terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Noord-Zuid Special, juni 1988      

EG zuiveloverschotten creëren afhankelijkheid

Indiase boer verzuipt in Europese melkplas

door:
Yolanda de Koster &
Rob van Trier

Een alcoholist drank geven om hem van zijn verslaving af te helpen? De Europese Gemeenschap levert India zuivelhulp om het land zelfvoorzienend in melk te maken. De kleine boeren en vooral de vrouwen betalen het gelag. In de steden is melk onbetaalbaar. Europarlementariër Vergeer spreekt desondanks van een succes.

Een boer uit de Indiase deelstaat Rajastan spoort zijn buffel aan. Moeizaam trekt het lome dier de wagen voort. Beide zijn op weg naar de fabriek van de zuivelcoöperatie. Met het verdiende geld rijdt hij op de terugweg nog even langs de markt. Daar koopt hij groente en rijst, basisvoorzieningen die hij eerst zelf verbouwde, maar sinds de komst van de zuivelcoöperatie heeft hij zich toegelegd op de produktie van melk. Zijn twee zeboes en de buffel produceren zes liter melk per dag. De opbrengst is nauwelijks voldoende om zijn gezin te onderhouden.
De Europese Gemeenschap bepaalt voor een groot deel het bestaan van de kleine Indiase boer. De boterberg en melkplas van de EG moesten worden weggewerkt. Om dit te bereiken levert de EG zuivelhulp aan Derde-Wereldlanden: melkpoeder en boterolie. In India wordt hier van weer melk gemaakt, zodat tekorten kunnen worden weggewerkt. Uit de verkoop van deze zuivelprodukten worden in heel India coöperaties opgezet. Na 1985 moest het land zichzelf van melk kunnen voorzien.

Operatie Vloed
De meeste mensen uit het dorp van de Indiase boer, hadden tot voor kort een gemengd bedrijf. De boerengezinnen hadden een enkele os, wat koeien, een buffel, een geit en een paar kippen. De buffel werd voornamelijk als trekkracht gebruikt om de kleine stukjes land om te ploegen, zodat er groente en rijst kon worden verbouwd. Met de resten van de akkerbouwprodukten werden de beesten gevoerd. De buffels en zeboes van de boeren leverden melk en daar werd yoghurt en 'ghee', een soort boter van gemaakt. Het restprodukt, karnemelk, werd aan de kinderen of zieken gegeven.
Operatie Vloed heeft hierin grote verandering gebracht. Dit Indiaas-Europees zuivelprogramma had tot doel de melkproduktie te verhogen door het stichten van plaatselijke coöperaties en het verbeteren van de melkproduktie. De kosten moesten worden gedekt door de EG zuiveloverschotten en de opbrengsten van de Indiase zuivelcoöperaties.
Zo werd Operatie Vloed ingevoerd in verschillende Indiase dorpen. Boeren werden gestimuleerd om meer melk te produceren en zich zelfs uitsluitend met de produktie van melk bezig te houden. De melk wordt tweemaal per dag met een vrachtwagen naar de stad gebracht. De boeren krijgen meteen hun geld. Voor de kinderen betekent dit dat zij tevergeefs op hun dagelijkse portie karnemelk wachten. Alles moet tenslotte naar de coöperatie.
De melk van de coöperaties wordt overgebracht naar nieuwe zuivelfabrieken. Van daaruit wordt de melk naar de vier grootste steden van India gebracht: New Dehli, Calcutta, Bombay en Madras. Deze fase van Operatie Vloed was bedoeld om de steden tegen redelijke en stabiele prijzen van melk te voorzien en zo een belangrijke positieve bijdrage aan het eiwitgebruik van de stedelijke bevolking te leveren. Vooral kwetsbare groepen als kleine kinderen en zogende en zwangere vrouwen zouden hiervan moeten profiteren. Aan de producentenkant zou het project profijt moeten bieden aan de kleine en land loze boerenfamilies.

Witte leugen
De commissaris voor Noord-Zuid betrekkingen Claude Cheysson noemde het Operatie Vloed programma twee jaar geleden nog "een ideale manier van ontwikkelingssamenwerking". Critici van deze EG zuivelhulp spreken inmiddels over "melkimperialisme" en "de witte leugen".
W. Vergeer, die namens het CDA in de Europese Volkspartij van het Europees Parlement zetelt is van mening dat er een groot aantal doelstellingen van Operatie Vloed zijn bereikt. Vergeer: "Voordat de operatie van start ging produceerden de kleine boeren in India vijftig procent minder dan de Nederlandse boeren. Door Vloed is de produktie enorm gestegen. Ook zijn de hygiënische voorzieningen stukken beter geworden evenals de infrastructuur. De kleine Indiase boer is door de komst van de zuivelcoöperaties verzekerd van afzet en in de vier grote steden wordt geen honger meer geleden."
De Landelijke India Werkgroep deelt deze positieve houding van het lid van de commissie Ontwikkelingssamenwerking niet. G. Oonk van de werkgroep: "Zelfvoorziening in de melkproduktie van de Indiase boeren was een van de voornaamste strevens van het EG zuivelbeleid. India is echter nu afhankelijker van zuivelimporten dan ooit. De zuivelimporten duren voort vanwege het politieke belang om hogere inkomensgroepen in de grote steden van relatief goedkope melk te voorzien. Hiervoor wordt zuivel hulp van de EG en de Verenigde Staten gebruikt. De geïmporteerde zuivelprodukten worden zo goedkoop aan de melkfabrieken doorverkocht, dat de daarvan gemaakte melk goedkoper is dan verse Indiase melk. De Nationale Federatie van Zuivelcoöperaties van India heeft daar sterk tegen geprotesteerd, omdat het de prijs van de melk voor de melkveehouders drukt, met name in het noorden en het oosten van India. De boeren leveren daardoor minder melk aan de steden, hetgeen weer zuivel importen nodig maakt."
Was Operatie Vloed vooral ook gericht op kleine boeren en landloze arbeidersfamilies, in de praktijk kwam het er op neer dat vooral de grote boeren van Operatie Vloed profiteerden. De coöperaties worden meestal beheerd door de rijke, grote boeren. Daarbij is het zuivelhulpprogramma vrij kapitaalintensief, zodat de kleine boer dat nauwelijks kan opbrengen. De kleine boeren hebben al moeite om met de opbrengsten van de melk hun gezin te onderhouden.
Een boer uit het district Jodphur in de deelstaat Rajastan, is niet tevreden met Operatie Vloed. In zijn dorp werd in 1978 een coöperatie opgezet. "Zo'n twintig dorpelingen, tien rijke boeren en tien arme boeren, werden toen lid. Ik heb mij ook als lid opgegeven. Nu zijn inmiddels al negentig boeren lid, waarvan tien arme. Voor 1978 maakten de melkveehouders yoghurt, ghee en boterolie van de melk. Deze produkten werden in het dorp zelf verkocht. Het dorp was zelfvoorzienend en er werden redelijk veel melkprodukten gebruikt. Dit kwam vooral doordat ons dorp veertig kilometer van de stad Jodphur lag, het eerste dorp met een coöperatie. De melkopkopers konden de melk niet naar de stad vervoeren over zo'n grote afstand. Sommige families kochten melkoverschotten van andere families en maakten daar ghee van om door te verkopen. De nieuwe coöperatie stelde een secretaris aan, die de melkveehouders uitbetaalde naar het vetgehalte. De melk moet nu twee keer per dag met een vrachtwagen naar Jodphur worden gebracht. Doordat de secretaris corrupt is krijgen de boeren echter niet de prijs waar zij volgens de voorschriften recht op hebben."

Nationale zuivelontwikkeling
In 1980 ging een tweede fase van Operatie Vloed van start. Het programma richtte zich op geheel India. Tien miljoen gezinnen zouden in staat moeten worden gesteld in 1985 een levensvatbare, zelfvoorzienende zuivelsector op te bouwen. Er zou een nationale veestapel moeten komen van vijftien miljoen - met Westerse rassen gekruiste - koeien en door inheemse kruising verbeterde buffels. Vervolgens moest de infrastructuur worden verbeterd. Dit had ten doel dat aan het eind van de jaren tachtig 180 gram melk per dag per hoofd van de bevolking beschikbaar zou zijn.
Vergeer, Europarlementariër. vindt het een goede zaak dat steeds meer mensen melk gebruiken. Hij heeft wel kritiek op enkele punten van het Vloed II programma. Hij noemt daarbij de positie van de vrouwen het kruisingsprogramma. Mede door kritiek van onder andere de Landelijke India Werkgroep heeft de EG het programma aangepast. G. Oonk van de Landelijke India Werkgroep: "Om de produktie van de Indiase melkkoe te vergroten besloot de EG de Indiase koeien te kruisen met hoog productieve Westerse koeien. Hierbij werd voorbij gegaan aan het feit dat de Indiase melkkoeien voor een belangrijk deel als trekdieren worden gebruikt. Door kruising bleek de trekkracht van de koe af te nemen." Een Indiase boer voegt er een ander negatief effect aan toe. "Deze 'nieuwe' koeien hadden meer en beter veevoer nodig en werden sneller ziek dan onze oude koeien. Ik kon het niet betalen."
De noodzaak van beter en meer veevoer in India stond haaks op EG-importen van veevoer uit dit land. De EG heeft weliswaar een enorm voedergraanoverschot, maar veevoer uit India en andere Derde Wereld landen is goedkoper. Het gevolg van de export van veevoer is, dat het bestaande tekort verergert en de prijs ervan stijgt. Dit is vooral nadelig voor kleine boeren of landarbeiders met enkele stuks vee, omdat zij weinig of geen oogstafval voor hun dieren hebben. We zien het bij de boer uit Rajastan; eerst hadden hij en zijn gezin een stukje grond waarop ze rijst en groente verbouwden. Na de komst van Operatie Vloed heeft hij zich uitsluitend toegelegd op de produktie van melk. Door gebrek aan oogstafval is hij nu dus eigenlijk aangewezen op de aankoop van duur veevoer, maar heeft daar het geld niet voor.
Als India het nu geëxporteerde veevoer in eigen land zou houden, dan zou tien keer zo veel melk kunnen worden geproduceerd dan het land nu via de EG zuivelhulp krijgt.

Coöperatiestructuur
Indiase vrouwen beklagen zich over de gevolgen van de coöperatiestructuur in het Operatie Vloed programma. De vrouwen uit dit dorp zorgden vroeger altijd voor de produktie van melk. Zij molken de beesten en verzorgden ze. Bovendien hadden de vrouwen het beheer over het geld van de opbrengsten. Na de komst van Operatie Vloed zijn de mannen hierover de baas geworden. Zij gaan nu van het dorp naar de coöperatie in de stad en krijgen daar het geld voor de melk. De vrouwen merken vaak dat er al wat geld weg is als de mannen uit de stad terugkomen. Hierdoor is het voor hen nog moeilijker geld vrij te houden voor de voeding van de kinderen.
Vergeer vindt dit, evenals de kruising van koeien, een kwalijke zaak waar voortaan meer rekening mee moet worden gehouden. Vergeer: "De Europese Commissie heeft deze twee kritiekpunten opgenomen in haar besluit tot voortzetting van Operatie Vloed III. Het kruisingsprogramma wordt aangepast aan plaatselijke behoeften en de vrouw moet een duidelijke rol krijgen in de coöperatiestructuur. Bovendien vindt de Commissie dat voorkomen moet worden dat gratis zuivelhulp produkten concurreren met Indiase melk, en daardoor de prijs en de produktie van de lokale melkproducenten drukken."
In een evaluatie van Operatie Vloed binnen de Tweede Kamer meende minister Bukman voor Ontwikkelingssamenwerking dat de positieve effecten van het EG zuivelprogramma voor India de overhand hebben. De betere voorziening van consumenten in India met melk en melkprodukten, en wel door het combineren van de eigen produktie met aanvullende EG zuivelhulp in perioden met een tekort, vindt hij goed werken. De coöperaties geven kleine zuivelproducenten in India volgens hem voldoende de gelegenheid een betere marktpositie op te bouwen.
De Europese Commissie kwam tot dezelfde positieve conclusie en heeft besloten dat Operatie Vloed III van start kan gaan en in 1994 moet zijn afgerond. Deze derde fase besteedt meer aandacht aan verbetering van het lot van de landloze, marginale en kleine melkproducenten. Het kruisingsprogramma wordt aangepast aan plaatselijke omstandigheden. Het gebruik in India van plaatselijk geproduceerd veevoer dat op het ogenblik wordt geëxporteerd, moet worden gestimuleerd.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 20 augustus 2003