dit document als PDF   terug

Utrecht, 18 oktober 2007


Betreft: Pleidooi voor een nieuw Nederlands India-beleid



Geachte Ministers Verhagen, Koenders, Van der Hoeven, Donner en staatssecretaris Heemskerk,


Graag wil de Landelijke India Werkgroep (LIW) u informeren over aantal onderwerpen die zowel tijdens het komende staatsbezoek aan India van 24 tot 27 oktober, tijdens de handelsmissie naar India in november naar India alsmede in algemenere zin in het beleid ten aanzien van de relatie met India uw aandacht verdienen.

Hierbij is ons uitgangspunt de Beleidsnotitie India die door het vorige kabinet naar de Kamer is gestuurd. Deze is destijds vanwege de kabinetscrisis niet door de Kamer is besproken en is nu, zo begrijpen wij, vigerend beleid. De reden om u deze brief gezamenlijk te sturen is de nauwe onderlinge samenhang van de onderwerpen die wij aan de orde stellen en de noodzaak, zoals we verderop bepleiten, tot een nieuw India beleid te komen waarin de MVO-, ontwikkelings- en mensenrechten-, inclusief arbeidsdimensies een veel sterkere rol spelen.

Deze brief dient tevens als toelichting op de Open Brief aan H.M. de Koningin ter gelegenheid van het staatsbezoek, waarvan u een kopie is bijgevoegd.

Beleidsnotitie India
In de Beleidsnotitie India komen zowel de beschrijving van de mensenrechtensituatie in India als het Nederlandse beleid op dat terrein met betrekking tot India er erg karig van af. Volgens de Notitie zullen de Nederlandse en de Europese waarden en normen in India actief worden uitgedragen. Daarbij zou het bijvoorbeeld gaan om gelijkberechtiging van mannen en vrouwen. Het is een pijnlijke misser dat in de notitie niet werd gesproken over universele waarden en normen die ook in de Indiase grondwet en wetten verankerd liggen. Dat laatste lijkt ons ook de ingang om de Indiase regering aan te spreken op de realisering van deze universele waarden en normen, in situaties waar de Indiase regering haar mensenrechtenverplichtingen niet de facto nakomt. Vanzelfsprekend kan India Nederland evenzeer aanspreken op kwesties waarbij Nederland mogelijk in strijd handelt met internationale afspraken.

Wat in de notitie vooral teleurstelt is de weinig concrete wijze waarmee wordt aangegeven op welke thema’s met welke middelen Nederland zich zal inzetten ter verbetering van de mensenrechten in India. Waar aan de ene kant wordt geconstateerd dat het praten met India over mensenrechten ‘een moeilijk en gevoelig proces’ is en anderzijds dat een constructieve mensenrechtendialoog met India mogelijk is, lijkt de regering tevreden met een zeer beperkte inzet op dit gebied. Dat wordt nog eens geaccentueerd door het feit dat kastendiscriminatie als groot maatschappelijk probleem niet eens wordt genoemd. Wel genoemd wordt de toenemende kloof tussen arm en rijk in India, een kloof die nu al enorm is, en het gevaar voor de Indiase democratie van gewelddadige bewegingen die daardoor gevoed worden. De vraag wat de Nederlandse regering, ook in Europees en internationaal verband, gaat ondernemen om bij te dragen aan het verminderen van die kloof, wordt echter niet beantwoord.

Gezien het bovenstaande , de thematische toelichting hieronder én het grote belang dat dit kabinet hecht aan de bevordering van mensenrechten, pleiten wij er voor om een nieuwe Landennotitie India op te stellen waarin de bevordering van mensenrechten een veel centralere plaats inneemt en ook de ontwikkelings- en MVO-dimensie wordt versterkt. Deze notitie zou, in tegenstelling tot de eerdere notitie, tot stand moeten komen na consultatie van bij India betrokken maatschappelijke organisaties en hun partnerorganisaties in India.

Kastendiscriminatie
In de beleidsnotitie wordt geen melding gemaakt van ongetwijfeld een van India’s grootste mensenrechtenproblemen: de systematische discriminatie, vernedering en achterstelling van ruim 160 miljoen Indiase Dalits (‘kastelozen’).
Een scala aan rapporten van Indiase en internationale organisaties bevestigt dit. Daartoe behoren onder meer het rapport ‘Hidden Apartheid’ van Human Rights Watch en het rapport ‘Making Things Worse’ van het Dalit Netwerk Nederland (DNN: CMC, Cordaid, Justitia et Pax, ICCO en Landelijke India Werkgroep) over discriminatie van Dalits in de hulpverlening na de tsunami. Dit rapport is bijgesloten.

In maart 2007 publiceerde de VN Commissie voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie (UNCERD), bestaande uit 18 onafhankelijke experts, haar conclusies over en aanbevelingen voor de naleving door India van het internationale verdrag tegen rassendiscriminatie. De Commissie concludeert dat er sprake is van voortdurend geweld tegen Dalits en dat de ‘de facto segregatie van Dalits voortduurt’. De Commissie dringt bij India aan op effectieve maatregelen tegen de segregatie van Dalits op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, waterbronnen, gebedsruimtes en andere openbare plekken. Ook dringt zij aan op onmiddellijke maatregelen tegen willekeurige arrestaties, martelingen en buitengerechtelijke executies van ‘kastelozen’ en ‘tribalen’, veelvuldig en meestal onbestraft seksueel geweld tegen vrouwen, vrouwenhandel, kindhuwelijken en gedwongen prostitutie. Maar ook slavernij, de meer dan miljoen Dalits die worden gedwongen tot ‘strontruimen’ en het grote aantal Dalit kinderen dat zwaar en gevaarlijk werk doet, moet dringend worden aangepakt, vindt de VN Commissie.

Hoewel India pas in 2010 haar volgende rapport moet indienen bij het VN Anti Discriminatie Comité, verzoekt de VN Commissie India dringend om al over één jaar te rapporteren over vervolging van daders én rehabilitatie van slachtoffers van geweld tegen Dalits, waaronder seksueel geweld tegen Dalit vrouwen. Overigens heeft ook het Europees Parlement begin van dit jaar een resolutie over Dalits in India aangenomen met soortgelijke strekking en aanbevelingen en wordt in het laatste ILO Global Report over arbeidsdiscriminatie expliciet aandacht aan kastendiscriminatie besteed.

De huidige United Progressive Alliance regering heeft een actiever beleid t.a.v. Dalits dan de vorige coalitieregering onder leiding van de BJP. Zo is een vorm van ‘positieve actie’ beloofd die Dalits in het bedrijfsleven meer kansen geeft en heeft Minister President Manmohan Singh zich ook nadrukkelijk uitgesproken tegen het voortdurende geweld tegen Dalits. Eind 2006 vergeleek hij het verschijnsel ‘onaanraakbaarheid’ zelfs met de voormalige apartheid in Zuid-Afrika. Ook maatschappelijk en politiek krijgen de Dalits meer stem. In de deelstaat Uttar Pradesh is nu een Dalit premier en in heel India zijn diverse Dalit bewegingen en organisaties actief.

Tijdens eerdere kabinetten onder leiding van premier Balkenende zijn duidelijke uitspraken over kastendiscriminatie gedaan door onder meer mensenrechtenambassadeur Piet de Klerk (‘De schending van de rechten van de in totaal 260 miljoen kastelozen in Azië en Afrika is een internationaal mensenrechtenprobleem. Nederland trekt zich het lot van de Dalits aan. Het bieden van gelijke kansen voor kastelozen, tribalen en minderheden is één van de belangrijke doelen die Nederland in internationaal verband nastreeft.’) en voormalig minister Bot (‘Ik deel uw zorg over discriminatie van kastelozen, ook discriminatie op basis van werk en afkomst genoemd. In Nederlands mensenrechtenbeleid is discriminatie een van de prioriteiten.’)
Deze ondubbelzinnige uitspraken hebben echter niet geleid tot concrete plannen in de Beleidsnotitie India. Het enige wat de Beleidsnotitie India over onder meer kastelozen zegt is dat de huidige Indiase regering zich heeft gecommitteerd aan de aanpak van deze ‘mensenrechtengerelateerde kwesties’.

De Landelijke India Werkgroep is van mening dat de Nederlandse regering in haar relatie met India, ook EU- en VN-verband, een speerpunt moet maken van het bestrijden van discriminatie en (onbestraft) geweld tegen Dalits. Allereerst zou u tijdens het komende staatsbezoek aan India uw zorg over de positie van Dalits uit kunnen spreken en aan kunnen dringen op uitvoering van de aanbevelingen van UNCERD. Daarnaast is het van belang aan te dringen op een uitnodiging aan de vaste Speciale Rapporteurs voor racisme en marteling die daartoe tot nu toe vergeefs een verzoek hebben ingediend. Verder zou, aansluitend op de plannen van de Indiase regering, het onderwerp ‘affirmative action for Dalits’ in het bedrijfsleven centraal moeten staan. Door daar over in gesprek te gaan met de Indiase overheid schept u ‘ruimte’ voor Nederlandse ondernemers om in te zetten op een actief beleid zoals door het Ministerie van Economische Zaken in haar MVO Toolkit India voor ondernemingen al wordt bepleit. Daarbij kunnen de door het International Dalit Solidarity Network ontwikkelde Ambedkar Principles (exemplaar bijgesloten) voor bedrijven worden gebruikt. Het betreft aanbevelingen om discriminatie van Dalits in personeelsbeleid te voorkomen, een actief wervingsbeleid van Dalits te voeren en negatieve gevolgen van bedrijven voor Dalits te voorkomen.

In EU- en VN-verband kan Nederland op tal van manieren de bestrijding van kastendiscriminatie bevorderen. In de discussie op EU- en VN-niveau over de realisering van de millenniumdoelen is het van belang om te wijzen op de grote kloof tussen non-Dalits en Dalits, in het bijzonder op de positie van de 80 miljoen Dalit-vrouwen. De politieke dialoog tussen de EU en India is een ander manier om het onderwerp aan de orde te stellen. En van cruciaal belang is ook het volgende: Nederland zou de ‘Principles and Guidelines for the Elimination of Discrimination Based on Work and Descent’ die door twee Speciale Rapporteurs van de VN zijn opgesteld actief in de Mensenrechtenraad moeten ondersteunen.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Wij stellen de aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in de Beleidsnotitie India op prijs. Toch lijkt overschat te worden wat er al is bereikt, vooral waar het gaat om daadwerkelijke verbeteringen ten behoeve van de armste groepen, de kastelozen en de inheemse volken. Ook zijn de opmerkingen over wat van bedrijven verwacht wordt veel te vrijwillig en vrijblijvend (‘bedrijven kunnen vrijwillige afspraken maken…’; ‘de Nederlandse overheid kan bij sommige MVO-normen een ondersteunende rol spelen…’ etc.). Dit is in tegenspraak met de expliciete verwachting van de Nederlandse regering dat Nederlandse bedrijven ook in een land als India de OESO Richtlijnen naleven. Verder is er een groeiend aantal ‘Special Economic Zones’ die een potentiële bedreiging zijn voor marginale boeren, Dalits, inheemse volken etc. omdat landeigendoms-, arbeids- en milieuwetten vaak worden overtreden.

Wij vragen u om uw Indiase collega’s uw zorg hierover over te brengen maar ook de Nederlandse bedrijven die met India zaken doen duidelijk te maken dat investering in een SEZ geen ‘ontheffing’ van de OESO Richtlijnen betekent.

De notitie spreekt – opnieuw vrijblijvend - over ‘transparantie van ketenverantwoordelijkheid’ als ‘aandachtspunt’ voor bedrijven. Op basis van onderzoek bij Nederlandse bedrijven die in India opereren is gebleken dat ketenverantwoordelijk (in de héle keten) en de transparantie daarover nog veel te wensen over laat. Die ketens zijn meestal direct verbonden met de zogenoemde ‘unorganized sector’ van de economie. In dit deel van de economie werkt 92% van de bevolking ofwel 423 miljoen mensen zonder noemenswaardige bescherming van arbeidswetten. Een recent rapport in opdracht van de Indiase regering meldt dat de meeste loonarbeiders (veel) minder verdienen dan het officiële minimumloon. Landarbeiders verdienen gemiddeld ruim een halve euro per dag en andere arbeiders nog geen euro. Vrouwen verdienen gemiddeld 70% van wat mannen verdienen.
Deze grote massa armen in India bestaat disproportioneel uit Dalits, Adivasi (‘tribalen’), moslims en vrouwen die vaak ook het slachtoffer zijn van discriminatie, vernedering en onbestraft geweld.

Wij verzoeken u tijdens het komende staatsbezoek expliciet aandacht te besteden aan deze ‘achterkant’ van het economische succes van India waarvan ook de Nederlandse bedrijven en consumenten profiteren. Naast de realisering van de facto politieke en burgerlijke rechten voor onder meer Dalits en Adivasi, is ook de realisering van de culturele en sociaal-economische rechten voor grote delen van de Indiase bevolking nog een ‘verre droom’.

Nederland kan daar concreet aan bijdragen door een veel minder vrijblijvend beleid op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een wettelijke verankering van ketenverantwoordelijkheid door middel van transparantie en zorgplicht is daarvoor cruciaal. Maar ook in directe samenwerking met India zou Nederland veel kunnen doen. Dat geldt bijvoorbeeld voor beleid van de Nederlandse overheid om in 2010 alleen nog maar duurzame producten in te kopen. Het risico bestaat dat aan de overheid leverende bedrijven producten uit India (en andere ontwikkelingslanden) gaan mijden omdat er vaak grotere ‘MVO problemen’ aan zijn verbonden dan aan producten uit ontwikkelde landen. Deze producten mijden zou juist ‘kwetsbare werknemers’ in de keten hun baan kosten.

Een flankerend beleid voor duurzaam inkopen uit India en andere ontwikkelingslanden is daarom echt een ‘must’. Daarbij horen duidelijke sectorale afspraken met bedrijven die aan de overheid leveren om ketens sociaal, ecologisch en economisch ‘MVO-proof’ te maken. De overheid kan zo’n flankerend beleid mede vorm geven door sectorstudies te (laten) doen naar bedrijfssectoren met veel sociale en milieuproblemen en door van bedrijven te verplichten mee te doen aan verbeterprogramma’s die deze problemen aanpakken. Bestaande sectorale initiatieven, waaronder ook initiatieven rond natuursteen, thee, kleding en katoenzaad waarin de LIW actief is, maar ook MVO Nederland en het nieuwe Initiatief voor Duurzame Handel kunnen aan dergelijke programma’s een bijdrage leveren.
De inzet van de Indiase overheid is daarbij cruciaal: bijvoorbeeld door betere uitvoering van lokale wetgeving die een goed ketenbeheer zou vergemakkelijken. Wij vragen u om het gesprek daarover met uw Indiase collega’s te gaan en een begin te maken met concrete vormen van samenwerking.

Kinderarbeid en onderwijs
Vier à vijf van de tien Indiase kinderen tussen de 6 en 14 jaar gaan niet naar de basisschool. Velen van hen – volgens de Volkstelling uit 2001 bijna 13 miljoen maar volgens diverse NGO’s 60 tot 100 miljoen – werken onder vaak erbarmelijke omstandigheden. India heeft noch ILO Conventie 138 (‘Minimum Age for Employment’) noch ILO Conventie 182 (‘Worst Forms of Child Labour’) tegen kinderarbeid geratificeerd, terwijl respectievelijk 150 en 163 landen dat inmiddels wel hebben gedaan. Ernstiger is dat in veel Indiase deelstaten de bestrijding van kinderarbeid stokt en dat bepaalde vormen van kinderarbeid, bijvoorbeeld in de snel groeiende mijnbouw, door gebrek aan wetshandhaving lijken toe te nemen.

Volgens de Volkstelling uit 2001 gaan 87 miljoen kinderen niet naar school. De meeste van hen zijn wel ingeschreven maar verdwijnen na enkele jaren van school, komen onregelmatig en gaan vervolgens te jong werken. Oorzaken zijn o.a. slecht functionerend onderwijs, discriminatie van bijvoorbeeld Dalit kinderen, een onbegrijpelijke schoolbureaucratie voor analfabete ouders, actieve werving door werkgevers van (goedkope) kinderen in plaats van hun ouders, een veelal onverschillige middenklasse die zelf kinderen - wel van anderen - voor zich laat werken en een lakse uitvoering van wetten. Toch laten Indiase organisaties zien dat het met een goede aanpak mogelijk is om honderdduizenden kinderen van arme ouders in het dagonderwijs te krijgen en hen daardoor een betere toekomst te bieden.

India heeft in 2002 een amendement op de Grondwet aangenomen dat elk kind het recht op onderwijs geeft. Na vijf jaar is er echter nog steeds geen wet die dit recht handen en voeten geeft. De huidige kinderarbeidwet die sommige vormen van kinderarbeid verbiedt en andere beperkt tot zes uur of vrij laat (alle werk dat thuis en in de landbouw verricht wordt) is volgens het Hooggerechtshof strijdig met het recht op onderwijs. De Indiase regering heeft daar geen consequenties uit getrokken. Wel heeft India een jaar geleden alle vormen van huishoudelijk werk buitenshuis en in de horeca, hotel- en recreatiesector verboden. Momenteel schrijven Indiase kranten veel over het vorig jaar oktober afgekondigde verbod op huishoudelijk werk en werk in hotels en horeca. De conclusie is dat er nog zeer weinig is verbeterd.

Nederland zou er de komende jaren hardnekkig en systematisch aan bij moeten dragen, niet alleen via bilaterale contacten maar ook via haar inbreng in de Wereldbank, de ILO, Unicef en andere VN organisaties, dat het recht op gratis voltijds onderwijs werkelijkheid wordt voor alle werkende Indiase kinderen. Vanzelfsprekend geldt dat voor kinderen in alle landen. De campagne ‘Stop Kinderarbeid - School, de beste werkplaats’, waarin de LIW een actieve partner is, dringt er daarom bij de Nederlandse regering op aan dat alle door haar gesteunde onderwijsprogramma’s een duidelijke aanpak hebben om ook alle nog werkende kinderen - zo nodig via ‘brugonderwijs’ voor oudere kinderen - alsnog de kans te geven gratis voltijds onderwijs te volgen.

Wij zijn verheugd dat alle fracties in de Tweede Kamer u onlangs vragen hebben gesteld over kinderarbeid in India naar aanleiding van drie rapporten van de LIW over grootschalige kinderarbeid en zelfs op slavernij lijkende arbeid bij de productie van katoenzaad. De Kamer vraagt u onder meer om het onderwerp kinderarbeid tijdens het komende staatsbezoek aan India te bespreken.
Deze uitdrukkelijke wens van de Kamer kan onder meer gehonoreerd worden in gesprekken met de president, bewindspersonen, het bedrijfsleven alsmede gouvernementele, semi-gouvernementele organisaties (zoals de National Commission for the Protection of Child Rights) en NGO’s.

De kamerbrede vragen over kinderarbeid én het Waterlooplein Akkoord (bijgesloten) dat de LIW samen met de andere leden van de campagne Stop Kinderarbeid (FNV, AOb en Hivos), CNV, Fairfood en Stop the Traffick heeft gesloten met de ChristenUnie bevattental van aanbevelingen. Wij dringen er bij u op aan om zowel tijdens het staatsbezoek aan India, de handelsmissie(s) naar India als in een krachtig nieuw te formuleren beleid tegen kinderarbeid deze aanbevelingen om te zetten in daden.

Betrokkenheid van maatschappelijke organisaties
Het bovenstaande is allerminst een volledige opsomming wat Nederland kan doen om de armoede in India te bestrijden en de mensenrechten te bevorderen. Op tal van belangrijke terreinen als de verbetering van de positie vrouwen en de verbetering van het milieu zijn ook inspanningen vanuit Nederland en de EU welkom. Vanzelfsprekend hebben daarbij niet alleen de overheid, maar ook maatschappelijke organisaties, bedrijven, universiteiten, culturele instellingen en andere organisaties een taak. De LIW is er sterk van overtuigd dat een nieuwe Beleidsnotitie India er sterk bij zal winnen als, mede gezien de gewenste samenhang tussen activiteiten van NGO’s, vakbonden en de overheid, maatschappelijke organisaties over een nieuwe beleidsnotitie worden geconsulteerd.

Naast de Dutch Trade Board die in belangrijke mate mede vorm geeft aan de economische relaties met India en andere landen is daarom een Dutch Development and Human Rights Board nodig die kan bijdragen aan de verbetering van de mensenrechtensituatie in specifieke landen of regio’s.

Weigering van visa en rechtszaak tegen LIW e.a.
In de beleidsnotitie India wordt melding gemaakt problemen bij het aanvragen van visa voor India door Nederlandse NGO’s en media. Hoewel Nederland door haar restrictieve vreemdelingenbeleid, ook voor zakenlieden en Indiase studenten, daar zelf aan heeft bijgedragen, is er blijkbaar ook sprake van duidelijke politieke weigeringen of ‘onbepaald uitstel’ van visa. Ondergetekende wacht sinds 1 oktober 2003 op bericht over zijn visumaanvraag. Ook andere medewerkers van de LIW, inclusief met naam bij de Indiase ambassade bekende vrijwilligers, is een visum geweigerd. Een officiële reden daarvoor wordt niet gegeven. Overigens kampen ook medewerkers van andere organisaties ook met visumproblemen.

Daarnaast werden wij in mei jl. opgeroepen voor de lokale rechtbank in Bangalore te verschijnen vanwege een smaadklacht door het bedrijf Fibre and Fabrics International (FFI) in Bangalore. Het betrof publicaties over arbeidsomstandigheden in hun bedrijven op basis van informatie van Indiase organisaties. Eerst kregen deze lokale arbeidsrechten NGO’s en vakbonden medio vorig jaar door de Indiase rechter een spreekverbod opgelegd dat nog steeds voortduurt, hoewel de zaak inhoudelijk nog niet is gehoord. Nu zijn wij samen met de Schone Kleren Kampagne en onze provider cq. ADSL leverancier Stichting Antenna en XS4ALL voor de rechtbank in Bangalore gedaagd.

Inmiddels zijn ook kamervragen gesteld die wijzen op de mogelijke gevolgen van deze rechtszaak voor het Nederlandse MVO beleid dat juist is gebaseerd op onafhankelijk onderzoek, transparantie en dialoog. Amnesty International bracht op 2 oktober jl. een public statement uit over het ‘voortdurend dwarszitten van de rechten van werknemers en buitenlandse campagnevoerders’ en veroordeelde de ‘klaarblijkelijk valse strafrechtelijke aantijgingen gericht op het inperken van hun vrijheid van meningsuiting.’

De Landelijke India Werkgroep pleit er voor dat de Nederlandse regering tijdens het staatsbezoek, de handelsmissie en in andere reguliere contacten met de Indiase regering duidelijk maakt dat zowel de visumkwestie als de rechtszaak ernstig inbreuk maken op de vele vruchtbare relaties tussen Nederlandse en Indiase organisaties en ook risico’s opleveren voor bedrijven. Zeker ‘human rights defenders’ worden dan sterk in hun werk belemmerd, terwijl de Indiaas-Nederlandse relatie juist in sterke mate is gebaseerd op gedeelde waarden op het gebied van democratie en mensenrechten.

Wij zien uw reactie op deze brief met veel belangstelling tegemoet en zijn vanzelfsprekend graag bereid om met u en uw medewerkers nader van gedachten te wisselen.



Met vriendelijke groet,


Gerard J.B. Oonk
Directeur Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep
Mariaplaats 4e
3511 LH Utrecht
Tel. 030-2321340
Fax. 030-2322246

Website: www.indianet.nl en www.dalits.nl



voor een reactie op deze brief van de Nederlandse regering (12-12-2007), zie hier

Landelijke India Werkgroep - 18 oktober 2007