terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Agrarisch Dagblad, 6-5-1992      

Recht op werk voor Indiase landarbeiders

door:
Arnoud van de Ridder

UTRECHT - De armoede van de ruim 250 miljoen Indiase landarbeiders moet bestreden worden door ze recht te geven op werk, zo zegt Narinder Bedi, voorzitter van de organisatie Young India Project (YIP) uit de Indiase deelstaat Andhra Pradesh.

Er moeten werkgarantieprogramma's komen in combinatie met milieuverbeteringsprojecten als herbebossing of de aanleg van plattelandswegen en irrigatiewerken.
Het Young India Project (YIP) houdt zich bezig met de vorming en organisatie van landarbeiders op het Indiase platteland. Zij is er in geslaagd om werkgarantie voor de Indiase landarbeiders tot een belangrijk politiek thema te maken. Bedi pleit voor directe inkomenssteun aan de landarbeiders door een minimumloon in te stellen.

Aandacht
De Indiër Bedi bracht op uitnodiging van de Landelijke India Werkgroep (LIW) een bezoek aan Nederland en vraagt hier aandacht voor de vele landloze landarbeiders. Hun positie is nu actueel, want de Tweede Kamer behandelt binnenkort het Beleidsplan India 1992/1995, waarin keuzes voor de ontwikkeling van India gemaakt moeten worden.
De LIW wil dat de Nederlandse en Europese hulp zich vooral richt op de landarbeiders. Zij heeft daarover vergaande ideeën. "De schuld van India aan Nederland en andere westerse landen moet worden kwijtgescholden ten behoeve van steun aan werkgarantieprogramma's", schrijft LIW in een persbericht.
In India wonen en werken circa 850 miljoen mensen. Ruim 250 miljoen daarvan zijn landarbeiders die in twee groepen zijn te verdelen. De grootste groep (zestig procent) werkt op het platteland als dagloner en bezit daarnaast een stukje land, vaak niet groter dan een moestuin, voor de eigen voedselvoorziening. De resterende groep (veertig procent) is landloos en verdient van dag tot dag als dagloner iets bij in dienst van de rijkere boeren in de drogere gebieden in India.
Het werkgarantieprogramma richt zich op de landloze landarbeiders, omdat zij bij de toekomstige ontwikkeling vergeten dreigen te worden. Zij kunnen zich met hun werk net in leven houden. Van de decennia lange steun van de westerse wereld en hun ontwikkelingsprogramma's met kunstmest en moderne machines profiteerden alleen de rijkere Indiase boeren. De landarbeiders zijn de vergeten groep van India.

Andere benadering
In een poging hun situatie te verbeteren, is een andere financiële benadering noodzakelijk. Nu schenkt Nederland jaarlijks tweehonderd miljoen gulden aan ontwikkelingshulp. Daarvan komt via rente en aflossing (schulden) jaarlijks honderd miljoen gulden terug. India heeft een schuld aan Nederland van twee miljard gulden. Aan de rijke westerse wereld zelfs ruim 140 miljard gulden. Vanuit de Wereldbank, het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de EG, met Ontwikkelingsminister Jan Pronk voorop, circuleren steeds sterker wordende geluiden dat de centrale Indiase regering en/of de Indiase deelstaten directe financiele steun moeten krijgen. Het geld moet worden geschonken aan werkgarantieprogramma's in combinatie met milieuverbetering. Dit werk moet op de langere termijn zogenaamde tweede generatiewerk scheppen dat de landarbeiders definitef een baan (en dus minder armoede) moet geven.
Dit soort programma's wordt al vanaf midden jaren zeventig uitgevoerd in de deelstaat Maharashtra. De centrale Indiase regering voelt uit geldgebrek weinig voor de financiële injectie voor landarbeiders. De deelstaten moeten het zelf maar oplossen, stelt zij.
Narinder Bedi vraagt daarom de Nederlandse regering het benodigde minimumloon aan de landarbeiders te schenken. "Zijn jullie wel geïnteresseerd in de bestrijding van armoede?", vraagt hij zich af. "Waarom is het zo moeilijk direct miljoenen te schenken in plaats van de rijkere boeren met meer kunstmest te steunen?"


LIW in de pers Maatschappelijk verantwoord ondernemen HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 5 juli 2004