terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in:      
Cosmorama Nieuwsbrief (uitgave van COS Zeeland), september 1998      

De strijd tegen kinderarbeid

Vijftig jaar geleden werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen door de Verenigde Naties. Ook is het bijna tien jaar geleden dat het Verdrag voor de Rechten van het Kind werd vastgesteld. Begin dit jaar vond een unieke campagne tegen kinderarbeid plaats: de "Global March against Child Labour", waaraan honderden organisaties uit 97 landen deelnamen. De mars eindigde afgelopen juni in Genève waar werd gepraat over een nieuw verdrag tegen kinderarbeid. Ook na de mars blijft aandacht voor kinderarbeid noodzakelijk. (...)

Volgens artikel 32 van het Verdrag van de Rechten van het Kind hebben kinderen recht op bescherming tegen het verrichten van werk dat schadelijk is voor hun gezondheid en nadelig voor hun geestelijke, lichamelijke, morele en sociale ontwikkeling. Verder is werk verboden dat kinderen belemmert bij het volgen van onderwijs. De overheid is verplicht om voor gratis en goed onderwijs te zorgen. Ondanks deze rechten verrichten ruim 250 miljoen kinderen op deze wereld kinderarbeid. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) noemt kinderarbeid op dit moment de meest belangrijke bron van uitbuiting en misbruik van kinderen.

Niet al het werk dat kinderen doen is kinderarbeid. Veel opgroeiende kinderen doen thuis klusjes of hebben een baantje. Zolang kinderen gezond kunnen opgroeien en tijd hebben om te spelen en naar school te gaan, is dat geen kinderarbeid. Veel kinderen werken echter lange dagen onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden en worden slecht betaald. Zij worden "ingehuurd" omdat ze goedkoper zijn dan volwassenen.
Zij nemen dan op de arbeidsmarkt de plaats in van volwassenen, die zelf werkeloos blijven of een te laag loon moeten accepteren. Veel kinderen in ontwikkelingslanden werken als knecht op het land of als dienstmeid in de huishouding van een rijker gezin. Door de migratie naar de grote steden komen ook veel kinderen terecht in het informele arbeidscircuit als schoenpoetser, verkoper, bedelaar of zelfs als prostitué(e). Maar ook in de 'formele sector', waar officieel wel arbeidswetten gelden (zoals in de kleding-, schoenen- en edelstenenindustrie) worden kinderen als goedkope arbeidskrachten uitgebuit.

Armoede een excuus?
Armoede wordt vaak als de belangrijkste oorzaak van kinderarbeid gezien. Als ouders onvoldoende verdienen of werkeloos zijn, moeten kinderen vaak werken om een steentje bij te dragen aan het gezinsinkomen. Toch is armoede maar één van de oorzaken van kinderarbeid en leidt armoede niet onvermijdelijk tot uitbuiting van kinderen. Het is niet zo dat in de armste landen van de wereld de meeste kinderarbeid voorkomt, of dat alleen de allerarmste gezinnen hun kinderen laten werken.

India
Volgens Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep, een organisatie die zich inzet tegen kinderarbeid in India, is vooral het gebrek aan goed basisonderwijs de oorzaak dat veel kinderen werken: "Wanneer er geen goede en goedkope scholen in de buurt zijn, worden kinderen eerder uit werken gestuurd. Neem India. Van de kinderen tussen de 6 en 14 jaar gaat ongeveer de helft niet naar school. Voor meisjes ligt het percentage op ruim 60%. Op het platteland gaan nog minder meisjes naar school. Het gevolg van armoede?
Een recent onderzoek op het platteland van Noord India laat zien dat vooral de slechte kwaliteit van het openbaar onderwijs de ouders ervan weerhoud om hun kinderen naar school te sturen. Een derde van de niet-schoolgaande kinderen werkt niet eens!
In het algemeen bestaat een plattelandsschool uit twee klaslokalen met een lekkend dak, een schoolbord en een tafel en stoel voor de onderwijzer. Gemiddeld zijn er 50 kinderen per onderwijzer in een klas, vaak meer. De meest gebruikte lesmethode is kopiëren van het schoolbord of uit schoolboeken. Er zijn weinig leermiddelen. Geen wonder dat de meerderheid van kinderen binnen drie jaar de school verlaat.
Ook de gedachte dat arme ouders, die vaak zelf niet kunnen lezen of schrijven, niet geïnteresseerd zijn in onderwijs voor hun kinderen is onjuist. Het blijkt dat 95% van de ouders onderwijs voor hun zonen belangrijk vindt. Ondanks de achterstelling van meisjes ligt dat percentage voor hen toch nog op 90 procent. Verreweg de meeste ouders zijn zelfs van mening dat basisonderwijs in India verplicht moet zijn, hetgeen nu niet het geval is.
Het wegvallen van het inkomen van hun kinderen (wanneer kinderen stoppen met werken) en de extra kosten die de school met zich meebrengt, zijn soms problemen voor gezinnen. Bij een project in India bleek dat bijna alle ouders bereid en in staat waren om dat op te vangen, toen duidelijk werd dat hun kinderen op een behoorlijke functionerende school terecht konden. Dit heeft tevens een positief effect op de lonen. Werkgevers kunnen ook geen gebruik meer maken van goedkope arbeid van kinderen. Ook arme ouders zijn zich ervan bewust, dat onderwijs hun kinderen meer toekomstmogelijkheden geeft en een kans om te ontsnappen uit de vicieuze cirkel. Kortom: Kinderarbeid houdt juist armoede in stand!"

Onderwijs tegen kinderarbeid
Armoede hoeft dus geen doorslaggevende belemmering te zijn voor deelname aan goed en goedkoop basisonderwijs en voor het uitbannen van kinderarbeid. Volgens de Landelijke India Werkgroep leidt de onterechte veronderstelling dat armoede de belangrijkste oorzaak is van kinderarbeid tot verkeerde conclusies. In de Beleidsnotitie Kinderarbeid die de Nederlandse regering in september 1997 heeft uitgebracht staat dat "een aanpassing van het curriculum en de lestijden gewenst is, opdat kinderen werk en opleiding kunnen combineren", Deze opvatting draagt bij aan de versterking van de tweedeling in het onderwijs en de continuering van kinderarbeid. Alleen het toegankelijk maken van dagonderwijs voor ieder kind kan die tweedeling tegengaan. Kinderen die een groot deel van de dag werken, hebben meestal geen tijd en energie om onderwijs te volgen. Met als gevolg dat ze nauwelijks perspectief hebben op een betere toekomst en vaak zelf weer werkeloos worden als ze wat ouder zijn, of aangewezen zijn op slecht betaald werk. Dagonderwijs breekt met deze vicieuze cirkel.

Verdubbel de hulp
De Nederlandse regering kan een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van kinderarbeid door de hulp aan het basisonderwijs in ontwikkelingslanden te vergroten. Investeren in schoolgebouwen, aantrekkelijke leermiddelen en goede opleidingen van onderwijzers is nodig. De regering zou haar hulp aan het basisonderwijs in ontwikkelingslanden tenminste moeten verdubbelen. In het jaar 2000 moet 300 miljoen gulden aan dit doel besteed worden. Dit was een van de speerpunten van 25 organisaties, die het Nederlandse deel van de wereldwijde campagne 'Global March against Child Labour' organiseerden.
Daarnaast moet Nederland volgens deze organisaties programma's financieren om werkende kinderen de kans te geven om alsnog basisonderwijs te volgen, bijvoorbeeld door hen 'instroomcursussen' aan te bieden.

Steun eerlijke kinderarbeidvrije handel en investeringen

Een speerpunt van de Global March Campagne in Nederland was het pleidooi voor steun van de regering aan eerlijke handel en investeringen. Diverse organisaties promoten keurmerken ter bestrijding van kinderarbeid en ter bevordering van sociaal verantwoorde produktie. Voorbeelden hiervan zijn de Fair-Trade producten, het Rugmark-keurmerk voor tapijten zonder kinderarbeid en het komende keurmerk voor 'schone kleding' (gemaakt onder goede arbeidsomstandigheden). Van de overheid wordt onder meer financiële steun voor de ontwikkeling en promotie van keurmerken en een lager BTW-tarief voor sociaal en ecologisch verantwoorde producten gevraagd. Goede handelsvoorwaarden moeten bijdragen aan het uitbannen van kinderarbeid.




LIW IN 'T NIEUWS

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Kinderarbeid & Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 23 juni 2003