terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 18-6-1991      

Coalitie enige hoop voor India

Geen enkele partij kan in z'n eentje tegenstellingen aan

door:
Gerard Oonk

"Het is typerend voor de crisis van ons politieke systeem dat geen enkele politieke partij in staat is geweest om de problemen aan te pakken van armoede, werkloosheid, stijgende prijzen, religieus fundamentalisme en de massale gedwongen verhuizing van arme groepen door onevenwichtige ontwikkelingsactiviteiten."

Dat stelde een twintigtal bekende Indiase organisaties en bewegingen van vrouwen, landarbeiders, krottenwijkbewoners, vissers, tribalen (de oorspronkelijke inwoners van India) en slachtoffers van milieuvernietiging in een manifest dat zij vlak voor de verkiezingen uitbrachten.
Deze 'stemmen van het arme deel van India' hebben er nauwelijks vertrouwen in dat de Congrespartij de grote problemen van India zal aanpakken. Het Nationaal Front onder leiding van V.P. Singh krijgt nog enig krediet voor het verdedigen van de seculiere samenleving en het ter discussie stellen van de kastedominantie, maar ook deze bundeling van partijen wordt ongevoeligheid voor de meeste verlangens van de sociale bewegingen verweten toen ze aan de macht waren.

Pronk
Kort na de dood van Rajiv Gandhi werd door velen, onder wie minister Pronk in een kranteartikel, beweerd dat de Congrespartij de enige kracht was die India bijeen zou kunnen houden. De organisaties die zich inzetten voor de armen, ondersteunen die visie absoluut niet. Ook de gerenommeerde Indiase politicoloog Rajni Kothari constateert dat juist onder het bewind van de Congrespartij 'twee India's' scherper tegenover elkaar zijn komen te staan: "het moderne India dat toegang heeft tot nieuwe hulpbronnen, informatie en technologie en het India dat sterk achterblijft en de last torst van uitbuiting, achterstelling en onderdrukking die met dit groeiproces gepaard gaat." India heeft een groeiende middenklasse en elite van ruim 100 miljoen mensen in de overheidssector, de industrie en de dienstensector, die geprofiteerd hebben van Rajiv Gandhi's streven om India zo snel mogelijk de 21ste eeuw binnen te loodsen. Daarentegen wordt het India van de 300 miljoen landarbeiders, marginale boeren en stedelijke armen, waaronder een ruime meerderheid vrouwen, met een inkomen per huishouden van minder van 60 gulden per maand, steeds meer het slachtoffer van de vooruitgang van de rijkeren.
De natuurlijke hulpbronnen op het platteland (bos, water, gezamenlijke dorpsgronden e.d.) worden uitgeput, vernietigd of onteigend om tegemoet te komen aan de koopkrachtige vraag van de stedelijke en plattelandselite. De bouw van talloze grote stuwdammen heeft miljoenen mensen van hun woonplaats en bestaansmiddelen beroofd.
De positie van vrouwen is, ondanks een groeiende vrouwenbeweging, de laatste tien jaar verslechterd. Volgens de volkstelling van dit jaar zijn er nu 929 vrouwen op 1000 mannen tegen 934 in 1981. Deze ongebruikelijke seks-ratio - in de meeste landen zijn er meer vrouwen dan mannen - is het gevolg van een sterke discriminatie van meisjes en vrouwen. Het aantal prenatale sekse-testen met het doel om een meisjesfoetus te aborteren neemt toe. Vrouwen en meisjes hebben minder toegang tot voedsel en gezondheidszorg dan mannen en jongens, terwijl hun dagtaak niet zelden zwaarder is.

Coalitie
Noch de Congrespartij, noch enige andere partij heeft momenteel het maatschappelijke draagvlak en de interne cohesie om als bindende kracht voor heel India te functioneren. India lijkt gebaat bij coalities, waarbij de machtsbelangen van een partij door een andere partij gecorrigeerd worden. Een coalitie op nationaal niveau zou ook meer recht kunnen doen aan de verscheidenheid van India en de noodzaak om regionale, religieuze en kastentegenstellingen te overbruggen.

Minister Pronk noemde in zijn reactie op Gandhi's dood, naast de sociaal-economische tegenstelling, als tweede tegenstelling die tussen fundamentalisten en hen die deel hebben aan de moderne ontwikkeling. Wellicht was deze typering enige jaren geleden nog juist geweest. De recente sterke groei van de hindoe-nationalistische partij BJP toont echter de aantrekkingskracht van deze partij op de 'nieuwe middenklasse', op het platteland en vooral in de stad. Een toenemend aantal hoger opgeleiden, zakenlieden, acteurs en professionals, de zogenaamde 'scuppies' (saffron-clad yuppies - in saffraan geklede yuppies), sluiten zich nu bij de partij aan. Daardoor heeft de partij een meer respectabel imago gekregen.

'Niet meer sorry'
Het hindoe-fundamentalisme lijkt de nieuwe identiteit van een groot deel van het economisch opwaarts mobiele deel van de Indiase bevolking te worden. Zij zijn moe van de aandacht voor armen en minderheden. Het nieuwe hindoe-nationalisme biedt hun daarvoor de passende ideologie. Of zoals een slogan van de BJP luidt: "Hindoe zijn betekent dat je niet meer sorry hoeft te zeggen".
Een deel van het achtergestelde India wordt door de hindoe-ideologie meegezogen, omdat men teleurgesteld is in het opportunisme en de ineffectiviteit van andere partijen en omdat de goed georganiseerde BJP hen aanspreekt op hun religie en op degenen die dat zouden bedreigen: de moslims.
Het Nationaal Front van V.P. Singh heeft zich tot nu toe tenminste verbaal het meest om de armen en de seculiere samenleving bekommerd. Het Front, inclusief de Janata Dal partij als grootste partij daarbinnen, is onderling echter sterk verdeeld. V.P. Singh is de lijm die de deelnemende partijen nog bij elkaar houdt. Tijdens zijn korte regeerperiode had het Nationaal Front een aantal goede plannen, met name op het gebied van werkgelegenheidsbevordering en werkgarantie voor de armen op het platteland. Het Nationaal Front heeft echter een aanzienlijk deel van zijn potentiële aanhang van zich vervreemd door zich vooral vast te bijten in het reserveren van overheidsbanen voor lagere kasten. De Janata Dal partij heeft haar machtsbasis voor een belangrijk deel onder middelgrote boeren uit de lagere kasten in het noorden van India. Vooral zij, en dus niet de kastelozen voor wie al een systeem van banenreservering bestaat, zouden in sterke mate profiteren van de uitbreiding van de banenquota bij de overheid voor bepaalde kasten.
Over een zekere mate van positieve discriminatie van kastelozen en lagere kasten voor overheidsbanen en in het onderwijs bestaat in feite een behoorlijke mate van consensus tussen de politieke partijen. De gretige exploitatie van de banenreservering door de Janata Dal en de slecht voorbereide inhoud en presentatie van de plannen, heeft de realisering van plannen die de kastelozen en laagste inkomensgroepen echt ten goede komen, naar de achtergrond gedrongen.

Uitdaging
De grootste uitdaging aan het Indiase systeem is om arm en rijk, hogere en lagere kasten en hindoes en moslims nader tot elkaar te brengen. Deze tegenstellingen kunnen niet zonder maatschappelijke weerstanden en conflicten verminderd worden. Talrijke sociale bewegingen en niet-gouvernementele organisaties in India proberen de daartoe noodzakelijke veranderingen op een vreedzame manier te bewerkstelligen. Zij vragen van de politiek om via effectieve hervormingen een bestaansbasis en een perspectief te geven aan 'de onderste helft' van India.
De hindoe-nationalistische BJP is de grootste bedreiging voor de maatschappelijke emancipatie van kastelozen, armen en vrouwen. Wellicht brengt de sterke groei van die partij de seculiere partijen tot het inzicht dat zij samen moeten werken om de belangrijkste oorzaak van het hindoe-fundamentalisme aan te pakken: hun eigen falen in het verminderen van de kloof tussen arm en rijk in India.

Alleen een drastische verandering van de huidige manier van kortzichtig politiek bedrijven kan voorkomen dat de bestaande tegenstellingen uitlopen op steeds meer geweld en op den duur zelfs het teloorgaan van de Indiase democratie.

De auteur is medewerker van de Landelijke India Werkgroep


LIW in de pers Maatschappelijk verantwoord ondernemen HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 29 juni 2004