terug
Landelijke India Werkgroep


Utrecht, 1 juli 2004


Aan: de Minister voor Buitenlandse Zaken
Dr. B. Bot
Postbus 20061
2500 EB Den Haag


Zeer geachte heer Bot,

Mede namens Hivos, Novib, Cordaid, ICCO, Justitia et Pax, KerkinActie en CMC wil ik u hartelijk bedanken voor uw brief van 13 april jl. in reactie op onze brief van 19 februari jl. over kastendiscriminatie en de massamoord in de Indiase deelstaat Gujarat.

Wij zijn verheugd dat u onze zorg deelt over de discriminatie van kastelozen, alsmede over de niet vlottende rechtszaken en compensatieregelingen plus de voortgaande discriminatie van moslims in Gujarat.

Graag willen wij opnieuw uw aandacht vragen voor met name kastendiscriminatie en wel in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in het algemeen en de komende EU-India Top op 14 oktober a.s. alsmede de 'International Consultation on Caste-Based Discrimination' (Kathmandu, Nepal, 27-29 september 2004) in het bijzonder.
Wij vragen deze aandacht mede namens de leden van het International Dalit Solidarity Network (IDSN).*

Wat betreft kastendiscriminatie in het algemeen verzoeken wij u met klem om u in te zetten teneinde kastendiscriminatie tot een prioriteit van het Europese mensenrechtenbeleid te maken en daartoe als voorzitter van COHOM de nodige stappen te ondernemen. De ernst en omvang van het tot nu toe verwaarloosde probleem van kastendiscriminatie, de recente Algemene Aanbeveling van de CERD, de prioriteit die Nederland en de EU geven aan het bestrijden van discriminatie en het accent dat Nederland tijdens haar voorzitterschap legt op de relatie met Azië (waaronder de mensenrechtenrelatie) zijn ons inziens belangrijke en meer dan voldoende redenen om de bestrijding van kastendiscriminatie nu prominent op de agenda van de EU te zetten.
Graag willen wij u er in dit verband nog op wijzen dat de Europese lijsttrekkers van CDA, ChristenUnie/SGP, D66, GroenLinks, PvdA, SP en VVD hebben verklaard dat zij zich de komende jaren zullen inzetten voor het bestrijden van kastendiscriminatie.

In het licht van het bovenstaande is ook de EU-India Top een uitstekend moment om een dialoog aan te gaan over mensenrechten in India. In de zojuist gepubliceerde Communicatie van de Europese Commissie met betrekking tot het strategische partnerschap tussen de EU en India wordt dan ook terecht verwezen naar de noodzaak van een dialoog rond kwesties als het Internationale Strafhof, de Conventie tegen Martelingen, gender discriminatie, kinderarbeid, arbeidsrechten, maatschappelijk verantwoord ondernemen en religieuze vrijheid.
Het is echter onbegrijpelijk en zeer teleurstellend dat de Commissie kastendiscriminatie - een grove en grootschalige vorm van schending van het VN Verdrag tegen Racisme in India - niet noemt in haar nieuwe Communicatie. Een groot aantal bovengenoemde kwesties wordt namelijk mede in stand gehouden en verergerd door discriminatie op basis van kaste, terwijl kastendiscriminatie daarnaast nog een groot aantal andere schendingen van mensenrechten tot gevolg heeft.

De nieuwe Indiase regering heeft gelijke kansen voor kastelozen, tribalen en minderheden tot een van de speerpunten van haar beleid gemaakt. Een ander speerpunt betreft de bevordering van het welzijn en de welvaart van boeren, landarbeiders en arbeiders in de 'ongeorganiseerde sector', ook vaak kastelozen en mensen van lagere kasten. Ook wil de regering zich inzetten voor de versterking van de positie van vrouwen (NB: kasteloze vrouwen verkeren vaak in de meest achtergestelde positie) en het bevorderen van de sociale harmonie en tolerantie tussen mensen van diverse overtuiging en godsdienst.
Deze beleidsvoornemens juichen wij van harte toe.

De Europese Unie zou de EU-India Top moeten aangrijpen om deze voornemens krachtig te ondersteunen en nadere afspraken te maken over hoe de Unie kan bijdragen aan het realiseren daarvan. Mogelijkheden om (ook) kastendiscriminatie nadrukkelijk te bestrijden liggen onder meer op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en de economische relaties (met name via maatschappelijk verantwoord ondernemen, waaronder het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt en positieve actie ten behoeve van gediscrimineerde achterstandsgroepen). Daarnaast is een open EU-India dialoog over mensenrechten, waaronder kastendiscriminatie, van groot belang waarin beide partijen hun plannen en resultaten op dit terrein bespreken. In deze dialoog zouden ook de activiteiten en ontwikkelingen rond kastendiscriminatie in VN verband aan de orde moeten komen, waaronder ondersteuning van het werk van de Speciale Rapporteur tegen Racisme op het gebied van kastendiscriminatie (zie ook hieronder) en het feit dat India sinds 1996 niet heeft voldaan aan haar rapportageverplichtingen in het kader van het Verdrag tegen Rassendiscriminatie.
Een serie uitgebreidere aanbevelingen op dit gebied vindt u in het bijgesloten document 'A Challenge to the European Union - On the fight against caste-discrimination'.

Tenslotte willen wij uw aandacht vragen voor de 'International Consultation on Caste-Based Discrimination' die van 27 tot 29 september 2004 zal plaatsvinden in Kathmandu, Nepal. De thema's zijn: uitvoering van de Algemene Aanbeveling XXIX, effectief gebruik van de VN mechanismen, de rol van de particuliere sector (waaronder multinationale bedrijven) en het mainstreamen van rechten voor Dalits in ontwikkelingsprogramma's. Deelnemers aan deze consultatie zijn Dalit activisten uit verschillende Zuid Aziatische landen, VN Mensenrechten experts, vertegenwoordigers van bilaterale en multilaterale organisaties, vertegenwoordigers van de Nepalese regering en leden van het International Dalit Solidarity Netwerk.
Van belang is verder te vermelden dat de heer Doudou Diène, de Speciale Rapporteur tegen Racisme, aan de consultatie zal deelnemen. De heer Doudou Diène heeft onlangs schriftelijk de regeringen van India, Pakistan en Nepal verzocht om hun land te bezoeken om de stand van zaken met betrekking tot kastendiscriminatie te bestuderen.
Wij nodigen, mede namens het IDSN, een vertegenwoordiger van uw ministerie graag uit om aan de consultatie deel te nemen.

Wij zullen een kopie van deze brief doen toekomen aan de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer en de lijstrekkers van de Nederlandse fracties in het Europees Parlement.

Wij zien een reactie graag tegemoet en zijn natuurlijk graag bereid om over de onderhavige kwestie nader met u of uw medewerkers van gedachten te wisselen.

Hoogachtend,


J.H. van Ham
ICCO

Manon van der Kaa
CMC
Victor Scheffers
Justitia et Pax
René Grotenhuis
Cordaid

Sylvia Borren
Novib
G. Boer
KerkinActie
Manuela Monteiro
Hivos


Mede namens hen,



G.J.B. Oonk
Coördinator Landelijke India Werkgroep


*
Leden van het International Dalit Solidarity Network zijn onder meer:
National Campaign for Dalit Human Rights (NCDHR), India; Federation of Dalit Organisations, Nepal; Asia Human Rights Commission, Hong Kong; Amnesty International; Human Rights Watch; Anti-Slavery International; Minority Rights Group; OMCT - World Organisation against Torture; FIDH - International Federation for Human Rights; Robert Kennedy Memorial Foundation, US; International Movement against Discrimination and Racism; Lutheran World Federation; Pax Romana; Dalit Solidarity Network, US; Dalit Solidarity Network, UK; India Committee of the Netherlands (Landelijke India Werkgroep); Cordaid, Collective Dalit, France; Dalit Solidarity Platform, Germany.