terug
Onderstaand artikel is gepubliceerd in: Trouw, 11 juli 2000      

KNVB aangesproken op ballenbeleid

door:
Andriëtte Nommensen
en Gerard Oonk

De KNVB aarzelt nog de normen te onderschrijven die de Fifa heeft opgesteld voor de eerlijke fabricage van voetballen en andere sportbehoeften. Ook fabrikanten lappen de voorwaarden aan hun laars. Vandaag krijgen de KNVB en enkele bedrijven actievoerders op bezoek.


Met de enorme belangstelling voor voetbal en andere sporten zijn ook de daaraan verbonden commerciële belangen zeer sterk gegroeid. Dat geldt niet alleen voor de omzet van fabrikanten van sportgoederen en de mediarechten, maar ook voor rechten die bedrijven betalen om de naam en liet beeldmerk van een sportorganisatie of een door haar georganiseerd toernooi te mogen gebruiken.

Euro 2000 was een goed voorbeeld. Een bedrijf betaalde al snel miljoenen aan de ISL, de licentie-organisatie van Fifa en Uefa, om het beeldmerk van Euro 2000 te mogen gebruiken. De komende Olympische Spelen in Australië zullen daaraan ongetwijfeld een nieuw hoofdstuk toevoegen.
   Steeds meer worden niet alleen bedrijven als Nike en Adidas maar ook sportorganisaties aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid in verband met de prodiictie van sportartikelen. In 1996 werd de Fifa bijvoorbeeld geconfronteerd met het schandaal dat voetballen niet het Fifa-kwaliteitskeurmerk door kinderen en volwassenen in Pakistan onder zeer slechte werkomstandigheden werden gemaakt. Geschrokken van de negatieve publiciteit, sloot de Fifa een overeenkomst met de internationale vakbeweging. In deze gedragscode werd vastgelegd dat alle door haar gelicentieerde producten zonder kinderarbeid, tegen een redelijk loon en met respect voor andere fundamentele arbeidsrechten moeten worden gemaakt. De overeenkomst is echter, onder invloed van de grote sportgoederenfabrikanten, nooit ondertekend en uitgevoerd.
   Toch was het voor de Fifa en de grote sportmerken onmogelijk om niets te doen. In Pakistan begon in 1997 met Fifa-geld een programma tegen kinderarbeid en begin dit jaar kwam in India een soortgelijke actie van de grond. Ook presenteerde de Wereldfederatie van Sportgoederenfabrikanten een eigen vrijwillige model-gedragscode die echter veel minder krachtig is dan de oorspronkelijke 'Fifa-Code'. Een 'leefbaar loon' ontbreekt bijvoorbeeld. Druk van de internationale vakbeweging leidde ertoe dat tenminste de 'model-code' in de contracten tussen ISL en de importeurs van voetballen werd opgenomen. Zeventig bedrijven, waaronder alle grote sportmerken. hebben inmiddels zo'n contract met de ISL getekend.
   De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat zelfs de arbeidsnormen in ISL-contracten vaak niet worden nageleefd. Een recent voorbeeld is de Indiase voetbalindustrie. Na Pakistan is India de grootste exporteur van voetballen en 'opblaasbare ballen' voor andere sporten. Na onderzoek in samenwerking niet Indiase organisaties heeft de Landelijke India Werkgroep vastgesteld dat de huidige contracten tussen de ISL en voetbalimporteurs op tal van punten worden geschonden. De meeste voetbalstikkers verdienen minder dan de helft van het toch al lage minimumloon (van 3,50 gulden per dag), kinderarbeid wordt deels verborgen en arbeiders kunnen zich niet organiseren. Het door de Fifa betaalde inspectiesysteem controleert alleen op kinderarbeid, terwijl de contracten een reeks van arbeidsrechten omvatten.
   In Pakistan is kinderarbeid in de voetbalindustrie teruggedrongen, maar de lonen zijn nog steeds onvoldoende. In tal van andere landen geldt hetzelfde voor de sportkleding- en sportschoenenindustrie.
   De Fifa staat van verschillende kanten onder druk om haar oorspronkelijke gedragscode uit te voeren. De internationale vakbeweging, het bedrijfsleven en de Fifa zijn daarover momenteel in onderhandeling. In Nederland voeren 15 organisaties een actie gericht op de grote sportmerken onder het motto 'Laat de leeuw niet in z'n hempie staan: loon naar werk'.
   In augustus tijdens de jaarlijkse sportgoederenbeurs in München, moet dat alles tot resultaten leiden. Om resultaat te boeken moet de druk ook 'uit de markt' komen. Juist daar kunnen sportorganisaties een belangrijke rol spelen. De KNVB en andere sportbonden kunnen in samenspraak met hun leden een onderzoek instellen naar de herkomst van de sportartikelen en de arbeidsomstandigheden waaronder ze worden gemaakt. De uitkomsten van dat onderzoek moeten worden getoetst aan de fundamentele arbeidsnormen die onder meer in de oorspronkelijke Fifa-code zijn vastgelegd. Vervolgens zouden de sportbonden aan hun leveranciers, de grote sportmerken als Adidas, Nike, Derbystar (leverancier van Ajax) en Umbro, duidelijk moeten maken dat zij alleen sportartikelen willen die onder humane condities zijn gemaakt. De sportbonden kunnen de bedrijven een bepaalde tijd geven om de arbeidsomstandigheden in de productielanden te laten sporen met de normen.
   Zeker de grote bedrijven hebben de invloed om dat te doen. De anderen kunnen dan volgen. Er zijn hoopgevende tekenen dat sommige sportorganisaties zich realiseren dat 'fair play' ook buiten de Nederlandse grenzen moet worden gepraktiseerd. Zo hebben onder meer de Vereniging van Contractspelers (VVCS) en de voetbalclubs Willem II, MVV, FC Den Bosch en Fortuna Sittard zich uitgesproken voor uitvoering van de oorspronkelijke 'Fifa-code'. Ook de KNVB is - nog wat terughoudend - een gesprek met maatschappelijke organisaties over dit onderwerp aangegaan.

Andriëtte Nominensen is beleidsmedewerker FNV Mondiaal.
Gerard Oonk is coördinator van de Landelijke India Werkgroep.

Vandaag worden onder meer de KNVB, Nike en Adidas bezocht
door organisaties, met Lodewijk de Waal van de FNV als 'aanvoerder'.



LIW IN 'T NIEUWS

Kinderarbeid en Onderwijs

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 9 januari 2001