terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Algemeen Dagblad, 14-4-1999      

Apartheid in India gaat heel de wereld aan

door:
Gerard Oonk


De media berichten regelmatig over schendingen van mensenrechten in India. Een op de drie Indiërs heeft als gevolg van armoede, sociale uitsluiting, discriminatie en geweld geen menswaardig bestaan. Het merendeel van die groep bestaat uit 'dalits' ('kastelozen' of 'onaanraakbaren'). Verbetering van hun lot vereist maatschappelijke veranderingen in India zelf. Internationale druk vormt een steun in de rug van dalitgroeperingen, die opkomen voor hun rechten.

   Dalit is ontleend aan het Sanskriet, het woord 'dal' betekent vertrapt. Een dalit is iemand die als outcast buiten het eigenlijke kastensysteem valt. Dalit is ook een geuzennaam die het groeiende bewustzijn van de kastenlozen weerspiegelt. Het aantal dalits bedraagt naar schatting zo'n 240 miljoen, dat wil zeggen een kwart van de Indiase bevolking.
   Dat sociale en economische uitsluiting van een groot deel van de bevolking op basis van kaste onacceptabel is en niet past binnen de democratische geseculariseerde samenleving die India in beginsel is, daarover bestaat geen misverstand, althans op papier. De grondwet verbiedt onaanraakbaarheid en spreekt van 'geregistreerde kastegroepen'. De regering is grondwettelijk gebonden aan een beleid van positieve discriminatie om hun achterstand op het gebied van onderwijs, inkomen en politieke invloed op te heffen. Daarin is de Indiase overheid de afgelopen vijftig jaar niet geslaagd.
   Dat is overigens niet zo verwonderlijk: een traditie van duizenden jaren laat zich door positieve discriminatie niet zomaar wegpoetsen. Dit beleid stuit op de nodige weerstand bij de (politieke) elite, die uit hogere kasten afkomstig is. Ook is het beleid niet 'volledig'. Onder de geregistreerde kastegroepen vallen alleen dalits die het hindoeïsme, boeddhisme of sikhisme aanhangen, 165 miljoen mensen. De christen- en moslimdalits genieten de wettelijke status echter niet. Het gaat om tientallen miljoenen mensen.
   In het verleden hebben veel onaanraakbaren zich bekeerd tot de islam en het christendom, net als boeddhisme en sikhisme 'kastevrije' religies, om zo aan het wurgende kastenstelsel te ontkomen. Maar de samenleving bleef deze bekeerlingen gewoon als outcast beschouwen. De overgrote meerderheid van de dalits leeft nog altijd in een benarde positie. Vooral in de dorpen op het platteland is er weinig veranderd. Dalits wonen als vanouds afgescheiden van de hogere kasten, doen het vuile werk en worden sociaal uitgesloten. Sommige dalits hebben wel geprofiteerd van hun grondwettelijke status en zijn geklommen op de sociale ladder. Helaas voor de dalitgemeenschap hebben deze succesrijke dalits zich van hun afkomst afgekeerd.
   Dalits zijn ook vaak het slachtoffer van geweld. De Indiase overheid is zich daarvan bewust en heeft wettelijke maatregelen genomen om geweld tegen dalits te voorkomen. Uitvoering daarvan is een ander verhaal. Elk uur van de dag worden er twee dalits aangevallen, elke dag worden drie dalitvrouwen verkracht, twee dalits vermoord en twee huizen van dalits platgebrand, zo tonen statistieken. Deze werkelijkheid roept herinneringen op aan de apartheid, zij het natuurlijk met het belangrijke verschil dat de ongelijkheid in India niet van overheidswege gesanctioneerd is, zoals in Zuid-Afrika wel het geval was. De christelijke dalitleider James Massey trekt de vergelijking met Indianen in Amerika. Discriminatie van dalits is overigens geen exclusief Indiaas verschijnsel. Ook in hindoegemeenschappen buiten India lijden naar schatting 20 miljoen dalits onder hun lage maatschappelijke status.
   De dalits zitten inmiddels niet stil. Er is een breedvertakte dalitbeweging ontstaan. Sommigen kiezen voor tegengeweld zoals na massamoorden op dalits door privébendes van grootgrondbezitters in de straatarme deelstaat Bihar. Dat leidt dan weer tot een escalatie van geweld en daar is niemand mee gediend. Anderen kiezen een vreedzame weg, maar die vereist wel dat de Indiase overheid meer doet voor de dalits dan nu. Bescherming tegen kastegeweld is wel het minste. Verbetering van het lot van de dalits kan alleen als ook de intemationale gemeenschap hun rechten erkent. Een speciale rapporteur of werkgroep namens de VN zou belast moeten worden met het verschijnsel 'onaanraakbaarheid' en discriminatie op basis van kaste. Een bepaling zou opgenomen moeten worden in het internationale verdrag tegen rassendiscriminatie. De Nederlandse regering kan een bijdrage leveren door zich in te zetten om de dalits op de internationale agenda te krijgen. In het kader van de actie 'Campaign on Dalit Human Rights' bieden twee vertegenwoordigers van Indiase dalitorganisaties vandaag op het ministerie van buitenlandse zaken en op de Indiase ambassade handtekeningen aan.
   Of het nu is op basis van geloof, sekse, ras of kaste, de internationale gemeenschap kan haar ogen niet sluiten voor discriminatie. Dat deed men ten tijde van de apartheid niet, dat hoeft men nu ook niet te doen. India alleen al telt meer dalits dan heel de bevolking van Zuid-Afrika bij elkaar: blank, kleurling en zwart.

De auteur is verbonden aan de
Landelijke India Werkgroep.



LIW IN 'T NIEUWS

Dalits

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 oktober 1999