print terug
Kamer moet kastendiscriminatie bespreken

Ruim een kwart van de Dalits in India mag het politiebureau niet in en ruim een derde van de Dalit kinderen zit apart bij de schoollunch. In een brief aan de kamer geeft het Dalit Netwerk Nederland (DNN) dit als voorbeelden van de ingrijpende effecten van de kastendiscriminatie die circa 260 miljoen mensen in de wereld treft. DNN vraagt de Kamer om een concreet plan van de regering voor de Nederlandse bilaterale en multilaterale inzet op dit wellicht meest onderbelichte internationale mensenrechtrechtenprobleem.

Hieronder vindt u de brief aan de Tweede Kamer.



Utrecht, 10 oktober 2006

Aan: De leden van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken

Betreft: kastendiscriminatie in Azië en Afrika

Geacht lid van de Tweede Kamer,

Graag willen wij uw aandacht vragen voor het wellicht meest onderbelichte mensenrechtenprobleem ter wereld: de discriminatie, achterstelling en uitsluiting van circa 260 miljoen mensen op basis van werk, kaste en andere vormen van ‘afkomst’. Op 9 oktober 2004 zei mensenrechtenambassadeur De Klerk in een toespraak: ‘De schending van de rechten van de in totaal 260 miljoen kastelozen in Azië en Afrika is een internationaal mensenrechtenprobleem. Nederland trekt zich het lot van de Dalits aan. Het bieden van gelijke kansen voor kastelozen, tribalen en minderheden is één van de belangrijke doelen die Nederland in internationaal verband nastreeft.’ En minister Bot schreef ons op 13 april 2004: ‘Ik deel uw zorg over discriminatie van kastelozen, ook discriminatie op basis van en afkomst genoemd. In het Nederlandse mensenrechtenbeleid is discriminatie een van de prioriteiten.’

Onlangs hebben twee Speciale Rapporteurs van de Subcommissie Mensenrechten hun eerste rapport over dit onderwerp afgerond. Uit dit rapport blijkt dat niet alleen in India circa 160 miljoen kastelozen het slachtoffer zijn van kastendiscriminatie. Ook in diverse andere Aziatische en Afrikaanse landen is er sprake van schending op grote schaal van politieke, burgerlijke, sociale, culturele en economische rechten op basis van het werk en de afkomst van mensen. Volgend jaar komen de Rapporteurs met hun eindverslag, inclusief aanbevelingen voor principes en richtlijnen om kastendiscriminatie te bestrijden.

Na de uitspraken van Minister Bot en Mensenrechtenambassadeur De Klerk heeft Nederland steun gegeven aan het mandaat van de twee Speciale Rapporteurs. Een groot probleem bij hun onderzoek is dat juist de landen waar kastendiscriminatie voorkomt, niet hebben gereageerd op de vragenlijst die door de Rapporteurs in samenwerking met het OHCHR is uitgestuurd. India weigert ook uitnodigingen aan de Rapporteurs te verstrekken die hen mogelijk maken zelf onderzoek te doen.

Het is daarom van groot belang om nu nieuwe initiatieven te nemen bij het bestrijden van kastendiscriminatie wereldwijd, waaronder in relaties met specifieke landen waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie heeft. In andere gevallen zijn de EU en/of VN organisaties meer geëigende kanalen. Zo werd vorige week in een Algemeen Overleg in de Kamer gesproken over discriminatie op basis van kaste en afkomst in de concentratielanden Jemen, Bangladesh en Sri Lanka.

Allereerst zou de Nederlandse regering, ook via de EU, alles in het werk moeten stellen om het VN mandaat met betrekking tot kasten discriminatie tot een succes te maken en daarom landen waar dit probleem zich voordoet moeten aansporen om daar aan mee te werken.

In de tweede plaats zou Nederland zich in de EU sterker moeten inzetten om in het kader van ontwikkelingssamenwerking, de politieke en mensenrechtendialoog en de economische relaties, kastendiscriminatie aan de orde te stellen in landen waar het probleem zich voordoet. Dat alleen al het benoemen van het probleem - met name door gevoeligheid bij India - veel moeite kost blijkt uit het feit dat in het nieuwe EU Development Co-operation Instrument (DCI), dat de wettelijke basis vormt voor het beleid van de komende zeven jaar, een reeks gronden discriminatie voor discriminatie worden opgenoemd maar dat het woord kaste daarin door sterk verzet van Commissie en Raad ontbreekt!

Ook de Nederlandse regering benoemt het probleem niet. In de Beleidsnotitie India die voor de zomer door de regering naar de Kamer is gestuurd, ontbreekt het onderwerp zelfs. Het enige wat in de Beleidsnotitie India over kastelozen (en vrouwen en minderheden) wordt gezegd is dat de huidige Indiase regering zich heeft gecommitteerd aan de aanpak van deze ‘mensenrechtengerelateerde kwesties’. Zet die uitspraak naast enkele van de resultaten van recent onderzoek in 11 Indiase deelstaten:
28% van de Dalits mogen het politiebureau niet in, op 38% van de scholen zitten Dalit kinderen apart bij de schoollunch, eenderde van de gezondheidswerkers gaat het huis van een Dalit niet binnen en bijna de helft van Dalits heeft geen toegang tot de gezamenlijke waterbron. Dalit-arbeiders verdienen vaak minder dan niet-Dalits, moeten er langer voor werken en worden vaker mishandeld en vernederd. Hun loon, maar ook eten dat ze in de dorpswinkel kopen, wordt vaak op de grond gelegd om ‘onrein’ fysiek contact te voorkomen. Op vrijwel alle terreinen is de positie van Dalit-vrouwen nog slechter dan van Dalit-mannen. Tegen hen wordt veel – meestal onbestraft – seksueel geweld gebruikt.

Het zal duidelijk zijn dat kastendiscriminatie in India, maar dat geldt ook voor andere landen, niet alleen een ‘sociale kwestie’ is die buiten bereik van de overheid valt, maar een enorme politieke kwestie die wordt getypeerd door systematische straffeloosheid en gebrek aan rechtsbescherming.

Wij vragen u als Kamerlid om de Nederlandse regering aan te sporen tot een actief beleid tegen kastendiscriminatie: op VN niveau, in de Europese Unie en op bilateraal niveau. De millenniumdoelen zijn daarbij, naast de mensenrechtenverdragen, een belangrijke invalshoek. Dalits lopen sterk achter als het om het realiseren van deze doelen gaat. Dat geldt met name voor Dalit-vrouwen. In India leven volgens officiële cijfers nog ruim 20% van de mensen onder de absolute armoedegrens tegen 37% Dalits. Op gezondheids- en onderwijsgebied zijn soortgelijke grote verschillen.

Tevens zou Nederland zich in moeten zetten voor het bevorderen van de Ambedkar Principles, voor bedrijven die opereren in landen waar kastendiscriminatie zich voordoet. Deze principes doen aanbevelingen om discriminatie van Dalits in het personeelsbeleid te voorkomen, een pro-actief wervingsbeleid te voeren en negatieve gevolgen van bedrijfsactiviteiten op Dalits te voorkomen. Het Ministerie van Economische Zaken heeft met het bevorderen van de Ambedkar Principles al een begin gemaakt via de zogenoemde MVO Toolkit. Maar het aanspreken van bedrijven op dit thema is ongetwijfeld het meest succesvol als de Nederlandse regering als geheel zich sterk en op coherente wijze gaat bezighouden met het bestrijden van kastendiscriminatie.

Wij verzoeken u er bij de Ministers van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking op aan te dringen om de Kamer een beleidsnota te doen toekomen met een analyse van de problematiek, de wijze waarop Nederland bilateraal en multilateraal via ontwikkelingssamenwerking, politieke relaties en MVO bijdraagt aan de bestrijding van kastendiscriminatie alsmede plannen voor het versterken en uitbouwen van het beleid op dit onderwerp.

Met vriendelijke groet,


Gerard Oonk
Directeur Landelijke India Werkgroep
Namens het Dalit Netwerk Nederland (DNN)



DNN bestaat uit: Cordaid, CMC, ICCO, Justitia et Pax, Kerkinactie en Landelijke India Werkgroep. DNN maakt deel uit van het International Dalit Solidarity Network (IDSN)

Contact: Mariaplaats 4, 3511 LH Utrecht, tel. 030 2321340, fax. 030-2322246; website: www.dalits.nl




Landelijke India Werkgroep - 19 oktober 2006