder meer gedumpt, zoals elders soms gebeurt, maar is er een moderne zuivelindustrie mee opgebouwd.
Ook is het werken in coöperatief verband een goede zaak.
De bezwaren tegen het verlengen van de zuivelhulp zijn vooral dat deze de melkprijs van de lokale producenten onder druk zet en gebruikt wordt voor een te expansieve uitbouw van een kapitaalsintensieve zuivelsector. Het zijn vooral landarbeid(st)ers, kleine boeren en vrouwen (meestal de verzorgsters van het vee) die te lijden hebben van de commercialisering onder de huidige Operatie Vloed-aanpak.
Zowel uit het EG-evaluatierapport als het ISS-onderzoek blijkt dat de werkbelasting van vrouwen daardoor vaak wordt verhoogd, terwijl de zeggenschap over het zuivelinkomen is verminderd. Slechts tien procent van de coöperatieleden zijn vrouwen.
Minister Bukman verwijt actievoerders in Nederland "de betuttelende manier waarop zij menen te moeten oordelen over besluiten die een puur Indiase aangelegenheid zijn." Dit is een ietwat kinderachtig en overigens totaal ongegrond verwijt.
De minister vergeet onderscheid te maken tussen Operatie Vloed als Indiaas zuivelontwikkelingsprogramma én de zuivelhulp die de EG daarvoor heeft gegeven. Beide houden nauw met elkaar verband maar zijn niet identiek. Ook als de zuivelhulp ophoudt zal de opgebouwde coöperatieve zuivelsector, vermoedelijk met enige aanpassingen, blijven functioneren. Op dit moment beschikt Operatie Vloed overigens nog over enorme nog niet bestede fondsen uit eerdere zuivelhulp.
De Landelijke India Werkgroep heeft zich in haar actie "Melk India Niet Uit" juist bewust beperkt tot stellingnames over de EG-zuivelhulp aan en EG-veevoerimporten uit India. Op beide gebieden heeft de EG een eigen politieke verantwoordelijkheid voor de doelstellingen en de aanpak van het hulp- en handelsbeleid.
Daarom hebben niet alleen de EG en minister Bukman, maar ook gewone Europeanen het recht om de hulp aan India aan die doelstellingen te toetsen. Overigens behoudt Bukman zich blijkens zijn uitlatingen ook zelf het recht voor om in EG-verband voorwaarden aan de zuivelhulp aan India te verbinden. Is dat niet betuttelend? Mijns inziens niet als deze voorwaarden redelijk zijn en voortvloeien uit de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid. Daarbij heeft India het recht in laatste instantie ja of nee te zeggen.
Het lijkt er al met al op dat minister Bukman het gewoon lastig vindt dat niet alleen actiegroepen, maar ook onafhankelijke Indiase en Nederlandse onderzoekers met gegevens en meningen komen die hem om andere dan ontwikkelings-inhoudelijke redenen niet bevallen.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 augustus 2003