terug
Uit: India Nu 89 (mrt-apr 1994)


'Bal Mazdoor'

Vakbond voor kinderen in India



Dat kinderen van dertien, twaalf jaar en soms nog jonger werken is in India helaas de normaalste zaak van de wereld. Lange tijd mocht dit officieel niet, maar bijna niemand trok zich daar wat van aan. Sinds een versoepeling van de arbeidswetgeving in 1986 is kinderarbeid onder bepaalde voorwaarden ook wettelijk toegestaan. Maar de jonge werknemers mogen geen lid zijn van een vakbond, en dus ook geen vakbond oprichten. En dat druist in tegen de, ook door India onderschreven, VN-resolutie over de universele rechten van het kind. In de Indiase hoofdstad New Delhi hebben kinderen het heft in handen genomen. En met succes. Na een lang juridisch steekspel zal daar binnenkort de eerste vakbond voor kinderen worden geregistreerd: de Bal Mazdoor Union.

Dat werd hoog tijd ook, want de omstandigheden waaronder veel kinderen in India werken doen sterk denken aan de wereld van Charles Dickens. De tapijtweverijen in de deelstaat Uttar Pradesh draaien voor een belangrijk deel op kinderarbeid. In een stoffige ruimte en bij slecht licht werken de kinderen vaak twaalf tot vijftien uur achtereen. Daarvoor ontvangen ze dan een hongerloontje. Veel kinderen krijgen zelfs helemaal geen loon omdat hun ouders financieel bij de werkgevers in het krijt staan. Het afstaan van hun kinderen is een veel voorkomende manier om de schulden in te lossen. De tapijtindustrie is slechts een voorbeeld. In veel bedrijfstakken werken kinderen: op theeplantages, in lucifersfabrieken en in de glasindustrie.


Op straat

Andere kinderen proberen op straat hun roepees te verdienen. Ze verkopen sigaretten, poetsen schoenen, bieden als porter (bagagedrager) hun diensten aan op stations of helpen bij een theestalletje. Op deze manier dragen ze vaak aanzienlijk bij aan het karige gezinsinkomen. Sommigen hebben helemaal geen familie meer. Ze moeten op straat leven en in hun eigen onderhoud voorzien. De verhalen van deze kinderen zijn stuk voor stuk schrijnend. De veertienjarige Viranand bijvoorbeeld kwam vijf jaar geleden vanuit Madras naar Delhi. Sindsdien scharrelt hij daar zijn kostje bij elkaar als porter op het busstation. Hij is regelmatig in elkaar geslagen door de officieel geregistreerde volwassen porters die hun jeugdige collega's van broodroof beschuldigen. Verhaal bij de politie kunnen de kinderen niet halen, want ze hebben geen licentie. Vaak gebruikt ook de politie geweld tegen hen.
Hoeveel kinderen er in India werken, is niet precies bekend. Volgens de Indiase regering zijn het er 18 miljoen. Rita Panicker, oprichtster en directeur van de Indiase NGO (Non Gouvermentele Organisatie) 'Butterflies', vindt dat cijfer veel te laag: "Het regeringscijfer heeft alleen betrekking op de kinderen die in de geregistreerde formele sector werken." Haar organisatie helpt werkende en straatkinderen door het verlenen van juridische bijstand, het geven van voorlichting over gezondheid, voeding e.d.
In haar werk heeft ze meestal te maken met kinderen die juist in de informele sector werken. "Als je alle kinderen meetelt die werken op straat of in kleine informele bedrijfjes, in de stad maar zeker ook op het platteland, dan ligt het aantal al gauw tussen de 44 en 100 miljoen kinderen." Rita Panicker vermoedt dat het werkelijke cijfer dicht bij die 100 miljoen zal liggen en dat is meer dan de helft van de kinderen.


Samen sterker

Kinderarbeid is dus zo wijdverspreid in India, dat die niet van de ene op de andere dag uit te bannen is. Rita Panicker beseft dat goed. 'Butterflies' wil allereerst de werkende kinderen helpen bij het verbeteren van hun levensomstandigheden. Het antwoord op de intimidatie door volwassen collega's en politie waarmee kinderen als Viranand worden geconfronteerd, is voor Rita Panicker en haar kinderen de vorming van vakbonden voor kinderen. Samen sta je sterker en kun je ook betere lonen en arbeidsomstandigheden eisen.
Maar het opzetten van vakbonden voor kinderen betekent volgens Rita Panicker absoluut niet dat je het sociale verschijnsel kinderarbeid als zodanig accepteert. Dat zou ook ontoelaatbaar zijn; arbeid heeft op langere termijn immers teveel nadelige gevolgen voor de kinderen zelf. De kinderen worden beroofd van hun jeugd, ze gaan niet meer naar school of verlaten de school vroegtijdig met gevolgen als analfabetisme. Bovendien pleegt arbeid fysieke roofbouw op kinderen waardoor ze later als volwassenen eerder op zijn en met gezondheidsproblemen worstelen.
Rita Panicker ziet vakbonden voor kinderen op termijn een wapen in de strijd tegen kinderarbeid. "De vorming van vakbonden maakt kinderarbeid duurder en de kinderen mondiger en weerbaarder." Kinderarbeid wordt met andere woorden veel minder aantrekkelijk voor werkgevers dan nu het geval is. En waarom zouden de werkgevers in India dan in plaats van kinderen niet die miljoenen volwassenen in dienst te nemen die nu werkloos langs de kant zitten? Met de erkenning van de Bal Mazdoor Union door het Indiase Hooggerechtshof is er een belangrijke stap gezet op de lange en moeizame weg naar volledige afschaffing van de kinderarbeid in India.

xxx

Dit artikel verscheen eerder in Clamavi, het blad van Stichting Mensen in Nood.




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 8 juli 2008