terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Unicef Nieuws, april 1998      

Wereldmars tegen Kinderarbeid in Bangladesh

Lopen voor lotgenoten

tekst en foto's:
Henk Boon

'Ban kinderarbeid uit, om te beginnen de meest extreme vormen, en zorg voor goed, gratis en verplicht onderwijs voor alle kinderen.' Dat is de boodschap van de Global March, de Wereldmars tegen Kinderarbeid, die half januari in de Filippijnen van start ging. De tocht voert de kernlopers - (ex-)werkende kinderen en hun volwassen begeleiders uit diverse landen - door ruim tachtig landen in vijf continenten. De mars, die rond Hemelvaart ook Nederland aandoet, heeft als eindbestemming Genève, waar de ILO begin juni praat over maatregelen tegen kinderarbeid. Journalist Henk Boon was getuige van de mars in Bangladesh en sprak met drie jonge 'kernlopers', die weten wat hard werken is.

De tienjarige Khokan Raihan, die vroeger in een electronicabedrijfje werkte, doet mee aan de mars tegen kinderarbeid in Dhaka.

Het kost hem wat moeite omdat hij maar één been heeft, maar de vijftienjarige Khokan Raihan slaagt erin voor het spandoek van de kernlopers uit te blijven lopen. 'Geen kinderarbeid - tijd voor onderwijs' valt er in het Bangla, de nationale taal van Bangladesh, op te lezen. Een spandoek ervoor staat met koeienletters 'Global March against Child Labour'. Het kan de mensen in Bangladesh' hoofdstad Dhaka niet zijn ontgaan: hier is iets bijzonders aan de hand. Riksjafietsers, in Dhaka een onwaarschijnlijk groot leger, kijken geïnteresseerd toe, voetgangers blijven staan, auto's en scooters worden door de politie op een afstand gehouden. Achter de groep van zo'n veertig kernlopers, onder wie Khokan, volgen nog 1250 kinderen. Deze kinderen zijn bijeengebracht door ruim veertig lokale organisaties die gevolg hebben gegeven aan de oproep van het BSAF (Bangladesh Forum voor Kinderrechten) om hun stem te laten horen.
Het BSAF is de organisator van de activiteiten rond de Wereldmars in Bangladesh. Het werkt samen met UNICEF Bangladesh, dat niet alleen de doelstellingen van de Wereldmars ondersteunt, maar voor het organiserende BSAF ook een professioneel videoverslag vervaardigt. De deelnemende organisaties zijn veelal ngo's (non-gouvernementele organisaties) die werken met en voor (straat)kinderen of op het gebied van mensenrechten. Maar ook verschillende vakbonden lopen mee en de Scouts zijn met ruim dertig jongens vertegenwoordigd.
De stoet slingert zich als een kleurrijk, maar zeer gedisciplineerd, lint door de straten van centraal Dhaka, op weg naar het Perscentrum waar de lunch zal worden gebruikt.

Elektrische schokken
Khokan laat zich de sandwich goed smaken. Jarenlang werkte hij in een elektronicabedrijfje waar onder meer onderdelen voor computers worden gemaakt. Gevaarlijk werk met ondeugdelijke machines.
"Brandwonden, elektrische schokken, snijwonden, om de haverklap gebeurde er een ongeluk." Zijn geschiedenis is exemplarisch voor zoveel kinderen in het arme en dichtbevolkte Bangladesh. Zijn vader was straatverkoper in een dorpje aan de Padma rivier. Daarnaast had hij nog een beetje land, maar dat verloor hij door erosie aan de rivier. Het gezin met vijf kinderen besloot zijn heil te zoeken in de grote stad, waar Khokan werd geboren. Toen hij vier was stierf zijn vader en even later stond Khokan in het elektronicabedrijfje.
Inmiddels is hij er met hulp van de ngo Nayon Action Foundation in geslaagd zijn gevaarlijke werk te verruilen voor een minder riskante manier van broodwinning. Met een lening van 2000 taka (zo'n ƒ90,-) kon hij een winkeltje voor sigaretten en betelnoten opzetten. En met succes, want momenteel verdient hij 3000 taka (zo'n ƒ135,- per maand) en dat is voor Bangladesh een heel behoorlijk inkomen. Daarnaast volgt Khokan, die tot voor kort nog nooit een school van binnen had gezien, sinds zes maanden een cursus basiseducatie. Zijn been verloor Khokan, die jaren riskant werk zonder grote ongelukken doorkwam, wrang genoeg in het toch minder gevaarlijke verkeer.

Bijna kinderarbeidvrij
Kinderarbeid is in Bangladesh al jaren een 'hot issue' en daarmee loopt het Zuid-Aziatische land voorop binnen de groep van ontwikkelingslanden.
Toen de Amerikaanse senator Harkin in 1992 een wetsvoorstel indiende voor een boycot van producten die met kinderarbeid vervaardigd worden, had dat grote gevolgen. Duizenden kinderen in de voor de nationale economie cruciale kledingindustrie werden ontslagen. De reden was simpel: de kledingindustrie draait op export en de Amerikaanse

De wereldmars tegen kinderarbeid voert door 5 continenten. Deze kinderen in Chittagong in Bangladesh bewijzen hun steun.
markt is van groot belang. "Hoeveel kinderen dat waren is niet te zeggen, schattingen lopen uiteen van tien- tot vijftigduizend," stelt Samphe Lhalungpa van de afdeling Onderwijs van UNICEF Bangladesh. Wat er aanvankelijk uitzag als een succes in de strijd tegen kinderarbeid, liep uit op een fiasco. De kinderen belandden, door armoede gedwongen, in andere banen in de informele sector, veelal tegen lagere lonen en onder slechtere omstandigheden. Om dit in de toekomst te voorkomen is door de BGMEA (de associatie van kledingfabrikanten en exporteurs), UNICEF en de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) in 1995 overeengekomen om kinderarbeid in de kledingindustrie uit te bannen en de afvloeiende kinderen tegelijkertijd gratis onderwijs en een 'beurs' van 300 taka (zo'n ƒ14,- per maand) aan te bieden. Lhalungpa spreekt liever niet van financiële compensatie omdat niet het hele loon gecompenseerd wordt en het evenmin een soort 'studieloon' betreft. "Het geld is vooral bedoeld om de kinderen in het onderwijs te krijgen en te houden." De wettelijke minimumleeftijd waarop kinderen in Bangladesh mogen werken ligt op 14 en na het bereiken van deze leeftijd kunnen de kinderen terugkeren in hun vroegere baan.

Vijftig cent voor tien uur werken
Het project heeft inmiddels de aandacht op zich gevestigd en in de productie van voetballen en tapijten in Pakistan staan soortgelijke projecten op stapel. Maar voor de overgrote meerderheid van de kinderen zal een dergelijke oplossing voorlopig nog buiten zicht blijven. Zoals voor de dertienjarige Stanley uit het plaatsje Mariyanathapuram in de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu. Het overvolle programma dat de kernlopers voor hun kiezen krijgen vergt duidelijk het uiterste van de jongen die veel te klein is voor zijn leeftijd. Stanley werkt al vier jaar in de leerindustrie en moet huiden van geiten, buffels, koeien en zelfs slangen schrobben en bewerken met bijtende chemicaliën, onrein werk dat in India is voorbehouden aan de dalits (kastelozen), waartoe Stanley behoort. Voor werkdagen van tien uur krijgt hij tien roepies oftewel vijftig cent. Stanley wil wel terug naar school, maar dan alleen als het onderwijs beter is en zijn ouders genoeg geld hebben. "Toen ik naar school ging, kreeg ik geen eten, kleding of schoolmateriaal en werd ik geslagen."

Bashudev Bhattarai uit Nepal is helemaal niet naar school geweest. De elfjarige kernloper verloor zijn vader toen hij zeer jong was en zijn moeder ging er met een man vandoor. Hij heeft geen broers en zussen. Tot zijn achtste kon hij terecht bij familie, daarna wachtte de straat. Tussen zijn achtste en tiende heeft hij duizend en een baantjes gehad, onder meer als hoteljongen, tapijtknoper en in de huishouding. In die tijd werd hij geslagen, vertelt Bashudev, terwijl hij wijst op een litteken in zijn gezicht. Inmiddels krijgt Bashudev, die door ngo CWIN (Child Workers in Nepal) uit zijn werk werd gehaald, niet-formeel onderwijs dat hem moet klaarstomen voor het reguliere dagonderwijs of beroepsonderwijs. Zijn toekomstbeeld? "Later wil ingenieur worden en ook andere werkende kinderen helpen."

'Jullie maken geschiedenis'
Die zullen er ook dan nog zijn, zo valt te vrezen. Maar het begin is er, en door deze mars zullen sociale massabewegingen ontstaan. Dat is de vaste overtuiging van Kailash Sathyarti, de man achter het idee van de Global March en directeur van de Zuid-Aziatische Coalitie tegen Kinderarbeid die de mars internationaal coördineert. "Dit is de eerste internationale mars; voor veel mensen in veel landen waar de mars doorheen komt is dit de eerste keer dat ze met zoiets geconfronteerd worden. Het zet ze aan het denken kweekt sociaal bewustzijn. De respons is groot. Verandering komt door massamobilisatie en niet door allerlei (arbeids)wetten die vaak toch niet nageleefd worden," aldus Sathyarti, die een zeker gevoel voor dramatische expressie niet vreemd is. Tijdens een bliksembezoek aan Bangladesh, op weg van India naar Brazilië, houdt hij 'zijn' kernlopers na het ontbijt in Chittagong voor: "Met deze Global March maken jullie geschiedenis. Dingen gaan veranderen, in de Filippijnen, in Cambodja, in Bangladesh, overal. We lopen niet voor onze landen of organisaties, maar voor alle kinderen op de wereld die uitgebuit worden. Kinderen die we niet kennen."

De auteur is medewerker van de Landelijke India Werkgroep



LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 19 juli 2004