terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: InZet, april 1992      

Campagne 'Werk Tegen Armoede' boekt resultaat

Nederland steunt werkgarantie Indiase landarbeiders

door:
Gerard Oonk

Werkgarantie of recht op werk voor landarbeid(st)ers. Klinkt dat niet als een oudbakken en onrealistisch socialistisch ideaal? De Wereldbank meent van niet, want zij pleit er juist voor om via werkgarantieprogramma's een 'sociaal vangnet' voor de armen te scheppen. Pronk onderzoekt hoe hij dergelijke programma's in India kan ondersteunen.

In India groeit het aantal particuliere organisaties en landarbeidersbonden dat campagne voert voor 'recht op werk'. De Indiase regering aarzelt, maar lijkt geneigd om nieuwe werkgarantieprogramma's te gaan opzetten of de deelstaten daarbij te steunen. Politieke en financiële steun van de westerse donorlanden voor dergelijke plannen vergroot de kans op uitvoering.
De schrijnende armoede vande 250 miljoen Indiase landarbeiders en hun kinderen zou hoog op de internationale politieke agenda moeten staan. Hun 'irritatiewaarde' voor het Westen is echter niet hoog genoeg - ze emigreren nog niet massaal naar Europa - en dus tonen de westerse landen nauwelijks belangstelling. De meeste westerse ontwikkelingshulp heeft tot nu toe eerder een beleid gesteund dat aan verdere verpaupering en marginalisering heeft bijgedragen. Landarbeiders worden vaker de dupe van grootschalige hulpprojecten dan dat zij er van profiteren. Hoewel Nederland en de EG relatief veel 'sociale projecten' financieren, profiteren landarbeiders tot nu toe niet of nauwelijks van hun hulp. Van bijvoorbeeld kunstmestleveranties en haven- en baggerwerken worden ze weinig wijzer.
De recent door IMF en Wereldbank doorgedrukte liberalisering van de Indiase economie zal - zeker op korte termijn - deze processen versterken, tenzij er maatregelen worden ondernomen om de massale armoede op het Indiase platteland op grote schaal aan te pakken.

Overleven
Een derde van de armen op de wereld woont in India. Drie van de vier Indiërs die onder het bestaansminimum leven zijn landarbeid(st)ers. De meeste landarbeiders zijn landloos, maar ook een toenemend aantal (zeer) kleine boeren betrekt het grootste deel van hun inkomen uit loonarbeid. De (lage) officiële minimumlonen worden door het grote arbeidsaanbod meestal ontdoken. Veel landarbeiders hebben niet meer dan drie tot zes maanden per jaar werk als 'los arbeider'. De rest van het jaar proberen ze te overleven met losse klussen. Als dat niet lukt, trekken ze naar de rijkere landbouwgebieden of naar de stad. De chronische armoede van landarbeiders gaat vaak gepaard met ernstige sociale discriminatie, omdat de meesten van hen kasteloos zijn.
Steeds meer landarbeiders organiseren zich tegen de verdruk- king in. In april 1990 richtten tientallen organisaties uit twaalf verschillende deelstaten in New Delhi het 'Strijdfront voor Recht op Werk' op. Zij willen een overheidsbeleid dat voor meer werkgelegenheid zorgt, door snelle uitvoering van landhervormingen, minder mechanisatie in de landbouw en meer steun aan de kleinschalige industrie. Als er geen werk is, moet de overheid tenminste aan de armsten - de landarbeiders - werk garanderen. Daarvoor is een bedrag van minstens tien miljard gulden per jaar (acht procent van het huidige overheidsbudget) nodig.

Maharashtra
De 'recht op werk'-beweging is mede geïnspireerd door het werkgarantieprogramma op het platteland van de deelstaat Maharashtra, dat al meer dan vijftien jaar bestaat. De overheid organiseert er openbare werken voor werklozen. Het verschil met andere programma's is, dat dit werk geen gunst maar een recht is. Tenminste, als mensen ongeschoold werk tegen het minimumloon willen verrichten. Het betreft werk dat bijdraagt aan produktieverhoging en milieuverbetering, zoals irrigatiewerken, bodembeheer, herbebossing en wegenaanleg. Werkgarantie geeft landarbeiders meer mogelijkheden om voor hun belangen op te komen en zich te organiseren in bonden. Het programma verschaft gemiddeld zes maanden werk per jaar aan een half miljoen tot een miljoen mensen. Twee derde van hen zijn vrouwen die elders vaak moeilijk werk kunnen vinden.
Het werkgarantieprogramma in Maharashtra heeft, evenals andere Indiase werkgelegenheidsprogramma's, zeker tekortkomingen. Bijvoorbeeld wat betreft de soms gebrekkige keuze van projecten en de overmatige bureaucratie. Toch is het volgens waarnemers het meest effectieve anti-armoedeprogramma van de overheid. Het programma kan als model dienen voor andere deelstaten dienen. Werkgarantie in heel India kan leiden tot een minimale sociale zekerheid en een sterkere maatschappelijke positie van de armen op het platteland.

Topprioriteit
De vorige Indiase regering onder leiding van V.P. Singh beloofde een nationaal werkgarantieprogramma te gaan uitvoeren. Het recht op werk werd zelfs de belangrijkste doelstelling van het sociaal-economisch beleid. Deze regering viel echter voordat zij haar plannen kon waarmaken.
De huidige regering van de Congrespartij geeft in het nieuwe vijfjarenplan, dat dit jaar van start gaat, topprioriteit aan het scheppen van nieuwe werkgelegenheid op het platteland. Het is echter nog niet duidelijk of zij de politieke keus van een nationaal werkgarantieprogramma aandurft, onder meer vanwege de kosten. In de deelstaat Tamil Nadu is onlangs wel een begin gemaakt met een nieuw werkgarantieprogramma.
Het probleem is dat India aan de rand staat van de 'schuldenval'. Het land heeft een snel oplopende buitenlandse schuld van 130 miljard gulden. Grotendeels schulden uit 'zachte' hulpleningen, maar de commerciële schuld tegen harde voorwaarden is de laatste jaren door de importliberalisering snel opgelopen. Aan Nederland heeft India een schuld van twee miljard gulden uit eerdere hulpleningen, met een jaarlijkse rente en aflossing van honderd miljoen gulden, ofwel zestig procent van de bilaterale hulp. Door de bezuinigingen en andere maatregelen die de Indiase nu doorvoert om de schulden te kunnen blijven afbetalen, dreigen bestaande sociale programma's en nieuwe werkgarantieprogramma's in het gedrang te komen.

Schenkingen
De 'recht op werk'-beweging zal druk blijven uitoefenen om werk voor landarbeiders in heel India te garanderen. Zo is op 25 maart 1992 een grote demonstratie van landarbeiders in New Delhi gehouden. De Landelijke India Werkgroep wil met haar campagne 'Werk Tegen Armoede' de 'recht op werk'-beweging in India steunen. Driekwart van de armen in India zijn landarbeiders. Het is daarom niet meer dan logisch om hen tot de belangrijkste doelgroep van de EG-hulp, de Nederlandse en andere bilaterale hulp aan India te maken.
Daartoe zouden donoren een aanzienlijk deel van hun hulp aan India moeten besteden aan werkgarantieprogramma's voor landarbeiders, in de vorm van ongebonden schenkingen. Nederland kan bijvoorbeeld experimentele werkgarantieprogramma's financieren waarin speciale aandacht is voor participatie van vrouwen en het werken aan milieuverbetering.
Ook zou de Indiase schuld die voortvloeit uit hulpleningen van Nederland (en andere landen), moeten worden 'omgezet' in steun aan werkgarantieprogramma's. Dit kan door vanaf nu geen rente meer te rekenen en tien jaar lang een tiende deel van die schuld voor dergelijke programma's te gebruiken.
Het eerste resultaat van de campagne 'Werk Tegen Armoede' is er. In het Beleidsplan India 1992-1995, dat Pronk onlangs naar de Tweede Kamer stuurde, schrijft hij: 'Een andere mogelijkheid tot begrotingssteun die op korte termijn nader zal worden onderzocht, doet zich voor via de Employment Guarantee Schemes.' Onlangs heeft een Indiaas-Nederlandse onderzoeksmissie de mogelijkheden voor hulp aan nieuwe werkgarantieprogramma's in twee deelstaten onderzocht.
Tijdens het jaarlijkse overleg tussen India en de hulpgevende landen in september 1991 - het Aid India Consortium - heeft minister Pronk de mogelijke (gezamenlijke) steun van westerse donoren aan werkgarantieprogramma's aan de orde gesteld. In een brief aan de Landelijke India Werkgroep schrijft Pronk, dat hij de resultaten van de onderzoeksmissie wil afwachten en vervolgens wil bezien of andere donoren, met name de EG en de Scandinavische landen, belangstelling hebben om werkgelegenheidsprogramma's te financieren.

Onder voorwaarden
Wat betreft de mogelijke schuldconversie voor werkgarantie stelt Pronk in zijn brief, dat dit in overleg met andere crediteuren bezien zou moeten worden. 'Tot op heden', schrijft Pronk, 'heeft de Indiase regering schuldverlichting niet ter discussie willen stellen, omdat zij bang is dat daardoor de toch al verslechterde toegang van India tot de kapitaalmarkt verder wordt bemoeilijkt.'
Pronks antwoord duidt er op dat schuldverlichting voor werkgarantie onder bepaalde voorwaarden - bijvoorbeeld in internationaal verband en zonder de koppeling met mogelijke wanbetaling van schulden - mogelijk zou zijn.
De Landelijke India Werkgroep zet haar campagne voort: in Nederland en op Europees niveau, met voorlichting en beleidsbeïnvloeding. Zij wordt daarbij gesteund door organisaties als de FNV, de CBTB, het NAJK en de Nederlandse Missieraad. De Voedingsbond FNV is zelf actief met de campagne aan de slag gegaan. Inmiddels heeft eveneens de Europese Federatie van Landarbeiders (twee miljoen leden) een brief naar de Europese Commissie en het Europees Parlement gestuurd waarin de campagne-eisen worden gesteund. Ook in Frankrijk en Duitsland hebben organisaties de campagne opgepikt. Europa mag een kwart miljard Indiase landarbeiders niet laten barsten.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 2 juli 2004