terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: De Volkskrant, 26-8-1995      

Indiase tapijten hebben steeds vaker keurmerk

AMSTERDAM - De internationale acties tegen kinderarbeid in Zuid-Azië beginnen resultaat te krijgen. Steeds meer mensen, vooral in Duitsland, kopen geen geknoopt tapijt meer zonder het Rugmark-certificaat. Regeringen en ondernemers in India, Pakistan en Bangladesh voelen de hete adem van actievoerders in de nek.
Textielfabrikanten in Bangladesh voeren 1 november maatregelen door om kinderarbeid uit te bannen. En in juli werd een door de Indiase regering gesteund keurmerk voor tapijten ingevoerd. De Indiase minister van Textiel, G. Venkat Swamy, was onlangs in Amsterdam om de komst van dit Kaleen-keurmerk toe te lichten.
Het Kaleen-label is een initiatief van de Indiase tapijtexporteurs, die met argusogen zien hoe de bekendheid van Rugmark groeit. De internationale bezorgdheid over de kinderarbeid in de tapijtsector begint tot forse schadeposten te leiden.
Minister Swamy noemt cijfers van activisten 'propaganda'
De export van Pakistaanse tapijten bijvoorbeeld bijvoorbeeld daalde van 183 miljoen dollar in 1992 tot 149 miljoen vorig jaar. Vermoedelijk zal die daling zich nog doorzetten vanwege de (overigens niet opgehelderde) moord in april op de 12-jarige Iqbal Masih, een jongetje dat jarenlang tapijten knoopte en zich ontpopte als internationaal actievoerder tegen kinderarbeid.
De regering in New Delhi steunt het Kaleen-keurmerk van harte en heeft een commissie benoemd die toezicht moet houden op uitvoering van de plannen. Ook vakbonden, ngo's, de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en Unicef zullen deelnemen in de commissie.
Aan tapijten met het Kaleen-keurmerk zijn geen handen te pas gekomen van kinderen tot veertien jaar. De producenten storten 0,25 procent van hun opbrengt in een fonds waaruit activiteiten worden betaald die bijdragen aan het welzijn van de kinderen, met name onderwijs.
Kaleen lijkt daarmee sterk op het al enige tijd bestaande keurmerk van de Rugmark Stichting. Ongeveer 20 duizend Indiase tapijten met het Rugmark-label zijn de laatste maanden uit India naar Europa geëxporteerd. Ze zijn vooral bestemd voor de Duitse markt, waar ze worden verkocht door grote warenhuizen en postorderbedrijven. De acties tegen kinderarbeid slaan op de grote Duitse markt sterk aan.
Nederlandse organisaties als de FNV, Novib en de Landelijke India Werkgroep zijn bezig ook de Nederlandse consument gevoelig te maken voor Rugmark. De Bijenkorf, V&D en IKEA denken serieus na over invoering van het certificaat.
Motor achter Rugmark is de organisatie SACCS (Zuidaziatische Coalitie tegen Kinderarbeid) van de Indiase activist Kailash Satyarthi. De SACCS trekt veel aandacht met het 'bevrijden' van kinderen uit fabrieken en werkplaatsen.
Volgens Satyarthi werken in India zeker ongeveer 55 miljoen kinderen. In de Noordindiase tapijtindustrie zijn naar schattingen van de SACCS ongeveer 500 duizend kinderen werkzaam.
Het bezoek van minister Venkat Swamy aan Nederland leek niet alleen bedoeld om het nieuwe, door de regering gesteunde keurmerk aan te prijzen, maar ook om de wat hij noemde 'propaganda' van organisaties als die van Satyarthi tegen te spreken.
Venkat Swamy: 'De propaganda wordt vooral verspreid in Duitsland en Nederland. Blijkbaar zijn sommige mensen bevreesd voor de export van Indiase tapijten. Het is opvallend dat zulke acties worden gehouden precies in die sectoren waarin onze export succesvol is.'
'Wie zijn deze mensen?' vroeg de minister zich af. 'Door wie worden ze betaald? Ik weet het niet, ik werp de vraag maar op. Zij zitten in Delhi en verspreiden valse cijfers.'
Volgens gegevens van het ministerie bestond het arbeidsleger in de tapijtindustrie in 1992 voor 8 procent uit kinderen; van hen werkte 4,4 procent in familieverband - wat als veel minder schadelijk wordt gezien. De resterende 3,6 procent werkte in dienstverband. Dit laatste cijfer zou imniddels zijn gedaald tot 2,7 procent. Dat zou gelijk staan aan een aantal van 50 duizend jeugdige werknemers. Een opmerkelijk verschil met de 500 duizend die de Kailash Satyarthi noemt.
Onderzoekers van de ILO kwamen in 1993 op een aantal van 420 duizend kinderen in de tapijtindustrie van de Noordindiase regio Mirzapur-Bhadohi, waar de bedrijven zijn geconcentreerd.
In een notitie heeft het ministerie van Textiel het over de 'overdreven' aandacht voor kinderarbeid in India, al wordt het fenomeen wel degelijk onwenselijk genoemd. 'In welke geringe mate kinderarbeid zich ook voordoet', moet het verschijnsel zo spoedig mogelijk uit de wereld worden geholpen, vindt het ministerie.
En ook dáárover was minister Venkat Swamy tijdens zijn bezoek duidelijk. 'De Indiase regering is volledig gekant tegen kinderarbeid. De wet uit 1986 is goed, kinderarbeid is vrijwel geheel verboden. Het gaat er nu om de wet strikt toe te passen.' Artikel 24 van de grondwet uit 1949 stelt dat kinderen niet mogen werken in 'fabrieken, mijnen of enige andere schadelijke betrekking', en dat 'kindertijd en jeugd moeten worden beschermd tegen uitbuiting'.
De vraag is natuurlijk: wat is schadelijk? De minister stelde dat daar bij het weven van tapijten geen twijfel over kan bestaan. Volgens hem vinden al op grote schaal verrassingsinspecties plaats in tapijtknoperijen; in de eerste maanden van dit jaar al 9940. Daarbij zouden 122 overtredingen zijn geconstateerd. Venkat Swamy zei geen bezwaar te hebben tegen het Rugmark-certificaat. 'Wij ondersteunen particuliere initiatieven.'



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 juli 2003