terug
Uit: India Nu 118 (maart-april 1999)


Internationale campagne

Dalits verheffen hun stem


Regelmatig vallen in de Indiase media gruwelberichten te lezen over geweld tegen Dalits (kastelozen). Op 10 december 1998 - vijftig jaar nadat de VN de Universele Verklaring voor de rechten van de Mens aannamen - is in India een grote (internationale) campagne gestart tegen de voortdurende schending van de rechten van Dalits. Dat betekent roeien tegen duizenden jaren onderdrukking in. Het begin van een grote maatschappelijke 'Wende'?

De term Dalit is ontleend aan het Sanskriet stamwoord dal, wat zoiets betekent als vertrapt of vernietigd. Een Dalit is iemand die behoort tot de laagste kaste en vertrapt is onder de voeten van de hogere kasten. Of die beter gezegd als outcast of 'onaanraakbare' buiten het eigenlijke kastensysteem valt. Het woord Dalit is echter vooral ook een soort geuzen- naam die het groeiende bewustzijn van de kastelozen weerspiegelt en waarmee ze zichzelf aanduiden.


Positieve discriminatie

De Indiase grondwet verbiedt onaanraakbaarheid en spreekt van scheduled castes (SC's). De Indiase regering is grondwettelijk gebonden aan een beleid van positieve discriminatie om hun achterstand op het gebied van onderwijs, inkomen en politieke invloed op te heffen. Ondanks banenreserveringsplannen en andere maatregelen is de Indiase overheid daar in de afgelopen halve eeuw niet in geslaagd. Dat is op zich niet zo verwonderlijk: het kastenstelsel heeft een zeer lange traditie en is niet zomaar in een halve eeuw te overwinnen. Daarnaast is er de nodige weerstand bij de (politieke) elite, die grotendeels uit de hogere kasten afkomstig is.
&mnsp; De overgrote meerderheid van de Dalits leeft nog altijd in een gemarginaliseerde positie. Vooral in de dorpen op het platteland is er weinig veranderd. Dalits wonen als vanouds afgescheiden van de hogere kasten, doen het onreine werk, worden sociaal uitgesloten en zijn relatief vaak slachtoffer van geweld. Sommige Dalits hebben echter wel kunnen profiteren van hun SC-status en zijn erin geslaagd omhoog te klimmen op de sociale ladder. Helaas voor de Dalitgemeenschap hebben veel van deze succesvolle Dalits zich van hun afkomst afgekeerd en zijn ze opgegaan in de dominante samenleving.
  Onder SC's vallen alleen Dalits die het hindoeïsme, boeddhisme of sikhisme aanhangen. In totaal behoort 16.5% van de bevolking, zo'n 165 miljoen mensen, tot de SC's. De christen- en moslimDalits genieten de wettelijke voorkeurspositie van de SC's echter niet. Het gaat hierbij om tientallen miljoenen mensen. In het verleden hebben veel onaanraakbaren zich bekeerd tot de islam en het christendom - net als boeddhisme en sikhisme 'kastevrije' religies - omdat ze dachten, daarmee aan het wurgende kastenstelsel te ontkomen. De samenleving is deze bekeerlingen echter gewoon als outcast blijven beschouwen.


Verdeel en heers

Hoe sterk het kastendenken in de Indiase samenleving is verankerd blijkt wel uit het feit dat ook binnen de moslim en vooral christelijke gemeenschap zelf kastenverhoudingen hardnekkig een rol zijn blijven spelen, legt dominee James Massey uit tijdens een bezoek aan ons land begin maart. Hij was hier om aandacht te vragen voor de problemen van de christelijke èn niet-christelijke Dalits, maar hij is niet direct betrokken bij de internationale campagne tegen schending van de rechten van Dalits (zie kader onderaan deze pagina).
  Massey is een uit de Punjab afkomstige christenDalit en lid van het Nationale Comité voor Minderheden (NCM), een door de Indiase overheid ingesteld en gefinancierd lichaam dat erop moet toezien dat de rechten van religieuze minderheden worden geëerbiedigd. Binnen de NCM is Massey de vertegenwoordiger van de protestantse, orthodoxe en katholieke christenen van India. Daarnaast is Massey hoofdredacteur van 'The North India Church Review' en algemeen secretaris van de 'Dalit Solidarity Programma' (DSP), een sociale beweging die in 1992 in Nagpur (Maharashtra) ontstond na een driedaags debat onder leiders, activisten en intellectuelen uit de Dalitgemeenschap. De beweging is gericht op onderwijs aan, en empowerment en vereniging van de Dalits.
  De Dalitgemeenschap is onderling zeer sterk (en hiërarchisch) verdeeld en opgesplitst in zeker 850 gemeenschappen, vertelt Massey. En dat, benadrukt hij, staat hun emancipatie in de weg. Volgens de christelijke Dalitleider vormen de Dalits samen met de tribale bevolking de inheemse bevolking van India. "Hun onderdrukking is volgens een historisch patroon verlopen dat we ook elders in de wereld tegenkomen." Hoewel het Indiase kastenstelsel zijn eigen karakteristieken heeft, zoals het feit dat het systeem al extreem lang (zo'n 3000 jaar) bestaat en de sterke relatie tussen kaste en beroep, ziet Massey duidelijke overeenkomsten met het apartheidssysteem in Zuid-Afrika en de situatie van de Indianen in Latijns-Amerika. "Eerst is er de fysieke onderwerping, vervolgens worden er verhalen en mythes gecreëerd die de ondergeschikte positie van de onderworpenen 'legitimeren'. Talentvolle inheemse leiders krijgen daarna de mogelijkheid zich persoonlijk te verbeteren om hen uit de eigen groep los te weken en de inheemse gemeenschappen worden door een verdeel- en heerspolitiek tegen elkaar uitgespeeld."


Sociale beweging

Gevraagd naar de internationale campagne stelt Massey dat het Dalitprobleem niet in een korte tijd aangepakt kan worden. Het vergt eerbiediging van mensenrechten, maar vooral ook een zeer diepgaande verandering van de gehele Indiase samenleving en het denken van de mensen. "De campagne is vooral het werk van ngo's (non-gouvernernentele organisaties) en duurt maar een beperkte tijd, maar voor structurele verandering hebben we een langdurige, zeer brede sociale beweging nodig, die gedragen wordt door de basis, door de Dalits zelf. Zoals Zuid-Afrika ook zijn anti-Apartheidsbeweging had."
  Dit vraagt dus allereerst vereniging van de zo verdeelde basis, iets wat Dalit-leider Ambedkar destijds niet is gelukt. Maar op basis van de ervaring van lijden en onderdrukking die de Dalits met elkaar delen, is dat volgens Massey wel mogelijk. Maar het zal veel tijd kosten: "Het begin van zo'n sociale beweging is nu mogelijk, maar ik verwacht niet dat mijn generatie (Massey is in de zestig) de resultaten nog zal meemaken." De campagne kan naar zijn idee wel een belangrijke ondersteuning betekenen voor een zich ontluikende sociale beweging en de Dalitkwestie internationaliseren.
  Ruth Manorama, voorzitter van de Indiase Nationale Vrouwenalliantie en mede-initiatiefneemster van de campagne, ziet de campagne veel minder dan Massey als het werk van ngo's en meer als een beweging op zich. "Het doel van de campagne is om activisten van verschillende sociale bewegingen, ngo's en politieke partijen te verenigingen. Het is een gemeenschappelijk platform, met één agenda, dat druk uitoefent op de Indiase samenleving en regering om een einde te maken aan onaanraakbaarbeid."
  Manorama, die in februari de internationale VN-bevolkingsconferentie in Den Haag bezocht en net als Massey een christenDalit, beschouwt onaanraakbaarheid als puur racisme en een groffe schending van de mensenrechten, die ook een internationale aanpak vereist. "De bedoeling is echter zeker niet om onze regering te schande te maken. Waarheen Indiërs ook gingen, ze volgden strikt het kastenstelsel", vertelt Manorama. Ze doelt daarbij op het feit dat de hindoegemeenschappen in andere landen ook Dalits kennen en onderstreept'het internationale karakter van de campagne. "We richten ons op alle Dalits, waar ook ter wereld."


Menselijk

Manorama is het met Massey eens dat voor emancipatie van de Dalits zeer diepgaande maatschappelijke veranderingen nodig zijn en dat het niet alleen een 'formele' mensenrechtenkwestie is. Ze legt daarbij een verband met de economische hervormingen in haar land en de globalisering van de economie. "De Dalits moeten begrijpen dat de sociaal-economische lasten van het nieuwe kapitalisme vooral op hen rusten." Bezuinigingen op subsidies op eerste levensbehoeften raken bijvoorbeeld vooral de armen en de meeste Dalits zijn arm. De verworvenheden zoals de grotere beschikbaarheid van (westerse) consumptiegoederen blijven buiten hun bereik.
  Verder wijst Manorama op de positie van vrouwelijke Dalits. Die worden dubbel gediscrimineerd: als vrouw en als Dalit. Ook van milieudegradatie hebben de armen en dus de Dalits relatief veel te lijden. De 'Dalitkwestie' is kortom ook een kwestie van vrouwenrechten, milieu en armoedebestrijding. "Verbetering voor de situatie van de Dalits betekent verbetering voor het gehele land. De landen zullen echter minder menselijk blijven, zolang ze ons minder menselijk behandelen." Net als Massey beseft Manorama dat verandering een kwestie van lange adem is. Maar hoop heeft ze.

xxx
(tekst en foto's)

veel Dalits werken als landarbeider (foto: Gerard Klijn)

Recht voor rechtelozen!

Campagne tegen schending rechten Dalits

Ruim een halve eeuw geleden leek er voor de Dalits verandering in de lucht te hangen. Bij het naderen van India's onafhankelijkheid (1947) ageerden leiders als Mahatma Gandhi en Babasaheb Ambedkar - de laatste zelf een Dalit - tegen het sociaal en moreel gezien onacceptabele fenomeen van onaanraakbaarheid. In het onafhankelijke India zou niet langer plaats zijn voor het onderdrukkende kastenstelsel.

De grondwettelijk verankerde rechten - verbod op onaanraakbaarheid, gelijke kansen op ontwikkeling, vrijwaring van discriminatie - hebben zich niet in de dagelijkse praktijk vertaald. Veel Dalits zijn feitelijk rechteloos. In 1989 werd de SCIST Prevention of Atrocities Act aangenomen die geweld tegen Dalits (en tribalen) moest voorkomen. Implementatie van die wet blijkt echter een ander verhaal. Een greep uit het geweld: Op 1 december 1997 werden in Laxmanpur Bathe (Bihar) 61 mensen, merendeels Dalits, vermoord door de Ranvir Sena, een privéleger van een lokale grootgrondbezitter. Onder de slachtoffers bevonden zich 27 vrouwen, onder wie 8 zwanger, en 17 kinderen, berichtte het blad 'Liberation' in januari 1998. Begin dit jaar was het weer raak in Bihar met twee slachtpartijen onder Dalits in centraal Bihar die 34 mensen het leven kostten. Volgens de indiase misdaadstatistieken werden er in 1997 alleen al 8500 misdaden gerapporteerd tegen Dalits die vallen onder de scheduled castes (SC's). Elke uur worden er twee Dalits aangevallen, elke dag drie Dalit-vrouwen verkracht, twee Dalits vermoord en twee huizen van Dalits platgebrand.

Maar de Dalits laten het er niet bij zitten. Geïnspireerd door Ambedkar, heeft de Dalitbeweging de afgelopen halve eeuw aan zelfbewustzijn en invloed gewonnen. Met name in de steden verliest het kastenstelsel aan verstikkende rigiditeit. Maar er blijft nog veel te doen. Daartoe heeft een aantal bezorgde Dalit-activisten de 'Campaign on Dalit Human Rights' opgezet. De campagne wordt in India ondersteund door een breed scala aan maatschappeiijke organisaties en sociale bewegingen en richt zich op alle Dalits in de wereld. Dat betekent de SC's in India, de Dalits die hier niet toe behoren (christen- en moslimDalits), maar ook de Dalits in hindoegemeenschappen buiten India. In totaal zo'n 260 miljoen mensen.

De campagne vraagt van de Indiase regering om de rechten van Dalits als mensenrechten te zien. Dit kan door hen:
- Betere bescherming te bieden tegen kastengeweld.
- Een doelmatiger beleid van positieve discriminatie te voeren.
- In het verleden afgenomen land terug te geven.
- Voldoende financiële middelen voor sociale ontwikkeling ter beschikking te stellen.

De VN en de internationale mensenrechtengemeenschap wordt gevraagd om:
- De schending van rechten van Dalits te erkennen als schending van de mensenrechten.
- Een speciale VN-rapporteur of werkgroep met 'onaanraakbaarheid' in Azië en discriminatie op basis van kaste op te nemen in het verdrag tegen rassendiscrimatie.

Een wereldwijde handtekeningenactie moet deze eisen kracht bijzetten. De handtekeningen worden op 14 augustus 1999 - daags voor 'onafhankelijkheidsdag' - aangeboden aan de Indiase regering. Ook aan VN-mensenrechtenorganisaties en ministeries van Buitenlandse Zaken van en/of diplomatieke vertegenwoordigingen van India in de verschillende landen zullen handtekeningen worden overhandigd.

Ter afsluiting van de Nederlandse (handtekeningen)actie, organiseert de Landelijke India Werkgroep (LIW) samen met ICCO, Hivos, Kerken in Aktie, Justitia et Pax, Centraal Missie Commissariaat en Centrum voor Zending en Werelddiakonaat een manifestatie in Utrecht (CSB Gebouw, Kromme Nieuwegracht 39).'Deze vindt plaats op 13 april (20.00 uur). Op 14 april, de geboortedag van Ambedkar, wordt de petitie in Den Haag aan het ministerie van Buitenlandse Zaken aangeboden.

Hoofdgast is mevrouw Jyothi Raj, vertegenwoordiger van de Indiase campagne-organisatie. Tijdens de manifestatie zal een korte documentaire over de positie van Dalits te zien zijn en zullen politici hun visie geven. De toegang is gratis.

Informatie en aanmeiding: Landelijke India Werkgroep, Mariaplaats 4, 3511 LH Utrecht tel. 030-2321340, fax. 030-2322246, e-mail: info@indianet.nl.




begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 5 februari 2001