terug

Tweede Kamer der Staten-Generaal


Vergaderjaar 2004-2005



29 800 XI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2005



Nr. 103








1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 maart 2005

Hierbij bied ik u namens het Kabinet de rapportage duurzame bedrijfsvoering overheid aan1. Dit is één van de illustratieprogramma's in het rapport Duurzame Daadkracht (Actieprogramma Duurzame Ontwikkeling, juli 2003).

Daar waar van maatschappelijke partijen verwacht wordt dat ze hun eigen verantwoordelijkheid nemen en hun bijdrage leveren aan duurzaamheid, kan en mag de overheid niet ontbreken, ze dient daarin juist een voorbeeldfunctie te vervullen. Door duurzaam in te kopen, als belangrijk onderdeel van duurzame bedrijfsvoering, kan de overheid daarnaast als belangrijke consument een impuls geven aan de marktpositie van duurzamere producten en diensten.

In deze rapportage melden alle departementen wat zij tot nu toe hebben ondernomen op het gebied van het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. De departementen zijn immers individueel verantwoordelijk voor een duurzame kwaliteit van hun bedrijfsvoering en hebben dan ook verschillende prioriteiten gehanteerd bij de veelheid aan activiteiten die mogelijk zijn in het kader van hun bedrijfsvoering. Immers een duurzame bedrijfsvoering kan zich richten op tal van aspecten, zoals energie, mobiliteit en duurzaam consumeren en binnen deze thema's op diverse deelonderwerpen. Zowel de ecologische (planet) als de sociaal-economische aspecten (people) kunnen daarbij centraal worden gesteld, maar ook het kostenaspect zal meegewogen moeten worden (profit).
Op het gebied van inkopen is gezamenlijk een tijdelijk ondersteunende organisatie opgezet die zich bezig houdt met een groot aantal producten/diensten. Duurzaamheid wordt daarin expliciet meegenomen. Uit de bijdragen die de departementen aan mij hebben aangeleverd is een aantal ambities geformuleerd die de komende periode zoveel mogelijk gezamenlijk zullen worden geïmplementeerd. Per ambitie is aangegeven welk departement daarbij het voortouw zal nemen. De departementen zullen aan deze ambities de komende jaren verdere uitwerking gaan geven. Tegelijkertijd zullen nieuwe ambities worden ontwikkeld.
Over 2 jaar zal ik u berichten wat de stand van zaken is op bereikte resultaten en (nieuwe) ambities op grond waarvan ik u ook de vooruitgang kan aangeven.

In het kader van het stimuleringsprogramma "Met Preventie naar Duurzaam Ondernemen (PreDO)" faciliteer ik de andere overheden om hun bedrijfsvoering ook te verduurzamen. Uiteraard ligt de verantwoordelijkheid voor het realiseren van een duurzame bedrijfsvoering primair bij de provincies, gemeenten en waterschappen zelf. Ook bij de andere overheden zijn er al veel resultaten in de vorm van goede voorbeelden geboekt.

Ook de Europese Commissie heeft begin 2005 een tender uitgeschreven om de stand van zaken op het gebied van duurzaam inkopen in de gehele EU te laten onderzoeken en voorstellen voor (verdere) implementatie te doen. Eind 2006 verwacht de Commissie concrete actieplannen voor duurzaam inkopen van de lidstaten te ontvangen.

KST84742
0405tkkst29800XI-103
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
's-Gravenhage 2005
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
P. L. B. A. van Geel







Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29 800 XI, nr. 103



Rapportage "Duurzame Bedrijfsvoering Overheid"



pagina VERANTWOORD ONDERNEMEN
   
begin document

Landelijke India Werkgroep - 24 maart 2005