terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Natuur en Milieu, oktober 1991      

Milieu in India onder druk door schulden

door:
Joyce Kortlandt
en Eco Matser

Geheel onverwacht kan India rente en aflossing van schulden niet meer op tijd betalen. Voor veel Indiërs is dat bijzonder schokkend. Voor het milieu zijn de schulden en de daaraan gekoppelde voorwaarden van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank een ramp. Joyce Kortlandt en Eco Matser reisden naar India en vernamen daar dat de Indiase milieubeweging het ergste voor de toekomst vreest.

'Een jaar geleden zou ik om zo'n probleem gelachen hebben', zegt Anil Agarwal van de milieu-organisatie Centre for Science and Environment in New Delhi. 'Buitenlandse schulden zijn hier nooit een issue geweest. Wij waren er altijd trots op dat we nooit voor meer dan tien procent afhankelijk waren van buitenlandse leningen en nu zitten we opeens met het probleem dat we niet genoeg buitenlandse valuta hebben om aan onze schuldverplichtingen te voldoen.'
India heeft op het moment grote problemen om op tijd rente en aflossing van buitenlandse leningen te betalen. De hoge staatsschuld is voor veel mensen snel en onverwacht gekomen, ook voor de Indiase milieu-organisaties. Deze zomer zond het land scheepsladingen met goud naar Engeland om aan de buitenlandse schuldverplichtingen te kunnen voldoen. Schokkend zijn de cijfers die de Wereldbank heeft geproduceerd. De bank schat dat India na Brazilië en Mexico momenteel derde op de ranglijst staat van schuldenlanden in de Derde Wereld en dat de totale schuld vergelijkbaar is met die van alle landen in Oost-Europa te samen.

Vertrouwen
Om uit de crisis te komen en het buitenlandse vertrouwen in de Indiase economie te herstellen, is volgens de regerende Congrespartij een nieuwe en grote lening van het IMF nodig. De voorwaarden die het IMF bij het verstrekken van zo'n lening stelt, komen bijna altijd op hetzelfde neer: devaluatie van de binnenlandse munteenheid, liberalisering van de handel en het terugdringen van uitgaven van de overheid. Het begrotingstekort zal onder meer worden teruggedrongen door het afschaffen van exportsubsidies en ook door het afschaffen van subsidies op suiker, het bevriezen van voedselsubsidies en het verminderen van de subsidies op kunstmest. Met de devaluatie maakte India in juli 1991 een drastisch begin door de rupee twintig procent in waarde te verminderen.
Agarwal, die zelf afkomstig is uit de Chipko-beweging, een beweging die zich geweldloos verzet tegen ontbossing en andere aantastingen van de natuur, is van mening dat de voorwaarden van het IMF tot gevolg hebben dat de milieu-aantasting erger wordt. 'Als je veel schulden moet betalen en onder druk staat om de export te verhogen, ga je intensief gebruik maken van je natuurlijke hulpbronnen', verklaart hij. 'Eerst zullen we proberen onze agrarische exporten, zoals bijvoorbeeld thee en katoen, te verhogen.' Thee maakt drie procent uit van de totale export en kleding (katoen) tien procent. Juist de teelt van deze gewassen zal volgens Agarwal toenemen omdat ze lokaal worden geproduceerd. India hoeft dan niet eerst iets te importeren om later te kunnen exporteren. Dat geldt bijvoorbeeld wel voor diamanten, een ander belangrijk exportprodukt. Deze worden
MAAK WERK VAN HET MILIEU

Om te kunnen overleven zijn landarbeiders voor een deel aangewezen op wat de natuurlijke omgeving hun biedt, zoals brandhout, bouwmaterialen, voedsel en veevoer. Ontbossing en het verdwijnen van gemeenschappelijke bos- en weidegronden beroven hen steeds meer van dit 'inkomen in natura'.

Het Werkgarantie Programma wil de armoede van de landarbeiders op grote schaal bestrijden door het garanderen van arbeid in openbare werken. In het Werkgarantie Programma wordt steeds meer gewerkt aan milieuverbetering, zoals erosiebestrijding en herbebossing. De Landelijke India Werkgroep steunt deze beweging via de campagne Werk tegen Armoede. De werkgroep pleit ervoor een belangrijk deel van de Nederlandse en Europese hulp te besteden aan werkgarantieprogramma's die bijdragen aan milieuherstel.

De brochure "Maak Werk van het Milieu" geeft meer informatie over armoedebestrijding en milieuverbetering op het Indiase platteland. De brochure is te bestellen bij de Landelijke India Werkgroep.

in ruwe vorm geïmporteerd en in India voor de export geslepen. Met een toename van de teelt en export van katoen en thee nemen echter ook de bijbehorende milieuproblemen toe. Bij de katoenteelt worden enorm veel pesticiden gebruikt en bij thee worden steeds meer marginale gronden in gebruik genomen. 'Maar wat kun je anders verwachten?', zegt Agarwal. 'De devaluatie van de rupee geeft een enorme push aan de export. Als India de thee op de wereldmarkt tegen een lagere prijs aanbiedt dan de andere landen die thee produceren, dan stijgt de vraag. Het gevolg is dat er meer land voor thee in gebruik wordt genomen. Dat land moet ergens vandaan komen. Maar thee wordt gewoonlijk in heuvelachtige gebieden verbouwd, waar eigenlijk bos zou moeten staan.'

Kruiden
De landbouw kan volgens Agarwal sneller op de economische veranderingen reageren dan de industrie, zodat in eerste instantie de export van landbouwproqukten toeneemt. Daarna zullen ook andere exportsectoren groeien, zoals de mijnbouw en de textielindustrie.
Uitbreiding van de mijnbouw (mangaan, ijzererts) brengt een enorme waterverontreiniging en luchtvervuiling met zich mee. Daarnaast is er sprake van een aanzienlijk verlies aan bos. Dit treft met name India's inheemse volkeren. Dat komt doordat de belangrijkste minerale reserves van India zich precies in de streken bevinden waar deze oorspronkelijke stambewoners van India leven. Deze groepen zijn in hun bestaan sterk aangewezen op produkten uit het bos. Zij gebruiken de bossen om er brandhout, veevoer en kruiden uit te halen. Met het gekapte bos verdwijnt dus een belangrijk deel van de grond van hun bestaan.
Xavier Dias van Delhi Forum, een landelijke organisatie die lokale milieu- en andere maatschappelijke groepen met raad en daad ondersteunt, constateert dat er ook andere verschuivingen in de produktie zullen plaatsvinden. De verwerking van bepaalde grondstoffen zal zich steeds meer naar India verplaatsen. Het gaat daarbij maar al te vaak om zeer milieubelastende processen die het Westen liever kwijt wil. Zo zal India in plaats van ijzererts, ijzer naar Japan exporteren. Xaviel Dias: 'Wij nemen de vervuiling op ons, Japan doet de uiteindelijke verwerking en wij mogen later het gespecialiseerde staal dat in Japan is gemaakt, weer voor grof geld importeren.'
Delhi Forum verwacht dat India steeds meer produkten voor Bangladesh, Sri Lanka en Afrikaanse landen zal gaan produceren. 'Door het opengaan van Oost-Europa schiet de produktiecapaciteit van het Westen te kort om ook nog de Derde Wereld van produkten te voorzien', zegt Xavier Dias. 'Wij zullen onze textiel maar ook steeds meer Palmolive zeep en Colgate tandpasta naar Derde Wereld-landen exporteren.'

Flat screen
India kent een hoog ontwikkelde industri*euml;le sector en heeft door zijn enorme bevolking van achthonderddertig miljoen mensep een gigantische binnenlandse markt. 'In negentig procent van haar dagelijkse behoeften voorziet India zelf', vertelt Smithu Kothari van Lokayan. Lokayan is net als Delhi Forum een landelijk platform van lokale en regionale milieugroepen. 'Met buitenlandse investeerders is India tot nog toe bijzonder terughoudend geweest', vervolgt Kothari. Dit in tegenstelling tot veel van de buurlanden zoals Sri Lanka, Bangladesh of Pakistan.
Dit jaar is het beleid, als voorbereiding op een lening van het IMF, drastisch gewijzigd. Importen zijn sterk geliberaliseerd en voor buitenlandse bedrijven wordt het veel gemakkelijker om in India te investeren. Veel milieu-organisaties, waaronder ook Lokayan, plaatsen daar grote vraagtekens bij. Welke prioriteiten gaan bij een toenemende produktie en consumptie gelden?
Smithu Kothari vindt dat er goed afgewogen moet worden welke produkten en welke technologie worden geïmporteerd. Dat modernisering nodig is, staat voor hem niet ter discussie. 'Maar India moet niet voor produkten kiezen waar uiteindelijk maar één procent van de bevolking baat bij heeft. Het spoorwegennet en de telecommunicatie moeten efficiënt zijn. Maar heeft India nou ook flat screen televisies nodig terwijl we al goede kleurentelevisies hebben?' Kothari voorziet dat met de liberalisering van de Indiase economie dergelijke keuzes niet meer ter discussie staan.

Gekruid of gezoet
Delhi Forum deelt deze angst en vreest dat met de liberalisering het westerse produktie- en consumptiepatroon nog meer zijn intrede zal doen. Het meest schandalige voorbeeld is volgens Delhi Forum wel de gepofte rijst die vroeger in de Indiase dorpen werd gemaakt in de huisindustrie. 'Inmiddels is de produktie overgenomen door Kellogg', vertelt Xavier Dias. 'Het resultaat is dat je straks rice crispies krijgt in vijf of zes verschillende pakjes: een rood, een groen, een gekruid, een ander gezoet. De technologie die voor het maken van de pakjes nodig is wordt geïmporteerd. Daarmee wordt echter ook een afvalprobleem naar India gebracht want de pakjes gooi je na gebruik weg. En dan te bedenken dat we helemaal geen vijf soorten rice crispies nodig hebben!'
Veel ontwikkelingen die het Centre for Science and Environment, Lokayan en Delhi Forum schetsen, zijn processen die nu ook al in meer of mindere mate plaatsvinden. Door de economische veranderingen die vooruitlopend op de lening van het IMF worden doorgevoerd, worden deze ontwikkelingen echter aanzienlijk versterkt. De economische veranderingen zelf worden alom bestempeld als een omwenteling in de Indiase economie. Binnenlandse critici verwijten de Indiase regering slaafs de recepten van het IMF op te volgen en vinden dat het IMF de soevereiniteit van hun land aantast. De regering doet er alles aan dat beeld weg te nemen en laat geen gelegenheid onbenut om de gemaakte keuzes als haar eigen beleid te presenteren. Feit is echter dat die keuzes precies overeenkomen met de wensen van het IMF: de devaluatie, de liberalisering en het verminderen van de subsidies. Dat veel van deze maatregelen ingrijpende gevolgen hebben voor het milieu, daar zijn de verschillende milieu-organisaties het over eens.

Dollarcent
De kritiek van de milieu-organisaties is niet nieuw. Tegen het beleid van IMF en Wereldbank is de laatste jaren door milieugroepen uit verschillende landen veel bezwaar gemaakt. Met name de Wereldbank kreeg het zwaar te verduren met kritiek op haar projecten in de Derde Wereld en de sociale en ecologische gevolgen van haar structurele aanpassingsprogramma's. De bank zegt zich de kritiek aan te trekken en roept nu steeds vaker dat natuur en milieu erg belangrijk zijn. Agarwal, Kothari en Dias zien echter geen aanwijzingen dat de bank zinvolle veranderingen doorvoert. De uitvoering van vernietigende milieuprojecten gaat gewoon door. Agarwal: 'De miljoenen dollars die de Wereldbank aan het milieu besteedt, versterken alleen de milieubureaucratie in dit land. En waarom zouden wij buitenlands geld nodig hebben voor bosbouwprojecten? Klinkklare onzin! Elke Indiase vrouw uit de bossen weet hoe ze een boom moet planten. Daar heb je geen dollarcent voor nodig!'
Van de Wereldbank verwacht Agarwal dus geen oplossingen. Maar wat als de macht van Wereldbank en IMF echt ten goede gekeerd zou worden? Wat als de voorwaarden die het IMF aan de schuldenlanden stelt, de regeringen van deze landen zouden dwingen om een goed milieubeleid te voeren? Zouden voorwaarden van buiten juist niet de strijd van sociale en milieu-organisaties in India kunnen versterken?
'Onmogelijk!', meent Agarwal. 'Het is een illusie te denken dat de Wereldbank en het IMF onze partners zouden kunnen worden. Als het IMF zegt dat het milieu belangrijk is, krijgen alleen de boswachters meer macht, meer jeeps, meer geld, meer bewakers en meer uniformen. Dat is alles. Want het IMF heeft er geen belang bij onze wensen in te willigen. De strijd voor een goed milieu in India is onze strijd, die zullen wij hier moeten uitvechten en dat kan niet opgelost worden door groepen van buiten of door het IMF.'

Bureaucratie
Het cruciale punt is volgens Agarwal dat degenen die de beslissingen nemen over het beheer van het milieu, niet degenen zijn die de consequenties daarvan ondervinden. 'Zolang de controle over het land, het bos of de plaats van een fabriek in handen blijft van een gecentraliseerde bureaucratie verandert er niets. Bureaucraten in Delhi hebben geen belang bij een goed beheer van natuurlijke hulpbronnen omdat ze er zelf niet van afhankelijk zijn. Lokale gemeenschappen zouden meer zeggenschap over hun eigen hulpbronnen moeten krijgen. Als een industrieel een papierfabriek wil bouwen, moet de gemeenschap afwegen of ze meer banen en meer rijkdom wil, of ze het bos wil behouden als bron van veevoer, brandhout en kruiden, of dat ze beiden wil combineren.
Omdat de lokale bevolking de gevolgen, van het besluit aan den lijve zal ervaren, zal ze een afgewogen beslissing nemen. Maar zolang de beslissing ver weg wordt genomen, zal die afweging geen rol spelen. Het pleidooi van de industriëlen zal het dan altijd winnen van de protesten van milieugroeperingen.'
'Debt for nature swaps' zijn volgens Agarwal niet de oplossing van het milieuprobleem. Bij deze vorm van schuldconversie worden schulden geruild voor natuur. Organisaties in het Westen nemen een deel van de schulden van een ontwikkelingsland over in ruil voor lokale valuta. Hiermee proberen zij milieubeschermende maatregelen in het betreffende schuldenland van de grond te krijgen. Volgens Agarwal betekent dit dat landen in het Westen het landgebruik in de Derde Wereld gaan bepalen, waarmee de zeggenschap nog steeds op de verkeerde plek zit. 'Swaps' voor milieu-educatie vindt hij al een stuk beter. 'Maar het werkt alleen als het om kleinschalige projecten gaat waarvan Indiërs zelf de inhoud bepalen.'
Schuldverlichting heeft volgens Agarwal wel positieve gevolgen voor natuur en milieu. Door schuldverlichting neemt alleen al de druk om te exporteren af. 'Schuldverlichting is in veel landen een randvoorwaarde, maar het is geen garantie voor een verantwoord milieubeleid', vindt Agarwal. Er moet ook een goed democratisch en decentraal bestuur komen.'
Voor wat betreft de democratisering en decentralisatie van het milieubeheer verwijst hij naar het Westen, waar lokale overheden aanzienlijke zeggenschap hebben in het beheer van het milieu. 'Als rurale en urbane groepen in India zelf zeggenschap zouden krijgen over hun eigen milieu, zou het milieu een nieuwe kans krijgen, ondanks IMF en liberalisering. Als we de economie gaan liberaliseren - en misschien moet dat voor een deel ook wel - en we democratiseren niet tegelijkertijd het beheer over de natuurlijke hulpbronnen, dan wordt het een ramp. Dan zullen economische belangen op de korte termijn - en met name die van de elite - het blijven winnen van belangen op de lange termijn en de belangen van de armen en het milieu.'

Joyce Kortlandt is medewerkster van Honger Hoeft Niet.
Eco Matser is medewerker van Stichting Natuur en Milieu.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid en onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 30 juni 2004