terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Wereldgids voor consumenten, april 1994      
(Novib, Consumentenbond)      

Tapijten

Strijd tegen de kinderarbeid

Het is een schimmige wereld, die van de oosterse tapijten. Kinderslavemij is bij de produktie geen uitzondering, terwijl de verkoop bij ons soms gepaard gaat met oplichtingspraktijken. Er wordt geprobeerd de kinderarbeid aan banden te leggen, maar spijkerharde garanties dat uw dhurrie niet door kinderen is gemaakt, zijn (nog) niet te geven.

Tapijten stammen uit het Oosten, maar aan het eind van de middeleeuwen kwam ook in Frankrijk en Vlaanderen een bloeiende tapijtindustrie op. Vandaar dat België nu de grootste exporteur ter wereld is en Nederland de één na grootste. We exporteren het dubbele van wat we zelf gebruiken.
Bijna alle hier gemaakte tapijten zijn getuft, een methode waarbij de poolgarens afzonderlijk worden geregen door naalden en door een grondlaag geprikt. Knopen, met de hand, blijft de specialiteit van het Zuiden. Weven komt zowel in het Noorden als het Zuiden voor. Geknoopte tapijten kosten per vierkante meter gemiddeld tien keer zoveel als getufte en vier keer zoveel als geweven tapijten.
Nederlanders kopen veel minder tapijt dan Duitsers of Engelsen. Bovendien is er, ondanks de groeiende belangstelling voor huis en interieur, een dramatische terugval te bespeuren in de behoefte aan zachte vloerbedekking. Tussen 1987 en 1991 verdubbelde het aandeel van harde vloerbedekking (hout, parket, linoleum, vinyl en dergelijke): van 20 naar 40%. Nog steeds verliest tapijt marktaandeel. Alleen de exclusieve soorten en losse kleedjes handhaven zich.
Nederland is geen gemakkelijke markt voor het Zuiden. De prijzen liggen hier lager dan in omringende landen en staan extra onder druk door de overproduktie van goedkope Nederlandse tapijten. Ook is vloerbedekking een modeartikel geworden. Decoratieve designs en kleuren zijn in opmars, wat nieuwe eisen stelt aan de leveranciers. Wel weer gunstig voor het Zuiden is de groeiende belangstelling voor natuurlijke materialen als sisal, kokos en jute. Maar over de hele linie loopt de import uit het Zuiden terug.
Dat komt ook omdat Nederland is uitgekeken op het klassieke Perzische tapijt. In de jaren tachtig halveerde de import. Het betreft nu nog maar een derde van de tapijtimporten uit het Zuiden. Dat ging vooral ten koste van Iran, Afghanistan, Pakistan en Marokko.
De handelaren op deze teruglopende markt in Nederland bedienen zich van allerlei middelen om het hoofd boven water te houden. De vakbladen klagen over uitverkopen die het hele jaar duren, over nepveilingen en over verkoopsessies In buurthuizen waarbij nietsvermoedende oudjes het geld uit de zak wordt geklopt. Soms gaan mensen voor tienduizenden guldens het schip In door zich namaak aan te laten smeren. Want authentieke oude perzen gelden als kunstwerken en zijn gewilde beleggingsobjecten.
Dhurries (kleedjes) en geweven tapijten uit vooral India hebben de pers verdrongen. 'Oosterse tapijten' zijn daarmee voor alle bevolkingsgroepen bereikbaar geworden. Voor honderd gulden neem je In een meubeldiscount als Ikea een dhurrie mee. De echte tapijtketens, zoals Carpet Land, hebben weinig spullen uit het Zuiden.
In de duurdere speciaalzaken treft men de meeste produkten uit zuidelijke landen aan. Naast de klassieke pers liggen hier berbers uit Marokko en Tunesië, en geweven kleden uit talloze andere landen. Marktleiders zijn Con & Verdonck (tien filialen) en Perez (acht filialen). Ook De Bijenkorf opereert in dit segment, met een minder groot maar wel moderner aanbod. Een tussenpositie wordt ingenomen door V & D. Ook talloze zelfstandige zaken verkopen oosterse tapijten.
De grotere ketens hebben allemaal een eigen inkooporganisatie. Kleinere zaken zonder eigen importkanaal halen hun spullen vooral uit Duitsland, hét tapijtimportcentrum van Europa. Inkopers van ketens als Perez, Con & Verdonck en De Bijenkorf stropen nog zelf de landen van herkomst af op zoek naar de beste prijs, kwaliteit en dessins. Meestal komen ze niet verder dan de showrooms van de exporteurs. Slechts een enkeling, zoals De Bijenkorf, zegt ook wel eens een blik in de ateliers te werpen, vooral om na te gaan of er van kinderarbeid sprake is. Maar ingewijden in de tapijtwereld betwijfelen of die controle ook maar in de verste verte afdoende is.
Kinderarbeid is de laatste tijd een hot item in de branche. De discussie werd met name aangezwengeld in Duitsland, de grootste importeur van Indiase tapijten. Reportages over de mensonterende omstandigheden waaronder kinderen in Azië tapijten maken, drukten de verkoopcijfers. Samen met de Zuid aziatische Coalitie voor de Afschaffing van Kinderslavernij (SACCS) bonden actiegroepen en de vakbonden de strijd aan. Het resulteerde in de invoering van een keurmerk. Er zijn nu in Duitsland tapijten verkrijgbaar met een label 'Niet door kinderen gemaakt'.
De Landelijke India Werkgroep en Novib ijveren voor invoering van zo'n keurmerk in Nederland. De tamelijk chaotische import en handel van oosterse tapijten In Nederland maakt het er niet gemakkelijker op. Toch zijn handelaren wel geïnteresseerd in een keurmerk, want ook in Nederland is de tapijthandel in een ongunstig daglicht komen te staan door de verhalen over kinderarbeid.
Eind 1993 had de consument nog weinig keuze: de PIT-labels (Produkt Informatie Tapijten) die veel tapijten sieren, vermelden niet eens het land van herkomst.

Zuidelijke landen waren in 1991 goed voor 1,2% van de door Nederland geïmporteerde tapijten en voor 6,7% van de waarde ervan. Het leverde hun in dat jaar 63 miljoen gulden op. India voert met bijna de helft van de import de lijst aan. Het land is de grootste zowel in handgeknoopte als in geweven tapijten. China komt op de tweede plaats met vooral geweven tapijten. Mexico bezet de derde plaats met in hoofdzaak getuft tapijt.

Het Zuiden

De tapijtindustrie floreert in met name India, Iran, Marokko, Pakistan, Bangladesh, China, Turkije, Nepal en Tunesië. Mede door de kleinschaligheid en de schimmigheid van de branche ontbreken betrouwbare cijfers over de omvang. Zeker is dat miljoenen mensen er werk in vinden. Een groot deel van de produktie (in India 95%) is voor de export bestemd. Alleen al India exporteert jaarlijks voor naar schatting 250 miljoen gulden aan tapijten. Het land nam de leidende rol van Iran over, toen de sjah in 1970 kinderarbeid verbood. Hoewel die maatregel maar gedeeltelijk effect had, schoten de prijzen omhoog. Indiase fabrikanten imiteren naar hartelust allerlei soorten tapijten uit andere landen.
De tapijtindustrie in het Zuiden is over het algemeen ambachtelijk en kleinschalig. In traditionele landen als Iran overheerst het thuiswerk, in meer moderne staten als India worden de tapijten meest in ateliers gemaakt. Soms gebeurt dat op semi-industriële wijze. De produktie in de ateliers is milieubelastender, omdat daar meer gebruik wordt gemaakt van chemische (kleur)stoffen.
De branche wordt In alle landen gekenmerkt door uitwassen als slavernij en kinderarbeid. Het laatste wordt door fabrikanten wel verdedigd met het argument dat het werk alleen met kleine, ranke vingers kan worden gedaan. Naar schatting gaat het alleen al in India, Pakistan, Nepal en Bangladesh om een miljoen kinderen. Eind 1992 werden tientallen kinderen uit een weverij in Noord-India bevrijd, waar ze vastgeketend aan de muur zeven dagen per week moesten werken. Ook worden kinderen geslagen en 's nachts opgesloten. Ze krijgen nauwelijks te eten, lijden aan allerlei ziekten en ontvangen geen of weinig loon.
Enkele tientallen producenten in India voeren inmiddels een etiket 'Niet door kinderen gemaakt' (de grens wordt bij veertien jaar gelegd).
De SACCS werkt nu aan uitbreiding van de groep fabrikanten. Ook wil ze dat internationale instellingen als het IMF en de Wereldbank hun steun aan 'besmette' projecten stopzetten. Binnen de SACCS wordt nog nagedacht over de vraag hoe, na het ontmantelen van ateliers waar kinderen gedwongen werken, gezorgd kan worden voor andere arbeidsinkomsten voor de betreffende gezinnen.
Een inkoper van een Nederlandse tapijthandel stelt dat de Indiase regering meer oog begint te krijgen voor de sociale problematiek. Hij noemt de arbeidsomstandigheden in China relatief het beste, vanwege de strikte staatscontrole. Anderzijds circuleren er verhalen over dwangarbeid door gevangenen in dat land.

Kooptips

  • Het is momenteel nog nauwelijks mogelijk verantwoord geproduceerde tapijten te kopen. Een keurmerk moet op den duur soelaas bieden. Kritische vragen van de consument aan de tapijthandelaar brengen zo'n keurmerk dichterbij. Claims van afzonderlijke winkelketens dat aan hun tapijten geen kinderarbeid te pas is gekomen, dienen (bij gebrek aan bewijs) nu nog met een flinke korrel zout te worden genomen.

  • Het kan voordelen hebben bij de grotere gespecialiseerde tapijthuizen te kopen. Omdat ze vaak een eigen inkooporganisatie hebben, kunnen ze meer vertellen over hun produkten. Bovendien loopt u hier minder kans te worden opgelicht.

  • De alternatieve handelsorganisaties S.O.S. Wereldhandel en Goed Werk hebben geen tapijten in het assortiment. Bij de Wereldwinkels en via de Novib-catalogus zijn wel wand- en tafelkleden uit India, Indonesië, Nepal, Bangladesh, Peru, Ecuador en Guatemala te koop.






LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 25 juni 2003