terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 12-12-1996      

'Kinderarbeid alleen met leerplicht te overwinnen'

door:
Han Koch

AMSTERDAM - Unicef India wil aanzienlijk verder gaan dan het stappenplan van het kinderlonds van de Verenigde Naties, dat gisteren in New York is gepresenteerd. Waar de mondiale organisatie vooral de excessen van kinderarbeid wenst te bestrijden, ziet de Indiase afdeling vooral heil in het invoeren van een leerplicht.

Indiase organisaties die zich bezighouden met de bestrijding van kinderarbeid, hebben de afgelopen maanden bij Unicef India op die leerplicht aangedrongen. Gealarmeerd door het standpunt van Unicef Bangladesh, waarin geen plaats is ingeruimd voor een leerplicht, hebben zij Unicef India ervan kunren overtuigen dat kinderarbeid niet alleen bestreden kan worden met verwijzingen naar de conventie die de rechten van het kind regelt. Sterker nog: Unicef India is er heilig van overtuigd dat kinderarbeid zal blijven bestaan, zolang de leerplicht niet is ingevoerd.

Gisteren, bij de vijftigste verjaardag van het VN-kinderfonds, ontving voorzitter Carol Bellamy een rapport dat vier mythes over kinderarbeid naar het rijk der fabelen moet verwijzen. Een van de mythes is dat er in geïndustrialiseerde landen geen kinderarbeid voorkomt. Uit de Unicef-gegevens blijkt dat met name in de Verenigde Staten wel degelijk kinderen werken, en niet naar school gaan. In het land, dat als een van de weinige in de wereld de Conventie van de rechten van het kind niet heeft geratificeerd, werken kinderen onder slechte omstandigheden in de landbouw. Het gaat daarbij vooral om kinderen van immigranten en etnische minderheden.
Kinderexploitatie kan volgens Unicef niet alleen worden toegeschreven aan armoede. In landen waar kinderen werken, zijn voldoende volwassenen om hun werk te doen. Kinderarbeid is niet het gevolg van armoede, maar houdt de armoede eerder in stand, zo ontzenuwt Unicef een tweede mythe. Ook de gedachte dat kinderarbeid vooral voorkomt in de exportindustrie, blijkt onjuist. In feite werkt slechts een kleine vijf procent van de kinderen aan producten die bestemd zijn voor de export. De overigen, en de schattingen over het aantal lopen uiteen van 70 tot 400 miljoen, werken in huishoudens, op het land, of in de informele lokale economie.
Unicef bestrijdt ook een vierde mythe. Zo blijken boycots of sancties van westerse regeringen en consumenten niet te werken. Unicef verwijst daarbij naar een dreiging van het Amerikaanse Congres. In 1992 zou textiel uit Bangladesh besmet worden verklaard. Werkgevers in de textielindustrie in dat land gooiden daarop veel kinderen de straat op, die vervolgens in nog slechtere omstandigheden belandden.
Het zes-stappen plan ter bestrijding van kinderarbeid, dat Unicef gisteren in New York presenteerde, kan gemakkelijk worden benoemd als 'oude wijn in nieuwe zakken'. Unicef herhaalt nog eens dat de Conventie van de rechten van het kind moet worden nagekomen. Het Kinderfonds verwijst daarbij naar zes artikelen uit de conventie, waaronder het verbod op het door kinderen laten verrichten van gevaarlijk werk. Op zes procent na vallen alle kinderen op de wereld, behalve die in de VS en wat kleinere landen, onder die regels.

Kleindochter
De invoering van een leerplicht ontbreekt in het nieuwe Unicef-plan. En dat is jammer, vindt Shanta Sinha, voorzitster van de M. Venkatarangaiya Foundation in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh. De kleindochter van de hoogleraar die zijn naam aan de stichting gaf, vindt de leerplicht onontbeerlijk. Ook is zij weinig tevreden met de eenzijdige nadruk die Uncicef legt op de bestrijding van het door kinderen laten verrichten van gevaarlijk werk. Opsplitsing van kinderarbeid in diverse groepen leidt volgens haar tot onnodige discriminatie van de andere groepen. In India werken naar schatting 100 miljoen kinderen. De groep die nu als doelgroep door Unicef wordt aangewezen, is 'slechts' 2 miljoen Indiase kinderen groot. Politiek strategisch kan Shanta Sinha - deze week op bezoek bij de Landelijke India Werkgroep in Nederland - zich nog wel iets voorstellen bij het aanwijzen van deze bedreigde groep. Het houdt het onderwerp op de politieke agenda. Maar in haar eigen werk maakt zij geen onderscheid. Elk kind dat niet naar school gaat en dus werkt, is er voor haar een te veel. Op lokaal niveau ziet zij veel heil in het onder sociale druk zetten van werkgevers.
"Niemand, ook in India niet, zal publiekelijk kinderarbeid kunnen en willen rechtvaardigen. In dorpen waar twee werkgevers wel kinderen te werk stellen, wordt getracht die zodanig onder druk te zetten dat het dorp zich kan profileren als een dorp zonder kinderarbeid. Dat is goed voor het kind, maar verhoogt tevens de waardigheid en het aanzien van de gemeenschap."
Via die strategie heeft haar organisatie inmiddels 15 000 kinderen naar school weten te krijgen. Financiële prikkels van de Indiase overheid om ouders te bewegen hun kinderen naar school te laten gaan, werken volgens Sinha niet. De opbrengst van kinderarbeid is veel hoger dan het bedrag dat de overheid betaalt. En daarbij, vrijwel alle ouders die zij treft, zijn ervan overtuigd dat hun kinderen beter af zijn als ze naar school gaan. En is dus een bedrag van een paar honderd roepies weggegooid geld. Dat geld kan volgens haar beter worden besteed aan het verbeteren van het onderwijs.
"Gelukkig zijn de lokale overheden die de regeling moeten uitvoeren, daarvan inmiddels ook overtuigd."



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 28 mei 2003