terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Solidariteit, juli 1993      

Vakbeweging in India

Recht op werk en sociale zekerheid

door:
Gerard Oonk

De kloof tussen rijk en arm in India is zeer groot. De traditionele, partijgebonden vakbeweging heeft vooral de belangen van een kleine groep arbeid(st)ers behartigd, Maar er zijn ook hoopgevende ontwikkelingen. Aktieve, onafhankelijke bonden in de 'informele' sektor groeien in kracht. En de landarbeid(st)ers, bijna de helft van de plattelandsbevolking, organiseren zich. Zij eisen, deels al met sukses, recht op werk. De Indiase landarbeidersbonden vragen onze solidariteit. Onder meer door landarbeiders - driekwart van de armsten in India - tot de belangrijkste doelgroep te maken van de westerse ontwikkelingssamenwerking met India. De Nederlandse en Europese vakbeweging kan daaraan een goede bijdrage leveren.

India heeft ruim 850 miljoen inwoners waarvan 70 procent op het platteland woont. Slechts cirka 10 procent van de arbeiders werkt in de 'georganiseerde' sektor van (grotere) privé-ondernemingen, dienstverlening en staatsbedrijven of -instellingen. Toch behoort India tot de tien grootste industrielanden ter wereld.
Tweederde van de beroepsbevolking is voor haar inkomen afhankelijk van de landbouw, als boer of landloze arbeider. De rest werkt in de informele sektor: bijvoorbeeld in de huisnijverheid, kleinschalige bedrijfjes en dienstensektor, waar de bestaande arbeidswetgeving meestal niet wordt toegepast. Veel arbeiders hebben geen vaste baan, maar werken als kontraktarbeider. De ongelijkheid in India is zeer groot. Ruim honderd miljoen mensen behoren tot de middenklasse of elite en kunnen zich luxe konsumptiegoederen veroorloven, terwijl zo'n 350 miljoen mensen onder het bestaansminimum leven.

Traditionele vakbeweging
De vakbeweging is vanouds vooral sterk in de 'georganiseerde' sektor. Daar heeft zij arbeidsvoorwaarden kunnen afdwingen die een stuk beter zijn dan in de rest van de ekonomie. Het inkomen is daar gemiddeld vier maal zo hoog als dat van andere arbeiders. Ook de sekundaire arbeidsvoorwaarden zijn veel beter. De grote, tradttionele vakbonden zijn nauw verbonden aan politieke partijen, hoewel er een toename is van niet-partijgebonden bedrijfsbonden. De afgelopen jaren hebpen de vakbonden een deel van hun invloed verloren. De liberalisering van de ekonomie en de toenemende uitbesteding van produktie van grote naar kleine bedrijven, waar de arbeidsvoorwaarden slechter zijn, zijn daarvan belangrijke oorzaken. Momenteel worden diverse staatsbedrijven geprivatiseerd en bieden veel partikuliere bedrijven hun arbeiders een afkoopsom om te vertrekken. De vakbeweging is daar tegen, maar kan het nauwelijks verhinderen omdat veel werknemers bang zijn binnenkort zonder afkoopsom op straat te staan. Werkloosheidsuitkeringen kent India niet.
Een deel van de huidige problemen heeft de vakbeweging aan zichzelf te danken, bijvoorbeeld door korruptie en weinig inteme demokratie. Maar wellicht de grootste zwakte is dat de traditionele vakbeweging zich weinig gelegen heeft laten liggen aan de arbeiders in de 'informele' sektor en aan de landarbeiders. Lange tijd heeft zij haar relatieve voorrechten, gesteund door de staat, gekoesterd en nauwelijks pogingen gedaan om andere sektoren te (helpen) organiseren. Maar nu het 'staatssocialisme', dat vooral heeft gezorgd voor een ambtenaren- en arbeidersaristokratie, wordt ontmanteld en de staat zich uit veel bedrijven terugtrekt, heeft de traditionele vakbewe:ginggeen sterke bondgenoten in andere sektoren. Haar leden moeten nu in toenemende mate konkurreren met de grote massa laag betaalde en slecht georganiseerde arbeiders en werklozen.
De verwaarlozing door de vakbonden van de arbeiders in de 'informele' ekonomie heeft de afgelopen jaren geleid tot het ontstaan van onafhankelijke bonden, bijvoorbeeld onder thuiswerksters, vissers en landarbeiders. Een goed voorbeeld daarvan is de beweging van landarbeidersbonden en plattelandsorganisaties die zich inzet voor recht op werk, te beginnen bij een systeem van werkgarantie voor landarbeiders.

Landarbeidersbonden
Van de Indiase plattelandsbewoners is 40 procent landloos. Het merendeel van hen, waaronder veel vrouwen, werkt als landarbeider. De meeste landarbeiders hebben maar vier tot zes maanden per jaar werk, meestal als los arbeider. Hun loon is gemiddeld een derde van wat er elders in de informele sektor wordt verdiend. De rest van het jaar proberen ze te overleven met losse klussen of raken in de schulden bij geldschieters die woekerrente vragen. Ondervoeding, slechte huisvesting en nauwelijks toegang tot gezondheidszorg en onderwijs zijn dan ook 'normaal'. Landarbeiders behoren veelal tot de kastelozen of lage kasten en worden ook sociaal sterk gediskrimineerd. "Wij landarbeiders van Andhra Pradesh eisen een soortgelijke werkgarantiewet als in 1977 in Maharashtra werd aangenomen", schreef de Federatie van Landarbeiders in Andhra Pradesh in april 1993 aan de regering van deze Indiase deelstaat met 66 miljoen inwoners. Ook liet de federatie weten: "Via een werkgarantiewet moet de regering werk scheppen voor alle landarbeiders die tegen betaling van het minimumloon een redelijke arbeidsprestatie willen leveren. Als de regering er niet in slaagt werk te bieden, moet zij een derde van het minimumloon betalen voor elke dag werkloosheid. Wij hebben begrepen dat de Nederlandse regering in principe bereid is bij te dragen aan de uitvoering van een Werkgarantie Programma in bepaalde distrikten van Andhra Pradesh. De regering moet dit aanbod aannemen als eerste stap naar een werkgarantiewet."
De federatie kondigde tevens een demonstratie in juni aan in de hoofdstad Hyderabad om haar eisen kracht bij te zetten. Eind mei van dit jaar zwichtte de regering van Andhra Pradesh voor de al jaren durende akties van de landarbeiders. De premier zegde toe dat dit jaar begonnen zal worden met een werkgarantieprogramma in vier distrikten. Minister Pronk gaat in augustus naar Andhra Pradesh om te overleggen over een mogelijke Nederlandse bijdrage daaraan.

Werkgarantie
Zeven jaar geleden is de kampanje voor werkgarantie gestart door een aantal aktiegroepen en lokale landarbeidersbonden. Via grote demonstraties, handtekeningenakties, publiciteit, konferenties met wetenschappers en andere middelen werd de regering onder druk gezet. Zowel de kampanje als de organisatie van landarbeiders is in die tijd flink in kracht toegenomen. Bij de Federatie van Landarbeiders zijn nu 60 lokale bonden en 67 aktiegroepen, samen 150.000 leden, aangesloten. In de federatie speelt het door de FNV en Novib gesteun de Young India Project (YIP) een belangrijke rol. YIP houdt zich als niet-gouvernementele organisatie vooral bezig met de scholing van vakbondskader en de organisatie van landarbeiders in bondsafdelingen op dorps- en distriktsnivo. Lokale bonden pakken samen met de aktivisten van YIP allerlei kwesties aan: uitbetaling van het wettelijk minimumloon, uitvoering van landhervormingswetten, geweld tegen kastelozen, diskriminatie van vrouwen enzovoort.
Op politiek nivo is de strijd voor werkgarantie één van de voornaamste eisen van de federatie. Zij is daartoe geïnspireerd door een al ruim vijftien jaar bestaand programma in de deelstaat Maharashtra dat landarbeiders recht op ongeschoold werk garandeert tegen het wettelijk minimumloon. Werk dat, bijvoorbeeld via irrigatieprojekten en herbebossing, bijdraagt aan landbouwontwikkeling en milieuverbetering. Jaarlijks maken een half tot één miljoen landarbeiders enkele maanden van het programma gebruik, tweederde daarvan is vrouw. Werkgarantie heeft de vorming van onafhankelijke bonden gestimuleerd, omdat werk nu een recht is waarop mensen georganiseerd kunnen worden. Dit geeft de landlozen een instrument in handen om hun basisbehoeften, zoals voedsel en kleding, op te eisen. In feite gaat het om het recht om te leven. Aan het huidige nationale werkgelegenheidsprogramma van de Indiase overheid kunnen mensen geen rechten ontlenen. Het is een gunst, waarmee vooral lokale politici stemmen proberen te winnen.

Landlozen
Niet alleen in Andhra Pradesh roeren de landarbeiders zich. Ook in andere deelstaten wordt geprobeerd onafhankelijke bonden op te zetten en is werkgarantie één van de belangrijkste eisen. In het grootste deel van India hebben land lozen zich tot voor kort nauwelijks georganiseerd. Hun invloed in de nationale politiek is nog steeds zeer gering. In hun pogingen tot organisatie en vakbondsvorming worden zij vaak gedwarsboomd, afhankelijk als zij zijn van grote boeren, andere werkgevers en lokale machthebbers.
Slechts in de deelstaten Kerala en, in mindere mate, West-Bengalen hebben de landarbeiders hun positie kunnen verbeteren door de invloed van linkse partijen en regeringen. Maar ook de kommunistiese CPM, die in West-Bengalen al jaren de regering vormt, verwaarloost de landlozen en steunt sterk op de boeren. Sinds enkele jaren is de onafhankelijke Landarbeidersbond van West-Bengalen aktief: hij organiseerde onlangs een suksesvolle 'estafette-hongerstaking' voor werkgarantie.
De organisaties en landarbeidersbonden uit vijf deelstaten hebben voor de herfst van 1993 een gezamenlijke demonstratie in New Delhi gepland. Zonder de financiële steun van de centrale regering zullen de meeste deelstaten aarzelen zelf de verantwoordelijkheid voor een werkgarantie-programma te nemen.

Solidariteitskampanje
Na overleg met de leidende organisaties in de Indiase werkgarantie-beweging is de Landelijke India Werkgroep (LIW) eind 1990 gestart met de solidariteitskampanje 'Werk Tegen Armoede'. Met als kernpunten:
* maak landarbeiders de belangrijkste doelgroep van de Nederlandse en EG hulp aan India;
* besteed minstens een kwart van de hulp aan werkgarantie-programma's voor landarbeiders;
* gebruik schuldkwijtschelding voor werkgarantie.
Zo'n vijftig maatschappelijke organisaties, waaronder de FNV en de Voedingsbond FNV, hebben zich achter de kampanje-eisen geschaard. Johan Stekelenburg schreef aan de Commissie Ontwikkelingssamenwerking van de Tweede Kamer: "Voor een donor als Nederland zien wij steun aan werkgarantie-programma's als een belangrijke mogelijkheid om de maatschappelijke positie van landarbeiders structureel te verbeteren. Toch wordt niet de beleidsmatige keuze gemaakt om landarbeiders tot de belangrijkste doelgroep van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking met India te maken. Een dergelijke keus zou voor de hand liggen als bedacht wordt dat drie van de vier mensen die in India onder het bestaansminimum leven landarbeiders zijn".

Resultaten
De kampanje heeft een aantal belangrijke resultaten geboekt. Minister Pronk is bereid steun te geven aan werkgarantie-programma's in India en noemt de koncepten werkgarantie en sociale zekerheid, ook voor andere ontwikkelingslanden, "belangrijke oriëntatiepunten voor toekomstige ontwikkelingssamenwerking". Begin 1992 heeft een officieel Indiaas-Nederlands team in twee deelstaten onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een werkgarantie-programma. De onderzoekers adviseerden in enkele distrikten een proef te beginnen en geleidelijk toe te werken naar werkgarantie in de hele deelstaat. Binnenkort wordt daarmee in Andhra Pradesh een begin gemaakt.

Ook de Europese Gemeenschap is aangespoord om werkgarantie-programma's te steunen en landarbeiders tot de belangrijkste doelgroep van de hulp aan India te maken. Naast tientallen Indiase en Nederlandse organisaties heeft ook de Europese Federatie van Landarbeiders daarover een brief aan de Europese Commissie geschreven. De Commissie was aanvankelijk afwijzend, maar laat nu een iets positiever geluid horen. Zowel vanuit de sociaal-demokratiese als de christen-demokratiese fraktie in het Europees Parlement zijn vragen aan de Europese Commissie gesteld. De LIW blijft deze kwestie op Europees nivo aan de orde stellen. De steun van de Nederlandse en Europese vakbeweging voor het recht op werk voor landarbeiders, in India en elders, is van groot belang. Het zou een speerpunt kunnen worden in een 'brede koalitie' van de vakbeweging en andere sociale bewegingen (waaronder de derde wereldbeweging), die zich richt op het recht op werk en sociale zekerheid voor elke wereldburger.

De auteur is medewerker Landelijke India Werkgroep.


Meer informatie? Zie: Aktiekrant 'Werk Tegen Armoede'.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 7 juli 2004