terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Reformatorisch Dagblad, 10-6-1991      

Landelijke India Werkgroep bepleit directe steun aan grootste groep armen

"Geef landarbeiders India werkgarantie"

door:
A. Jansen

UTRECHT - De Nederlandse regering moet bij de ontwikkelingshulp aan India (200 miljoen gulden per jaar) de landarbeiders tot belangrijkste doelgroep maken. Zij vormen immers driekwart van het totale aantal armen in India en zouden met werkgarantieprogramma's wezenlijk vooruit worden geholpen.

Het best kan dat door de Indiase schuld aan Den Haag (maar liefst 100 miljoen gulden per jaar) kwijt te schelden, op voorwaarde dat met het geld de landarbeiders vast werk wordt geboden.
Met deze aanbeveling verwoordde de Landelijke India Werkgroep (LIW) afgelopen zaterdag haar campagne, waarmee zij momenteel de ruim 200 miljoen landarbeiders in India onder de aandacht van de Nederlandse bevolking wil brengen.
LIW-medewerker Gerard Oonk wees er zaterdag op dat drie vierde van de landarbeiders onder de armoedegrens leeft: het loon dat ze voor hun werk ontvangen (5 tot 10 roepies) ligt zeker 10 keer zo laag als dat van een eenvoudige industrie-arbeider.

Vicieuze cirkel
Daarbij komt dat hun bazen - veelal grootgrondbezitters - slechts een deel van het jaar werk beschikbaar hebben: vanwege het seizoensgevoelige karakter van het landwerk hebben de arbeiders slechts 3 tot 5 maanden van het jaar werk tegen een vast loon. De rest van het jaar moeten ze zien rond te komen van inkomsten uit allerlei andere karweitjes en baantjes. In de hete en droge periode van het jaar (van april tot juli) waarin het werk op het land stil ligt, zien veel arbeiders zich gedwongen geld te lenen van hun bazen om voedsel te kunnen kopen.
Maar de rente die later mèt de lening moet worden terugbetaald, brengt de arbeiders nog meer in een vicieuze cirkel van armoede en ontbering. Veel arbeiders trekken dan ook in die tijd naar de stad in de hoop daar voldoende te verdienen om de schulden af te betalen.
Het valt te verwachten dat vooral in droge en schrale gebieden de positie van de landarbeiders slecht is. Het tegendeel is ook het geval: in regio's waar de Groene Revolutie met succes is doorgevoerd (technologische vernieuwingen in de landbouw, waaronder beter zaaigoed en betere bestrijdingsmiddelen) worden vaak ook de landarbeiders de dupe, juist van dat succes. Immers, naarmate de boeren er rijker worden, verschijnen er steeds meer tractoren op het land, die de inzet van landarbeiders overbodig maken.

Maharashtra
Feit blijft dat in de droge, weinig ontwikkelde gebieden van India de positie van de landarbeiders het meest kwetsbaar is. Het is niet toevallig dat juist daar de eerste werkgarantieprogramma's door de regering zijn opgezet. De deelstaat Maharashtra (in het centraal-westelijke deel van India) werd in het begin van de jaren zeventig drie jaar lang door extreme droogte geteisterd. Massale demonstraties door in het nauw gebrachte landwerkers overtuigden de deelstaatregering ervan dat maatregelen nodig waren.
Een werkgelegenheidsproject werd opgezet, waarbij de overheid zich verplichtte de arbeiders binnen vijftien dagen na aanmelding werk te bieden tegen minimumloon. Verder werden de werkprojecten zo dicht mogelijk bij de dorpen opgezet, zodat ook de vrouwen konden deelnemen. Maharashtra besteedt momenteel zo'n 300 miljoen gulden per jaar aan deze werkgarantieprojecten en helpt er per jaar zeker 1 miljoen arbeiders mee aan (vast) werk.
De aard van de werkzaamheden is daarbij meer en meer verschoven in de richting van milieubeschermende activiteiten, zoals herbebossing en bodembescherming.

Prikkel
Een belangrijk effect van het werkgarantieproject is volgens de LIW dat het een sterke prikkel is voor de arbeiders om zich te organiseren.
Permanent werk biedt daarvoor nu eenmaal een betere basis dan een tijdelijk baantje van drie maanden. Landarbeidersorganisaties in Maharashtra zien nu toe dat de projecten effectief worden uitgevoerd, want ook hier sluipt het gevaar van wanbeleid, bureaucratische corruptie en belangen-ombuigingen door grootgrondbezitters.
Intussen zijn ook elders in India werkgarantieprojecten ingevoerd, onder meer in Tamil Nadu en Andhra Pradesh, maar merkwaardig genoeg niet in het linkse West-Bengalen. Maar het moet "meer en beter", vindt de LIW. Daartoe zou het project op landelijk niveau door de regering moeten worden gestimuleerd, zodat de positie van alle 200 miljoen landwerkers wezenlijk wordt verbeterd.
Voor minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking is hier een belangrijke taak weggelegd, vindt de LIW. Pronk zou de hulpverlening aan India speciaal op deze groep moeten richten, door in ruil voor het kwijtschelden van schulden te eisen dat de Indiase overheid het vrijkomende geld gebruikt om werkgarantieprojecten op te zetten. Daarmee wordt dan direct een einde gemaakt aan de in LIW-ogen absurde toestand dat van de 200 miljoen gulden ontwikkelingsgeld die per jaar vanuit Den Haag naar India vloeit, jaarlijks de helft terugkeert als terugbetaling van schulden.

"Minder maar beter"
De LIW sluit met haar actie aardig aan bij wat Pronk - min of meer noodgedwongen - toch al van plan is, zo bleek zaterdag. Tijdens een paneldiscussie zette R.H. Buikema, hoofd bureau Zuid-Azië van Pronks ministerie, uiteen wat zijn baas de komende jaren van plan is met de hulp aan India.
"Minder maar beter", luidt het motto, aldus Buikema. De leningen aan India zullen worden teruggebracht en vervangen door schenkingen, waarbij het totaalbedrag aan hulpverlening zal teruglopen van 200 miljoen naar 160 miljoen gulden in '93. Maar daarover niet getreurd, hield Buikema zijn gehoor voor, want juist dank zij die wijziging kan Pronk het beschikbare geld extra effectief gaan besteden.
Wie geld uitleent, ziet erop toe dat hij het ook een keer (met rente) terugkrijgt. Hij zal het dus voor die sectoren bestemmen die de economische rentabiliteit van het Derde-Wereldland het meest versterken. Directe armoedebestrijding (waaronder werkgarantieprojecten) horen duidelijk niet tot die sectoren. Nu die leningen worden omgezet in schenkingen, heeft Pronk meer de handen vrij om zich op die andere sectoren te richten.
Niet de landelijke Indiase economie, maar de arme Indiër zèlf komt dan meer centraal te staan. En met die argumentatie rond Pronks beleidsombuiging (en budgetverlaging!) toonde de aanwezigen op de LIW-India-dag zich uiterst tevreden.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 29 juni 1991