terug
Aan de leden en plaatsvervangende leden van de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken



Den Haag, 7 december 2001

Geachte mevrouw, mijnheer,

Op donderdag 13 december a.s. vindt het debat over de Mensenrechtennotitie plaats. In dit kader wil de campagne wereldburgers.nl een tweetal kwesties aan u voorleggen: kastendiscriminatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen in het buitenland. Het thema maatschappelijk verantwoord ondernemen komt eveneens aan de orde in uw Commissie tijdens het debat over de aanvullende notitie Ondernemen tegen armoede op 19 december.

Kastendiscriminatie
In de Notitie Mensenrechten wordt bestrijding van racisme tot een van de aandachtspunten voor 2001 opgevoerd. Wij gaan ervan uit dat deze aandacht na 2001 niet zal verminderen. Het behoeft nauwelijks betoog dat racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en daarmee verbonden intolerantie - het werkterrein van de recent gehouden Wereld Racisme Conferentie en het Verdrag tegen Rassendiscriminatie - niet alleen zelf mensenrechtenproblemen van enorme omvang zijn maar veelal ook weer andere mensenrechtenschendingen met zich meebrengen en de vrede in grote delen van de wereld bedreigen.

In deze brief willen wij vooral aandacht vragen voor het probleem van minstens 250 miljoen mensen die op basis van hun werk en afkomst - veelal door de 'kaste' waarin zij geboren zijn - worden gediscrimineerd. De meesten van hen (circa 160 miljoen mensen) wonen in India, maar ook in Afrika en Japan komt het probleem voor.
Kastendiscriminatie valt onder het verdrag ter uitbanning van rassendiscriminatie. Toch heeft de Indiase regering, gesteund door de Verenigde Staten en een afwachtende houding van de EU, tijdens de recente Wereld Conferentie tegen Racisme in Durban weten te voorkomen dat zelfs een passage over bestrijding van discriminatie op basis van werk en afkomst in het slotdocument van de Racisme Conferentie is opgenomen. De Dalits ('kastelozen') zijn er desondanks in geslaagd hun discriminatie en achterstelling in Durban voor de hele wereld zichtbaar te maken en veel politieke steun te verwerven, onder meer van Nederland. Het is te prijzen dat minister Van Boxtel in zijn rede op de conferentie namens het Nederlandse kabinet het belang van discriminatie op grond van werk en afkomst onderstreepte. Nu moeten de volgende stappen worden gezet in een ongetwijfeld langdurig proces.

Op internationaal niveau is sinds enige jaren het International Dalit Solidarity Network (IDSN) actief, een samenwerkingsverband van ontwikkelings- en mensenrechtenorganisaties waaronder de Indiase National Campaign on Dalit Human Rights, Amnesty International, Human Rights Watch en ondergetekende Nederlandse organisaties. IDSN heeft een cruciale rol gespeeld bij het agenderen van kastendiscriminatie op de Wereld Racisme Conferentie. Onlangs heeft IDSN naar aanleiding van de EU-India Top in New Delhi brief een statement aan de betrokken commissarissen Lamy en Patten van de Europese Commissie gestuurd waarin om een actieve dialoog over kastendiscriminatie werd gevraagd. Lamy liet daarop weten dat het European Initiative for Democracy and Human Rights in de periode 2002-2004 nadrukkelijk aandacht gaat besteden aan kastendiscriminatie. Ook betreurt hij, evenals het Europees Parlement, dat deze vorm van discriminatie niet in het slotdocument van Durban is terug te vinden. Kopieën van het IDSN Statement en de brief van Lamy zijn bijgesloten.

In het kader van bovenstaande ontwikkelingen dringt de campagne wereldburgers.nl er bij parlement en regering op aan de bestrijding van kastendiscriminatie tot een van de speerpunten van haar mensenrechten- en ontwikkelingsbeleid te maken. Dit is des te dringender omdat kastendiscriminatie een belangrijke oorzaak is van andere mensenrechtenschendingen en ontwikkelingsproblemen zoals het straffeloos gebruik van geweld tegen met name vrouwen, gedwongen arbeid, kinderarbeid, ongelijke toegang tot onderwijs, extreem lage lonen en onteigening van grond.
Een beleidsnotitie over het onderwerp mag zeker van de regering verwacht worden.

Wij verzoeken u dit thema een betekenisvolle impuls te geven. Nederland zou bijvoorbeeld een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan initiatieven vanuit de Europese Unie, zowel via de mensenrechtendialoog als via ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast is het van groot belang om ondersteuning te geven aan het werk van de VN Commissie Mensenrechten met betrekking tot discriminatie op basis van werk en afkomst. Ook kan Nederland een bijdrage leveren aan het ontwikkelen en uitvoeren van beleid tegen kastendiscriminatie door diverse VN- en andere internationale organisaties. Vanzelfsprekend zou ook Nederland in haar politieke dialoog en (ontwikkelings)samenwerking met landen waar kastendiscriminatie zich voordoet, het onderwerp aan de orde moeten stellen en de betreffende landen moeten aanmoedigen en ondersteunen om de strijd tegen kastendiscriminatie sterk te intensiveren.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
In de Notitie Mensenrechtenbeleid 2001 wordt gesteld dat 'zelfregulering van ondernemingen de beste waarborg biedt dat normen [gedoeld wordt op mensenrechtennormen, waaronder fundamentele arbeidsrechten], daadwerkelijk zullen worden nageleefd'. Zeker vanuit een mensenrechtenperspectief is deze bewering nogal merkwaardig. Terwijl staten intern en onderling met veel moeite normen vaststellen en deze met nog meer moeite deels weten te handhaven, wordt van bedrijven verwacht dat zij hier zelfregulerend in zullen slagen. In de praktijk blijkt dan ook dat dit niet lukt: ondanks goede initiatieven van bedrijven en maatschappelijke druk om verantwoord te ondernemen laat de zelfregulering veel te wensen over. Bedrijven nemen in hun gedragscodes belangrijke internationale normen (bijvoorbeeld respect voor de vrijheid van de vakbeweging) vaak niet op en met de uitvoering van de codes is het nog droeviger gesteld. Juist met een open wereldmarkteconomie is het van groot belang dat voor alle bedrijven minimale normen worden vastgesteld die aansluiten bij internationaal aanvaarde normen.

Een zelfde optimisme over zelfregulering kenmerkt de passage in de Notitie over het Global Compact, een VN-platform ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Weliswaar heeft het Global Compact een zinvolle signaalfunctie waar het gaat om de negen basisnormen voor verantwoord ondernemen, maar het is zeker geen initiatief dat - zoals de Notitie stelt - 'recht doet aan de toenemende macht van multinationale ondernemingen'.
In haar recente speech MVO: het belang van ontwikkelingslanden erkent minister Herfkens dat ook. Zij stelt terecht dat 'het gevaar dreigt dat het Global Compact een tandeloos PR-instrument voor bedrijven wordt om goede wil te tonen, zonder dat daar ook maar een verplichting tegenover staat. Zelfs de gevraagde rapportage over zegge en schrijve één goed initiatief per jaar blijft tot dusver uit'.

In antwoord op vraag 76 van de Kamer (27 742, Nr4) in hoeverre de regering zich sterk maakt voor maatregelen - binnen bijvoorbeeld de EU en de VN - die voorkomen dat bedrijven die verantwoord ondernemen hiervoor 'gestraft' worden omdat concurrenten hun markt overnemen, noemt de regering alleen het Groenboek van de Europese Commissie en de OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Het is echter onwaarschijnlijk dat vrijwillige initiatieven - hoe zinvol ook - dergelijke negatieve effecten kunnen voorkomen omdat bedrijven die zich niet houden aan de normen veel geld kunnen besparen en dus concurrentievoordeel genieten.
Verder is het zeer opmerkelijk dat de regering geen melding maakt van wat nu de Draft Fundamental Human Rights Principles for Business Enterprises worden genoemd. Deze principes, die overigens ook arbeidsrechten, milieu- en consumentenbescherming omvatten, zijn door de VN Subcommissie Mensenrechten opgesteld na diverse consultatieronden met een groot aantal maatschappelijke organisaties, waaronder die van werkgevers en werknemers. De Principles worden aangevuld met bepalingen over de uitvoering, waaronder bedrijfsspecifieke codes en uitvoeringsprocedures, ketenverantwoordelijkheid openbare rapportage door bedrijven en staten en klachtrecht van werknemers, vakbonden en NGO's.

De bovengenoemde Human Rights Principles for Business Enterprises vragen ondernemingen onder meer te rapporteren over de mensenrechteneffecten van hun activiteiten en deze onafhankelijk en transparant te laten verifiëren met inbreng van relevante stakeholders. De campagne wereldburgers.nl vraagt het Nederlandse parlement en de regering om in Nederland gevestigde bedrijven te verplichten tot een openbare, periodieke rapportage over hun activiteiten in het buitenland. De OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen en (in de toekomst) de VN Richtlijnen kunnen daarvoor als leidraad dienen. Verificatie van dergelijke rapportage kan gefaseerd worden ingevoerd, om te beginnen met minimaal (een plan van aanpak tot) naleving van de fundamentele arbeidsnormen.

Het komt er nu op aan wereldwijd de politieke wil en besluitvaardigheid te mobiliseren om dergelijke VN Richtlijnen voor bedrijven een juridisch bindend karakter te geven en deze te handhaven. De campagne wereldburgers.nl vraagt het Nederlandse parlement en de Nederlandse regering zich daarvoor maximaal in te zetten. De bijeenkomst van de VN Subcommissie Mensenrechten in maart 2002 biedt daarvoor de eerstvolgende gelegenheid. Daarnaast vragen wij de Nederlandse regering met klem om ook in andere bilaterale contacten - onder meer met ontwikkelingslanden - alsmede binnen multilaterale organisaties steun te zoeken voor juridisch bindende richtlijnen voor bedrijven.

In antwoord op vraag 81 (27 742, Nr.4) laat de regering weten dat er ook door ambassades wordt gerapporteerd over het opereren van internationale bedrijven met betrekking tot het schenden van mensenrechten. De campagne wereldburgers.nl pleit er voor deze rapportages openbaar te maken.

Met vriendelijke groet,


Hans Kruijssen
directeur Cordaid
Martha Meijer
directeur HOM
Jack van Ham
directeur ICCO

Victor Scheffers
Justitia et Pax

Jan Gruiters
PaxChristi

Gerard Oonk
Landelijke India Werkgroep

De organisaties Cordaid, Humanistisch Overleg Mensenrechten, ICCO, Justitia et Pax, Landelijke India Werkgroep en Pax Christi behoren tot de 54 landelijke en regionale organisaties, actief op het terrein van internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling, die samenwerken binnen de landelijke campagne wereldburgers.nl.


c.c.-de Minister van Buitenlandse Zaken
-de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking
-de Staatssecretaris van Economische Zaken
-de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken
-de Mensenrechtenambassadeur




terug

pagina VERANTWOORD ONDERNEMEN

begin document

Landelijke India Werkgroep - 9 december 2001