Onderstaand artikel is gepubliceerd in OnzeWereld Spiegel, september 1995

door: P e t r a   W o l t h u i s

Kailash Satyarthi met een bevrijd jongetje op schoot
(foto: P.   L i s s e t / S u n s h i n e)

Kailash Satyarthi


Bevrijder van kinderslaven



Duizenden kinderen heeft Kailash Satyarthi uit fabrieken, steenmijnen, weverijen en werkplaatsen gered. Soms met gevaar voor eigen leven.

Santosh Kumar was één van hen. Toen hij zeven jaar oud was, stopte er een jeep met drie keurig geklede mannen in zijn dorp. Ze gaven hem koekjes en boden hem een bioscoopbezoek aan. De beloofde film heeft hij echter nooit gezien. In plaats daarvan werd Santosh ondergebracht in een smerig en slecht geventileerd hok, waar hij at en sliep en twaalf uur per dag tapijten moest knopen.
Uiteindelijk werd hij bevrijd. Hij kwam terecht in het opleidingscentrum Mukti Ashram in New Delhi, de hoofdstad van India. Daar krijgen bevrijde kinderslaven onderwijs en worden zij voorbereid op hun terugkeer in de samenleving.

Schandalig
Kinderarbeid is niet iets van vroegere tijden. Alleen al in India werken momenteel 55 miljoen kinderen, waarvan tien miljoen als slaaf. In de Indiase tapijtindustrie is het aantal kinderarbeiders de laatste tien jaar zelfs verdrievoudigd, van honderdduizend tot driehonderdduizend. Maar ook in andere Aziatische landen zoals Bangladesh, Nepal, Pakistan en Sri Lanka komen kinderarbeid en -slavernij voor.
De Indiase ingenieur Kailash Satyarthi vindt dat schandalig. Daarom gaf hij vijftien jaar geleden zijn baan als hoogleraar op. Hij wilde zich volledig inzetten voor de bevrijding van kinderen.

Dit meisje verdient dansend het geld, samen met haar vader
(foto: B e n e l u x)
Inmiddels hebben Satyarthi en zijn medewerkers ruim dertigduizend kinderen gered. Deze ex-slaafjes werden vaak gedwongen om zestien uur per dag te werken. Verstoken van zonlicht, studie en ontspanning. Bij het minste of geringste werden ze in elkaar geslagen.

(foto: D a v i d   B r o w n e / R B P)

(foto: P.   L i s s e t / S u n s h i n e)
Veel Indiase kinderen doen dagelijks zwaar lichamelijk werk, in een luciferfabriek of een steengroeve, gedwongen door volwassenen
Satyarthi vertelt: 'In 1983 bevrijdden we de eerste groep kinderen in de deelstaat Uttar Pradesh. Van die dertig jonge slaven hadden er twaalf ernstige brandwonden op hun lichaam. Volgens de slachtoffertjes werden zij met een hete pook door de baas bewerkt als zij huilden.'
Na deze eerste bevrijding merkte Satyarthi dat zulke lijfstraffen geen uitzondering waren. Soms werden de kinderen aan de voeten opgehangen aan bomen. Of er werden sigarettepeuken op hun huid uitgedrukt.

Logo met lachend tapijtje


De Duitse consument kan sinds kort toch 'kindvriendelijke' tapijten uit India kopen. Ze zijn te herkennen aan het zogenaamdew Rugmark-logo: een beeldmerkje waarop een lachend tapijtje te zien is. Volgens de Rugmark-organisatie zal nog dit jaar 15 tot 20 procent van de produktie in India 'kindvriendelijk' kunnen gebeuren.
Het Rugmark-label garandeert dat aan de fabricage geen kinderhanden te pas zijn gekomen en dat in de tapijt-ateliers het wettelijk minimumloon wordt betaald. Deelnemers verplichten zich om 1 procent van de waarde van de tapijten te storten in een door Unicef beheerd fonds. Met behulp van dat geld wordt ex-slaafjes een betere toekomst geboden. In Nederland proberen de Landelijke India Werkgroep (LIW), de FNV, Novib en Unicef imprteurs te bewegen aan het initiatief mee te doen.
Niet huilen of lachen
Satyarthi, die zelf vader van twee kinderen is, zal de bevrijding van Tasleem niet snel vergeten. Twee jaar geleden ontmoette hij de zevenjarige jongen bij een weverij. 'We hadden 128 kinderen bevrijd en Tasleem viel me meteen op. In tegenstelling tot de andere kinderen toonde hij geen enkele emotie. Dat verbaasde mij. Ik nam hem op mijn schoot, streelde hem over zijn hoofd en zei lieve dingen. Pas na een paar uur vertelde hij huilend dat ik de eerste was in twee jaar die iets liefs tegen hem zei. Twee jaar lang had hij niet meer gesproken, gehuild of gelachen. Hij had geleerd dat huilen een pak slaag betekende, dus zweeg hij. Verborgen achter zijn haar zat een groot litteken als stille getuige van zware mishandeling.'
Satyarthi wilde de jongen terug naar zijn moeder brengen, maar Tasleem was haar gezicht vergeten. Alleen zijn geboorteplaats kon hij zich nog herinneren. Satyarthi: 'Door puur toeval ving ik daar een gesprek op tussen een vrouwen haar buurmeisje. Het meisje wilde de vrouw eten geven, maar die weigerde steeds. Omdat ze haar zoon Tasleem zo miste, zei ze. Ik ging naar haar toe en zei: Hier is je zoon, hij is teruggekomen. Maar de vrouw had door verdriet het licht uit haar ogen verloren. Ze kon het niet geloven. Ze raakte hem aan: Ben jij het Tasleem? Ben jij het echt?'


De moord op Iqbal

Ook in Pakistan en Nepal zijn inmiddels keurmerkorganisaties in oprichting. In Pakistan is de zaak in een stroomversnelling geraakt door de moord in april 1995 op de twaalfjarige Iqbal Masih. Iqbal moest op zijn vierde jaar de fabriek in om te werken. Zijn ouders hadden hun zoon verkocht omdat ze schulden hadden. Zes jaar later werd Iqbal bevrijd.
Sindsdien reisde hij de wereld rond om campagne te voeren tegen de grote tapijtbazen. Iqbal werd uitgenodigd om in Zweden op een internationale arbeidersconferentie te spreken. In Boston (VS) mocht hij later een prijs van Reebok in ontvangst nemen. Met dat geld wilde hij later zijn studie voor advocaat bekostigen. Zo wilde hij zijn lotgenootjes helpen. De 'tapijt-mafia' was woedend. Door de internationale aandacht voor Iqbal en de kinderarbeid moesten tientallen tapijtfabrieken hun poorten sluiten.
In de lente van 1995 werd Iqbal tijdens een fietstochtje met twee vrienden neergeschoten. Aanvankelijk verdacht men de Pakistaanse tapijtproducenten. Later bleek dat het om een gek ging.

    (foto: A P)

Verbieden
Moet kinderarbeid niet gewoon verboden worden? Je zou denken van wel. Toch durft niet iedereen hierop volmondig ja te zeggen. Want dan zouden veel families ineens zonder inkomsten komen te zitten. Nu kunnen zij overleven dankzij het geld dat de kinderen inbrengen. Een verbod op kinderarbeid betekent in eerste instantie meer armoede. De keuze is dus niet zo simpel als ze lijkt.
Satyarthi kan zich over dit argument echter enorm kwaad maken. 'Kinderarbeid is niet het gevolg van armoede, maar juist de oorzaak. Voor elk werkend kind is er een volwassene werkloos. Kinderarbeid leidt bovendien tot een gebrek aan opleiding en een achterstand in geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. Daardoor lopen kinderen op latere leeftijd weer de kans werkloos te worden.'
'Ouders vinden het vreselijk. In wanhoop vertrouwen ze hun kinderen toe aan louche handelaren. Ze zien vaak niets meer van het geld dat hun daarvoor wordt beloofd. Dikwijls moeten ze er zelfs geld op toeleggen. Voor zogenaamde opleidingen gaan ze leningen aan die ze met woekerrente terug moeten betalen. Hierdoor komen armen alleen maar verder in de problemen. Ook worden veel kinderen ontvoerd door fabrikanten en handelaren.'
Zulke werkgevers hebben flink de pest aan Satyarthi's bevrijdingsacties. Veel fabriekseigenaren hebben contacten met de plaatselijke politici en bestuurders. Steun van lokale overheden en politie krijgt Satyarthi daarom zelden. 'Veel politici zijn zelf actief in de handel. Of ze ontvangen smeergeld van werkgevers die kinderen in dienst hebben. Bovendien wordt de Indiase politiek beheerst door de hogere kasten. Die voelen weinig sociale verantwoordelijkheid voor werkende kinderen, die meestal tot een lage kaste horen of onaanraakbaar zijn.'

Trots toont deze jongen zijn weeksalaris. Hij kan er net een brood van kopen
(foto: P.   L i s s e t / S u n s h i n e)

Consumenten
De discussies over afschaffing van kinderarbeid in arme zuidelijke landen doen vaak denken aan de heftige debatten die eind 19e eeuw in Nederland werden gevoerd. Toen werkten er veel kinderen in de textielindustrie, glasblazerijen, schoenfabrieken, touwslagerijen en de tabaks- en klei-industrie. Lange werktijden, slechte werkplaatsen, onveiligheid en lage lonen waren de ergste plagen. Met het Kinderwetje van Van Houten werd in 1873 arbeid door kinderen beneden de twaalf jaar officieel afgeschaft. De controle kwam in handen van de Arbeidsinspectie.
Ook in India is het wettelijk verboden om kinderen jonger dan vijftien jaar in gevaarlijke industrieën als mijnbouw, de tapijt- en glasindustrie te laten werken. Toch liet de Indiase overheid deze wanpraktijken jarenlang oogluikend toe. Deze jonge arbeidertjes zorgden immers voor een spectaculaire stijging van de exportinkomsten. Alleen al de export van tapijten levert India jaarlijks ongeveer driehonderd miljoen gulden op.
Daarom pleit Satyarthi voor een importverbod voor produkten die door kinderhanden zijn vervaardigd. Over de hele wereld krijgt hij geleidelijk steun van organisaties, politici, vakbonden en particulieren. 1995 is het jaar waarin de FNV in Nederland kinderarbeid onder de aandacht van het publiek brengt. Steeds meer importeurs en handelaren zijn bereid mee te helpen bij de uitroeiing van kinderslavemij. Zo zegde begin 1995 het meubelwarenhuis Ikea een miljoenencontract op met een tapijtleverancier uit India.

Wat voor werk?


Kinderarbeid komt het vaakst voor in de sector die de informele economie genoemd wordt. Daar gelden (bijna) geen regels voor loon, sociale voorzieningen en werktijden. Veel kinderen komen terecht in de
dienstverlening. Ze hebben een baantje in de horeca, poetsen schoenen op straat of zoeken een plekje als dienstbode. Dankzij de groeiende toeristenindustrie vinden velen werk in café's, restuarants en hotels, maar ze worden ook ingezet in de seksindustrie. Kinderprostitutie neemt vooral in Azië toe.
Buiten de steden werken veel kinderen
op het land. In boerengezinnen moet iedereen meewerken. In veel landen gaat dat ten koste van onderwijs. In steden worden kinderen ingezet in de industrie, vooral in de kleding-, tapijt- en schoenenfabrieken. Ook mijneigenaren werken graag met jonge werkkrachten. De smalle ondergronse gangen zijn ontoegankelijk voor volwassenen, maar kinderlichamen kunnen er wel doorheen.
Tot slot worden kinderen in sommige landen ingezet in het
leger. In Ruanda, Mozambique en Iran moesten kinderen de weg mijnenvrij maken voor het volwassenenleger.
Satyarthi wijst ook op de medeverantwoordelijkheid van de westerse consument. 'Die moet zijn koop gedrag aanpassen, vindt hij. 'Want zolang de vraag naar goedkope Indiase produkten stijgt, blijven Indiase werkgevers jonge kinderen in dienst nemen om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen. Zolang daaraan niets verandert kun je kinderen blijven redden zonder een stap verder te komen.'




terug LIW in de pers Kinderarbeid & Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 5 februari 2015