terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: InZet, juni 1993      

Naar een internationale verzorgingsstaat

door:
Gerard Oonk

'Internationale sociale zekerheid en werkrecht'. In zijn boek 'De Derde Wereldbeweging' stelt Hans Beerends dat dit het gezamenlijke uitgangspunt moet worden voor de Noord-Zuidbeweging in de jaren negentig en verder. De meeste recensenten van het boek wagen zich niet aan een beargumenteerde reactie op Beerends' toekomstvisie. Gerard Oonk, stafmedewerker van de Landelijke India Werkgroep, wil graag de uitdaging van Hans Beerends aannemen en een voorzet geven voor verdere discussie, en wellicht voor een gezamenlijke actie van de Noord-Zuidbeweging.

De Derde-Wereldbeweging in Nederland heeft zich in het verleden vaak radicaal afgezet tegen de eigen westerse maatschappij. Niet alleen maakten de westerse landen geen 'ruimte voor het Zuiden', maar ons kapitalistische systeem was in de ogen van veel Derde-Wereldactivisten de hoofdoorzaak van de voortdurende ellende in de Derde Wereld. Daarom is het verrassend dat Hans Beerends, van wie menigeen toch het beeld van radicale goeroe van de Noord-Zuid-beweging heeft, in zijn boek onomwonden kiest voor de 'internationalisering van het Westeuropese sociaal-economisch systeem'. De patstelling tussen de socialistische en een kapitalistische ideologie is volgens Beerends verdwenen. De huidige tegenstelling is er een tussen behoudend en sociaal kapitalisme. Het eerste is volgens Beerends dominant aanwezig in de VS, het tweede in West-Europa.
Beerends baseert zijn visie vooral op de bekende studie 'Zorg en staat' van de Amsterdamse socioloog Abram de Swaan over het ontstaan van de verzorgingsstaat. Volgens de Swaan's onderzoek zijn sociale voorzieningen voortgekomen uit het eigenbelang van de gezeten burgerij. Door de dreiging van opstanden, misdaad en besmettelijke ziekten, ontwikkelde zich in Europa geleidelijk een systeem van gezondheids- en armenzorg. Het model dat in West-Europa ontstond, zou zich volgens Beerends nu op wereldschaal moeten ontwikkelen.
De Noord-Zuidbeweging moet, volgens Beerends, op drie fronten actie voeren om internationale sociale zekerheid en werkrecht te realiseren:
- politieke en financiële steun aan vakbonden, vrouwen- en milieuorganisaties, coöperaties en dergelijke, waardoor de armen voor hun rechten kunnen opkomen;
- wegnemen van belemmeringen (zoals protectionisme, schuldenlast, ongelijke verdeling milieugebruik, voedseldumping) om de economische voorwaarden voor het voeren van een sociale politiek te creëren;
- aandringen op een sociale politiek bij regeringen in het Zuiden door het koppelen van hulp en handel aan voorwaarden op het gebied van mensemechten, democratisering, sociaal beleid, werkgelegenheid en lagere militaire uitgaven.

Paraplu
In de bovenstaande 'fronten voor actie' zal de grote meerderheid van groepen in de Noord-Zuidbeweging zich kunnen vinden. Dat blijkt ook uit de opsomming van een breed scala van organisaties die al bezig zijn met acties die in een van de drie categorieën passen, of die met een beetje bijsturen een bijdrage zouden kunnen leveren aan het ontstaan van een 'stelsel van internationale sociale zekerheid en werkrecht'. Is dat laatste dus in feite al - wellicht onuitgesproken - het gezamenlijke uitgangspunt van de Noord-Zuidbeweging? Ik denk het niet.
Het probleem met het verhaal van Beerends is, dat hij 'internationale sociale zekerheid en werkrecht' niet definieert en specifieker uitwerkt. Het concept zelf is zeer waardevol, maar het wordt vervolgens als paraplu gebruikt waaronder elke Derde-Wereldgroep mag schuilen.
Allereerst de definitie. In mijn opvatting gaat het om een internationaal geschraagd en gegarandeerd systeem van recht op werk, inkomen en voorzieningen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, dat is gebaseerd op de fundamentele rechten van de mens. Ik wil mijn opmerkingen toespitsen op het recht op werk of inkomen op nationaal of regionaal niveau en de mogelijkheden tot ondersteuning daarvan op internationaal niveau. De rol van de Noord-Zuidbeweging vloeit daaruit voort.
Wat houdt recht op werk in? Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties is het 'de bevordering van volledige, produktieve en vrij gekozen werkgelegenheid'. Deze definitie houdt voor de staat geen bindende verplichting in om elke burger werk te bieden. Dat lijkt ook nauwelijks mogelijk zonder (te) vergaande staatscontrole. In West-Europa is recht op werk daarom gedeeltelijk vervangen door recht op inkomen. Toch is er bijvoorbeeld in Nederland een tendens om recht op werk weer een grotere plaats te geven, bijvoorbeeld via banenpools en het Jeugdwerkgarantieplan.


Dankzij werkprogramma's heeft India grote hongersnoden als in Afrika weten te voorkomen (foto LIW)

Basisrechten
Aan het recht op werk en inkomen ligt het fundamentele recht om menswaardig te (over)leven ten grondslag. Daarvan uitgaande lijkt vooral het recht op werk de beste invalshoek te bieden om op nationaal en internationaal niveau de armoede op grote schaal te bestrijden. Een systeem van uitkeringen voor alle werklozen is niet alleen moeilijk uitvoerbaar, maar ook verspilling van menskracht die produktief kan worden ingezet. Het recht op inkomen moet daarom zoveel mogelijk worden beperkt tot zieken, gehandicapten en bejaarden.
De vroegere 'basishoeftenstrategie' zou ik dan ook willen veranderen in een 'basisrechtenstrategie', waarin recht op werk de dubbele functie heeft een bestaansminimum te verschaffen en tevens bij te dragen aan de grootscheepse verbetering van infrastructuur en milieu. Rècht op werk (of inkomen) impliceert dat er een wettelijke en maatschappelijke basis is voor collectieve en individuele actie om dit recht daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Want daarvoor zijn sterke basisorganisaties en vakbonden hard nodig.
Is recht op werk geen overleefd idee, nu de meeste zuidelijke landen de markteconomie omarmen? Ik meen van niet. Veel mensen zullen voorlopig niet van de markteconomie profiteren, terwijl het overheidsapparaat inkrimpt en mensen afstoot. Tegelijkertijd zet de democratisering in veel landen zich voort. Door de markteconomie zullen ook de familieverbanden verslappen en minder voor een minimale sociale zekerheid zorgen. Overheden zullen zich, bedreigd door sociale onrust en mondiger wordende burgers, steeds meer gedwongen zien om hun 'arbeidsoverschot' een uitkering of werk te verschaffen. De Swaan op wereldniveau dus.

Werkgarantie
In veel ontwikkelingslanden zijn een aantal belangrijke voorwaarden voor een actiever werkgelegenheidsbeleid dan ook meer dan ooit aanwezig. Dat kan allereerst gerealiseerd worden door het actief bevorderen van arbeidsintensieve bedrijvigheid in bijvoorbeeld landbouw, milieuverbetering, kleinschalige industrie, handel en diensten. Ook landhervormingen kunnen daaraan in veel landen een belangrijk bijdrage aan leveren. Tenslotte vormen zogenaamde werkgarantie-programma's een onontbeerlijk onderdeel en sluitstuk van elk beleid gericht op volledige werkgelegenheid.
In India en enkele andere Aziatische landen is de afgelopen dertig jaar veel ervaring opgedaan met werkgelegenheidsprogramma's in de vorm van arbeidsintensieve openbare werken. Het is in India de belangrijkste vorm van directe armoedebestrijding van de overheid. In é'én deelstaat van India, Maharashtra, heeft men een belangrijke stap verder gezet. Daar bestaat een Werkgarantie Programma dat in principe alle plattelandsbewoners van ongeschoold werk tegen het minimumloon verzekert. Jaarlijks maken een half tot een miljoen mensen gebruik van het programma. Tweederde van hen zijn vrouwen die elders moeilijk werk kunnen vinden. Hun werk draagt bij aan landbouwontwikkeling en milieuverbetering en dit levert weer extra' gewone' werkgelegenheid op. Het programma kent nog tal van tekortkomingen (bureaucratie, gebrek aan participatie bij de projectkeuze), maar van groot belang is dat werk inmiddels een basisrecht is en dat het programma zich blijft ontwikkelen.
Een groot aantal organisaties in andere delen van India voert al jaren actie voor een soortgelijke vorm van recht op werk. Met succes, want de Indiase regering voelt er inmiddels ook voor. De financiering is echter een probleem. Als gevolg van de campagne 'Werk Tegen Armoede' van de Landelijke India Werkgroep is minister Pronk nu bereid mee te werken aan nieuwe werkgarantie-programma's in India die het recht op werk voor Indiase landarbeiders in de praktijk brengen.

Een begin
Volgens de beroemde Indiase econoom Armatya Sen hebben de Indiase werkprogramma's in India grote hongersnoden - zoals in Afrika - weten te voorkomen. Ze hebben de chronische ondervoeding van de 250 miljoen landlozen echter niet kunnen oplossen. Er is te weinig werk en de lonen zijn te laag. Maar er is een begin gemaakt. Ook in diverse Afrikaanse landen neemt het aantal werkgelegenheidsprogramma's toe. De stap naar werkgarantie kan de kwaliteit van die programma's verhogen en de positie van de armen in India en Afrika op een meer structurele manier verbeteren.
Als verklaring voor het uitblijven van grote hongersnoden in India wordt vaak de gestegen voedselproduktie aangevoerd, terwijl deze in Afrika stagneert of terugloopt. Toch klopt dat niet. In India is per hoofd van de bevolking minder voedsel beschikbaar dan in veel Afrikaanse landen die afgelopen jaren grote hongersnoden hebben gekend. Het Indiase succes bij het voorkómen van hongersnoden is vooral te danken aan de grootscheepse werkgelegenheidsprogramma's. In Afrika daarentegen wordt in tijden van hongersnood vooral voedsel uitgedeeld. Met als resultaat dat mensen 'voedselhulp-junks' worden en hun zelfrespect en eigen initiatief verdwijnen.
Natuurlijk, soms is noodvoedselhulp nodig, maar een grotere rol voor werkprogramma's zou een aanzienlijk deel daarvan overbodig kunnen maken. De International Labour Review, het tijdschrift van de Internationale Arbeidsorganisatie, vatte onlangs de ervaringen in dertien Afrikaanse landen samen. De auteurs (Von Braun e.a.) menen dat voedselonzekerheid, werkloosheid en een slechte infrastructuur tegelijk via openbare werken kunnen worden aangepakt. Zij constateren bij Afrikaanse regeringen een groeiend enthousiasme voor die aanpak en menen dat de meeste landen in Afrika een basis hebben waarop, zo nodig met buitenlandse hulp, organisaties voor de uitvoering van zulke programma's kunnen worden opgebouwd.

Te breed Wat kan gedaan worden om het recht op werk en sociale zekerheid op internationaal niveau dichterbij te brengen? En waar moet de Noord-Zuidbeweging zich dus voor inzetten? De drie 'actiefronten' van Hans Beerends kunnen daaraan ongetwijfeld een bijdrage leveren. Maar als strategie vind ik het te breed en te weinig concreet.
Het (oude) idee van een internationaal belastingsysteem om elke wereldburger een bestaansminimum te garanderen, verdient een nieuwe poging tot realisatie. Al is het meer een strategisch doel voor de langere termijn. Als zo'n systeem gekoppeld wordt aan concrete programma's voor werkgarantie, krediet, scholing en duurzame ontwikkeling, kan het de eerste vloer in de internationale verzorgingsstaat leggen. Diverse Indiase milieu-organisaties pleiten ervoor om tot een wereldwijd fonds voor 'werkgarantie en milieuverbetering' te komen. De kosten zijn berekend op 40 miljard gulden. Tijdens de Unced is dit plan opgenomen in de Agenda 21.
Op middellange termijn zou het door Inzet bepleitte idee van ontwikkelingscontracten tussen rijke en arme landen (of groepen van landen) een belangrijk middel kunnen worden om concrete afspraken over recht op werk en inkomen te maken, voor mannen vrouwen. In zijn artikel over ontwikkelingscontracten in Inzet nr. 5 citeert Frans Evers de directeur van Wider, Jayawardena, die buitenlandse besparingen om mensen een minimum-levensstandaard te garanderen als belangrijk element van een ontwikkelingscontract noemt. De Noord-Zuidbeweging moet daarop vooral de Europese Gemeenschap aanspreken. Veel relevanter dan ontwikkelingscontracten tussen Nederland en Bhutan, Benin en Costa Rica - hoe nuttig ook - lijkt me dergelijke contracten van bijvoorbeeld de EG met Afrika, de EG met Midden-Amerika en de EG met Zuid-Azië of India.

Uitdaging
De Landelijke India Werkgroep wil samen met Indiase en Europese NGO's gaan werken aan enkele thema's - waaronder recht op werk en sociale zekerheid - die deel zouden moeten uitmaken van een mogelijk ontwikkelingscontract tussen India en de EG. Binnen zo'n contract zouden ook afspraken over de minimum arbeidsnormen bij handel en investeringen gemaakt moeten worden.
Verder is het op korte termijn noodzakelijk dat Nederland en de EG programma's en initiatieven van overheden, NGO's en vakbonden in afzonderlijke ontwikkelingslanden steunt die toewerken naar recht op werk en sociale zekerheid. Tenslotte moeten Nederland en EG het thema 'recht op werk en inkomen' in internationale fora en organisaties actief aankaarten.
Er ligt een taak waar een flink aantal Noord-Zuidorganisaties z'n tanden in zou moeten zetten. Hulp van andere sociale bewegingen is daarbij hard nodig. Zowel diverse grote milieu-organisaties als de FNV hebben de campagne voor werkgarantie in India actief gesteund. Samen met de vakbeweging, de milieubeweging en hopelijk ook de vrouwenbeweging werken aan recht op arbeid, voor vrouwen en mannen, lijkt me het soort uitdaging waarmee de Noord-Zuidbeweging de komende tien jaar haar waarde kan bewijzen.

Meer informatie is onder meer te vinden in de 'Actiekrant Werk Tegen Armoede'. Te bestellen bij de Landelijke India Werkgroep, tel. 030-321340.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 6 juli 2004