terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 12-11-1992      

Lijn-Kosto zal illegale arbeid niet opheffen, maar verslechteren

door:
Rik den Braber

De auteur schreef dit artikel namens de stichting Schone Kleren Overleg, waarin deelnemen Konsumenten Kontakt, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, Vereniging voor Noord-Zuid Campagnes inzet, fondsorganisatie XminY, Landelijke India Werkgroep, Bangladesh Peoples Solidarity Centre, Filipijnengroep Nederland en Vrouwengroep Amsterdam. In opdracht van de Haagse Sociale Dienst is een rapport opgesteld over illegalen in de gemeente. De reacties op het rapport tonen aan dat een nieuw dieptepunt is bereikt in de discussie over illegalen. Teneur van de reacties was in het algemeen dat illegalen geen enkele hoop mogen koesteren op legalisatie en het land moeten verlaten.

Alle neuzen wijzen in een richting: er mag geen hoop zijn op legalisering, omdat immers volgens het rapport legalisering de hoop is waarmee illegalen hun verblijf hier dragelijk kunnen maken. De naam van Nederland als land waar (illegaal) werk te vinden is moet veranderen in het beeld van een land waar illegalen moeilijk kunnen overleven.

Naast uitzetting van illegalen moet een beleid dat werkgevers hard aanpakt en illegalen uitsluit van alle overheidsvoorzieningen (met uitzondering van de gezondheidszorg) deze kentering teweeg brengen.

Geen idee
Wat totaal ontbreekt, is een idee hoe de economische sectoren waar illegalen werken, verder moeten en hoe een menselijke benadering van illegalen te realiseren. Gedacht lijkt te worden dat er niet meer over te zeggen is dan 'legalen mogen blijven, illegalen moeten weg'. Terwijl hele sectoren van de economie draaien op illegalen die hier soms al jaren werken. De onrechtvaardigheid dat mensen jaren werken en dan als vuil worden weggeveegd lijkt minder een rol te spelen dan bevrediging van het 'gezonde volksgevoel', waarin slechts ruimte is voor een harde aanpak.

Niemand spreekt over een gebrek aan legale arbeidskrachten, die ook bij uitwijzing van illegalen niet voorhanden zijn.

Niemand heeft het over de situatie in sectoren als de confectie, waar de prijsconcurrentie die wordt opgelegd door de opdrachtgevers een structuur heeft gevormd waarin legale bedrijven verdrongen worden door zwarte of grijze bedrijven, over het gebrek aan legaal personeel door onderbetaling en gebrek aan scholing.

De schuld voor de huidige situatie wordt gelegd bij de illegalen die als 'fortuinzoekers' hier de arbeidsmarkt 'verzieken'. Volgens sommigen zou de confectie een gezonde bedrijfstak zijn als er maar geen illegalen waren. Er vindt nu immers verdringing plaats. Zijn de illegalen weg, dan is er ineens genoeg personeel, zo menen zij.

Dat dit soort argumenten fabels zijn, blijkt uit de ervaringen van bijvoorbeeld werkgevers in de glastuinbouw. Er blijkt simpelweg geen legaal personeel te zijn. Een nieuwe poging tot het dwingen van werklozen om in deze sectoren te werken zal nieuwe sociale problemen met zich meebrengen. Men gaat dan voorbij aan de structuur van bedrijfssectoren als glastuinbouw of confectie, waar lage lonen worden betaald en sprake is van seizoenarbeid.

Er is, en als voorbeeld moge de confectie dienen, een genuanceerde aanpak mogelijk. Deze visie wordt ondersteund door een groot aantal maatschappelijke organisaties die een brief aan staatssecretaris Ter Veld ondertekenden. In deze brief wordt ingegaan op de voorgestelde wijziging van de Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) die volgens kabinetsplannen in de confectie moet worden toegepast.

Verschuiving
Die wetswijziging zal ertoe leiden dat het voor atelierhouders minder aantrekkelijk wordt om met illegalen/zwartwerkers te werken. Wij verwachten niet dat dit ertoe zal leiden dat de sector plotsklaps 'gezond' wordt, maar dat er een verschuiving van de illegale/zwarte arbeid zal plaatsvinden. De zwarte arbeid zal meer verborgen worden. Het afdragen van premies door atelierhouders zal de lonen omlaagdrukken en ertoe leiden dat de arbeidsomstandigheden verder verslechteren.

Er werken nu circa 5000 illegalen in de confectie, die gemiddeld 70 tot 80 uur per week werken. Als het beleid van Kosto slaagt, en deze mensen allemaal uitgezet zouden worden, zouden er 10 000 mensen aan de slag moeten in confectieateliers, ervan uitgaand dat deze 40 uur per week werken. Net zo min als er 10 000 illegale Ghanezen in de Bijlmer wonen, zitten er 10 000 werkloze stikkers en dergelijke thuis duimen te draaien. Dus is er een probleem: de produktie die in Nederland plaatsvindt, is noodzakelijk voor de snelle leveringen aan kleding verkopende bedrijven. Zij plaatsen hier opdrachten en zullen dat blijven doen. Wordt de huidige, voordelige produktie aangepakt, dan zullen nieuwe wegen gezocht worden.

De ateliers zullen kleiner worden en meer verborgen: niet meer in een ruimte op de begane grond, maar in de kelder, op zolder of met de naaimachine in de badkamer in woonhuizen. Of er zullen meer thuiswerksters worden ingeschakeld. Deze trend is al zichtbaar na de maatregelen die de afgelopen jaren genomen zijn. Nu al werken thuiswerksters als eigen baas in een atelier, zodat de atelierhouder geen premies hoeft af te dragen.

De organisaties pleiten in hun brief aan staatssecretaris Ter Veld voor aanpassing van de Wet Keten Aansprakelijkheid, zodat de confectieindustrie een gezonde toekomst krijgt. Belangrijkste maatregel is legalisering van illegale confectiearbeiders die hier per 1-1-'93 ingeschreven staan en voor wie dus premie is betaald. Achtergrond hierbij zijn bovengenoemde gevolgen van de WKA-aanpassing.

Vermindering
Dat legalisering een aanzuigend effect zou hebben, is niet bewezen. Als duidelijk is dat de legalisering eenmalig is en ertoe leidt dat de vraag naar zwarte/illegale arbeid afneemt, is eerder te verwachten dat het aantal mensen dat hierheen komt om in de confectie te werken, afneemt. Die vraag neemt echter slechts af als ook een eind wordt gemaakt aan de steeds lagere prijzen die voor geproduceerde kleding worden betaald. De Wet Keten Aansprakelijkheid zou uitbetaling van het minimumloon in de gehele keten moeten garanderen. Dit neemt niet alleen voor werkgevers de 'noodzaak' weg om illegalen in te schakelen, maar zorgt er ook voor dat legale werkzoekenden meer gemotiveerd worden tot een loopbaan in de confectie, omdat er van te leven valt.

Voorts moet de maatregel worden afgeschaft, die inhoudt dat thuiswerk als bijverdienste beschouwd wordt, thuiswerk(st)ers geen arbeidscontract kunnen krijgen en de kans lopen door opdrachtgevers te worden uitgebuit.

Effectief
Wij beschouwen de door ons voorgestelde maatregelen als haalbaar en effectief, meer dan de voorstellen die momenteel via de media worden gedaan. Onze voorstellen getuigen ook van een menselijkere opstelling tegenover illegalen die vaak een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie leverden en leveren. We kiezen er niet voor mensen te gebruiken en hen na gebruik weg te gooien. Uit respect voor mensen en hun bijdrage aan onze welvaart. Zo worden vaak premies betaald voor voorzieningen waar illegalen geen recht op hebben, gelden die rechtstreeks in de staatskas vloeien.

Met economisch moeilijke jaren voor de boeg en een verrechtsend politiek klimaat in Europa achten wij het belangrijk een positief signaal te geven. Een heksenjacht kan leiden tot ongelukken zoals nu in Duitsland te zien is.

De uitspraak van staatssecretaris Kosto - "We moeten de mensen wier problemen we hier niet op kunnen lossen, laten verdwijnen" - is niet het signaal wat we nodig hebben. We hopen dat het gezonde verstand in de politiek zal zegevieren en dat er wordt geluisterd naar mensen die een genuanceerdere aanpak van het probleem van illegalen voorstaan.


LIW in de pers Schone kleding HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 24 november 2004