terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Primeur, 28-2-1997      

Kinderarbeid is de wereld nog lang niet uit

door:
Henrique te Kiefte

Pakistan: duizenden kinderen naaien met de hand leren lapjes aan elkaar tot voetballen. India: kinderen hakken stenen voor asfaltwegen. Tanzania: kinderen plukken koffiebonen. Al die harde werkers gaan niet naar school. Ze werken onder dwang en kennen geen lunchpauzes of vakanties. Velen zijn rond hun twintigste al zo opgebrand dat ze veel te jong sterven. Deze week is op de internationale conferentie over kinderarbeid in Amsterdam gediscussieerd over afschaffing van deze extreme vormen van kinderarbeid. Het is onmogelijk dit wereldwijde probleem op korte termijn uit te bannen. Want zelfs als je deze dwangarbeiders vrijlaat blijven de problemen bestaan. Voor hen is er geen school. Ze komen waarschijnlijk terecht in de prostitutie of de criminaliteit. Ze moeten nu eenmaal geld verdienen om hun familie te onderhouden of om schulden af te lossen. Over de hele wereld werken ongeveer 250 miljoen kinderen tussen de vijf en veertien jaar. Voor 120 miljoen van hen is het een dagtaak. In Afrika werkt zo'n veertig procent van alle kinderen, in Azië en Latijns-Amerika ongeveer twintig procent. Ook in Europa groeit het aantal kinderarbeiders.

'Kinderarbeid niet afschaffen'
"Ik wil niet dat kinderarbeid wordt afgeschaft", zegt de Nicarguaanse Ana Maria Catin Torrentes (17). "Ik wil alleen dat de omstandigheden voor werkende kinderen beter worden en dat ze halve dagen naar school kunnen. Dat wilde ik nog zeggen, maar ons debat was na een half uur al voorbij." Ana Maria is één van de acht jongeren die in hun eigen taal hun mening geven over kinderarbeid. Vidal Ccoa Mamani (17) uit Peru greep nog op tijd de microfoon: "De regeringsleiders zeggen veel, maar doen te weinig tegen kinderarbeid." Op de Internationale Conferentie over kinderarbeid in Amsterdam is deze week vooral gesproken over afschaffing van de extreme vormen.
"Werken is heel belangrijk voor ons en voor ons land. We ontwikkelen ons tijdens het werk, door de ervaringen leren we." Ana Maria was acht toen ze tassen verkocht. Nu verkoopt ze 's middags schoenen bij haar moeder op de markt; 's morgens gaat ze naar school.
Ana Maria zucht diep na het debat. Ze is moe, maar wil toch haar verhaal kwijt. "Ik ben blij dat ik ben uitgenodigd. Het is een wonderlijke ervaring. De zaal is groot en iedereen is zo chic gekleed. Maar het voelt alsof onze meningen worden gerespecteerd."
Ze verwacht geen concrete resultaten van deze conferentie. "Dat is jammer. Ik zal dat thuis ook aan de andere werkende kinderen vertellen, maar ze zullen niet echt teleurgesteld zijn. Het is altijd zo geweest; het hoort erbij. We blijven vechten voor onze rechten. Diep in mijn hart weet ik dat het ooit goed komt."
Op de vraag wanneer ze eindelijk eens merkt dat de positie van kinderarbeiders verbetert, lacht ze naar haar tolk." Jullie westerlingen denken altijd in een tijdsbestek. Zo zijn wij niet. Het proces gaat langzaam dat accepteren we. Maar we komen er. Ooit."

'Indiase kinderen worden behandeld als dieren'
In India is kinderarbeid wettelijk verboden. Toch telt het land zo'n 60 miljoen kinderarbeiders. Dat aantal is ongeveer gelijk aan het aantal werklozen. Kinderen van werkloze ouders moeten vaak het zware werk opknappen, want die zijn goedkoper. "We moeten ervoor zorgen dat werklozen zelf gaan werken en hun kinderen naar school sturen", zegt Kailash Satyarthi van SACCS, een Indiase organisatie die streeft naar beëindiging van de kinderarbeid.
Satyarthi legt uit wat kinderarbeid in India inhoudt. "De kinderen worden behandeld als dieren. Ze krijgen alleen eten. Ze werken veertien uur per dag in duistere holen. Ze worden geslagen, en brandmerken op hun lichaam zijn heel gewoon." Officieel zijn volgens de Indiase wet bepaalde vormen van kinderarbeid verboden. Het probleem is dat de mensen die kinderen in dienst hebben vrienden zijn van het politieke machtsblok. De uitbuiters hebben dus niets te vrezen. Bovendien zijn veel politie-agenten corrupt. Ze delen - als ze flink worden betaald - geen straffen uit aan de bazen van de kinderarbeiders. Bovendien chanteren ze jonge verkopers; pas als die smeergeld betalen mogen ze hun handel houden. "De regering moet een nog helderdere en strakkere wet opstellen die kinderarbeid verbiedt. En de mensen moeten weten dat er zo'n wet is, zodat vanuit de maatschappij druk op de regering kan worden uitgeoefend. We gaan naar de mensen toe, in de stad en op het platteland, en vertellen over de wet. Ook zeggen we dat kinderen slechte knieën en smerige longen van het zware werk krijgen. Veel mensen weten niet hoe slecht kinderarbeid is voor de gezondheid. Op zo'n bijeenkomst wijzen we de ouders er ook op dat onderwijs belangrijk is. Als ze hun kinderen vijf jaar naar school sturen, leren die genoeg om hun leven lang voor hun ouders te zorgen. We pleiten er bij de regering voor dat kinderen gratis naar school moeten en dat ze beroepsgericht worden opgeleid."
Satyarthi is optimistisch over de aanpak van kinderarbeid. "De veranderingen gaan snel. Veel kinderen weten nu dat het slecht is en dat er een school bestaat. Daar willen ze wel naartoe. Wanneer de druk op de regering toeneemt, gaan ze het probleem serieuzer aanpakken."

Koop kinderarbeidvrije producten!
Kinderarbeid is een ver-van-m'n-bed-show. Toch hebben zo'n 60.000 mensen hun handtekening gezet tegen kinderarbeid, maar nog veel meer mensen kunnen ook zelf iets doen. "Consumenten moeten in winkels vragen waar en hoe een product is gemaakt", zegt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep. "Een kinderarbeidvrij product moet een koopargument worden, net zoals bij milieuvriendelijke artikelen. Veel mensen kiezen daarvoor, waardoor bedrijven het ook interessant gaan vinden."
Het boycotten van producten die door kinderen zijn gemaakt vindt Oonk nagenoeg zinloos, omdat de kinderen daar de dupe van worden. Als niemand die artikelen meer koopt worden zij immers op straat gegooid. Het is wel goed producten en organisaties te steunen die strijden tegen kinderarbeid. Zo kun je met een sponsorloop geld inzamelen voor ontwikkelingsorganisaties, maar je kunt ook bewust inkopen doen.
Tapijtmagnaat Carpetland heeft bijvoorbeeld Rugmark-tapijten in het assortiment, vloerkleden die niet door kinderen zijn geknoopt. Dat wordt gecontroleerd door inspecteurs. De Rugmark Stichting heeft in India een school en een opvangcentrum voor kinderen die tijdens controles aan de weefgetouwen worden gevonden.
De organisatie Fair Trade vindt dat we onze kleding, sieraden en cadeautjes moeten kopen in Fair Trade Shops of in Wereldwinkels. "De producenten uit ontwikkelingslanden die via deze winkels hun spullen aan de man brengen hebben een goede prijs gekregen. Hun kinderen kunnen naar school. Ze hoeven niet op de plantage of in het naaiatelier te werken", zegt Hester Stafleu.
De Schone Kleren Kampagne (SKK) streeft naar verbetering van de arbeidssituatie in de kledingindustrie van de derde wereld. Ze hebben een Eerlijk Handels Handvest opgesteld, waarin onder meer staat dat textielarbeiders een goed loon moeten krijgen en dat kinderarbeid op den duur moet verdwijnen. "Je weet nu nooit of de kleding die je koopt onder goede arbeidsomstandigheden of door kinderen is gemaakt", zegt Esther de Haan. "We praten met Midden en Klein Bedrijf en met producenten van kleding over ons Handvest, maar het duurt nog wel even voor ze tekenen." C&A heeft een eigen controlesysteem dat erop toeziet dat de kleding niet door kinderen wordt gemaakt.
Nike, Reebok en Adidas dwingen sinds kort producenten van voetballen in Sialkot (Pakistan) zich aan de arbeidswet te houden. Dat betekent dat een leren knikker niet meer door kinderen wordt gemaakt.

Europa als stotterende motor tegen jeugdslavernij
Nu Nederland een half jaar lang voorzitter is van de Europese Unie (EU) kan druk worden uitgeoefend op de Europese Commissie. Daar moeten ze harder naar oplossingen zoeken om kinderarbeid aan te pakken. "Dat is niet eenvoudig", zegt Maartje van Putten, PvdA-europarlementariër en voorzitter van het Europees Netwerk voor Straatkinderen Wereldwijd. "We willen de kinderarbeiders helpen door hun een alternatief te bieden. We kijken ook of producten die niet onder dwang en door kinderen zijn gemaakt een uniform keurmerk kunnen krijgen."
In India steunt de EU een project waarbij kinderen uit de slavernij worden gehaald. En in Brazilië steunt ze bedrijfjes en sportclubs van kinderen. "Het allerbelangrijkste is dat we een alternatief bieden: dat ze naar school kunnen of dat er voorlopig een combinatie van school en werk voor hen is. Het is belangrijk dat kinderen zelf betrokken worden bij hun activiteiten en dat ze serieus worden genomen. In Kaapstad (Zuid-Afrika) wilden kinderen van afval nieuwe producten maken. Dat is inmiddels een heel bedrijf geworden. Ze werken niet onder dwang en hebben hun eigen verantwoordelijkheid," vertelt Van Putten. Ze benadrukt dat werken niet erg is, zolang de kinderen maar zelf de keus hebben.
Binnen het Europese Parlement wordt ook gedacht over een keurmerk dat garandeert dat bij het maken van een product de mensenrechten - dus ook het verbod op kinderarbeid - niet worden geschonden. "De controle daarop is moeilijk, want iedereen kan een stempel op een artikel zetten. Bovendien moeten we oppassen dat de boel niet verwatert door te veel keurmerken."
De structuur van de wereldhandel maakt het voorlopig niet eenvoudig producten die niet door kinderen zijn gemaakt goedkoper aan te bieden. "Maar daar moeten we wel naartoe. De wereldhandelsorganisatie, waarbij alle regeringen hun handelsafspraken vastleggen, kent geen sociale of milieuregels. Er moet eigenlijk een artikel in komen waarin staat dat moet worden ingegrepen als een product door kinderen wordt gemaakt. Misschien kan de conferentie over kinderarbeid de druk op de wereldhandelsorganisatie vergroten, zodat de heren in New York, Tokyo en Parijs, die de handelsverdragen vastleggen, ook eens gaan denken overeen oplossing voor de kinderarbeiders."




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 9 november 2004