terug

Tweede Kamer der Staten-Generaal


Vergaderjaar 2004-2005



26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen



Nr. 34 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2005

1. Inleiding

Hierbij treft u, zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg op 18 november 2004 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29 439 en 26 485, nr. 4) het overzicht aan van MVO-initiatieven waarbij ministeries betrokken zijn. In het Maatschappelijk Verslag (november 2004) van het Kenniscentrum MVO Nederland is uitvoerig beschreven welke thema's relevant zijn in het kader van MVO. Een klankbordgroep van ongeveer honderd specialisten en generalisten met verschillende achtergronden heeft meegewerkt aan het vaststellen van deze thema's. Ook worden voorbeelden van bedrijven gegeven en wordt aangegeven welke initiatieven er lopen en welke actoren, ook overheidsactoren, actief zijn. Met het toesturen van het Maatschappelijk Verslag aan uw Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 26 485, nr. 31) is een eerste invulling gegeven aan mijn toezegging u een overzicht te geven van MVO-projecten.

2. Afbakening

MVO gaat om de zorg voor maatschappelijke effecten van het functioneren van een onderneming. MVO gaat daarbij ook om de bijdrage die bedrijven (kunnen) leveren aan duurzame ontwikkeling. Voor een integraal overzicht van departementale initiatieven op het gebied van duurzame ontwikkeling, als vervolgacties op de Wereldtop in Johannesburg in 2002, verwijs ik u naar de rapportages die daarover door de staatssecretaris van VROM naar uw Kamer zijn gezonden. Een overzicht van voorbeelden die aangeven hoe duurzaamheid en innovatie samenkomen in het economisch beleid hebben de minister van Economische Zaken en ik u gezonden bij brief van 26 januari 2005 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004- 2005, 27 406, nr. 38).

MVO is een breed fenomeen. Er worden verschillende definities en indelingen gehanteerd. De algemene inzet van dit kabinet ten aanzien van MvO heb ik aangegeven in mijn brief van 19 januari 2004 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004, 26 485, nr. 23). De rol van de overheid is faciliterend en stimulerend. Dit betekent in de meeste gevallen dat wordt aangesloten bij initiatieven uit het MVO-veld. Dit blijkt ook uit bijgaand overzicht van de in 2005 lopende acties/instrumenten van de direct bij MVO betrokken departementen. In het overzicht zijn de initiatieven onderverdeeld in "internationaal" en "nationaal", mij realiserend dat een lijn hiertussen niet scherp valt te trekken. In het algemeen richten de acties zich op thema's als kennisontwikkeling en -verspreiding, transparantie, contacten met stakeholders en internationale en Europese MVO-initiatieven.






1 Ter inzage gelegd bij het centraal Informatiepunt Tweede kamer.
Van één concreet initiatief op het gebied van MV) bied ik u hierbij het eindresultaat aan: het MVO universitaire onderzoeksprogramma waarvoor door het ministerie van Economische Zaken middelen ter beschikking zijn gesteld1. Het programma beoogde zowel praktisch relevant te zijn voor bedrijven als samenhang te brengen in de onderzoeksinspanning die op Nederlandse universiteiten geleverd wordt op het gebied van MVO (Tweede Kamer, vergaderjaar 2001-2002, 26 485, nr. 22). Hierin zijn we wat mij betreft geslaagd, zoals blijkt uit deze publicatie die mij 12 mei jl. werd aangeboden tijdens de slotmanifestatie van het onderzoeksprogramma op Nyenrode Business University.

3. Conclusie

Met de start van MVO Nederland en de afronding van het onderzoeksprogramma ligt er een stevig fundament voor bedrijven om verder invulling te geven aan MVO. Vanuit diverse departementen wordt MVO gestimuleerd en worden initiatieven ondersteund. Ook worden er vanuit internationale gremia en organisaties instrumenten aangereikt.

Centrale vraag is hoe activiteiten van bedrijven opgeschaald kunnen worden en hoe de resultaten meer en beter zichtbaar gemaakt kunnen worden. Een groot deel van de in het overzicht genoemde initiatieven is hier dan ook op gericht. Het bewerkstelligen van synergie tussen deze initiatieven ter stimulering van MVO is voor mij en MVO Nederland het uitgangspunt.

Het gaat bij MVO nu vooral om het op gang brengen van een proces. Zoals in mijn bovengenoemde brief van 19 januari 2004 aangegeven, zal ik in 2006 de tussenstand opmaken. Dan wil ik zicht krijgen op de voortgang en mogelijke maatschappelijke effecten van MVO. Dan is ook de vraag aan de orde of we met de initiatieven zoals geschetst in het Maatschappelijk Verslag van MVO Nederland en in bijgaand overzicht de goede weg zijn ingeslagen. Ik zal mij blijven inzetten om bedrijven te stimuleren invulling te geven aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en hier ook op een transparante wijze verantwoording over af te leggen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,
C.E.G. van Gennip

KST87119
0405tkkst26485-34
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
's-Gravenhage 2005






Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 26 485, nr. 34



pagina VERANTWOORD ONDERNEMEN
   

Landelijke India Werkgroep - 7 juni 2005