terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 22-11-1996      

'India kan zelfs excessen van kinderarbeid niet bestrijden'

AMSTERDAM - Ramesh is dertien en zou eigenlijk nog naar school moeten. Maar de ouders van Ramesh verdienen samen onvoldoende om in het onderhoud te voorzien, en dus werkt Ramesh sinds een jaar in de kledingindustrie in de Indiase stad Tirupur. Ramesh is een klein maar niet onbelangrijk radertje in de economie van zijn stad die drijft op de katoenen kledingindustrie.

Ramesh is een van de kinderen die is ondervraagd door Martine Kruijtbosch voor een rapport over kinderarbeid in India. Het rapport dat zij in opdracht van de Landelijke India Werkgroep opstelde, is gisteravond gepresenteerd.
Het economisch belang van Ramesh en diens leeftijdgenoten is niet te onderschatten. Tirupur, in de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu, zorgt voor 75 procent van de totale Indiase export van katoenen sokken en ondergoed. Een florerende industrie doordat de wereldvraag naar katoenen kleding sinds de jaren tachtig sterk is toegenomen. Wrang genoeg betekende die aantrekkende wereldmarkt niet alleen een kans voor Tirupur, maar ook een vroegtijdig einde van de jeugd van vele kinderen. De stijgende vraag naar goedkope katoenen kleding heeft de vraag naar goedkope (kinder)arbeid sterk doen toenemen. Zo sterk dat van de 350 000 werknemers nu naar schatting bijna tien procent jonger is dan veertien jaar.
Ramesh maakt lange dagen, dagen die zelfs volgens de Indiase wetgeving te lang zijn. Toch vindt de dertienjarige nog tijd om, als hij niet moet overwerken, 's avonds naar school te gaan. De schooltijden zijn aangepast aan die van zijn werktijden. Ramesh is eigenlijk nog een gunstige uitzondering. Veel van de Indiase kinderen die de onderzoekster sprak, gingen in het geheel niet meer naar school. Voor een deel omdat de school weinig aantrekkelijk is, maar ook omdat de ouders onvoldoende geld kunnen vergaren voor het dagelijks onderhoud van hun gezin.
Kruijtbosch onderzocht niet alleen de kledingindustrie in het zuidelijke Tirupur, maar ook de edelstenenindustrie in Jaipur in de noordelijke staat Rajasthan. De cijfers over de kinderarbeid bieden daar een vergelijkbaar beeld als die in Tirupur. Jaipur is verantwoordelijk voor 95 procent van de edelstenenexport van India. Ook daar is de aantrekkende wereldvraag naar goedkope glimmers verantwoordelijk voor een stijgende groep kinderen die splijt en polijst. Van de 200 000 werknemers zijn er zo'n 12 000 jonger dan veertien jaar.
India heeft de reputatie het land te zijn met de grootste hoeveelheid kinderarbeid. Hoeveel kinderen er werken is moeilijk te zeggen. De kleding- en de edelstenenindustrie zijn nog relatief simpel te overzien, de hoeveelheid kinderen die werken in de huishouding of in de landbouw laat zich moeilijker schatten. De cijfers lopen dan ook sterk uiteen. De Indiase autoriteiten spreken zelf over 17 tot 44 miljoen kinderen. De maatschappelijke organisaties die in het land actief zijn, denken eerder aan tussen de 55 en 100 miljoen kinderen. Als dat laatste cijfer wordt aangehouden, zou dat betekenen dat India (900 miljoen inwoners) voor de helft van de hoeveelheid kinderarbeid in de wereld zorgt. Uit het jongste rapport van de International Labour Organisation blijkt namelijk dat tussen de 200 en 250 miljoen kinderen op de wereld niet meer naar school gaan, maar werken.

Onderwijs
Een van de belangrijkste oorzaken van kinderarbeid, naast het simpele gebrek aan geld van de ouders, is volgens de opstelster van het rapport dat het aangeboden onderwijs in India onvoldoende aantrekkelijk is. Daar hoort ook bij dat onderwijs door velen, waaronder ook de ouders, niet wordt gezien als een belangrijke bron voor een betere toekomst. Specifiek voor India is verder dat het land niet mordicus tegen kinderarbeid is, maar in de wetgeving eigenlijk alleen de excessen probeert te bestrijden. En zelfs daarin slaagt het land volgens Landelijke India Werkgroep niet. De controle op de naleving van de wetgeving is volstrekt onvoldoende, en wat het papier (de Wet op de kinderarbeid van 1986) voorschrijft en verbiedt, wordt in de praktijk beleden noch bestreden.
De Landelijke India Werkgroep ijvert al geruime tijd voor een grotere verantwoordelijkheid van westerse opkopers. De kopers moeten hun leveranciers verplichten af te zien van jonge werknemers. Daarnaast dient de druk opgevoerd te worden op de Indiase regering, om nu eindelijk eens serieus naar de kinderarbeid te kijken. In Nederland komen er, in de maand dat ook de Wereldhandelsorganisatie WTO in Singapore onder meer over kinderarbeid vergadert, twee campagnes. Van 11 tot 18 december wordt de actie Onderwijs tegen Kinderarbeid gehouden. Daarnaast is er een handtekeningenactie door onder meer FNV, Novib, Hivos, en Unicef Nederland.



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 27 mei 2003