terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: onzeWereld, november 1990      

Telecommunicatie:
bijblijven kost miljarden

door:
Walter van Hulst

Het wordt steeds duidelijker, dat telecommunicatie een onmisbare schakel is in het ontwikkelingsproces. Maar bij iedere stap naar nog hoogwaardiger technologie vergroot het Westen de kloof met de derde wereld, die naarstig probeert de miljarden verslindende race bij te houden. Aldus prof. dr. Cees Hamelink in zijn voorwoord bij het boekje 'Verbinding met de toekomst', dat onlangs uitkwam als coproduktie van de Landelijke India Werkgroep (LIW) en de Stichting Onderzoek Bedrijfstak Elektrotechniek (Sobe). Samen met een congres op 19 oktober in Delft vormt het de afsluiting van een onderzoek van twee jaar, dat hoofdzakelijk door de EG gefinancierd is.

De Amerikaan Samuel Morse vond in 1838 een apparaat uit om berichten van de ene plaats in de wereld naar de andere te seinen. Sindsdien groeide telecommunicatie langzaam maar zeker uit tot het centrale zenuwstelsel van de wereld. Telefoon, telex, telefax, teletekst, satelieten, electronic mail, viditel, videotelefonie: de tentakels van het stelsel verbinden alle uithoeken van de wereld, die langzaam maar zeker een global village wordt.
Alle uithoeken? Nee, slechts weinigen profiteren van de steeds snellere verbindingen. Tien industrielanden slokken driekwart van de 750 miljoen telefoons op, bijna de helft van de mensen daar heeft zo'n apparaat. Voor de meerderheid van de wereldbevolking is de telefoon een luxe-artikel voor de rijken. Afrika moet het doen met één toestel per honderd inwoners. Het grootste deel van die aansluitingen ligt bovendien in de steden; het platteland blijft in veel gevallen verstoken van verbindingen. De relatie tussen het Bruto Nationaal Produkt (BNP) per hoofd en de telefoondichtheid geeft een keurig rechtlijnig verband te zien. Telecommunicatie dijt uit, als het inkomen stijgt. Of stijgt het inkomen, als telecommunicatie uitdijt?
Europa gaat de komende jaren overschakelen op een geïntegreerd digitaal netwerk voor telecommunicatie, het zogeheten ISDN. In Rotterdam en Amsterdam Zuid-Oost lopen al experimenten. Liefst vijftig miljard gulden gaat daaraan gespendeerd worden, zonder enige vorm van openbare discussie, noch in de media, noch in de diverse parlementen. Hamelink: 'De drijvende kracht achter het ISDN-project is het technology opportunity syndrome. De belangrijkste zorg lijkt niet het risico van negatieve maatschappelijke gevolgen, maar de kosten die het gevolg kunnen zijn van het niet-hebben van ISDN.'

Dilemma's
Opnieuw zien ontwikkelingslanden zich voor een dilemma geplaatst. Afhaken en daarmee de kansen voor economische ontwikkeling verkleinen, of enorme sommen investeren. Een tweede dilemma: uitbreiden van het net in de steden, wat zich wellicht sneller terugbetaalt, of investeren in het platteland. En alsof die keuzes nog niet moeilijk genoeg zijn: een derde dilemma zit in het langzaam zelf een industrie opbouwen in de telecommunicatie - waarbij dan ook nog eens een rol speelt of de overheid die moet ontwikkelen of de private sector - of snel het allernieuwste importeren.
In het beleid van de Wereldbank duikt aandacht voor telecommunicatie pas de laatste jaren op. Tot op heden werden slechts enkele procenten. van de omzet in die sector besteed. Ook in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid vinden we telecommunicatie niet expliciet terug, ook niet in de nieuwe nota van minister Jan Pronk. Wel deed Nederland vanuit Ontwikkelingssamenwerking een enkele keer mee, zoals bij een twee miljard kostend project in Indonesië. APT Hilversum, de gezamenlijke dochter van Philips en de Amerikaanse gigant AT&T, zou voor een glasvezelkabel van 750 kilometer en honderdduizend telefoon-aansluitingen gaan zorgen op Java. Een klus die ter plaatse honderdduizend mensjaren werk op zou leveren. Het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking verstrekte een zachte lening van honderd miljoen gulden. Pure exportbevordering, concludeerde de Rekenkamer later. De lening werd op veel te zachte voorwaarden verstrekt, een deel ervan zelfs als voorschot terwijl de onderhandelingen nog liepen. Bovendien leverde het project Indonesië wel de glasvezelkabel op plus verbeteringen in de centrales, maar geen honderdduizend aansluitingen en welgeteld 467 manjaren werk.
Dat vooral westerse bedrijven azen op dergelijke lucratieve contracten blijkt ook uit een reader van de branche-organisatie Nedek (Nederlandse Groep Elektrische Draad en Kabel). 'Telecommunicatie en plattelandsontwikkeling' heet dit werkstuk, waarmee de Nedek beoogt 'een inbreng te leveren in de beleidsvorming ten aanzien van de ontwikkeling van plattelandsgebieden in de derde wereld.'



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 29 juni 2004