terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in:      
Wereldzaken (maandblad Landelijke Vereniging van Wereldwinkels), maart 1998      

Global March Against Childlabour

Twee keer de wereld rond tegen kinderuitbuiting

door:
Gabbie van der Kroef

1998 is het jaar van de Global March Against Childlabour, de Wereldmars Tegen Kinderarbeid. Maar liefst 713 organisaties uit 97 landen, waaronder ook de Wereldwinkels, nemen deel aan de mars. Van 21 tot en met 24 mei gaat de mars door Nederland, op weg naar Genève. Daar komt de mars aan op 2 juni, waar regeringen, werkgevers en werknemers op dat moment vergaderen over een nieuwe conventie van de International Labour Organisation (ILO) over de meest uitbuitende vormen van kinderarbeid.

Kinderarbeid is een wijdverspreid probleem: miljoenen kinderen werken in de landbouw of in het huishouden. Omdat steeds meer mensen naar de steden trekken, komt ook daar kinderarbeid steeds vaker voor. De Indiër Kailash Satyarthi smeedde in september 1996 het plan voor een wereldmars tegen kinderarbeid. Zijn organisatie SACCS (Indiase NGO) voert acties tegen misstanden in de Indiase tapijtindustrie. Zijn idee trok de aandacht van organisaties elders op de wereld die het initiatief nu ondersteunen.
In Nederland coördineren de Novib en de FNV de activiteiten rond de mars. De Landelijke Vereniging is inmiddels aangesloten bij de stuurgroep die in ons land de mars organiseert.

Estafette in vijf continenten
Inmiddels is op 17 januari de Global March met een groot kick off-evenement gestart in de Filippijnse hoofdstad Manilla. Natuurlijk zal niet iedereen de mars van begin tot eind meemaken. Vanuit alle continenten zullen delegaties van zogenaamde core-marchers, een internationale kerngroep van lopers, naar Europa komen. Kinderen en hun begeleiders maken deel uit van deze lopers.
In Latijns Amerika is de mars op 25 februari in Sao Paolo begonnen. En op 21 maart beginnen in Kaapstad de lopers van de Afrikaanse mars. Tenslotte zullen op 1 mei in Europa drie marsen van start gaan, vanuit Noorwegen, Spanje en Engeland. De laatste mars voert via België, Nederland en Duitsland naar het einddoel. In totaal zullen op 2 juni circa 500 mensen aankomen in Genève, waar de Zwitserse deelnemers hen zullen opwachten. Het totaal aantal kilometers van alle marsen samen wordt geschat op 80.000, twee keer de omtrek van de aarde.



Kinderarbeidvrije voetballen
De Fair Trade Organisatie heeft met het oog op de mars en de WK voetbal deze zomer in Frankrijk 2.000 kinderarbeidvrije voetballen besteld bij haar handelspartner Talon Sports in Pakistan. Het is de bedoeling dat de Fair Trade Organisatie en de FNV op 24 mei in Vaals, als de wereldmars daar de grens met Duitsland passeert, een voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland organiseren ter introductie van de voetballen. Ook Wereldwinkels kunnen de kinderarbeidvrije ballen verkopen, bijvoorbeeld aan voetbalverenigingen.
Henriëtte van Dueren den Hollander coördineert vanuit de Novib nog tal van andere activiteiten: "Tijdens de mars kunnen toeschouwers een oproep tegen kinderuitbuiting ondertekenen. Iedereen die de oproep onderschrijft kan zijn met inkt bedrukte duim onder de oproep plaatsen. Op 3 juni willen we in Genève miljoenen duimen aanbieden aan vertegenwoordigers van de ILO. Daarnaast organiseren de nationale comités in ieder land een banierenwedstrijd voor scholieren. De school die de mooiste banier heeft gemaakt mag die vlag in Genève presenteren. Alle Nederlandse banieren zullen overigens ook worden tentoongesteld tijdens de startmanifesatie van de mars in Nederland, op Hemelvaartsdag 21 mei in het Haagse Zuiderpark."

Van Tilburg naar Hilvarenbeek
In alle provincies - met uitzondering van Overijssel en Zeeland - zijn inmiddels platforms opgericht om op 22 en 23 mei regionale marsen te organiseren. In het Platform Brabant Tegen Kinderarbeid werken kerkelijke groepen, het jeugd- en jongerenwerk en Centra voor Ontwikkelingssamenwerking en de vakbonden samen. Het Platform organiseert een regionale mars op 23 mei. Daarnaast heeft het Platform de Wetenschapswinkel in Tilburg gevraagd een onderzoek te doen in hoeverre textielbedrijven in deze provincie gebruik maken van kinderarbeid in ontwikkelingslanden. Voorts zijn in mei in vier grote Brabantse steden scholierenconferenties rond kinderarbeid gepland. In samenwerking met het 'Festival Mundial' tenslotte is voor alle scholen in Brabant lesmateriaal ontwikkeld.
Netty Sanchez uit Oosterhout neemt namens de Wereldwinkels deel aan het Brabantse Platform: "Ik vind het belangrijk dat ook de Wereldwinkels een bijdrage leveren aan de mars. De doelstelling van de mars sluit immers aan bij die van ons; we willen menswaardige handel. Ik neem op persoonlijke titel deel aan het Platform, want de Wereldwinkels in Noord-Brabant hebben geen provinciale overlegstructuur, die mij naar het Platform zou kunnen afvaardigen.
In Noord-Brabant lopen we op zaterdag 23 mei van Tilburg via Goirle naar Hilvarenbeek. Daar zal op het Kerkplein een grote provinciale manifestatie plaatsvinden. Ik verwacht dat er ook een aantal Wereldwinkels de mars van vijftien kilometer willen meelopen."

Meer hulp voor basisonderwijs
Op landelijk niveau neemt de Vereniging deel aan de nationale stuurgroep rond de Wereldmars. Novib en FNV coördineren deze stuurgroep. De Vereniging heeft onder meer meegewerkt aan het opstellen van een oproep aan de regering. De stuurgroep vraagt de regering om kinderarbeid te bestrijden door de hulp voor basisonderwijs in het Zuiden te vergroten.
Gerard Oonk, Landelijke India Werkgroep, heeft op verzoek van de Nederlandse stuurgroep voor de Global March de actiepunten richting de Nederlandse politiek op een rijtje gezet. Hij benadrukt het belang van goed onderwijs: "Goed basisonderwijs voor elk kind is het belangrijkste middel om kinderarbeid te bestrijden. Het is daarbij van groot belang extra aandacht te geven aan meisjes tussen de 8 en 14 jaar. Ze werken vaak thuis of in andere huishoudens en hebben veel minder kans om aan het onderwijs deel te nemen dan jongens. In de begroting van het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking voor 1998 was aanvankelijk 110 miljoen gulden uitgetrokken voor basiseducatie. De Tweede Kamer heeft in november besloten dat bedrag met 20 miljoen te verhogen. Een ruime verdubbeling van het huidige bedrag naar meer dan 300 miljoen gulden in 2000 is meer dan gerechtvaardigd. Het geld moet vooral besteed worden in die landen waar de overheden ook zelf bereid zijn meer in het basisonderwijs te investeren.
Ook vragen wij de regering steun te geven aan keurmerken en gedragscodes voor kinderarbeidvrije en 'fair trade'-producten. De regering zou de ontwikkeling van deze keurmerken en gedragscodes moeten versterken, óók om kinderuitbuiting te bestrijden. Eerlijk verhandelde producten leveren immers een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van werknemers, volwassenen én kinderen. Kinderen krijgen via eerlijke handel de kans regelmatig onderwijs te volgen."



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 19 juni 2003