terug
Uit: India Nu 94 (mrt-apr 1995)


'Een baan om de aarde'

Met of zonder kinderarbeid



Vrijdag 10 februari startte de FNV haar campagne tegen kinderarbeid met een conferentie in Amsterdam: 'Een baan om de aarde; naar een rechtvaardige wereldarbeidsmarkt'. Rode draad in de bijdragen van de sprekers was dat er nu, aan de vooravond van het derde millennium, eindelijk eens iets moet gebeuren aan kinderarbeid. Moet je echter streven naar een verbod op kinderarbeid, wat het uiteindelijke doel van de FNV is, bijvoorbeeld door te beginnen met (consumenten)boycotacties of introductie van kinderarbeidvrije keurmerken? Of moet je het verschijnsel accepteren en door regulering in kindvriendelijker banen leiden, zoals Ben White van het ISS (Institute for Social Studies) in Den Haag voorstaat? Met andere woorden: zijn (consumenten)boycots van, met behulp van kinderarbeid vervaardigde, produkten in het belang van werkende kinderen? Deze vraag was de inzet van het geding dat de conferentie afsloot.

Hoeveel kinderen er wereldwijd werken is niet precies bekend. Kinderarbeid is in veel landen illegaal en dus niet terug te vinden in de statistieken en veel kinderen werken in de informele sector waarover überhaupt weinig cijfers beschikbaar zijn. Organisaties als de ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) houden het op 200 miljoen werkende kinderen; jaarlijks komen daar 80.000 kinderen bij.
Onder dit werk vallen niet klusjes in de huishouding, het helpen op de boerderij of een krantenwijk, door de ILO 'child work' genoemd. Wat deze organisatie 'child labour' noemt is werk dat te zwaar is voor kinderen, vaak ongezond is, waarvoor ze weinig (of niet) betaald krijgen en waardoor ze niet naar school kunnen. Te denken valt aan werk in de tapijtindustrie (zoals in India waarover in dit blad eerder bericht is), textielindustrie, lucifer- en glasindustrie, mijnbouw of zware landarbeid, waar kinderen van twaalf, elf jaar of nog jonger twaalf uur of meer per dag werken. Miljoenen kinderen zijn zelfs letterlijk slaven, door hun familie verkocht aan werkgevers om schulden af te lossen. De arbeidsomstandigheden waaronder deze kinderen wegkwijnen, lijken afkomstig uit een roman van Dickens. Daarnaast komen veel kinderen in de

ILO folder tegen kinderarbeid
prostitutie terecht om na enkele jaren afgeschreven en vaak seropositief teruggestuurd te worden naar hun geboortedorp.


Boycot of regulering?

Dat excessen als kinderslavernij en gedwongen prostitutie of arbeid door zeer jonge kinderen verwerpelijk is, wordt vrijwel unaniem onderschreven. Daar lieten Ben White en zijn getuige Olga Nieuwenhuys van het Indra (Institute for Development Research) in Amsterdam geen twijfel over bestaan. Boycotacties zijn in hun opvatting echter niet in het belang van werkende kinderen.
Ten eerste treffen boycotacties maar een klein deel van de industrie, namelijk dat deel van de formele sector dat produceert voor de export. Naar schatting gaat het daarbij om vijf tot tien procent van de werkende kinderen. Ook is het naar hun mening moeilijk aan te geven welk deel van de betrokken produkten door kinderen is gemaakt en welk deel door volwassenen.
Voorts is het de vraag of boycotacties de betrokken kinderen en hun familie niet in een slechtere situatie zullen brengen omdat een stuk van het familie-inkomen wegvalt. Ben White wees er op dat tal van organisaties die zich inzetten voor het beëindigen van onvrije arbeid en opkomen voor de belangen van kinderen, zoals Anti-Slavery International en Save the Children, boycotacties niet onderschrijven. Kinderen in de formele sector zijn volgens hem vaak niet eens zo slecht af in vergelijking met hun collegaatjes in de informele sector en de vraag is of door boycotacties de betrokken kinderen niet terecht zullen komen in slechtere werkomstandigheden in plaats van in de schoolbanken te belanden. Je zou kinderen het recht op werk en inkomen niet moeten ontzeggen, maar hen moeten steunen zich te organiseren in bonden en je inzetten om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren. Veel kinderen willen naar de opvatting van White werken
Praful Sana Bhai (10)

Praful, een jongen uit Gujarat, met leergierige blik, zou moeten studeren. Maar hij werkt zichzelf letterlijk dood. Elke dag als hij de agaten stenen schoonmaakt, die de juwelen van de rijke versieren, ademt hij fijne stofdeeltjes in. Het zal niet lang duren voordat hij lijdt aan silicose wat uiteindelijk zal leiden tot zijn dood. Praful verloor zijn ouders en drie ooms aan silicose, maar dat weerhoudt hem er niet van hetzelfde werk te doen. De vraag was hoe te overleven en de enige manier was voor hem de stenen te slijpen, ook al kost dit hem uiteindelijk zijn leven. 'Ik zou graag naar school gaan, spelen en films kijken zoals andere kinderen. Maar als ik niet werk, zal ik van de honger omkomen,' zegt Praful die nu leeft bij een oom.

(Telegraph 22-12-1994)

omdat ze behoefte hebben aan een inkomen, zodat ze allerlei goederen kunnen kopen. Geen verbod of boycot, maar regulering dus. Wantoestanden als gedwongen prostitutie of slavernij zijn overal illegaal en om die reden op basis van bestaande wetgeving aan te pakken, ongeacht of de slachtoffers kinderen of volwassenen zijn.


Vicieuze cirkel

Tegenover de werkende kinderen staan echter even zovele werkloze volwassenen, zo leert de situatie in bijvoorbeeld India. Lodewijk de Waal van de FNV en Gerard Oonk van de LIW stelden het doorbreken van de vicieuze cirkel van kinderarbeid, armoede en gebrek aan onderwijs centraal en in die zin zijn boycotacties wel in het belang van werkende kinderen. Natuurlijk is een boycot niet dè oplossing, zo stelde De Waal. Dat kan het ook niet zijn omdat kinderarbeid zó wijd verbreid is dat de strijd ertegen alleen maar in stapjes gevoerd kan worden.
Maar boycotten kan als middel wel degelijk effectief zijn. In India is door de actuele discussies over maatregelen tegen kinderarbeid, die in de VS en Europa gevoerd worden, meer losgekomen bij pers en politiek aldaar dan in de vele jaren dat Indiase NGO's tegen de spreekwoordelijke bierkaai vochten. De rol van de publieke opinie is volgens De Waal essentieel, niet alleen in het Zuiden, maar ook hier. Nadat in de Britse krant Mail on Sunday enkele
Seema (12)

Seema, een nomade uit Rajasthan heeft vier zussen en twee broers. Haar werk bestaat uit huishoudelijk werk en de verkoop van bederfelijke waar zoals maïs en noten. Seema ziet er verward uit als haar gevraagd wordt of ze zich ooit moe voelt. 'Mijn moeder werkt zoveel en ik denk dat ik dat ook moet. Ik wilde alleen dat ik een huis had en niet hoefde te slapen op de stoep omdat mannen naar mij toe kruipen en mij lastig vallen.'

(The Times of India News Service 17-11-1994)

kritische artikelen van onderzoeksjournalisten waren verschenen, die de wantoestanden in Zuidaziatische fabrieken hadden onderzocht, bleek c&A bijvoorbeeld bereid om te praten. Tot die tijd had het bedrijf gedaan of haar neus bloedde. Uiteindelijk kunnen boycotacties ertoe bijdragen dat er in het Zuiden een klimaat ontstaat waarin het normaal is dat de kinderen naar school gaan en de ouders werken en niet dat de kinderen werken en de ouders werkloos langs de kant zitten.
Boycotacties moeten overigens niet op zichzelf staan, stelde Oonk, maar vergezeld gaan van positieve actie in het Zuiden in de vorm van bijvoorbeeld rehabilitatie en scholing.


Een wissel op de toekomst

De twijfel van White of volwassenen die bij een boycot de plaatsen van kinderen overnemen in bijvoorbeeld de tapijtindustrie wel hogere lonen en betere arbeidsomstandigheden zullen krijgen, lijkt niet uit de lucht gegrepen. Maar, omdat volwassenen hoe dan ook weerbaarder zijn dan kinderen en ze in de meeste landen betere wettelijke mogelijkheden hebben zich te organiseren, is de kans daarop wel reëel.
Een argument voor verbod en boycotacties dat in het geding wat onderbelicht bleef, is dat kinderarbeid op termijn niet alleen schadelijk is voor de slachtoffers zelf, maar dat werkgevers door kinderen in dienst te nemen ook een wissel trekken op de toekomstige sociaal-economische ontwikkeling van hun land.
Raju (12)

Raju werkt als een portier op het station. Van politieagenten krijgt hij 10 roepees voor het collecteren van 'belastingen' van vrachtwagenchauffeurs, tractor- en karberijders in de omgeving. 's Avonds moet hij het geld aan de agenten geven. Dikwijls krijgt hij niets of enkel 5 roepees in plaats van de afgesproken tien roepees.

(The Times of India News Service 28-11-1994)

Hoe zullen de miljoenen kinderen die nu werken morgen als ongeschoolden functioneren in de snel veranderende maatschappijen van het Zuiden? Kinderarbeid is niet alleen een gevolg van armoede, waarop in de discussie vaak de nadruk ligt, maar vooral ook een oorzaak.
Arbeid pleegt fysieke en mentale roofbouw op kinderen en kweekt bijgevolg gezondheidsproblemen en lage arbeidsproduktiviteit in de toekomst. Het feit dat miljoenen kinderen geen onderwijs kunnen volgen, brengt analfabetisme met zich mee en dat heeft eveneens een negatief effect op de toekomstige arbeidsproduktiviteit.
Het geding maakte vooral duidelijk dat de discussie over kinderarbeid gecompliceerd is. Voor zowel verbod en boycot als voor regulering zijn goed klinkende argumenten aan te voeren. De verdeeldheid onder het publiek was vooral na afloop dan ook groot. Bij aanvang van het geding was de overgrote meerderheid van mening dat boycotacties in het belang zijn van kinderen, zo wees stemming met rood- en groengekleurde kaartjes uit. Eenzelfde peiling na afloop gaf al meer tegenstanders van boycotacties te zien, hoewel de voorstanders nog steeds ruim in de meerderheid waren. De discussie is kortom nog niet afgesloten. Zeker als je bedenkt dat de aanwezigen op deze FNV-conferentie geen representatieve afspiegeling vormen van de maatschappij, is het duidelijk dat er voor de FNV, maar ook voor de LIW en andere organisaties die kinderarbeidvrije keurmerken nastreven nog veel werk te verrichten valt.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 juli 2008