terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Vakblad Wonen, april 1998      

Coalitie voor Tapijten Zonder Kinderarbeid beklimt de barricaden

Mattenkloppers tegen kinderarbeid

door:
Ellen Sebregts

Met mattenklopper, een groot kleed en zakkenvol namaakstof stonden ze twee weken geleden op de meubelboulevard in Utrecht. Voor de deur van Roobol, Ikea en Kwantum gaf directeur van de Novib Greetje Lubbi samen met vertegenwoordigers van de vier andere initiatiefnemers van de Coalitie voor Tapijten zonder Kinderarbeid (FNV, Kinderen in de Knel, Unicef Nederland en de Landelijke India Werkgroep) symbolisch de producenten ervan langs die nog gebruik maken van kinderarbeid bij de productie van hun oosterse karpetten. In het klimaat van steeds meer aandacht voor de ethische kant van ondernemen, past het door kindervingers geweven kleed helemaal niet meer, zo is de Coalitie voor Tapijten zonder Kinderarbeid van mening. Zij pleit er daarom voor dat zowel de detailhandel als de groothandel alleen nog maar tapijten met het Rugmark-label gaan voeren.

Met het mattenkloppersinitiatief wil de Coalitie de detailhandel met hun neus op de schrijnende feiten in de herkomstlanden drukken en ook de consument voorlichten over wat ze nu eigenlijk (van plan zijn te) kopen. De brochure 'Rugmark: Uw tapijt zonder kinderarbeid', die tijdens de actie is uitgedeeld, moet daarbij helpen.
De Coalitie toont zich tevreden over het bereikte resultaat van de mattenkloppersactie: zowel Roobol als Kwantum hebben zich voor de microfoon van het Utrechtse stadsjournaal bereid verklaard te participeren in Rugmark. Coördinator Harry de Vries van Novib noemt de beweging die dankzij de actie is ontstaan "een klein stroomversnellinkje in het Rugmark-initiatief".
De beroering in de oosterse tapijtenwereld is te plaatsen in het grotere kader van aandacht voor kinderarbeid. In juni start de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) in Genève de onderhandelingen voor een nieuw verdrag tegen kinderarbeid. Om de onderhandelaars onder druk te zetten hebben meer dan zevenhonderd organisaties uit bijna honderd landen een wereldwijde mars van een halfjaar tegen kinderarbeid (Global March Against Child Labour) op touw gezet, die in juni in Genève zal eindigen. De kerngroep van lopers doet van 21 tot 24 mei Nederland aan.

Detailhandel
Het Rugmarkinititatief is gestart in India, geïnitieerd door SACCS (Zuid-Aziatische Coalitie tegen Kinderslavernij). Inmiddels zijn 180 Indiase tapijtexporteurs, die samen 6% van het totaal aantal exporteurs vormen en staan voor 15% van de totale exportwaarde, aangesloten bij Rugmark. In Nepal is het Rugmark nu ook redelijk doorgevoerd en in Pakistan zijn de eerste schreden gezet. Rugmark heeft een eigen opvangcentrum opgezet voor bevrijde kindslaven, waar zij kost, inwoning en onderwijs krijgen. Daarnaast zijn twee basisscholen opgezet voor ongeveer vierhonderd kinderen. Maar ook in Nederland moet het bedrijfsleven aan Rugmark gaan deelnemen, zo stelt de Coalitie voor

Eerste Rugmark-school in India met 250 leerlingen
Tapijten Zonder Kinderarbeid. "Carpet-Land is de eerste detaillist die in 1997 heeft besloten het Rugmark-initiatief te gaan ondersteunen. Ikea houdt de boot af met te zeggen dat zij een eigen systeem heeft, maar het wordt ons niet duidelijk wat dat systeem dan is. Overigens zijn we wel met Ikea in gesprek over een mogelijke samenwerking.
Ook met Roobol en Kwantum zullen de gesprekken binnenkort van start gaan", zegt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep, een van de participanten in de Coalitie voor Tapijten Zonder Kinderarbeid. De coalitie trekt vooral aan de detailhandel en niet zozeer aan de groothandel omdat die voor Rugmark makkelijker te bereiken is. De detailhandel heeft immers rechtstreeks een gezicht naar de consument, zij wordt op haar handelen direct aangesproken door de eigen klanten.
Zowel Oonk als De Vries van Novib verwachten dat het sociaal verantwoord ondernemen voor steeds meer bedrijven zal gaan gelden. De Vries: "Bedrijven willen niet negatief geassocieerd worden met misstanden. Daarnaast zal de bewuste consument steeds vaker gaan vragen naar de achtergronden van een product en ook van overheidswege wordt nagedacht over wat voor rol de overheid moet spelen in de bestrijding van kinderarbeid. De druk wordt dus steeds groter".

Controle
Een belangrijke pijler voor Rugmark is controle. Via een intensief systeem worden de exporteurs gecontroleerd op kinderarbeid aan hun (ingehuurde) knoopstoelen waaraan licentie tot Rugmarklabeling is verstrekt. Sinds het bestaan Rugmark is iedere knoopstoel nu ruim anderhalve keer geïnspecteerd, zo schrijft de consumentenbrochure die de Coalitie voor Tapijten Zonder Kinderarbeid bij de mattenkloppersactie heeft uitgedeeld. Het systeem is zo opgesteld dat corruptie zoveel mogelijk wordt voorkomen. Dat het systeem werkt, blijkt volgens de brochure 'Rugmark: Uw tapijt zonder kinderarbeid' uit het feit dat al duizend overtredingen zijn geconstateerd en bijna honderdtachtig licenties zijn ingetrokken. "Controleurs durven dus op te treden. Er zijn allerlei manieren ingebouwd om corruptie van de controleurs te voorkomen en dat heeft blijkbaar zijn uitwerking", aldus Oonk.
De Coalitie voor Tapijten Zonder Kinderarbeid vermoedt dat er in India nog maar zo'n vijf tot tienduizend kinderen de knoopstoelen bevolken. Dit zou nog slechts een paar procent zijn van de 300.000 tot 450.000 kinderen die in 1991 nog in de tapijtbranche werkten. "Andere organisaties geven dan ook minder optimistische schattingen, maar zelfs met de minst optimistische van honderdduizend kinderen die nog in de sector zitten, is dat nog altijd een hele verbetering", zo schrijft de Coalitie in haar brochure. Het aller belangrijkste resultaat van Rugmark zoekt de Coalitie echter niet eens zozeer in die aantallen, maar in de veranderde mentaliteit. "Het grootste effect is dat het ronselen van kinderen in de provincie Bihar minder is geworden", zegt Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep. "Allerlei bronnen bevestigen de tendens dat steeds minder kinderen uit Bihar worden gehaald om in het honderden kilometers verderop gelegen Uttar Pradesh aan het werk te worden gesteld. De hele houding ten opzichte van kinderarbeid is merkbaar aan het veranderen. En dat is natuurlijk heel positief, want dat heeft ook op de lange termijn effect", aldus Oonk. Zijn collega Harry de Vries van Novib benadrukt dat het teruglopen van de kinderarbeid gepaard gaat aan het opzetten van inkomsten genererende projecten voor ouders in de ronselgebieden, zodat het probleem structureel wordt aangepakt.

Care & Fair
Volgens Frits Janssen van I.C.E. uit Waardenburg blijft de controle echter het zwakke punt in ieder labelsysteem dat controle en sancties als basis heeft. Volgens Janssen kun je nóóit garanderen dat een tapijt echt zonder kinderhanden is gemaakt. Hij zoekt het heil dan ook veel meer in het bieden van structurele, lange termijn oplossingen, niet alleen voor de kinderen, maar ook voor de hele tapijtknopersfamilie. Janssen is erg betrokken bij de mensen in de oorsprongslanden Pakistan, India en Nepal. Reden voor hem zich hard te maken voor hun arbeidsomstandigheden in de breedste zin van het woord. Dit is een bewuste aanscherping van de doelstelling van Care & Fair, die tot nu tot alleen op het aanpakken van kinderarbeid en het bieden van alternatieven aan kinderen uit de tapijtsector was gericht. "Twee maanden geleden heeft het bestuur van Care & Fair besloten dat we van een vereniging tegen illegale kinderarbeid moesten groeien naar een vereniging voor een beter familieleven van de tapijtfamilies. In dit uitgangspunt staat automatisch het kind centraal. Maar het zijn niet alléén de kinderen die onder slechte arbeidsomstandigheden moeten werken", aldus Janssen. Janssen zet zich intensief voor Care & Fair in omdat hij vindt dat je als ondernemer kwaliteit moet leveren. Daar hoort voor hem vandaag de dag niet alleen meer de kwaliteit van het product bij, maar ook hoe het tot stand is gekomen. Voor Frits Janssen is zo'n breed op te vatten zorg voor kwaliteit een vanzelfsprekend uitgangspunt in modern management. Janssen: "Die verantwoordelijkheid heb je gewoon als ondernemer".
Frits Janssen is bestuurslid van het internationale Care & Fair-initiatief dat zijn zetel heeft in Hamburg. Care & Fair is opgericht in 1994, kort na de het eerste initiatief in het opzetten van Rugmark. Sindsdien zijn volgens Frits Janssen al ruim 35 projecten opgezet, waarbij niet alleen scholen, maar ook bijvoorbeeld klinieken tot stand zijn gebracht.
Het jongste project loopt momenteel in Vern, in de buurt van de Pakistaanse hoofdstad Lahore, waar Care & Fair bezig is met het opzetten van een school voor zo'n tweeduizend leerlingen in het dag- en avondonderwijs. Met het project is 550.000 Duitse mark gemoeid.

Betere toekomst
Frits Janssen noemt het jammer dat de Coalitie voor Tapijten Zonder Kinderarbeid met verkeerde cijfers schermt, zo is zijn interpretatie. "Ze noemen cijfers van vijftig miljoen kinderen die allemaal in de tapijtindustrie zware arbeid zouden verrichten. Dat kan helemaal niet, want zoveel knoopstoelen zijn er niet eens. Oonk nuanceert: "De vijftig miljoen heeft betrekking op het totaal aantal kinderen dat in India zwaar werk verricht, niet alleen in de tapijtindustrie. De tapijtindustrie beslaat slechts enkele procenten daarvan".
Janssen ziet echter ook positieve kanten aan Rugmark: "Wel goed aan Rugmark is de enorme discussie die ze op gang brengt. Dat krijg je natuurlijk als je met misstanden op de proppen komt, daarmee trek je heel veel aandacht van de media. Het steekt wel eens dat wanneer je een positief initiatief neemt, ineens niemand meer thuis geeft".
Toch vindt Janssen Rugmark een goed initiatief. In Duitsland zijn op dit moment besprekingen gaande tussen Rugmark Duitsland en Care & Fair over het opzetten van gezamenlijke projecten. Janssen sluit het daarom niet uit dat ook in Nederland de neuzen nog eens één kant op komen te staan. "Ideaal zou zijn als iedereen óf lid is van Care & Fair óf van Rugmark, kortom: dat alle handelaren hun verantwoordelijkheid nemen". Want dat is tenslotte nog altijd het belangrijkste uitgangspunt van Janssen: "Samen met de mensen in de herkomstlanden streven naar een betere toekomst".



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 23 juni 2003