terug
Onderstaande tekst is gepubliceerd in 'Jaarverslag 2008' van FNV Mondiaal


Jaarverslag 2008 FNV Mondiaal


1.4 Vakbondsversterking en -vernieuwing: Kinderarbeid



De afgelopen jaren is goede vooruitgang geboekt op het gebied van de bestrijding van kinderarbeid. Er is veel meer aandacht gekomen voor het onderwerp en de roep dat kinderen op school horen, vindt steeds breder gehoor. En het blijft niet alleen bij woorden. De afgelopen tijd hebben gerichte campagnes, bijvoorbeeld in Marokko en India, ervoor kunnen zorgen dat kinderen de fabrieken uit en de scholen in gestuurd werden dan wel in schoolbanken blijven en niet voortijdig uitvallen. In Nederland heeft FNV Mondiaal met genoegen kunnen waarnemen dat ook minister van Buitenlandse Zaken Verhagen de agenda van kinderarbeid naar zich toe heeft getrokken en zich in Europees verband hard heeft gemaakt voor een grotere inspanning. Verhagen heeft zijn Europese collega-ministers ervan kunnen overtuigen dat zij de Europese Commissie opdracht geven te onderzoeken of producten gemaakt door middel van kinderarbeid van de Europese markt geweerd kunnen worden. De ministers willen dat de Europese Commissie snel met de betrokken landen onderhandelingen begint over ondertekening van internationale verdragen over kinderarbeid. Ook moet er volgens de bewindslieden een systeem van straffen en belonen komen. Ten slotte zou de Commissie moeten onderzoeken wat bedrijven zelf kunnen doen om aan te geven dat hun producten niet door kinderen worden gemaakt.

De vraag is echter of de mondiale kredietcrisis en de economische teruggang die zich in 2008 al manifesteerde roet in het eten zullen gooien. Verschillende partnerorganisaties van Mondiaal hebben alarmerende geluiden laten horen, al ontbreken er nu nog concrete aanwijzingen dat er meer kinderen aan het werk zijn gegaan wegens de zware financieel-economische situatie.
Bij de laatste telling van ILO (in 2006) waren er 218 miljoen kinderen die werkten in plaats van naar school gingen. De vrees bestaat dat de volgende ILO-telling (die volgend jaar verwacht wordt), hogere cijfers te zien zal geven. Dit omdat overheden en werkgevers de roep om een einde aan kinderarbeid te maken, gemakkelijker kunnen pareren door te wijzen op de economische teruggang, maar ook omdat ouders voor de harde keuze kunnen komen te staan: 'Stuur ik mijn kind naar school of gebruik ik dat geld om eten te kopen?'
Interessant is dat de mondiale dialoog over kinderarbeid nieuwe elementen heeft opgepikt. In 2008 is vooral het thema rond voedsel en schoolmaaltijden actueel geworden. Dit vooral door de voedselprijzen die in de eerste helft van 2008 sterk stegen. Schoolmaaltijden lijken misschien een weinig structurele, oplossing, maar raken toch echt wezenlijk aan het recht op onderwijs. Immers, om naar school te gaan moet je daar wel fysiek toe in staat zijn. Met honger in je buik stelt het recht op onderwijs niet zo bar veel voor. Dus als je op school tenminste een goede maaltijd kan krijgen, is dat een belangrijke stimulans.

Een interessant project in 2008 was de uitgave van het boek 'Een wereld voor kinderen - opgroeien zonder kinderarbeid', met indrukwekkende foto's van de Nederlandse fotograaf Peter de Ruiter die ook initiator was van het project. Het project heeft afgelopen jaar veel aandacht gekregen in de media. In april 2008 is het boek (oplage tienduizend exemplaren) ruim besproken in onder andere het programma 1Vandaag (AVRO), Hart van Nederland (SBS6), het Jeugdjournaal (NOS), Omroep Brabant, het AD en de Volkskrant. De fotograaf heeft het boek samen met onze campagne Stop Kinderarbeid aan minister Koenders en de Tweede Kamer aangeboden.
Aanvankelijk was FNV Mondiaal aarzelend om het project te steunen, maar toen De Ruiter zijn foto's liet zien, waren we meteen overtuigd van de waarde van het initiatief. De Ruiter trok op basis van zijn ervaringen dezelfde conclusie als wij: armoede mag geen excuus zijn om kinderarbeid te laten voortbestaan. In het boek is een katern opgenomen met aandacht voor de campagne Stop Kinderarbeid - School de beste Werkplaats. Dit lobby- en educatieproject is een gezamenlijk initiatief van de Algemene Onderwijsbond (AOb), FNV Mondiaal, Hivos en de Landelijke India Werkgroep. Op de flaptekst is ook nog een bijdrage van Agnes Jongerius afgedrukt.

Belangrijk was verder de motie van CU-Kamerlid JoŽl Voordewind (gesteund door Kamerleden van CDA, SP, PvdA, SGP en GL) om bij de besteding van onderwijsgeld voor ontwikkelingslanden meer aandacht te besteden aan de bestrijding van kinderarbeid en aan de integratie van ex-kinderarbeiders in het onderwijs. Deze motie is aangenomen door de Tweede Kamer. De motie werd voorbereid in samenwerking met de campagne Stop Kinderarbeid en in dialoog met de partners. Een vertegenwoordiger van MV Foundation, de Indiase partner van FNV Mondiaal op het gebied van de bestrijding van kinderarbeid, heeft in gesprek met meerdere Kamerleden extra informatie en argumenten aangeleverd om de motie kracht bij te zetten. Volgens FNV Mondiaal en haar partners is het Nederlandse beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking onvoldoende gericht op het bestrijden van kinderarbeid, terwijl goed onderwijs en begeleiding van ex-kindarbeiders naar de schoolbank een goede manier zijn om kin- derarbeid aan te pakken. Dat was ook de conclusie van een onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau BBO in opdracht van de campagne Stop Kinderarbeid. Ondanks de aarzeling bij Koenders zelf haalde de motie het toch. En hopelijk zal dat meer coherentie in het Nederlandse beleid brengen.

In februari 2008 werd in New Delhi (India) een internationale conferentie 'for Children's Rights Organisers and Campaigners' georganiseerd. Het idee voor een dergelijke bijeenkomst was voortgekomen uit een bijeenkomst van de GUF's in Amsterdam. De internationale bouw- en houtbond BWI was de trekker van de conferentie. Aanwezig waren vertegenwoordigers van vakbonden, onderwijsbonden en ngo's uit de hele wereld (onder meer uit AlbaniŽ, Kenia, Zimbabwe en Mexico). Vooral voor India zelf was de conferentie erg belangrijk. Er waren zelfs op ministersniveau mensen aanwezig, wat tekent dat het onderwerp 'kinderarbeid' in India hoog op de agenda is gekomen. Enkele jaren geleden was dat nooit gelukt. Een veld bezoek aan enkele steenfabrieken in de regio Agra was voor veel aanwezigen een eye opener met betrekking tot wat er in India al is bereikt in de strijd.
Een concreet resultaat van de conferentie was dat BWI de belangrijkste steenfabrikanten van India zover heeft gekregen om ten tijde van de conferentie een Memorandum of Understanding te tekenen waarin kinderarbeid prominent naar voren komt. Dat was een geweldig moment voor de strijd tegen kinderarbeid in India in deze sector. Het was vooral belangrijk dat voor het eerst resultaat is geboekt dat breder gaat dan individuele vestigingen van fabrieken. Het feit dat gezamenlijke fabrikanten zich tegen kinderarbeid uitspreken, is het begin van structurele verandering. Vervolgens moet dat resultaat natuurlijk nog wel vertaald worden naar de werkvloer. De onderhandelingen met de steenfabrikanten hadden lang geduurd; dat de werkgevers uiteindelijk toch toe hebben gegeven is een bewijs voor de toegenomen kracht van de bonden. Het komt nu aan op de verdere implementatie van de afspraak. Hopelijk kan ILO daarin een ondersteunende rol vervullen.

Tijdens de conferentie in Delhi lanceerde FNV Mondiaal in samenwerking met haar Stop Kinderarbeid-partners het nieuwe Actieplan Kinderarbeid. Het ging om een nieuwe versie van het conceptactieplan dat al in 2007 werd gepresenteerd. Het nieuwe actieplan is samengesteld op basis van reacties van diverse stakeholders uit alle relevante sectoren en uit alle regio's op het eerste concept. Het actieplan beschrijft achttien stappen die bedrijven zouden moeten zetten om kinderarbeid te bestrijden, ůůk in hun toeleveringsketen. Het idee is om het actieplan in te zetten in een paar strategische sectoren, bijvoorbeeld de katoensector. Het actieplan is te downloaden via: http://www.indianet.nl/actionplanchildlabour.html.

Een van de hoogtepunten van het jaar met betrekking tot de strijd tegen kinderarbeid was de tournee van diverse activisten tegen kinderarbeid door Afrika. De Afrika Tour was een vervolg op de Midden-Amerika Tour van 2007. Het vergde een behoorlijke organisatie om deze tournee te verwezenlijken. De kinderarbeidbestrijders (uit India, Nepal en Marokko) bezochten Marokko, EthiopiŽ, Oeganda, Zimbabwe en Kenia. In die landen ontmoetten zij lokale organisaties en projecten om ervaringen uit te wisselen over succesvolle manieren om kinderarbeid te bestrijden. De uitkomsten van de Afrika Tour werden begin november 2008 in Kenia gepresenteerd aan internationale en regionale maatschappelijke organisaties en overheden. Een opvallend nieuw element aan de discussie is dat het thema van voeding nadrukkelijk is meegenomen. Het verzorgen van schoolmaaltijden kan een belangrijke rol spelen om schooluitval terug te dringen. Een van de lessen van de eerdere Midden-Amerika Tour was dat er meer aandacht van de media zou kunnen komen als er journalisten mee zouden gaan. Daarom zijn twee Tsjechische journalisten uitgenodigd die over de reis een blog hebben bijgehouden

Venkat Reddy tijdens een bezoek aan een school in Fes, Marokko.
en ander nieuws hebben verspreid. Een onverwachte tegenslag was dat het bezoek aan Kenia gelijk viel met de verkiezing van Obama, zodat nieuwsrubrieken weinig aandacht hadden voor ander nieuws uit Kenia.

In de Afrika Tour namen Venkat Reddy van de Indiase MV Foundation, Radha Koirala van de Nepalese ngo Asamaan en Driss Elyoubi van de Marokaanse onderwijsbond deel. De rondreis begon in Marokko waar de delegatie werd ontvangen door maar liefst twee ministers, een duidelijk bewijs voor het toegenomen gewicht en erkenning van onze partner SNE (de Marokkaanse onderwijsbond). In Zimbabwe heeft de delegatie contact gehad met Caclaz (Coalition Against Child Labour in Zimbabwe), de onderwijsbond en de landbouwbond. Vooral het onderwijs in Zimbabwe is in een crisis beland. Het afgelopen jaar hebben leerlingen maar weinig les gehad omdat de regering de onderwijzers geen leefbaar loon meer kon en wilde betalen. Een succes was dat Caclaz werd erkend door de ILO en dat de ILO heeft toegezegd beleid te gaan maken ten aanzien van kinderarbeid in Zimbabwe in overleg met Caclaz. In EthiopiŽ is vooral het platteland bezocht. Dat bezoek werd mede georganiseerd door een lokale partner van de stichting Kinderpostzegels, een van de organisaties die de Afrika Tour samen met de Stop Kinderarbeidcampagne heeft georganiseerd. In EthiopiŽ hebben stakeholders het concept van kinderarbeidvrije zones opgepikt en gaan ermee aan de slag.
Na afloop zei Venkat Reddy: "De voorwaarden om kinderen terug naar school te leiden zijn simpel. De school moet flexibel zijn en de leerkrachten in staat om de kinderen betrokken te houden. Maar bovenal moeten de ouders ervan overtuigd zijn dat onderwijs beter voor hun kinderen is dan arbeid. Vaak zijn ouders bang dat ze in inkomen achteruit gaan. De ervaring heeft geleerd dat zij meer werk en loon krijgen als hun kinderen niet meer als goedkope arbeidskrachten te werk worden gesteld."

Om de overheden in de diverse landen te overtuigen dat de aanpak van de campagne Stop Kinderarbeid effectief is, gaan de organisaties die door de drie actievoerders zijn bezocht proefprojecten opzetten met kinderarbeidvrije zones. Begin 2009 is daartoe een voorstel opgesteld en voorgelegd ter financiering aan de Europese Commissie. Partners uit Nepal, India, Oeganda, Zimbabwe en Marokko gaan in dit voorstel samen met Hivos en FNV Mondiaal aan de slag om child labour free zones uit te werken en hierop de capaciteit te versterken. Hopelijk krijgen we hiervoor groen licht van de Europese Commissie.

Het pilot-project om in vijf scholen in de Marokkaanse stad Fes de schooluitval terug te dringen (zie onder andere het Jaarverslag over 2006) is afgerond en geŽvalueerd. De algemene indruk is dat dit een zeer succesvol project is geweest. De cijfers zijn in ieder geval indrukwekkend: het aantal voortijdige schoolverlaters is van zevenhonderd naar veertig gedaald, op een totaal van negenduizend leerlingen. De meeste van de kinderen die voortijdig van school gaan, komen in fabrieken en werkplaatsen terecht. Het succes is onder andere gelegen in het feit dat de leraren van de betrokken scholen zeer gemotiveerd zijn geraakt ťn gebleven! Ook kwam men er achter dat de voorzieningen op de school een belangrijke factor zijn om uitval terug te dringen. Hoe onaantrekkelijker de school, des te meer zijn ouders geneigd hun kinderen thuis te houden. Kritiek van de evaluatoren richtte zich vooral op de aanvankelijk te hoge ambities van de onderwijsbond SNE, de lokale partner van FNV Mondiaal. Men wilde op te veel fronten tegelijk actief zijn en dat ging soms ten koste van de lobby richting de overheid.

Gezien het overduidelijke succes van de pilot zijn er plannen ontwikkeld om het project uit te breiden naar vijf regio's en dertig scholen, met regionale coŲrdinatoren en veel aandacht voor lobby. Dit project is begin 2009 goedgekeurd door FNV Mondiaal. Het is te hopen dat het principe van 'geen kinderarbeid' tussen de oren van de mensen gaat zitten en dat ook de overheid serieus beleid ontwikkelt. En hopelijk krijgt de campagne nationale uitstraling, want er zijn nog minstens 600 duizend kinderen tussen zeven en veertien jaar in Marokko die werken in plaats van naar school gaan. Ook zijn er nog naar schatting 800 duizend kinderen die hun schoolgang combineren met werk. Dit leidt vaak tot definitieve schooluitval. De belangstelling van scholen en individuele leraren om mee te mogen doen is groot.

In 2008 is SNE een samenwerking aangegaan met de hogeschool Rotterdam, waarbij de ervaringen van SNE ook kunnen bijdragen om in Nederland de drop out percentages naar beneden te krijgen.
De onderwijsbond AOb heeft steeds een belangrijke, bemiddelende rol gespeeld, vooral AOb-medewerker Mohammed Mdaghri was de spil van het project. Hij zorgde voor de uitwisseling en duwde de zaak voort. De deelnemende scholen in Marokko worden regelmatig bezocht door groepen Nederlandse leerkrachten.
Duurzaamheid is belangrijk bij het project. Dat moet vooral van goed overheidsbeleid komen, daarom is een sterke lobbycomponent essentieel. Kinderarbeid is gelukkig een maatschappelijk thema geworden in Marokko. De tijd zal leren of, met dezelfde financiŽle inzet, de succesratio over meer scholen kan worden herhaald.


terug LIW in de pers Kinderarbeid en Onderwijs HOME Landelijke India Werkgroep


Landelijke India Werkgroep - 22 juni 2009