terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Nieuwsblad van het Noorden, 23-9-1996      

Ontwikkelingsorganisaties voeren actie tegen kinderarbeid

DEN HAAG - Tien ontwikkelings- en vakbondsorganisaties in Nederland roepen de Nederlandse regering en de andere landen van de Europese Unie op de importtarieven voor 'kinderarbeidsvrije' producten af te schaffen. Daarmee wordt de verkoop van deze producten gestimuleerd en worden ontwikkelingslanden gesteund meer te investeren in dergelijke projecten. De organisaties willen ook dat er meer steun komt voor de strijd tegen kinderarbeid en dat de politieke druk op landen die onvoldoende maatregelen tegen deze 'wantoestand' nemen, wordt opgevoerd.

Om hun verzoek te ondersteunen starten de organisaties binnenkort een handtekeningenactie en worden komend najaar diverse andere activiteiten ontplooid. Het initiatief tot de actie is genomen door de Landelijke India Werkgroep die steun kreeg van onder meer FNV, Unicef, Hivos, Cebemo, Novib en de Wereldwinkels. Zo vragen de tien organisaties onder het motto 'Teken Tegen Kinderarbeid' hun achterban een kaart te ondertekenen om steun te betuigen met de oproep.

Nederland wil het voorzitterschap van de Europese Unie gebruiken om, in samenwerking met de ILO, de internationale Arbeidsorganisatie, in februari '97 een internationale rondetafelconferentie over kinderarbeid te organiseren. Deze conferentie, waarvoor vertegenwoordigers van westerse en ontwikkelingslanden worden uitgenodigd, moet uiteindelijk leiden tot de aanvaarding in 1998 van een internationaal verdrag waarin de meest gevaarlijke vormen van kinderarbeid worden uitgebannen.

De ILO heeft het onderwerp hoog op haar agenda staan. De handtekeningen worden op de conferentie aangeboden aan de Nederlandse minister van Sociale Zaken Ad Melkert.

De tien Nederlandse organisaties vragen, behalve het afschaffen van het importtarief op 'kinderarbeidsvrije' producten, ook meer Westerse steun voor het basisonderwijs en aanverwante programma's in ontwikkelingslanden. "Investeren in goed onderwijs is noodzakelijk om kinderarbeid te bestrijden", zegt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep.

"Er wordt al veel hulp gegeven maar er is meer nodig. Bij voorbeeld projecten die erop gericht zijn kinderen uit hun werk te halen en hen voor te bereiden op het gewone onderwijs". Want: kinderen die werken kunnen geen onderwijs volgen en ze krijgen geen kans op een gezonde, geestelijke en lichamelijke ontwikkeling.

Oonk: "Daarbij moet je niet alleen aan extreem en gevaarlijk werk denken, maar ook aan hele simpele dingen. Bijvoorbeeld meisjes die als hulp in de huishouding werken, ook zij krijgen daardoor geen kans op scholing. Vandaar dat wij ons specifiek op meisjes richten".

Oonk wijst op succesvolle lokale projecten in India waar vrijwilligers erin slagen ouders te motiveren hun kinderen weer naar school te sturen. Geleidelijk worden de kinderen vertrouwd gemaakt met het onderwijssysteem om een paar maanden later full time in het gewone (basis)onderwijs verder te gaan. Tegelijkertijd wordt het lokaal bestuur onder druk gezet voor goed onderwijs te zorgen. "We willen voorkomen dat kinderen worden afgescheept met alleen avondonderwijs. Wij denken dat dat onvoldoende werkt".

Rugmark-keurmerk
Wat het afschaffen van het importtarief voor 'kinderarbeidvrije' producten betreft, wijst Oonk erop dat de Europese Unie het weliswaar vanaf 1998 mogelijk maakt een extra korting op de invoerrechten te geven als een land geen kinderarbeid toestaat, maar dat daar nogal wat onduidelijkheid over bestaat. "Geldt dat dan voor alle producten? Bestaat gevaar op gesjoemel? Hoe controleer je dat? Beter is het importtarieven alleen te verlagen of af te schaffen voor producten waarvan je zeker weet dat die niet door kinderen zijn gemaakt".

Oonk noemt als voorbeelden de Fair Trade-producten - hoofdzakelijk textiel en handvaardigheid -, het keurmerk voor 'schone kleding' en het Rugmark-keurmerk voor tapijten. "Zo'n keurmerk wil niet alleen zeggen dat het produkt niet door kinderen is gemaakt, het wil onder meer ook zeggen dat er een goed loon is uitbetaald en dat de werknemers zich in een vakbond kunnen verenigen", aldus Oonk.

"Nederland en de EU kunnen veel bijdragen aan het succes van dergelijke keurmerken door de ontwikkeling en marketing ervan te steunen".

Lange werkdagen
Wereldwijd werken 200 miljoen kinderen van vier tot veertien jaar en komen daar elke dag circa 80.000 werkende kinderen bij. Meestal betekent dat lange werkdagen onder ongezonde omstandigheden tegen een schamel loon.
Het uiteindelijke doel van de organisaties is dan ook alle kinderarbeid uit te bannen maar men realiseert zich dat daarvoor nog een lange weg te gaan is.

Vandaar dat de hulpverleners zich vooralsnog richten op de extreme vormen van kinderarbeid. Daaronder wordt onder meer verstaan prostitutie, slavernij, werken in gevaarlijke industrieën (vuurwerk, glas, lucifers) en werken onder ongezonde omstandigheden (tapijten, edelstenen).

"Nederland en de EU moeten projecten die wat aan deze wantoestanden doen, steunen. Het onderwerp moet hoog op de politieke agenda blijven en landen die onvoldoende optreden tegen kinderarbeid moeten onder druk worden gezet", aldus Oonk. "Het blijkt dat dit helpt".



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 20 mei 2003