terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 13-5-1989      

Grootste Unileverfabriek in India al bijna jaar dicht

"Uitbesteding" zet vakbonden in Derde-Wereldlanden buitenspel

AMSTERDAM - De grootste fabriek van Hindustan Lever in India, een dochter van het Nederlands-Britse Unilever, is al bijna een jaar gesloten als gevolg van een arbeidsconflict. De Industriebond FNV heeft onlangs vijftigduizend gulden overgemaakt voor steun aan de ongeveer 3900 werknemers in Bombay, die als gevolg van de zogenoemde uitsluiting geen inkomen hebben.

Een vertegenwoordiger van de bond zei dat vrijdag op een symposium in Amsterdam met als thema "Het Nederlandse bedrijfsleven in de Derde Wereld - voorbeeld India".
Volgens de industriebond past de uitsluiting in het streven van Unilever en andere multinationals in de Derde Wereld naar "uitbesteding". Daarbij worden delen van het produktieproces overgeheveld naar kleinschalige, alleen in naam zelfstandige bedrijfjes, waar de lonen lager zijn en de invloed van vakbonden nihil. De uitbestedingstendens ("subcontracting") vormde een van de thema's op de studiedag van de Landelijke India Werkgroep en de Universiteit van Amsterdam.
De fabriek in Bombay, ooit het vlaggeschip van Hindustan Lever, werd 21 juni vorig jaar door de directie gesloten, omdat honderden fabrieksarbeiders hadden geweigerd het werk over te nemen van de kort tevoren ontslagen laders en lossers. Dat conflict was de climax van een twee jaar durende strijd over de arbeidsvoorwaarden, die al talloze malen had geleid tot stakingen en langzaam-aan-acties.
Volgens de Indiase directie was de fabriek volstrekt onbestuurbaar gemaakt door radicale vakbondskaders, "geharde extremisten die uit zijn op sociale en economische vernietiging", aldus een via het Unilever-hoofdkantoor in Rotterdam verspreide verklaring.
C. Pingen van de Industriebond FNV, die vrijdag verslag deed van zijn verblijf in Bombay, geeft toe dat het personeel "strijdbaar" is. "Maar daar heeft de directie zelf voor gekozen. Hindustan Lever wilde altijd goed opgeleide mensen."

Zeep en tandpasta
Pingen hecht weinig waarde aan de verklaring van de bedrijfsleiding dat de werknemers onaanvaardbare eisen stellen voor hogere lonen en betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Volgens hem verlangde het bedrijf, waar onder meer zeep en tandpasta worden gemaakt, een sterke stijging van de arbeidsproduktiviteit. Het conflict werd vervolgens aangegrepen voor verplaatsing van de produktie naar het binnenland.
Deze uitbesteding - waarvan ook in een land als Japan op grote schaal gebruik wordt gemaakt - kan verscheidene vormen aannemen. Veelal worden delen van het produktieproces of de assemblage van onderdelen overgedragen aan kleine bedrijven. Soms houdt het moederbedrijf zelfs alleen verkoop en marketing in eigen hand.
De formeel zelfstandige "subcontractors" (onderaannemers) zijn voor technologie, aanvoer en afzet geheel afhankelijk van het moederbedrijf. Het concern kan - naast het voordeel van lage lonen en geringe vakbondsinvloed - schommelingen in de markt afwentelen op de kleine bedrijven; die verkleinen de risico's op hun beurt door middel van flexibele arbeidscontracten.
Hindustan Lever heeft volgens drs. M. Smit van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen de oude machines uit de fabriek ondergebracht bij over het platteland verspreide, bestaande ondernemingen, die op bestelling de wasmiddelen maken. Pingen gaf overigens toe dat daarin een "dilemma" schuilt. Op het Indiase platteland zijn armoede en werkloosheid veel groter dan in de steden. "Die mensen daar kunnen nu ook een boterham verdienen."
Bedrijven als Unilever vinden sinds enige jaren warm onthaal bij de regering van premier Rajiv Gandhi. Door een sterke liberalisering wordt getracht buitenlands kapitaal aan te trekken. De Indiase economie moet daarvan profiteren door inkomsten aan deviezen en overdracht van technologie.
Van geen van beide komt veel terecht, zei vrijdag Usha Menon van het Instituut voor Wetenschap, Technologie en Ontwikkeling in New Delhi. De buitenlandse investeerders richten zich, anders dan de regering hoopt, niet op hoogwaardige technologie, maar op sectoren die al werden bestreken door binnenlandse ondernemers. Die worden nu van de markt gedrukt.
De buitenlandse firma's kunnen daarbij gebruik maken van de naamsbekendheid van hun produkten, aldus Menon.
Een voorbeeld van deze tendens is het contract dat Pepsi Cola eind vorig jaar met de regering-Gandhi sloot over vestiging van een fabriek in Punjab. Volgens Menon leidt het contract met Pepsi niet tot overdracht van technologie en is het nadelig voor de betalingsbalans. Dat de tien jaar geleden ingezette golf van economische liberalisering in ontwikkelingslanden tot nu weinig heeft bijgedragen aan economische groei, werd bevestigd door PvdA-kamerlid E. Herfkens. Hoewel zij op zich een warm voorstander is van vrijhandel en buitenlandse investeringen, dienen er waarborgen te zijn dat inderdaad overdracht van kapitaal, werkgelegenheid en technologie plaatsvindt.
Op alle drie gebieden zijn de ervaringen volgens haar bedroevend. "Daarom begint mijn 'ja, mits' in een 'nee, tenzij' te veranderen", aldus Herfkens. Voor armoedebestrijding zijn buitenlandse investeringen sowieso nooit bedoeld geweest, zei ze.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 9 november 2004