terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Hervormd Nederland, 7-5-1988      

Gerard Oonk en de Operatie Vloed:

Hulp die India nauwelijks helpt

door:
Tim Verhoef

De graanschuren van India liggen vol, maar de inhoud kan de meerderheid van de bevolking niet bereiken, zegt Gerard Oonk in gesprek met Tim Verhoef. Zijn Landelijke India Werkgroep zet een groot vraagteken achter de Operatie Vloed van de Europese Gemeenschap.

In 1957 bepaalden de oprichters van de Europese Gemeenschap dat een hogere produktiviteit van de landbouw en een voldoende voedselvoorziening twee hoofddoelen moesten zijn van een gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ruim tien jaar later was de zelfvoorziening voor een aantal belangrijke produkten bereikt en sindsdien kampt de EG - vooral in de graan- en zuivelsector - met overschotten.
Aangezien de prijzen voor deze produkten op de wereldmarkt altijd lager liggen dan op de beschermde EG-markt, wordt het relatief dure voedsel van de Europese Gemeenschap met forse subsidies geëxporteerd. Dit betekent een zware concurrentie voor de zwakke landbouw in veel ontwikkelingslanden. Honger rond de evenaar is zo een afgeleide van de landbouwpolitiek die in de landen op de rijke flanken van onze planeet wordt gevoerd.
Het is vaak lastig de processen die de afhankelijkheid versterken te herkennen. Neem het voedselhulpproject van de EG in India, Operatie Vloed. Sinds 1970 heeft India in het kader van dit programma gratis 500.000 ton magere melkpoeder en boterolie van de EG ontvangen. Met deze gift was een bedrag van 1,3 miljard gulden gemoeid, dat is een kwart van de EG-zuivelhulp aan alle ontwikkelingslanden. Met de opbrengst van de verkoop van deze produkten zou India een zelfvoorzienende zuivelindustrie opbouwen; het geld is geïnvesteerd in de vorming van boerencoöperaties, de bouw van melkfabrieken en veeverbetering. De Europese commissaris Cheysson noemde Operatie Vloed daarom 'een ideale manier van ontwikkelingssamenwerking' en wie zou hem daarin ongelijk geven?
Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep heeft Operatie Vloed een aantal jaren intensief gevolgd. 'Toen Brussel in 1969 op het idee kwam India 20.000 ton boter aan te bieden, was men in de deelstaat Gujarat in het westen van India juist zelf bezig een coöperatieve zuivelindustrie op poten te zetten. Die coöperaties, die toen 10.000 ton boter per jaar konden afzetten, vreesden dat de markt ernstig zou worden verstoord door de enorme hoeveelheid extra boter uit de EG en dat zij daardoor geruïneerd zouden worden. Er bestond op dat moment in Gujarat al een organisatie die tot taak had het coöperatieve model over de rest van India te verbreiden. Die organisatie heeft op het aanbod van de EG ingespeeld door tegen de Indiase regering te zeggen: geef ons die boter en dat melkpoeder, dan maken wij daar melk van en met de opbrengst kunnen we elders in het land coöperaties oprichten en melkfabrieken stichten. Op zich was dat een stap vooruit vergeleken met wat daarvoor vaak gebeurde, namelijk dat de melk en de boter gewoon op de markt werden gedumpt. Dat had desastreuze gevolgen voor de lokale boeren.
Met Operatie Vloed werd het geld in eigen zuivelontwikkeling gestopt. In het begin leek het allemaal nog idealer, doordat werd gezegd dat vooral de marginale boeren en de landlozen van dit programma zouden moeten profiteren. Juist zij zouden in coöperaties worden georganiseerd. Via die coöperaties zouden zij hun melk kunnen afzetten en er een betere prijs voor krijgen.
Maar er zijn van meet af aan twee dingen fout gegaan. In de eerste plaats heeft men gekozen voor een kapitaalsintensieve opzet: een coöperatief systeem waarin direct alle onderdelen van het westerse zuivelsysteem zijn overgenomen, dure melkfabrieken die melk pasteuriseren, dure transporten van Gujarat naar grote steden als Calcutta die 2000 kilometer verderop liggen, en het kruisen van Indiase koeien met westers melkvee om een hogere melkproduktie te krijgen.
India is het land met de meeste koeien en buffels ter wereld. maar dit vee wordt in de eerste plaats gehouden voor de trekkracht. Melk is in India in feite een bijprodukt. Men had zich voorgesteld voor de melkproduktie een nationale elitekudde van tien miljoen koeien en vijf miljoen buffels te fokken. Als dat was doorgegaan, had dit een enorm beslag gelegd op de schaarse krachtvoervoorraden van het land, die nu nog vooral aan de trekdieren worden gevoerd.
Ons tweede bezwaar tegen de opzet van Operatie Vloed was dat de melkfabrieken die Europese melkpoeder en boterolie ontvingen, die voor een zodanig lage prijs kregen dat het voor hen goedkoper was melk te maken van geïmporteerde produkten van lokale melk aan te kopen. Dit had natuurlijk een sterk drukkend effect op de produktie van melk in India. De eigen boeren hoefde de fabriek niet veel te betalen, omdat men wist dat eventuele tekorten met importen konden worden gecompenseerd.
De consumenten in de stad - als kiezers voor de regering een politiek belangrijke groep - werden op deze manier gesubsidieerd. De overheid greep deze mogelijkheid met beide handen aan om de meer welvarende consumenten rond Delhi en Calcutta goedkoop melk aan te bieden. Zo ontstond er een sterke stimulans dit systeem te laten voortduren'.
De Landelijke India Werkgroep heeft vanaf eind 1985 actie gevoerd voor een snelle afbouw van Operatie Vloed, omdat het programma volgens de werkgroep de Indiase boeren nauwelijks helpt en voor hen alleen maar concurrerend werkt. De Groene fractie van het Europese parlement vroeg een onderzoek naar de effecten van Operatie Vloed, waarna het programma is bijgesteld. Vindt de LIW dat Operatie Vloed onder de nieuwe voorwaarden voor de komende looptijd (tot 1994) acceptabeler is geworden? Oonk: 'Er zijn nu harde garanties dat de EG-zuivelhulp minder gaat concurreren met de eigen melkproduktie. Dat wordt vooral bereikt doordat men de doorverkoopprijzen van de centrale poule die de Europese zuivelhulp distribueert naar de melkfabrieken gaat verhogen tot het prijsniveau van de locale melk. Maar er is weinig verbeterd op het terrein van de sociale aspecten van Operatie Vloed.
De LIW stelt bij alle projecten de vraag: komt de ontwikkelingshulp in de eerste plaats ten goede aan de armste groepen? Welnu, je kunt vaststellen dat die groepen verder op de achtergrond raken naarmate men zich meer richt op een technologisch hoog ontwikkeld, kapitaal-intensief programma. Die kant gaat Operatie Vloed nu meer uit. Wij hebben ervoor gepleit het grootste deel van de zuivelhulp te besteden in een meer sociale richting. Er wordt steeds meer alleen maar gelet op het criterium van de levensvatbaarheid van de coöperaties en dan mik je vooral op de grote en middelgrote boeren.
Volgens officiële Indiase statistieken wordt ongeveer 51 procent van de melk door marginale boeren met minder dan twee hectare land en door landlozen geproduceerd. Wij denken dat de kleine boeren nu langzaam worden weggedrukt. Met name de arme vrouwen dreigen met Operatie Vloed uit de boot te vallen. Zij doen veel van het zuivelwerk, maar als je nalaat hen in de zuivelcoöperatie te organiseren en hen daardoor niet een echte stem geeft, vloeien de verdiensten steeds meer uit hun handen. Dat heeft consequenties voor de voedselconsumptie binnen het huishouden, want daarvoor dragen de vrouwen ook verantwoordelijkheid.
De Landelijke India Werkgroep meent dat het daarom verstandiger zou zijn een coöperatief systeem op te zetten, waarbij je niet dat dure tussenniveau van melkfabrieken hebt, maar je meer richt op de lokale verwerking en handel van melk. Nu verdwijnt de volledige melkproduktie uit het dorp. Het systeem richt zich momenteel op de stedelijke consument; de sterkste kant van Operatie Vloed is in feite de 'vermarkting' geweest. Je ziet de laatste tijd ook een duidelijke verschuiving in de richting van de verwerking van melk tot luxe zuivelprodukten, zoals houdbare melk, chocola, boter, ijs, babyvoeding. Op luxeprodukten zit een veel grotere winstmarge.
Wij denken meer aan een model waarbij handelaren of de boeren zelf in de grote plaatsen in de buurt met de melk langs de deuren gaan. Hier en daar gebeurt dat nu al. De melk hoeft dan niet meer gepasteuriseerd te worden, want het is in India toch de gewoonte om melk voor consumptie te koken. Zonder het dure netwerk van fabrieken sla je twee vliegen in één klap: de producent kan een wat betere prijs voor zijn melk ontvangen en tegelijkertijd kun je de prijs voor de consument op een aanvaardbaar niveau houden'.

Een voorlichtingsfolder van de LIW vermeldt dat India de grootste filmindustrie ter wereld heeft, dat er zestien verschillende talen worden gesproken en dat het land bijna honderd maal zo groot is als Nederland. India bezit al lange tijd de atoombom, leverde de eerste reageerbuisbaby en bouwt zijn eigen ruimtesatellieten. India produceert zoveel graan dat het zelfs graan exporteert. Zo ontstaat het beeld dat het goed gaat met het land en dat het voedselprobleem inmiddels is opgelost.
Gerard Oonk: 'Dat is grotendeels waar voor wat betreft acute hongersnood die snel tot sterfte leidt. India is daardoor nu ook door Afrika uit de aandacht verdrongen. Maar in India lijdt de helft van de bevolking aan chronische ondervoeding, waardoor zij fysiek en mentaal niet op een gewoon niveau kan functioneren. Het voedselprobleem is in de eerste plaats een politiek probleem: de graanschuren liggen zo vol omdat de produktie groter is dan de koopkrachtige vraag. Dat is dus iets anders dan dat er geen behoefte zou bestaan aan het geproduceerde graan. Navrant is, dat de mensen die het graan verbouwen - de landarbeiders en de marginale boeren - vaak niet het geld hebben om het te kopen.
Het is nog maar de vraag of de EG zich zo sterk op de zuivelhulp moet richten. Want melkproduktie kan direct gaan concurreren met de overige voedselproduktie. De Indiase zuivelproduktie stijgt jaarlijks met anderhalf procent, de vraag naar zuivel neemt met vier tot vijf procent per jaar toe. Om aan die stijgende vraag te voldoen, zal steeds meer graan aan de voedselvoorziening worden onttrokken en voor veevoer worden aangewend. Daar zijn nu al voorbeelden van. Met andere woorden, wanneer Nederland en de EG de voedselsituatie in India willen verbeteren, moeten ze het niet zoeken in het verstrekken van voedsel, maar dienen de Indiase graanvoorraden bij de eigen bevolking terecht te komen. De mensen die de hulp het hardst nodig hebben, moet je steunen, bijvoorbeeld door voor hen werkgelegenheidsprojecten op poten te zetten zodat ze niet langer buiten de markt vallen. Van het huidige beleid profiteren vooral de elites'.
De LIW ziet het als haar voornaamste taak om de bevolking in Nederland bewust te maken van de situatie in India. Om zelf ook goed op de hoogte te blijven, onderhoudt de werkgroep goede contacten met belangenorganisaties op basisniveau in de Indiase samenleving.
Oonk bevestigt dat er een spanning bestaat tussen de industriële en agrarische ontwikkeling van India: 'Men heeft zich lange tijd nogal eenzijdig gericht op het verhogen van de industriële produktie, zonder de vervuiling van het milieu in het oog te houden. India is nu een van de grootste industriële landen ter wereld, maar daarvoor zijn wel bestaansbronnen van boeren vernietigd. Het kappen van de bomen en het vervuilen van de rivieren en het grondwater maakt milieuzorg in India tot veel meer dan een 'luxe-onderwerp'; het is puur een kwestie van overleven'.
De activiteiten van de LIW rond Operatie Vloed zijn in elk geval niet zonder resultaat gebleven. Gerard Oonk: 'We waren aanvankelijk wat pessimistisch over wat je als kleine groep bij de Europese Gemeenschap kunt bereiken. Dat is echter meegevallen. Als je een actie enige tijd volhoudt en je blijft je er goed in verdiepen, word je op een gegeven moment toch erkend als een serieuze gesprekspartner. Een stap vooruit kan tot volgende stappen leiden. Men wil nu bijvoorbeeld ook zuivelhulp geven aan andere ontwikkelingslanden volgens het model van Operatie Vloed. Door onze acties moet men nu toch kritischer kijken naar hoe dat moet worden opgezet. Dat is winst. Als derde-wereldorganisatie kun je kennelijk toch wat beweging in bepaalde structuren krijgen en dat werkt motiverend'.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 20 augustus 2003