terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Volkskrant, 29 oktober 1997      

Meest uitbuitende vorm van kinderarbeid krijgt eindelijk aandacht

Huisslaafje Marie mag in de hoek slapen

door:
Rob Vreeken

Sommige verworpenen der aarde zijn meer verworpen dan anderen. Op de conferentie over kinderarbeid, deze week in Oslo, wordt een actieprogramma opgesteld om allereerst de kinderen te helpen die het zwaarst worden uitgebuit. Het besef groeit dat daartoe zeker een groep behoort die tot voor kort buiten beeld bleef: meisjes die huishoudelijk werk verrichten. 'Eigenlijk zijn het slaafjes.'

AMSTERDAM
Een dag in het leven van Marie, een meisje van zeven uit Haïti.
Marie is door haar arme boerenfamilie overgedragen aan een welvarend stadsgezin. Om vijf uur staat ze op om bij de pomp een zware kan water te halen. Ze maakt en serveert de familie het ontbijt en brengt de vijfjarige zoon des huizes naar school.
Dan gaat ze afwassen. Het huis schoonmaken. Boodschappen doen. Het vuur aanmaken. Kleren wassen. Tussendoor haalt ze het jongetje van school, dat na de lunch in schone kleren wordt gestoken. Minstens eenmaal per dag moet het zevenjarige sloofje de voeten van haar baas wassen. Enzovoort, enzovoort, tot 's avonds laat.
Doodmoe legt Marie zich dan te ruste, ergens in een hoekje op de grond. Een bed heeft ze niet. Schoenen evenmin. Eten doet ze van de restjes die het gezin niet meer op kon. Regelmatig wordt ze geslagen, maar in één opzicht mag Marie van geluk spreken: zij wordt nooit door de baas verkracht.
Het lot van Marie wordt beschreven in The State of the World's Children 1997, het jaarrapport van Unicef. De VN-organisatie belegt de conferentie in Oslo, die donderdag wordt afgesloten, samen met de Internationale Arbeidsorganisatie. De ILO zal in juni 1999 een nieuwe conventie tegen kinderarbeid klaar hebben voor ratificatie.
Het dienstmeisje uit Haïti staat symbool voor lotgenoten over de hele wereld, maar vooral in Azië, Afrika en Latijns Amerika. Met hoeveel zij zijn: niemand weet het. Het aantal werkende kinderen (tot 14 jaar) in de wereld werd tot nu toegeschat op 250 miljoen, maar Unicef en ILO geven inmiddels toe dat meisjes als Marie van dat cijfer geen deel uitmaken. Hun werk blijft onzichtbaar.
Het besef dat veel van de zwaarste vormen van kinderarbeid door meisjes worden verricht is nieuw, erkent Henriëtte van Dueren den Hollander, die namens Novib de bijeenkomst in Oslo bijwoont. 'Dat is inderdaad een verandering in vergelijking met nog geen jaar geleden', zegt ze.
Op de voorgaande conferentie, in februari te Amsterdam, speelde het gender-vraagstuk veel minder een rol. Van Dueren den Hollander: 'Voorheen was alle aandacht gericht op de extreme gevallen van kinderarbeid in de formele, industriële sector. Daar is het nu eenmaal gemakkelijker te benaderen.' Het zijn vooral jongens die werken in de tapijtweverijen, de steengroeves, de leerlooierijen.
En zo duikt een aloud feministisch issue - de erkenning van huishoudelijk werk als ècht werk - opeens weer op, nu in een veel schrijnender context. 'De mythe dat vrouwen zelden arbeid verrichten, heeft tentakels die zich uitstrekken naar meisjes', schrijft onderzoekster Natasja Nossent in India Nu, het blad van de Landelijke India Werkgroep (LIW). 'Niemand bekommert zich om meisjesarbeid', heet haar artikel.
Onderzoekers in India, aldus Nossent, 'hebben vooral daar gezocht waar jongens gevonden worden: in fabrieken, op straat, in winkels. Bij het binnengaan van de kruidenierswinkel heeft men tegen het dienstmeisje van elf, dat boodschappen kwam doen, waarschijnlijk gezegd: ga eens even uit de weg, we zijn hier op zoek naar kinderarbeiders.'
Nossent verwijt de actievoerders tegen kinderarbeid, zoals van de LIW, dat zij alleen oog hebben voor de industriële vormen van kinderarbeid. Werk dat meestal door meisjes wordt gedaan, in de landbouw, in het eigen huishouden of in dat van andere families, blijft zo buiten beeld.
Ook minister Pronk zei op de conferentie in februari: 'Er is niets fout aan wanneer kinderen hun ouders helpen op het land.'
Toch zijn deze vormen van werk vaak minstens zo zwaar en schadelijk als dat van de tapijtknopertjes en bouwvakkertjes. 'Kinderen in huishoudelijke dienst', aldus het Unicef-jaarrapport, 'zijn misschien, wel de meest kwetsbare en uitgebuite kinderen, en zijn het moeilijkst te beschermen.'
'En meisjes zijn tóch al extra kwetsbaar', zegt Annette Zeelenberg vanuit Oslo, waar zij namens Unicef Nederland de besprekingen volgt. In veel arme landen vinden ouders onderwijs voor hun dochters helemaal niet belangrijk, zegt ze. Huishoudelijke taken worden daargezien als geheel vanzelfsprekend.
'Dienstmeisjes hebben meestal nauwelijks een menswaardig bestaan', aldus Zeelenberg. 'Het zijn een soort slaafjes. Vaak zijn het heel jonge kinderen. En vaak worden ze seksueel misbruikt door de mannen in het huis.'
Maar sinds kort bestáán de sloofjes in ieder geval in de ogen van actievoerders en beleidsmakers. Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep geeft in een reactie op de kritiek van Nossent toe dat het bij de eerste acties tegen kinderarbeid, begin jaren negentig, 'inderdaad hoofdzakelijk om jongens' ging, deels 'om ergens te beginnen'. Maar inmiddels staat onderwijs voor meisjes centraal in de acties.
Ook de ministers Pronk en Melkert schrijven in hun kinderarbeidnotitie van eind september dat 'werk in isolatie' (waarmee met name dienstbodes worden bedoeld) behoort tot de 'meest uitbuitende vormen van kinderarbeid'.
Hieraan moet snel paal en perk worden gesteld, vinden ook Unicef en ILO, alsmede aan werk door kinderen onder de twaalf jaar.
Annette Zeelenberg vindt het daarom merkwaardig dat in de Agenda van Actie, die de ruim veertig ministers (onder wie Melkert) donderdag zullen aannemen, niets staat over huishoudelijk werk.
Ze hoopt dat de concepttekst voor donderdagmiddag nog wordt aangepast. 'En in ieder geval staat er een oproep in voor speciale programma's voor meisjes. Dat is al een hele stap vooruit.'



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 18 juni 2003