terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: NIO Kroniek, augustus 1989      

Nederland moet over de brug komen

'Indiase landarbeiders willen recht op werk'

door:
Thieu Vaessen

De grootschalige programma's voor de armen op het Indiase platteland hebben volgens partikuliere ontwikkelingsorganisaties weinig geholpen. Het huidige beleid gaat ervan uit dat de armsten een eigen bedrijfje beginnen als de juiste voorwaarden maar worden geboden. 'Het blijkt in de praktijk niet zo te werken. Die mensen scheppen niet hun eigen werk, er moet werk voor hen gekreëerd worden', zegt Narinder Bedi van het Young India Project (YIP), een Indiase ontwikkelingsorganisatie. Bedi bezocht onlangs Nederland om steun te verwerven voor een kampagne die de Indiase regering vraagt recht op werk voor landarbeiders wettelijk vast te leggen.

'Ook bij ons was de gedachte dat het stimuleren van de produktie wel zou leiden tot meer werkgelegenheid. Maar door de mechanisatie is dat niet het geval geweest', vertelt de Indiër op een zomerse ochtend in Utrecht. Ook bij het opzetten van eigen bedrijfjes bleken landlozen op onneembare hindernissen te stuiten grote konkurrentie en het ontbreken van opleiding en startkapitaal. Bedi en de zijnen gingen op zoek naar een aanpak 'waarvan de armen direkt profijt hebben'.
Het grote voorbeeld werd de westelijke deelstaat Maharashtra. Daar heeft de plaatselijke overheid zich sinds 1978 verplicht iedereen die op het platteland geen werk kan vinden, een baan tegen het wettelijk minimumloon te bezorgen. Meer dan één miljoen landlozen, waarvan zeventig procent vrouwen, zijn zes maanden per jaar ingezet bij het bouwen van wegen, aanleggen van irrigatiekanalen en ontginnen van nieuwe landbouwgrond.
In heel India zijn er 100 miljoen land lozen en marginale arbeiders die moeten overleven van slecht betaalde seizoenarbeid. 'In droge streken als bij ons in de staat Andhra Pradesh hebben seizoenarbeiders jaarlijks hoogstens 120 dagen werk. De oorzaak van armoede is werkloosheid. Het antwoord, aldus Bedi, is recht op werk. Samen met andere organisaties is VIP in vijf deelstaten een kampagne begonnen om de nationale regering in New Delhi daarvan te overtuigen.

Landbezitters
Bedi erkent dat uit New Delhi al tal van programma's voor armoedebestrijding zijn gelanceerd, maar stelt dat het succes daarvan uitblijft, omdat de programma's niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd. De programma's zijn aangekondigd om stemmen te winnen, 'maar het ontbreekt aan de politieke wil om ze uit te voeren. Degenen die de programma's moeten uitvoeren zijn zelf landbezitters, dus daar kunnen de landlozen weinig sympathie van verwachten.'
Recht op werk zou de landlozen veel meer mogelijkheden geven om de kreatie van werkgelegenheid af te dwingen. Volgens Bedi is het dan wel een voorwaarde dat de armen zich beter organiseren. Hij verwijst daarbij opnieuw naar Maharashtra. Daar ontbrak het op verschillende plaatsen aan een organisatie en daalden de resultaten van de werkgarantie recht evenredig.
De noodzaak vakbonden op te richten staat, aldus Bedi, los van het recht op werk, maar ze kunnen elkaar wederzijds een duw in de rug geven. In 1983 begon het YIP in een van de distrikten van Andhra Pradesh met het organiseren van bonden voor landarbeiders. Er zijn er nu 25, die zich binnenkort willen verenigen in een federatie op distriktsnivo. Sinds 1986 eisen deze bonden ook recht op werk, maar voorlopig staat nog het afdwingen van rechten die reeds wettelijk zijn vastgelegd bovenaan het prioriteitenlijstje.
Bedi noemt het voornemen van Premier Rajiv Gandhi voortaan tot op het dorpsnivo verkiezingen te houden voor plaatselijke bestuurders als een andere reden waarom landlozen zich beter moeten organiseren. 'Het biedt een mogelijkheid de invloed te vergroten, maar zonder organisatie van de armen kunnen de landbezitters de verkiezingen gemakkelijk gebruiken om hun macht te vergroten.'
Uit de ervaringen in Maharashtra hebben het YIP en anderen ook de konklusie getrokken dat er nauw moet worden toegezien op het soort projekten waarmee werkgelegenheid wordt gekreëerd. Werkzaamheden als erosie bestrijding en wegenaanleg kwamen in Maharashtra vaak de rijke boeren ten goede. 'Het was een volledige subsidie aan de welgestelden. Ze hebben niets voor het werk betaald.' Het prijskaartje aan de eis van werkgarantie is volgens Bedi geen probleem. Hooguit dertien miljard gulden is nodig, tien procent van de overheidsbegroting.
Premier Rajiv Gandhi kwam de kampagneleiders onlangs tegemoet door een nieuw programma aan te kondigen dat minstens één lid van ieder plattelandsgezin werk moet bezorgen. Daarvoor is vier miljoen gulden uitgetrokken. Bedi is teleurgesteld over de omvang van het budget, maar de toezegging toont wel aan dat Gandhi in het belang van zijn politieke toekomst gedwongen is een antwoord te geven.
'Het feit dat de regering toegeeft dat er meer moet gebeuren, is een grote vooruitgang, aldus Bedi. Tot nu toe had de Indiase regering er steeds op gehamerd dat haar oude aanpak vruchten afwierp; momenteel zou 37 procent van de Indiërs onder de armoedegrens leven, terwijl dat percentage jarenlang op vijftig procent lag. Indiase ontwikkelingsorganisaties hechten echter weinig geloof aan deze percentages.

Kampagne
Bedi blijft sceptisch over het nieuwe programma van premier Gandhi. 'Het probleem zit hem in de uitvoering. We blijven afhankelijk van de goede wil en efficiëntie van plaatselijke burokraten.' Recht op werk zou land lozen de mogelijkheid geven uitvoering van een programma voor werkgelegenheid af te dwingen, of een werkloosheidsuitkering op te eisen.
In Nederland is de Landelijke India Werkgroep een kampagne begonnen voor steun aan de Indiase organisaties die voor werkgarantie pleiten. In een reaktie op Bukmans beleidsplan voor de hulp aan India gedurende de komende vier jaar, vraagt de werkgroep aan de Tweede Kamer geld vrij te maken voor een werkgelegenheidsprogramma op het platteland, 'in het bijzonder als het element werkgarantie daarin wordt opgenomen'.
Volledig in overeenstemming met de nationalistische tradities in India, bleken tijdens een voorbereidende studie echter niet alle Indiërs die zich voor werkgarantie inzetten, behoefte te hebben aan een program voor werkgelegenheid hulp te koppelen. Voor Ashote Jaitly van de semi-overheidsorganisatie Capart is buitenlandse hulp in deze onnodig en ongewenst. Onnodig omdat India de kosten van een werkgelegenheidsprogramma zelf wel kan dragen, ongewenst omdat het een doelstelling van de Indiase regering is buitenlandse donoren zich niet te laten mengen in programma's van armoedebestrijding. N.K. Perumal van de organisatie Jacva uit de deelstaat Tamil Nadu zei te vrezen dat de Indiase regering nadrukkelijke steun uit het buitenland voor werkgarantie zal gebruiken om de kampagne in een zwart daglicht te zetten.
Het YIP en andere organisaties tillen niet al te zwaar aan deze bezwaren. Een solidariteitskampagne om hulp aan werkgelegenheid te koppen, zou juist een stimulans betekenen voor de eis van werkgarantie. De steun in India voor de werkgarantie is groot genoeg om haar eigen Indiase karakter te kunnen behouden.




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 22 augustus 2003