terug
Uit: India Nu 97 (sep-okt 1995)


Reactie op strijd tegen kinderarbeid?

Regering kondigt eigen tapijtkeurmerk aan



Dit voorjaar lanceerde de Indiase regering een eigen keurmerk tegen kinderarbeid in de tapijtindustrie: het Kaleen Mark. Ook de Pakistaanse regering zei een keurmerk tegen kinderarbeid te willen. In dezelfde periode werden zowel Kailash Satyarthi, voorzitter van de Zuid-Aziatische Coalitie Tegen Kinderarbeid (SACCS), als een aantal Pakistaanse activisten tegen kinderarbeid in de tapijtindustrie gearresteerd. Satyarthi is inmiddels op borgtocht vrijgelaten en moet in november opnieuw voorkomen. De Pakistaanse activisten zitten nog steeds achter slot en grendel. Regeringen gebruiken vaak de wortel Ťn de stok.

Sheena Exports, een grote tapijtexporteur uit de deelstaat Haryana, beschuldigde Satyarthi ervan hen ten onrechte in verband te hebben gebracht met kinderarbeid, waardoor zij een grote exportorder van IKEA misliepen. Aanleiding was een reportage van het Duitse Stern TV die opnamen had gemaakt bij Sheena Exports en daar kinderarbeid aantroffen. Stern TV confronteerde een vertegenwoordiger van IKEA met deze beelden. Geschokt annuleerde IKEA vervolgens orders ter waarde van vijf miljoen mark. In dezelfde reportage steekt Satyarthi een betoog af tegen kinderarbeid in de tapijtindustrie, zonder Sheena Exports te noemen en belde hij, op verzoek van Stern TV, Sheena Exports om hen te vragen of zij inderdaad aan IKEA leveren. Hetgeen het geval bleek.
In de maanden daarna werd Satyarthi meermalen telefonisch met de dood bedreigd en door de politie van Haryana onder druk gezet om een verklaring te tekenen dat Sheena Exports geen kinderarbeid gebruikt. Toen hij dit weigerde werd hij op 1 juni gearresteerd. Door snel advocaten op te trommelen kon hij voorkomen dat hij meegenomen werd naar Haryana, waar hij voor zijn leven vreesde. Sheena Exports heeft nauwe connecties met de deelstaatregering, die volgens Satyarthi een slechte reputatie heeft op het gebied van mensenrechten. Uiteindelijk werd hij korte tijd in de gevangenis van Delhi vastgehouden en daarna op borgtocht vrijgelaten. Vanwege de eerder genoemde bedreigingen heeft hij momenteel politiebescherming.
De dag voordat Satyarthi werd gearresteerd is hij in het Indiase parlement door vertegenwoordigers van diverse oppositiepartijen voor landverrader uitgemaakt omdat hij de Indiase tapijtexport zou schaden.


Wanhoopsoffensief

Niet alleen in India lijkt de tapijtindustrie een wanhoopsoffensief in te zetten tegen haar critici. In april leidde de moord op de jonge Pakistaanse activist tegen kinderarbeid Iqbal Masih wereldwijd tot de veronderstelling dat de 'tapijtmafia' hier achter zou zitten. De regering beweerde dat de moord door een dorpsgek was gepleegd, maar volgens het Pakistaanse 'Bonded Labour Liberation Front' (BLLF) wezen de feiten in een heel andere richting. In juni werden een aantal medewerkers van dit Front gearresteerd op beschuldiging van 'opruiing' en samenwerking met de Indiase geheime dienst. Zij zouden de Pakistaanse belangen in het buitenland hebben geschaad door informatie over kinderarbeid en kinderslavernij naar buiten te brengen. Een aantal medewerkers van het BLLF zit nog steeds vast. Ook loopt nog steeds een arrestatiebevel tegen de voorzitter van het BLLF, Ehsanullah Khan, die zich 'schuilhoudt' in Zweden tot het weer veilig is om naar Pakistan te gaan.


Kaleen Mark

En nu de wortel.
Acht dagen na de arrestatie van Satyarthi, inmiddels weer op vrije voeten, liet de Indiase Minister van Textiel, Venkat Swamy, weten dat de regering een plan van de tapijtindustrie ondersteunt om het Kaleen (Tapijt) Mark te introduceren: 'een keurmerk van betrokkenheid om kinderarbeid uit te bannen'. Het keurmerk wordt verleend door de semi-gouvernementele Carpet Export Promotion Council (CEPC). Elke exporteur die voor het keurmerk in aanmerking wil komen moet zijn weefgetouwen laten registreren bij de CEPC en een beŽigde verklaring afleggen dat hij geen gebruik maakt van kinderarbeid. Daarnaast moet hij 0,25% van zijn exportverdiensten aan een sociaal fonds voor tapijtknopers bijdragen. In een persbericht kondigde de regering ook aan dat de CEPC bezig is om een instantie op te zetten die: "regelmatig steekproefsgewijs inspecties uitvoert om kinderarbeid op te sporen, zo die er al is". De deelstaatregering van Uttar Pradesh heeft, meldt het persbericht, al bijna 10.000 inspecties uitgevoerd in de tapijtsector en tegen 122 weefgetouweigenaren een rechtszaak aangespannen vanwege illegale kinderarbeid. Volgens activisten tegen kinderarbeid is er echter nog nooit een werkgever om die reden veroordeeld.


Bloed

In juni bracht minister Venkat Swamy zelf een bezoek aan Nederland om het Kaleen Mark toe te lichten. Tijdens zijn persconferentie stelde de minister dat de regering vastbesloten was om kinderarbeid in de tapijtindustrie uit te bannen, maar dat het probleem door actiegroepen en media sterk wordt overdreven. Er wordt zelfs bloed aan de tapijten gesmeerd om te kunnen beweren dat het bloed afkomstig is van kinderen die de tapijten knopen, meende Venkat Swamy. Het aantal kinderen dat in de tapijtindustrie werkt bedraagt volgens hem zeker niet meer dan 50.000. Diverse andere onderzoeken noemen getallen die variŽren tussen de ruim 100.000 en 400.000.
De minister citeerde een onderzoek van de National Council for Applied Economic Research uit 1992 waaruit zou blijken dat 8% van de werknemers in de tapijtindustrie kinderen zijn: 4,4% gezinsleden en 3,6% kinderen in loondienst. In 1994 zou dit laatste percentage zelfs zijn gezakt tot 2,7%, hetgeen volgens het persbericht "is te danken aan de maatregelen die de regering van tijd tot tijd neemt".
Het meest recente onderzoek naar kinderarbeid in de tapijtindustrie (juli 1995), uitgevoerd in opdracht van het 'International Programme on the Elimination of Child Labour' (IPEC) van de ILO, becijfert dat 20 tot 30% van de werknemers kinderen zijn. Veel weefgetouweigenaren weigerden overigens hun medewerking aan het onderzoek.
Volgens informatie van eind juli bij monde van de toenmalige voorzitter van de stuurgroep voor het Kaleen Mark - hij is onlangs vervangen door een andere hoge regeringsambtenaar - is het Kaleen Mark per 1 oktober voor alle exporteurs verplicht. Tapijtexporteurs die niet aan de voorwaarden voldoen raken hun exportvergunning kwijt. Meer recente informatie lijkt er echter op te wijzen dat het Kaleen Mark geen verplichte voorwaarde voor export zal zijn en dat de Kaleen Mark-inspectie niet door een onafhankelijk bureau maar door de reguliere arbeidsinspectie uitgevoerd zal worden.


Twee keurmerken

De grote vraag is welke invloed het door de regering gesteunde Kaleen Mark zal hebben op het Rugmark dat door SACCS, Unicef, de Duitse exportpromotie-organisatie IGEP en de Vereniging van Tapijtfabrikanten zonder Kinderarbeid wordt beheerd. Het is om te beginnen zeer verwarrend voor de consument dat er wellicht straks twee labels zijn die zeggen te staan voor tapijten zonder kinderarbeid. Het Rugmark-keurmerk wil consumenten de mogelijkheid bieden een bewuste keuze te maken voor tapijten die zonder kinderarbeid zijn gemaakt. Rugmark wordt echter overbodig als de Indiase regering metterdaad de wet uitvoert die kinderarbeid in de tapijtindustrie verbiedt. Datzelfde geldt voor het Kaleen Mark. In plaats daarvan lijkt het er op dat de regering het probleem eerst bagatelliseert en vervolgens wegdefinieert via een keurmerk dat is gebaseerd op onvoldoende onafhankelijke controle. Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het Kaleen Mark is opgezet om het Rugmark in de wielen te rijden.
De positieve kant van het Kaleen Mark is dat de regering zich nu meer dan tevoren vastlegt op het uitbannen van kinderarbeid in de tapijtindustrie en daarop ook aangesproken kan worden. Wellicht is het mogelijk Rugmark en Kaleen Mark te combineren tot ťťn effectief keurmerk, waarbij de onafhankelijke controle vanzelfsprekend een essentiŽle voorwaarde is.


Duitse aangelegenheid

Ook binnen de Rugmark Stichting staan de ontwikkelingen niet stil. Het voorzitterschap dat vanaf het begin in handen was geweest van de Duitse directeur van het Indo-German Export Promotion Project (IGEP), is in mei overgedragen aan Maneka Gandhi, voormalig Minister van Milieu. De kritiek dat de Rugmark Stichting te veel een Duitse aangelegenheid is - door Indiase tegenstanders vaak als gelegenheidsargument gebruikt om het Rugmark af te schilderen als ongewenste buitenlandse bemoeienis - is daardoor nu duidelijk weerlegd.
De eerste zes maanden zijn duidelijk een leerperiode geweest voor de Rugmark Stichting waarin zeker niet alles vlekkeloos is verlopen. Het was bijvoorbeeld aanvankelijk niet duidelijk of de veelvuldig voorkomende lege plekken achter het weefgetouw - wellicht van kinderen die zich bij aankomst van de inspecteurs snel hadden moeten verstoppen - gerapporteerd moesten worden. In mei dit jaar is daarom besloten om een extern bureau (RISCB) in te huren om de inspecteurs te trainen, het inspectiesysteem door te lichten en voorstellen te doen voor verbetering. Een van de zes inspecteurs is vanwege incompetentie ontslagen. De andere vijf zijn door het externe bureau zeer positief beoordeeld. Zij hebben een eerste training achter de rug en er is, op basis van veldonderzoek, een duidelijke handleiding opgesteld. Het RISCB heeft inmiddels een aantal aanbevelingen gedaan om het inspectiesysteem uit te breiden en te versterken. Het bestuur van de Rugmark Stichting zal daar binnenkort over beslissen.
Inmiddels zijn bijna 100.000 van een Rugmark voorziene tapijten in Duitsland gearriveerd en is de verkoop begonnen. Een van Duitsland's grootste importeurs van Indiase tapijten, Teppich Kibek, heeft onlangs besloten met het Rugmark in zee te gaan. Daarmee zal binnenkort 30% van de in Duitsland geImporteerde Indiase tapijten het Rugmark label dragen. In Nederland zijn we nog niet zover. De Bijenkorf, V&D en IKEA hebben in principe wel interesse, maar moeten de daadwerkelijke eerste stap nog zetten.

Gerard Oonk




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 25 juni 2008