terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 16-10-1996      

Van Dok steunt omstreden keurmerk

Initiatief tegen kinderarbeid van Indiase exporteur wekt bij staatssecretaris geen wantrouwen

door:
Kees Broere

NEW DELHI - Staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken) weigert zich uit te spreken tegen een Indiaas keurmerk voor tapijten dat wordt gesteund door de Indiase overheid. Tegenstanders van het keurmerk menen dat het niet onafhankelijk en niet geloofwaardig is, en dat het onvoldoende garantie biedt dat tapijten met dit keurmerk zonder kinderarbeid tot stand zijn gekomen.

Van Dok heeft gisteren in de Indiase hoofdstad New Delhi een ontmoeting gehad met vertegenwoordigers van het zogeheten Rugmark. Dat is een keurmerk voor kinderarbeidloze tapijten, dat in Nederland zonder meer de steun heeft van de FNV en de Landelijke India Werkgroep (LIW). De vertegenwoordigers van Rugmark zijn tegenstander van het zogeheten Kaleen keurmerk, dat is opgezet door de Indiase Raad voor de bevordering van de export van tapijten, een semi-overheidsorgaan.
De staatssecretaris wenst echter beide keurmerken voor tapijten zonder kinderarbeid te steunen. Volgens haar moet "elk initiatief worden toe- gejuicht, ook al kun je altijd kritiek hebben op de wijze waarop het wordt gedaan." De kritiek van Rugmark op het Indiase overheidskeurmerk betreft juist het feit dat dit officiële initiatief het tegengaan van kinderarbeid onvoldoende bevordert.

De Landelijke India Werkgroep zei gisteren in een reactie "onthutst en zeer teleurgesteld" te zijn door de weigering van Van Dok haar exclusieve steun voor het Rugmark-keurmerk uit te spreken. "Een onafhankelijke controle door de Indiase overheid op de productie van tapijten is met Kaleen onmogelijk", aldus Gerard Oonk van de LIW. Volgens hem heeft Rugmark "de meeste potentie" tapijten zonder kinderarbeid te garanderen.
In Nederland zal het bedrijf Carpetland eind november de eerste tapijten met het Rugmark-keurmerk in de handel brengen. De LIW en de vakcentrale FNV proberen in Nederland nog steeds steun te krijgen voor dit onafhankelijke keurmerk. De inspecteurs van Rugmark zijn in India sinds anderhalf jaar actief. Meer dan honderd Indiase exporteurs van tapijten hebben zich inmiddels bij dit keurmerk aangesloten. Nog eens ruim honderd exporteurs hebben het lidmaatschap van Rugmark aangevraagd.
In maart van dit jaar sprak staatssecretaris Van Dok op een bijeenkomst, georganiseerd door de Indiase ambassade in Den Haag, haar steun uit voor Kaleen, het Indiase overheidskeurmerk. Daarop is destijds door FNV-voorzitter Stekelenburg kwaad gereageerd. In een schriftelijke reactie maakte Van Dok in juni duidelijk dat een initiatief als Kaleen "in het algemeen positief" moet worden opgevat. Die mening verkondigde de staatssecretaris ook tijdens haar bezoek aan India.
"Waterdichte garanties" op het vermijden van kinderarbeid in de productie van tapijten, zijn volgens Van Dok niet te geven. Niettemin noemde zij gisteren in New Delhi de Indiase keurmerken "een substantieel begin." Over tapijten, kinderarbeid en aanverwante zaken zal in Nederland volgend jaar februari een internationale conferentie plaatsvinden, georganiseerd door minister Melkert van Sociale Zaken.
Van Dok is in India op de eerste plaats om de handels- en investeringsmogelijkheden van het Nederlandse bedrijfsleven met India te versterken. De staatssecretaris wordt vergezeld door een delegatie met vertegenwoordigers van 21 Nederlandse bedrijven. Behalve aan New Delhi brengt zij ook een bezoek aan Ahmedabad in de westelijke deelstaat Gujarat en aan de westelijke havenstad Bombay.
Eerder deze week heeft Van Dok de Indiase regering een financieel pakket aangeboden voor Nederlandse export- en investeringsbevordering in India. Het pakket is opgesteld door haar ministerie van Economische Zaken en door de ministeries van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking. Met het voorstel is een bedrag van ongeveer 500 miljoen gulden in een periode van zeven jaar gemoeid.

India is het derde land dat van Nederland een dergelijk pakket krijgt aangeboden. China en Indonesië gingen het Zuid-Aziatische land voor. Volgens kenners zijn de ervaringen met het pakket in China niet onverdeeld gunstig, met name niet omdat in het ontvangende land onvoldoende structuur aanwezig is om het aangeboden Nederlandse geld op een goede manier te besteden. Het definitieve Indiase pakket wordt in overleg uitgewerkt.
Volgens Van Dok gaat het Nederlandse aanbod op geen enkele manier ten koste van de Nederlandse programma's op het gebied van armoedebestrijding die minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) in India heeft lopen. Het geld komt boven op het Nederlandse ontwikkelingsgeld. Met het pakket hoopt Van Dok de handelsbalans tussen Nederland en India meer in evenwicht te brengen. India exporteert meer naar Nederland dan andersom.



Ingezonden brief van staatssecretaris Van Dok n.a.v. dit artikel (Trouw, 17-10-1996):

De berichtgeving in Trouw van 16 oktober onder de kop 'Van Dok steunt omstreden keurmerk' wekt de indruk als zou ik een keuze hebben gemaakt tussen twee initiatieven die door keurmerken te verlenen kinderarbeid behoren te bestrijden. Er zijn twee initiatieven, één van Rugmark en één van Kaleen, dat door de Indiase overheid wordt gesteund.

Ik vind dat keurmerken in het algemeen een nuttige functie hebben, omdat zij consumenten de keuze geven om goederen (tapijten) te kopen die zonder kinderarbeid zijn vervaardigd.

Elk initiatief op dit gebied - juist die van 'probleemlanden' zelf - verdient een positieve houding. Die heb ik ook getoond. Tijdens mijn bezoek aan India heb ik met vertegenwoordigers van Rugmark gesproken en daardoor mijn steun laten blijken. Daarnaast heb ik een bezoek gebracht aan een van de opvangcentra voor slachtoffers van kinderarbeid.

Dat ik mij niet wil uitspreken tégen een ander keurmerk lomt omdat ik vind dat alle kansrijke initiatieven om kinderarbeid tegen te gaan, een kans moeten krijgen.

Den Haag, Anneke van Dok
staatssecretaris Economische Zaken

Reactie op deze ingezonden brief door Gerard Oonk (LIW / Rugmark) (Trouw, 18-10-1996):

Het feit dat staatssecretaris Van Dok (brief 17 oktober) niet wenst te kiezen tussen de keurmerken Rugmark en Kaleen wekt zeer veel bevreemding. Zij motiveert deze niet-keuze met het argument dat elk initiatief een positieve houding verdient en een kans moet krijgen. Dat is ongetwijfeld juist.

Het probleem is echter dat het verwarrend en misleidend is om zo'n initiatief een keurmerk te noemen als het niet voldoet aan de voorwaarden van een keurmerk. De meest voor de hand liggende voorwaarde voor een keurmerk is een onafhankelijke en geloofwaardige controle. Niemand heeft me in de Indiase 'tapijtregio' duidelijk kunnen maken of en hoe het controlesysteem van Kaleen in de praktijk functioneert.

Alle exporteurs die ik sprak waren wat dat betreft negatief. Ook zeiden ze dat het geld dat de exporteurs verplicht moeten betalen voor een welzijnsfonds voor tapijtwevers op de bank blijft staan. Het is de taak van de regering om de wet te handhaven die kinderarbeid in de tapijtindustrie verbiedt.

Juist omdat de Indiase regering dat onvoldoende doet, is een onafhankelijk keurmerk nodig dat haar daartoe stimuleert. Kaleen verwart en misleidt de consument.

Utrecht, Gerard Oonk
Rugmark



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 20 mei 2003