terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Volkskrant, 6-4-1994      

Slavernij van vader op zoontje

door:
Rob Vreeken

Nee, Kailash is er niet, meldde een medewerker gistermiddag over een lijn vol ruis. Hij loopt mee met een protestmars van kinderslaven vanuit Zuid-India. Op 25 april komen ze in New Delhi aan.
Wie Kailash Satyarthi aan de telefoon wil krijgen, moet het treffen. Misschien zit hij in Benares, heilige stad voor hindoes, om tapijtknopers van acht, negen, tien jaar te bevrijden uit hun bedompte werkplaatsen. Of hij leidt weer eens een betoging van jeugdige lijfeigenen uit de steenmijnen. Of anders is hij op tournee door Europa om regeringen en ontwikkelingsorganisaties steun te vragen bij zijn strijd tegen uitbuiting van kinderen.
De onvermoeibare Satyarthi verdient een prijs als een van de meer succesvolle sociale activisten in de Derde Wereld. Met zijn amper twee jaar geleden opgerichte Zuidaziatische Coalitie tegen Kinderslavernij (SACCS) is hij erin geslaagd de aandacht te trekken van talloze correspondenten en tv-verslaggevers. En hij slaagt erin mensen die daadwerkelijk iets tot stand kunnen brengen, aan zijn kant te krijgen.
Een tijdje terug was hij wonderwel te spreken in New Delhi, een slanke, baardige man van eind dertig die geroutineerd het woord voerde en al z'n cijfers paraat had: 100 miljoen kinderarbeiders in India, van wie de helft bij de ouders thuis of op het land, de andere helft werkend in omstandigheden van praktische slavernij. Vijfhonderdduizend kinderen jonger dan veertien in de tapijtindustrie in de Noordindiase steden Mirzapur en Bhadohi. Enzovoort.
Kailash gaf een rondleiding over zijn Mukti Ashram, iets boven Delhi. In de ashram, een paar moestuinen en houten barakken groot, worden aan hun lot ontsnapte jonge horigen voorbereid op terugkeer in de samenleving, liefst als politiek activist, als bevrijder van medeslaven. Mukti betekent 'totale bevrijding'.
De oudste bewoner was Kumhkaran, een ongeletterde weduwnaar van 35 die feitelijk werd geboren als slaaf. Zijn vader, vertelde hij, had ooit een bescheiden bedrag geleend bij een feodale grondbezitter. De lening werd met oncontroleerbare woekerrentes verhoogd en kon daardoor nooit worden terugbetaald. De schuld ging over van vader op zoontje.
Vijf jaar geleden werd Kumhkaran door zijn landlord verkocht aan een ronselaar en 750 km verderop zonder loon tewerkgesteld in een steenmijn. Nadat hij een kei op zijn hoofd had gekregen, nam een SACCS-lid hem onder zijn hoede.
Kumhkaran is aan een tweede leven begonnen en volgt een weversopleiding. Afgezien van dat happy end is zijn verhaal exemplarisch voor veel mensen op de bodem van het sociale bouwwerk in India en andere landen in de regio. Onwetend, straatarm, erin geluisd door mannen met mooie praatjes over aantrekkelijke leningen en goede banen ver weg.
Misschien heeft Kailash Satyarthi zijn succes daarom niet aan zichzelf te danken, maar aan - om het eens commercieel te zeggen - het produkt dat hij verkoopt: het schandaal van kinderen van soms zes jaar die twaalf, of zelfs zestien uur per dag voor een paar rot-rupees werken in slecht geventileerde, duistere hokken. Taferelen waarbij we ons in West-Europa met moeite iets Dickens-achtigs uit de 19de eeuw proberen voor te stellen.
Kinderarbeid is in India niet bij wet verboden, ondanks 45 jaar van progressieve retoriek. Zo'n verbod is niet mogelijk, aldus de Indiase minister van Arbeid, Pumo Sangma: armoede en analfabetisme zijn te wijd verspreid. Als het de armste gezinnen onmogelijk wordt gemaakt hun kinderen te laten werken, betekent dat nog niet dat de kinderen naar school gaan. Het betekent slechts dat zij niets te eten zullen hebben.
Het economisch lot van de armsten, zegt Sangma, moet worden verbeterd via de randvoorwaarden. Maximaal vijf uur per dag werken in plaats van de huidige negen, bijvoorbeeld. Ook het Indiase hooggerechtshof uitte zich onlangs kritisch over het verschijnsel kinderarbeid. Komt er een verbod? Nee, de kinderen moeten volgens het hof lid kunnen worden van een vakbond!
Maar het is onterecht de vinger alleen uit te steken naar India. In vrijwel de gehele Derde Wereld worden kinderen aan het werk gezet. Ook uit het semi-Europese Turkije wordt melding gemaakt van kinderarbeid in de tapijtindustrie.
En wat kunnen we er - zo luidt dan de onvermijdelijke vraag - zelf aan doen?
Het antwoord van de Landelijke India Werkgroep, de FNV en het protestantse Kinderen in de Knel: geen handgeknoopte tapijten meer kopen waaraan mogelijk kinderarbeid te pas is gekomen. De organisaties hebben vorige week een brief gestuurd naar 32 importeurs en verkopers van tapijten, waaronder de Bijenkorf, V & D en Ikea, met de oproep mee te werken aan invoering van een keurmerk voor niet door kinderen gemaakte produkten.
Het keurmerk is een initiatief van de SACCS van Kailash Satyarthi. In India doen veertig (van de 2500) fabrikanten eraan mee. Duitsland is - na de nodige bezoeken van Satyarthi - een stap verder. Daar stimuleert de overheid het gebruik van het keurmerk.
De keurmerk-actie won aan kracht door de aandacht die kinderarbeid recentelijk in de Verenigde Staten krijgt. Op grond van de wet Harkin-Brown is een onderzoek gaande, dat na juli zou moeten uitmonden in importbelemmeringen.
Als het aan de SACCS ligt wordt de import van tapijten zonder keurmerk door de Europese Unie helemaal verboden. Het Europese parlement steunt die opvatting, evenals de Nederlandse organisaties die vorige week de importeurs aanschreven. De woordvoerder van V & D, gisteren: 'We verkópen helemaal geen handgeknoopte tapijten.'



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 26 juni 2003