terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Transit, november 1995      

Een reis rond het drama dat kinderarbeid heet

Wilt u wel even op de kleintjes letten?

door:
Wim Baltussen

Kinderarbeid is fout. Kinderarbeid mag niet. Kinderarbeid komt massaal voor. Wereldwijd werken 200 miljoen kinderen, en neem maar van ons aan dat die niet allemaal zingen in een musical of acteren voor tv. Ze prostitueren zich, poetsen schoenen of produceren die mooie goedkope shirts in de boetiek bij ons om de hoek. Van Brussel naar Delhi via Wenen: en met feiten en opinies kwamen wij terug.

Schoenen poetsen, meneer?" "Nee," zeg ik. Niet omdat mijn schoenen er nou zo piekfijn uitzien, ik vind het gewoon beschamend dat een kind voor je werkt. Het kleintje houdt vol, aggressiever nu: "Meneer, als ik uw schoenen niet mag poetsen, krijg ik vanavond slaag van mijn vader. Hij is werkloos en ik moet geld voor hem verdienen." Dat breekt m'n hart, dus, vooruit maar.

Begin dit jaar word ik in Brussel op een bijeenkomst van het Komitee voor de Opheffing van de Derde-Wereldschuld (Kodewes) geconfronteerd met het onderwerp kinderarbeid. De bewustwordingsactie van een Belgische ontwikkelingsorganisatie is het begin van mijn zoektocht in de wereld van de kinderarbeid, een thema dat met stip stijgt op de hitparade van te bestrijden misstanden. Met name in India is het voorwerp van heftige controversen en campagnes, die hun uitwerking op Nederland en de rest van de Westerse wereld niet missen.

Gevaarlijk
Kinderwerk is iets anders dan kinderarbeid, aldus mevrouw Stoikov in het verslag van de FNV-conferentie 'Een baan om de aarde, naar een rechtvaardige wereld-arbeidsmarkt', half februari dit jaar. Ze werkt bij het Internationaal Program voor de Afschaffing van Kinderarbeid van de International Labour Organization (ILO). Kinderwerk vindt de ILO 'een nuttige activiteit'. Helpen in de huishouding, in de winkel, de buurt of op de boerderij - betaald of onbetaald: het bereidt kinderen voor op de volwassenheid. "Ze leren vaardigheden, verantwoordelijkheid te dragen en ze zijn trots op hun eigen activiteiten," aldus Stoikov.

Kinderarbeid daarentegen is gevaarlijk en uitbuitend werk. Het ondermijnt in alle opzichten de ontwikkeling van het kind, berooft het van onderwijs en andere wezenlijke mensenrechten. Stoikov: "Kinderen van zes of zeven jaar oud in een fabriek. Ze maken lange dagen, twaalf tot zestien uur per dag. Ik heb zelf kinderen gezien die honderd uur per week werken. Ze werken onder lichamelijke en psychische belasting, in mijnen, sweatshops, of met explosieven. Ze werken op straat, waar ze geslagen kunnen worden of verkracht. Met heel weinig prikkels, saai monotoon werk dat de geest afstompt. En ze zijn slachtoffer van intimidatie, zoals slavenkinderen of kinderprostituees."

Explosief
Wereldwijd1 werken volgens de ILO meer dan 200 miljoen kinderen tussen de vier en veettien jaar. Iedere dag komen er 80.000 bij, in een jaar tijd is dat zowat twee keer de bevolking van Nederland. Neem India, het land met het grootste aantal werkende kinderen ter wereld. De Indiase regering geeft - noodgedwongen - toe dat er minstens 17,5 miljoen kinderen werken. Een vaak door de ILO aangehaalde research-instelling- de Operations Group Baroda -schat het aantal werkende kinderen in India op 44 miljoen. De Aziatische organisatie van het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV) - de FNV is daarbij aangesloten - houdt het op 50 miljoen, terwijl het Indiase Centre for Concern for Working Children uitkomt op maar liefst honderd miljoen werkende kinderen.

Kinderen jonger dan vijftien jaar (soms veertien) mogen niet werken. Kinderarbeid speelt zich dus voor een belangrijk deel afin de illegaliteit. Het komt vooral voor in Derde-Wereldlanden, die bepaald niet bekend staan om kwaliteit en onkreukbaarheid van bijvoorbeeld een arbeidsinspectie. Zo dat soort controle-instanties al bestaan.

Verhoudingsgewijs staat Afrika op de eerste plaats: één op de drie kinderen moet er werken. Net als in Latijns-Amerika is dat aantal vooral in de jaren tachtig explosief gestegen. Belangrijkste oorzaak van deze stijging vormen de structurele aanpassingsplannen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. Hierdoor nam de werkloosheid onder volwassenen enorm toe, terwijl anderzijds het onderwijs door privatisering, bezuiniging en invoering van 'eigen bijdragen' ontoegankelijk werd voor grote delen van de bevolking. In Azië is het beeld niet wezenlijk anders. Gevolg: kinderen kunnen door de ouders niet meer onderhouden worden. Ze worden de deur uitgezet of moeten op hun beurt de ouders onderhouden: door te gaan werken of omdat ze door zelfverkocht te worden direct contant geld opleveren.

Kindereisen

Wij, 1100 werkende kinderen van India, die naar Madras zijn gekomen voor onze nationale conventie, willen graag aan de volwassenen van dit land onze wensen en eisen voorleggen.

  1. Wij zijn arme kinderen, we hebben goed voedsel nodig. We moeten ook goedkope winkels, water, licht en gezondheidsvoorzieningen dicht bij onze huizen krijgen.
  2. We willen dat jullie ons naar school laten gaan. We willen goede en gratis scholen dichtbij onze huizen en ook gratis boeken en uniformen. Als we goed te eten krijgen op school zullen onze ouders ons eerder naar school toe sturen. U kunt ons ook financiële hulp geven zodat we naar school kunnen gaan.
  3. We willen niet werken. Maar onze ouders hebben geen banen, ze hebben moeten lenen. Als zij genoeg geld hebben hoeven wij niet meer te werken. Als het niet anders kan geeft u ons tenminste veilige banen!
  4. Overal werken wij, dag en nacht. We krijgen allerlei ziektes. Geef ons zekerheid en veiligheid. Voor degenen van ons die ver van huis werken kan voor overblijfscholen, tehuizen, gezondheidsvoorzieningen en goed eten gezorgd worden.
  5. Als er crèches en dagverblijven zouden zijn konden onze jongere broertjes en zusjes daar blijven. Alleen dan kunnen wij naar school gaan.
  6. Werkgevers, politie en ouders die kinderen slaan, hun geld aan alcohol uitgeven, hun dochters heel jong uithuwelijken, zouden streng gestraft moeten worden.
  7. Zeg alstublieft aan de mensen in ons dorp en onze ouders dat werken niet mag van de wet en dat het niet goed is voor ons. Waarom weten zij niks van de wereld om zich heen? Als we niet leren zullen wij en onze volgende generatie arm en achtergesteld blijven!
  8. Wie houdt er niet van spelen? We zouden mogelijkheden moeten hebben om te dansen, te zingen, te spelen, te tekenen en veel meer dingen te doen. Wie zou er niet graag leren? Kunt u ons onderwijs geven dat interessant is?
  9. Tijdens verkiezingen plakken we posters en schreeuwen we 'hoera', waardoor die politici een paar zetels krijgen. Daarom moeten ze iets goeds voor ons doen.
Stuur ons niet weg na deze bijeenkomst. Ouderen, onderwijzers, ouders en de overheid moeten iets doen om een eind te maken aan kinderarbeid. Laten we niet ophouden met deze strijd tot dat het doel bereikt is.

Nationale conventie van kinderarbeiders,
18 - 20 december 1994, Madras, India

Discussie
Wat te doen aan het overduidelijke probleem? We gaan opnieuw naar India, waar een felle discussie woedt langs de lijnen 'direct verbieden' dan wel 'reguleren en op termijn afschaffen'2. Kinderen behoren niet te werken, ze hebben recht op een toekomst door nu naar school te kunnen gaan. Daarover is iedereen het eens. Gratis en verplicht onderwijs dus, maar daarnaast ook banengarantieplannen voor volwassenen. Hebben die immers geen werk dan moeten de kinderen ogenblikkelijk aan de slag als ze van school komen. Zo worden ze dubbel belast wat ten nadele van hun leerprestaties zal werken.

Maar over hoe het nu moet met die werkende kinderen: daarover bestaan stevige meningsverschillen. De organisatie Butterflies stelt zich op het standpunt van 'reguleren'. Voorzitter Rita Panicker: "De meerderheid van de kinderen in India werkt. Zolang dat voortduurt, hebben ze recht op een vakbond om zo mee te praten over hun lot." Uit die hoek komt dan ook het initiatief voor Bal Mazdoor, de eerste kindervakbond ter wereld. In 1991 werd de bond opgericht in Delhi nadat een jongetje, Vijay, door zijn baas, een winkelier, op de markt in elkaar geslagen was. Andere werkende kinderen, die het voor Vijay opnamen, werden massaal mishandeld door de marktkooplui en de politie.

Erkenning was absoluut geen sinecure. Kinderarbeid is verboden, en bestaat dus niet - hoezo kindervakbond? En toch is zulke erkenning bitterhard nodig. Een Indiase wet van 1925 sluit kinderen uit van vakbondslidmaatschap. De vakbeweging nu kan vaak alleen een vuist maken in de grote bedrijven. Daar komt kinderarbeid relatief weinig voor. En zo valt deze veelal buiten het blikveld van de vakbeweging, die bovendien lang niet altijd een vuist wìl maken tegen kinderarbeid.

Alle reden voor een eigen organisatie dus, die volgens Panicker niet alleen onderhandelt over hoger loon en arbeidsvoorwaarden. "Dat is de traditionele taakopvatting van vakbonden. Maar ze kunnen ook over mensenrechten praten. Het recht op onderwijs, op gezondheid, op vrijwaring van onderdrukking. Dáár vecht Bal Mazdoor voor."

IKEA
Kailash Satyarthi daarentegen voert een verbeten strijd voor een volledig verbod van kinderarbeid. Hij is voorzitter van de Zuidaziatische Coalitie tegen Kinderdwangarbeid (SACCS), een koepelorganisatie van zo'n 200 organisaties uit India, Pakistan, Bangladesh en Sri Lanka. De SACCS is vooral bekend omdat ze door directe actie slavenkinderen bevrijdt en vervolgens 'rehabiliteert' in eigen scholen.

Satyarthi werd begin juni gearresteerd omdat hij meewerkte aan een documentaire over kinderarbeid, die op de Duitse tv werd uitgezonden. Daardoor raakte een grote Indiase tapijtfabrikant een miljoenenorder van IKEA kwijt. Zijn redenering is simpel: "Er zijn zestig miljoen werkloze volwassenen in dit land. Wij gaan uit van een aantal van 55 miljoen werkende kinderen. Verbied de kinderarbeid en de werkloosheid is opgelost." Hij is niet onverdeeld gelukkig met initiatieven als Bal Mazdoor. Kinderen horen niet te werken, horen dus ook geen vakbond te hebben, aldus Satyarthi. Bovendien zou het bondswerk hen alleen maar meer afhouden van leren en spelen.

Unicef zaaide als eerste twijfel over een verbod, en wel op basis van ervaringen uit de tapijtindustrie in Bangladesh. Daar werken veel kinderen. Uit vrees voor een internationale boycot zette de Tapijtexportassociatie enkele jaren geleden de ondernemers onder druk kinderarbeid uit te bannen. Begin 1993 werden naar schatting 55.000 kinderen van de ene op de andere dag ontslagen. Hun lot was bedroevend. Geen enkel ontslagen kind ging terug naar school. Zowat de helft zit nu thuis en zoekt opnieuw werk; de andere helft vond - zo stelde Unicef vast - een andere, maar veel slechtere baan. Deze kinderen werken nu in de huishouding, verkopen bloemen op straat, zitten in de prostitutie of verzamelen afval. Vaak werd ook nog de moeder - met wie de meisjes mee naar de fabriek gingen - ontslagen, omdat de kinderen niet alleen thuis mochten blijven.

Tapijten
Wenen, 1993. De VN confereert over mensenrechten. In het verslag van de bijgaande 'schaduwconferentie' stelt swami Agnivesh (SACCS): "De regering doet nauwelijks moeite om in de tapijtindustrie kinderarbeid uit te bannen. Het is de meest lucratieve exportindustrie. De tapijten gaan naar Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland en de Verenigde Staten. De regering wil 'harde valuta'. Waarom? We hebben een buitenlandse schuld, moeten 'structurele aanpassing' ondergaan. Het belangrijkste daarvan: liberalisering van de import en acceptatie van een export-gerichte economie. De kinderen zijn de belangrijkste slachtoffers van dit valse ontwikkelingsmodel."

Dat model heeft nog een stevige zet in de rug gekregen met de ondertekening van de GATT-verdragen en de oprichting van de Wereld Handelsorganisatie (WTO). Volledige liberalisering van de wereldhandel is het beoogde doel. Tolmuren in de Derde Wereld, onder andere bedoeld om de lokale industrie te beschermen, worden in hoog tempo afgebroken. Bescherming van de eigen industrie is 'protectionisme'. Een ergere vloek in de neo-liberale kerk is niet mogelijk. 'Vrije concurrentie' moet, opdat ieder zijn gerechtvaardigde plek onder de zon krijgt.

Het belangrijkste wapen van de ontwikkelingslanden in deze concurrentieslag is 'goedkope arbeid', aldus IMF en Wereldbank. Standaard dicteren deze door het Westen gedomineerde instanties loonsverlagingen, devaluatie van de lokale munt, afbouw van het overheidsapparaat en privatisering van gemeenschapsvoorzieningen.

Om de ergste uitwassen te voorkomen, maar ook uit angst dat de concurrentie uit 'lage-loonlanden' hier banen zal kosten, wordt gepleit voor invoering van 'sociale paragrafen' in de GATT-akkoorden. Die zouden de arbeidsvoorwaarden in exporterende landen moeten verbeteren door handelssancties te verbinden aan het niet volgen van minimum-arbeidsnormen.

De FNV en InZet deden in 1993 in de studie Duurzame Handel, naar milieu- en arbeidsnormen in internationale handelsovereenkomsten een voorstel daartoe. Wat de arbeidsnormen betreft, gaat het om vakbondsvrijheid, het recht op collectief onderhandelen, non-discriminatie en gelijke betaling voor mannen en vrouwen, en het verbod op gebruikmaking van gedwongen arbeid en gevangenisarbeid. deze normen komen ook voor in het Handels- en het Koffiemanifest van de Wereldwinkels. Het IVVV bepleit daarbovenop invoering van minimumloonnormen en een verbod op kinderarbeid. Dat laatste staan ook de Novib en de Landelijke India Werkgroep voor.

Stakingen
Pleidooien voor 'sociale paragrafen' stuiten echter op forse weerstand, met name in de Derde Wereld. De Britse krant The Telegraph publiceerde in mei '94 een artikel onder de kop 'India moet voorwaarden scheppen waarbij zijn concurrentievermogen niet op uitgebuite arbeid berust'. "De GATT-bijeenkomst in Marakesh," zo schreef de krant, "stond bol van pleidooien tegen het voorstel om sociale paragrafen in het akkoord op te nemen. Ontwikkelingslanden haalden eensgezind uit naar de pogingen van ontwikkelde landen, de Verenigde Staten in het bijzonder, om sociale en handelsonderwerpen te koppelen. Allen schijnen van mening te zijn dat er onder het mom van bezorgdheid over arbeidsomstandigheden en het milieu sprake is van neo-protectionisme."

De telefoon gegrepen, en Brussel gebeld. Anke Hintjes van het daar gevestigde Komitee voor de Opheffing van de Derde Wereldschuld (Kodewes) is tegenstandster van 'sociale paragrafen': "Sociale paragrafen willen de handel als instrument gebruiken om scheve verhoudingen recht te trekken. Maar de handel zelf is al scheef." Bovendien zijn er betere manieren om solidariteit te betuigen: "Regelmatig zijn er grote stakingen in Derde Wereldlanden tegen privatiseringen en loonsverlagingen. Van hieruit vakbonden in die strijd steunen is beter dan de grenzen dichtgooien voor produkten, die met goedkope arbeid gemaakt worden." Daarbij, zo stelt Hintjes, is het een misvatting dat de werkloosheid hier veroorzaakt wordt door de concurrentie van 'lage-loonlanden': "Die wordt vooral veroorzaakt door toenemende concurrentie tussen de industrielanden zelf, de stijgende arbeidsproduktiviteit en een dalende vraag als gevolg van bezuinigingen. Zeker niet door de concurrentie van Derde Wereldlanden."

Noten
1. Gebaseerd op Afrekenen met kinderarbeid, een uitgave van de Stichting FNV Pers, februari 1995.
2. Gebaseerd op artikelen in Trouw (17 juni), De Volkskrant (26 augustus) en India Nu.




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 juli 2003