terug




Aan de Staatssecretaris van Economische Zaken
Mr. Drs. J.G. Wijn
Ministerie van Economische Zaken
Postbus 20101
2500 EC Den Haag


Den Haag, 12 november 2002


Geachte heer Wijn,

Hartelijk dank voor uw uitgebreide reactie d.d. 30 september jl. op onze brief van 19 juli 2002. Middels deze brief reageren wij op de onderwerpen die u in uw brief aan de orde stelt.

Coherentie
Wat betreft ons voorstel met betrekking tot coherentie - elk ministerie wijdt een paragraaf in haar Memorie van Toelichting aan mogelijke effecten van voorgenomen beleid voor toekomstige generaties en mensen elders in de wereld - bent u ongetwijfeld op de hoogte van het feit dat de Minister van Financiën deze zomer daarover naar elk ministerie een aanvullende aanschrijving heeft doen uitgaan met betrekking tot de begroting 2003 en dat dit dientengevolge als aandachtspunt ook zal terugkomen bij de financiële verantwoording over het jaar 2003.
Staatssecretaris Van Geel (VROM/Milieu) schreef ons daarover in zijn brief d.d. 10 september jl.: 'Het lijkt mij nuttig om de coherentie van het Nederlands beleid in de te ontwikkelen Nationale Strategie voor Duurzame Ontwikkeling verder uit te werken. In oktober komt het kabinet met voorstellen om hier invulling aan te geven.'
Graag vernemen we van u welke van deze voorstellen betrekking hebben op het beleid van uw Ministerie, hoe dit zich verhoudt tot de door u genoemde 'coherente benadering bij nieuwe initiatieven op economisch terrein' en wat deze nieuwe initiatieven behelzen.

WTO
Wat betreft de WTO achtten wij het nu niet zinvol in deze brief nader op uw reactie op onze brief in te gaan, omdat u zeer onlangs nog uitgebreid met NGO's over dit onderwerp heeft gesproken.

MVO: internationale bindende regels
Wij zijn het met u eens dat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) verder gaat dan het voldoen aan de wettelijke vereisten op milieu, sociaal en economisch gebied. MVO gaat echter óók - en wellicht vooral - gaat over het naleven van die internationale verplichtingen van regeringen, waarbij bedrijven een belangrijke rol spelen.
Uw opmerking dat de primaire verantwoordelijkheid voor MVO bij bedrijven ligt willen wij daarom graag nuanceren. Ons inziens geldt die primaire verantwoordelijkheid, in de betekenis van eigen keuze om al of niet een bepaald MVO-beleid te voeren, vooral voor bovenwettelijke activiteiten in Nederland en activiteiten die de naleving van internationale normen overstijgen.
Wereldburgers.nl is van mening dat de overheid een primaire verantwoordelijkheid heeft voor die aspecten van verantwoord ondernemen die voortvloeien uit de verplichtingen die de Nederlandse overheid in internationaal verband is aangegaan. Op basis van deze verplichtingen, bijvoorbeeld op het gebied van mensenrechten, arbeid en milieu, is de Nederlandse regering gehouden maatregelen te treffen die er voor zorgen dat ook bedrijven zich aan de voor hen relevante verplichtingen houden. Graag verwijzen we u voor een verdere uitwerking van deze visie en het daarop te baseren beleid naar het manifest Profijt van Principes dat ruim tachtig NGO's begin vorig jaar aan uw voorganger Ybema hebben aangeboden.

Vanzelfsprekend hebben ook bedrijven zelf een directe morele verantwoordelijkheid zich in het buitenland aan internationaal overeengekomen normen, waaronder de fundamentele arbeidsnormen, te houden. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de OESO Richtlijnen voor multinationale ondernemingen.

In verband met het bovenstaande constateren wij instemmend dat u met ons van mening bent dat zelfregulering niet de oplossing is voor alle problemen die zich kunnen voordoen tussen multinationale ondernemingen en de samenleving waarin zij opereren. U geeft verder aan dat 'de aard van de problemen kan nopen tot bindende internationale regels en/of sancties'. Wij zijn zeer geïnteresseerd welke problemen u daarbij in gedachten heeft. Het MVO Platform van NGO's, waarin veel organisaties van wereldburgers.nl actief zijn, zal u binnenkort een 'referentiekader voor MVO' voorleggen waarin de problemen worden benoemd die ons inziens in aanmerking komen voor bindende regels en/of sancties.
Het door u genoemde bezwaar tegen internationale regels dat deze de 'kleinste noemer aan vereisten weerspiegelen waarop overheden zich willen vastleggen' betekent niet dat MVO vervolgens tot deze 'kleinste noemer' beperkt blijft. Het schept daarentegen een betere basis voor de realisering van andere maatschappelijke waarden en normen en voor nieuwe initiatieven van burgers en bedrijven. Zo leidt vakbondsvrijheid tot een betere onderhandelingspositie van werknemers, bevordert de bestrijding van discriminatie van vrouwen op de werkplek hun emancipatie in het algemeen en leidt bestrijding van kinderarbeid tot beter opgeleide en productievere volwassenen. Net zoals ook de burger gebonden is aan bepaalde rechtsregels zonder dat daarmee alles is vastgelegd over wenselijk gedrag, moeten bedrijven zich aan bepaalde minimumregels houden terwijl zich daarnaast bepaalde afspraken en praktijken ontwikkelen die verder gaan dan de minimumregels.

Het opleggen van basale regels 'van hogerhand' aan bedrijven hoeft daarom - net als bij wetten voor individuele burgers - allerminst afbreuk te doen aan eigen inzet van bedrijven en maatschappelijke organisaties om deze op een creatieve manier in wisselende situaties uit te voeren en daar nieuwe elementen aan toe te voegen. De door u gevreesde sterke juridisering van het maatschappelijk gedrag van bedrijven kan voorkomen worden door tal van preventieve en pro-actieve maatregelen zoals adequate maatschappelijke rapportage door bedrijven, bemiddeling bij geschillen en klachten door een ombudsman, onafhankelijke controle op bedrijfs- en sectorale gedragscodes, fiscale prikkels en vrijwillige overeenkomsten van bedrijven met vakbonden en NGO's. Ook zonder bindende internationale regels zijn deze maatregelen wenselijk, maar bindende regels en mogelijke juridische sancties bieden een duidelijk minimum normatief kader én een stok achter de deur voor bedrijven die de regels moedwillig blijven overtreden.

MVO: rapportage door bedrijven
U geeft aan dat bedrijven met het advies van de Raad voor de Jaarverslaggeving een instrument ter beschikking hebben om tot een maatschappelijk verslag te komen. Ons inziens is dit niet voldoende. Zelfs zonder op basis van duidelijke richtlijnen tot maatschappelijke rapportage te verplichten - wat onze voorkeur zou hebben - kan de regering veel meer doen om kwalitatief goede maatschappelijke rapportage te bevorderen. Wij denken daarbij onder meer aan openbaarmaking van en publiciteit rond bedrijven die wel én die niet rapporteren, een kwaliteitstoetsing door een onafhankelijke commissie (en/of meerdere onafhankelijke beoordelingsinstellingen), een prijs voor de beste 25 maatschappelijke jaarverslagen, het verplicht stellen van een openbaar maatschappelijk jaarverslag voor bedrijven die meedingen naar opdrachten van de overheid (producten, diensten, infrastructuur etc.) en dezelfde verplichting voor bedrijven die subsidies van de overheid ontvangen en/of meedoen aan handelsmissies.

MVO: verantwoord aankopen en aanbesteden
Wat betreft maatschappelijk verantwoord aankopen en aanbesteden stelt uw reactie ons teleur. Eind 2000 heeft uw partijgenoot Verburg, ondersteund door een kamermeerderheid, een motie ingediend waarin de regering werd verzocht een gedragscode maatschappelijk verantwoord ondernemen voor de overheid te ontwikkelen op basis van de OESO-richtlijnen. In de - ook door u onderschreven - kabinetsreactie op het SER-advies over MVO De winst van waarden wordt aangekondigd dat de regering een leidraad voor verantwoord inkopen en aanbesteden door de overheid zal opstellen.

In zijn brief aan de Kamer d.d. 12 december 2001 over onder mee de 'motie Verburg' met betrekking tot verantwoord inkopen en aanbesteden door de overheid, sprak toenmalig staatssecretaris Ybema van Economische Zaken de verwachting uit dat de Europese Commissie daarover in juni 2002 met een mededeling zou komen. Daarnaast werd voortzetting van de discussie met departementale inkopers/aanbesteders, inclusief een workshop in het voorjaar van 2002, in het vooruitzicht gesteld. Mevrouw Verburg noemde deze aanpak in een Algemeen Overleg van 19 december 2002 - terecht - al 'verre van overtuigend'. Inmiddels is echter zelfs minder gebeurd dan toen was toegezegd. De betreffende workshop heeft volgens onze informatie niet plaatsgevonden. Evenmin is duidelijk wat de discussie met de inkopers en aanbesteders heeft opgeleverd.
De mededeling van de Commissie van 2 juli 2002 (COM (2002) 347 final, paragraaf 7.5) bevat een passage over openbaar inkoop- en aanbestedingsbeleid die spreekt over 'vele mogelijkheden voor publieke inkopers die sociale en milieuoverwegingen in openbare inkoop- en aanbestedingsprocedures willen verwerken'. Door de Kamer is ook uitgesproken dat, indien mocht blijken dat de EU-regels het verantwoord inkopen door de overheid toch zouden belemmeren, dat in dat geval actie binnen de EU zal worden ondernomen om de regels bij te stellen.
Terwijl er dus sprake is van bestaand beleid én mogelijkheden binnen de door de EU gestelde regels, spreekt u in uw reactie helaas zeer terughoudend over een 'belangrijk aandachtspunt' en 'duurzaamheidseisen in ontwikkeling' die overheidsinkopers kunnen (maar blijkbaar niet hoeven te) hanteren. Wij vragen u met klem een krachtig en effectief verantwoord inkoop- en aanbestedingsbeleid tot een van de speerpunten van uw beleid te maken. De overheid zou daardoor, indachtig de motie Verburg, daadwerkelijk 'voorbeeldconsument' kunnen worden. Andere consumenten én producenten zullen dan sneller volgen.

MVO: OESO Richtlijnen en handelsmissies
Uw toezegging dat u Nederlandse multinationale bedrijven - vooral op basis van de OESO Richtlijnen - zult aanspreken op hun medeverantwoordelijkheid voor de oplossing van problemen op het gebied van onder meer arbeid, milieu en mensenrechten, stellen wij zeer op prijs.
Een belangrijke manier om aan dit uitgangspunt vorm te geven is het integreren van de (bevordering van de) OESO Richtlijnen in alle activiteiten die worden ondernomen tijdens handelsmissies en andere activiteiten van de overheid om de private sector te ondersteunen. Aangezien MVO - zie het betreffende SER-advies - tot de kernactiviteiten van ondernemingen behoort, zou MVO-beleid ook integraal deel moeten uitmaken van activiteiten die worden ondernomen om de bijdrage van de private sector aan ontwikkeling te bevorderen. Kort gezegd: Ondernemen tegen Armoede kan niet zonder verantwoord ondernemen.

Wij hopen dat de komende handelsmissie naar India deze maand, samen met uw collega Van Ardenne, een belangrijke eerste aanzet zal zijn om de behartiging van Nederlandse economische belangen te combineren met de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen door Nederlandse ondernemingen.

Transparantie van subsidies en garanties
Wat betreft de transparantie van door de Staat verstrekte subsidies en garanties aan bedrijven die zaken doen met ontwikkelingslanden, wordt in het Regeerakkoord van Wereldburgers gepleit voor transparantie vooraf (ex ante). Het (ex post) transparantiebeleid dat sinds 1 juli 2002 wordt toegepast bij exportkredietverzekering, schiet wat dat betreft nog tekort. Belanghebbenden, met name in de betrokken landen zelf, ontbreekt het nog steeds aan mogelijkheden mee te praten over de relevantie van betrokken transacties voor duurzame ontwikkeling. Een dergelijke transparantie vooraf is overigens bij de ontwikkelingsbanken, waaronder de Wereldbank, wel gebruikelijk.
De nu bekendgemaakte gegevens zijn overigens nogal weggestopt op de website van Gerling-NCM. Een nadere toelichting van de regering op de criteria die bepalend zijn voor het al dan niet openbaar maken van gegevens van door de overheid gesteunde transacties is zeer gewenst, waarbij tevens wordt uiteengezet waar de betrokken gegevens zijn te vinden. De transparantie waar wereldburgers.nl om vraagt zou bovendien moeten gelden voor alle transacties in het kader van het gehele financieel buitenland instrumentarium.

Uw aanbod tot een dialoog over de onderwerpen die in deze brief aan de orde zijn gesteld nemen wij graag aan. Wat betreft maatschappelijk verantwoord onderondernemen werkt wereldburgers.nl nauw samen met het MVO Platform van NGO's, waarvan de meeste leden ook aan wereldburgers.nl deelnemen. Een combinatie van beide zou als gesprekspartner ons inziens dan ook voor de hand liggen.

Met vriendelijke groet, namens de 68 deelnemende organisaties van de campagne wereldburgers.nl,


Marjolein Schuurmans
campagnecoördinator


cc.  Mevr. A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking
leden Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken
leden Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken




home Landelijke India Werkgroep

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Landelijke India Werkgroep - 13 november 2002