terug
Verslag van thema-avond 'Verantwoording afleggen' (SVN, 23-10-2000), gepubliceerd in:      
Mini-Academy report, SNV Europe, november 2000      


Verantwoording afleggen van Nederlandse bedrijven die in het buitenland opereren

verslag door:
Femke Weitenberg
en Ellen v.d. Adel

Verantwoording afleggen - we meldden het al in onze uitnodiging - heeft een toenemende belangstelling van verschillende partijen. De overheid trekt zich terug, en neemt minder vaak de rol van 'uw broeder's hoeder' op zich. Het bedrijfsleven zweert bij de vrije-markt principes, maar hoe vrij moeten bedrijven daarin zijn?
   De consumenten worden mondiger, niet alleen het product zelf is van belang, maar ook hoe het is gemaakt, met of zonder slavenarbeid.
   En de niet-gouvermentele organisaties liggen met elkaar overhoop: de Wereldbank wordt op z'n kop gezeten door een paar actiegroepen!
   Een buitengewoon interessant krachtenveld voor een spel met integriteit als inzet en loyaliteit en imago als opbrengst!
   Het hebben van de juiste informatie, en deze tijdig delen met andere spelers is van groot belang. Wie kan daar nog in mee doen? Hoe wordt het gespeeld? Wat zijn de gedachtegangen van de spelers?
   SVN vroeg vier interessante sprekers dit thema vanuit hun gezichtspunt te belichten op deze, overigens druk bezochte, Mini-academy.
   Wij stellen de sprekers graag voor:
  • Gerard Oonk (Landelijke India Werkgroep)
  • Kees Vendrik (Tweede Kamerlid, GroenLinks)
  • Wibo Koote (Consumentenbond)
  • Jeroen Schothorst (Voorzitter Raad van Bestuur, McGregor Fashion Group)



Gerard Oonk is coördinator van de Landelijke India Werkgroep en kiest vanavond als invalshoek Nederlandse bedrijven die in het buitenland opereren, waarbij vooral arbeids- en mensenrechten worden benadrukt. De veelheid aan gedragscodes die bedrijven hebben ontwikkeld is op zich een positief begin. Het tot stand komen van deze codes ligt gedeeltelijk in de eigen motivatie en komt gedeeltelijk voort uit maatschappelijke druk. Waar deze codes vandaan komen is minder duidelijk. Vaak zijn ze opgesteld zonder relatie tot internationaal aanvaarde normen en regels. Veelal ontbreken zelfs de fundamentele arbeidsrechten als vrijheid van vakorganisatie, non-discriminatie, etc. Uitgangspunt voor de gedragscodes zou moeten zijn de bestaande internationaal aanvaarde arbeids-, milieu- en mensenrechtennormen. De Commissie Mensenrechten van de VN is daar nu mee bezig. De nieuwe richtlijnen van de OESO voor Multinationale bedrijven (in brede zin) zijn weliswaar behoorlijk omvattend, maar alleen vanuit rijke landen geformuleerd, niet compleet (bijvoorbeeld leefbaar loon) en niet bindend. Voorlopig moet Nederland eigen gedragscodes opstellen op het gebied van mensenrechten, arbeid en milieu.
   Hierbij staan fundamentele arbeidsrechten centraal. Uiteraard is het vervolgens van fundamenteel belang dat deze gedragscodes ook daadwerkelijk onafhankelijk gecontroleerd worden. Deze controle kan niet alleen aan auditing bedrijven worden overgelaten, zoals KPMG, SGS e.d. De rol van andere maatschappelijke stake-holders is hierbij essentieel. En zéker ook uit zuidelijke landen, waar nu nog onvoldoende kennis is van duurzaam ondernemen. Het onderwerp dient veel meer in de breedte te worden benaderd. Door verslaglegging naar overheid en samenleving ontstaat er een zogenaamd 'level playing field'. De NGO's hebben een belangrijke rol bij het definiëren van normen en waarden in de samenleving, ook ten aanzien van ondernemingen en de maatschappelijke controle daarop. In Nederland worden NGO's nog veelal buiten de invloedrijke overlegcircuits gehouden. Het is derhalve belangrijk om een vorm te vinden waarin zij bij de discussie worden betrokken. Dit geldt zeker ook voor het betrekken van de zuidelijke NGO'S.


Impressie van gestelde vragen en gemaakte opmerkingen

Vraag:Bedrijven die met consumentenproducten te maken hebben lopen het meest in het zicht, dus die worden door de publieke opinie aangepakt. Kun je iets meer zeggen over de rol die de overheid in dit verband zou kunnen vervullen?
Antw.:De overheid zou bijvoorbeeld de koppeling kunnen maken tussen subsidies aan gedragscodes, waarbij gedragscriteria onderdeel van de subsidietoekenning worden. Hierdoor zullen bedrijven die de fout ingaan dat niet kunnen doen met subsidies van de overheid. Verder zijn er de nieuwe richtlijnen van de OESO, maar dat is meer een vrijblijvend instrument. Het bedrijfsleven wil daar niet aan en zet liever zelf iets op papier.
Vraag:En de Europese Commissie?
Antw.:In de Europese Commissie is weinig actie te melden. Er is wel iets op het gebied van export kredietverzekeringen.
Vraag:Wie moet naleving van gedragscodes dan controleren?
Antw.:De KPMG's e.d. niet alleen. Het zal een combinatie moeten zijn van verschillende maatschappelijke actoren, zodat allen zien wat de procedure is en niet het 'black box' principe. Uit welke partijen deze combinatie moet bestaan is sector afhankelijk. De OESO richtlijnen zijn een stuk beter geworden, maar leefbaar loon ontbreekt nog steeds. Bovendien zijn de richtlijnen door rijke landen vastgesteld. Hoe krijg je ook de ontwikkelingslanden over de streep?
Vraag:Hoe controleer je de onafhankelijkheid van lokale partijen?
Antw.:Er dient een groep te ontstaan die elkaar controleert. Daarom kan controle nooit aan één partij worden overgelaten. Lokale NGO's door bedrijven te screenen en steun te geven aan lokale producenten. En het is van belang om van elkaars ervaringen te leren.



naar LIW IN HET NIEUWS

begin document

terug

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 10 januari 2001