terug
Uit: India Nu 101 (mei-jun 1996)



Wat is goed onderwijs?



Premier Narasimha Rao heeft een programma gestart voor onderwijs aan kinderen die nu nog werken in gevaarlijke industrieën. Tijdens een bijeenkomst over dit programma en in ontmoetingen met activisten bleken de meningen over hoe zulk onderwijs eruit moet zien sterk uiteen te lopen.

De bedoeling van het nationale programma is dat ouders die hun kind niet langer laten werken maar naar school sturen, 100 roepies 'premie' ontvangen. Het programma voorziet verder in de gedeeltelijke financiering van, door ngo's te starten, schooltjes van maximaal 50 nu nog werkende kinderen. Volgens Shantha Sinha van de MV Foundation uit Hyderabad (zie IN 100) "biedt de premie van 100 roepies ouders ook de mogelijkheid om hun kind van school te halen en het na een poosje weer als werkend kind aan te melden. Kortom de basis voor een nieuwe vorm van corruptie."
Op 30 december was er in Vijayawadda, Andhra Pradesh, een bijeenkomst over dit programma met de districtsbestuurder, S.K. Joshi. Hij liet weten dat hij, als er voldoende geld was, liefst alle kinderen op die scholen zou willen toelaten, maar dat het geld van de overheid bedoeld was voor kinderen die werken in gevaarlijke industrieën. Het gaat dan om bijvoorbeeld werk in steengroeven, garages en aanverwante bedrijven, drukkerijen en ververijen, verguldingsindustrie, boekbinderijen, dakpannenindustrie, het verzamelen van garnaleneitjes en de bouw.
De ngo's kwamen na een korte rekenpauze, waarin ze bekeken hoeveel werkende kinderen er in Vijayawadda zijn, tot ruim twintig schooltjes met 50 kinderen elk.


Bewustwording

Joshi vroeg de aanwezige vertegenwoordigers van ngo's om suggesties voor acties tegen kinderarbeid. Als mogelijkheden werden geopperd: gratis advertenties in regionale dagbladen (iets dat de collector tijdens een diner met de eigenaren van de kranten zou kunnen regelen), straattheatervoorstellingen over kinderarbeid, dia's over kinderarbeid voorafgaand aan filmvoorstellingen in bioscopen, stripverhalen en posters door jonge artiesten en een bewustwordingscampagne bij de werkgevers en ouders.
In december 1995 en januari 1996 heeft Rotary International een grootschalige campagne voor poliobestrijding gesteund. Tijdens de bijeenkomst werd de collector de suggestie gedaan dat hij de Rotaryleden in zijn werkgebied voor het anti-kinderarbeid karretje zou moeten spannen en hen betrekken in een comité van aanbeveling over hoe kinderarbeid te bestrijden. Zij zouden een campagne tegen kinderarbeid kunnen opzetten analoog aan hun campagne ter bestrijding van polio.


Het juiste onderwijs

Joshi wil in de toekomst aan kinderen tussen de 10 en 13 jaar, die nu nog volledig werken, beroepsgericht onderwijs gaan geven omdat ze al gedeeltelijk geschoolde krachten zijn en hun kennis zo niet verloren gaat. Anderen, waaronder Shantha Sinha van de MV Foundation, zijn het daar niet mee eens. Shantha Sinha: "Alle kinderen tussen de 5 en 14 jaar die niet op school verschijnen verrichten waarschijnlijk kinderarbeid. Waarom zouden deze kinderen niet in het reguliere lagere en middelbare onderwijs terecht mogen komen? Wij willen hen dezelfde kansen bieden die andere kinderen, die van jongs af aan naar school gaan, ook krijgen. Zij hebben net zo goed recht op vakken als Engels, scheikunde en wiskunde." Daar is Mary Ganguly, medewerkster van het Timbaktu Collective, het weer niet mee eens. Zij is voorstandster van onderwijs aan kinderen dat aansluit bij hun omgeving. Op Timbaktu, een woongemeenschap in het zuiden van Andhra Pradesh waar zij woont en werkt, draait sinds een aantal jaren een kostschooltje. Zo'n 25 kinderen uit dorpen in de omgeving volgen daar onderwijs. Zij krijgen naast rekenen en taal beroepsonderwijs van een timmerman en een kleermaker en hebben een eigen tuintje waarin ze groenten verbouwen. "Wat hebben kinderen uit een klein dorp aan scheikunde en Engels? Ze kunnen er niets mee in het gebied waar zij wonen. Wat hebben kinderen uit deze dorpen er aan als ze leren over de metro in Calcutta, hoe het er in de stad aan toe gaat en verder weinig of niets over hun eigen omgeving?", aldus Mary.
Uit een analyse van Hindi-schoolboeken voor de lagere scholen op het platteland in Madhya Pradesh bleek inderdaad een hoge mate van gerichtheid op de stad. In de boekjes werden slechts enkele pagina's aan het platteland besteed en ging de rest over zaken in de stad. Dit bevestigt het beeld dat Mary Ganguly van de leerboeken geeft.

Sandhya Rani Naik, medewerkster van een organisatie die opkomt voor een van India's inheemse volken, is samen met collega's zelf boeken gaan schrijven voor de kinderen in haar werkgebied in Orissa. De gewone schoolboeken zijn geschreven in Oriya, de officiële taal in Orissa, maar daar hebben de kinderen die alleen de Kui-taal spreken niets aan. Ook is de inhoud van de boeken niet afgestemd op de kinderen. Dat leidt ertoe dat een groot aantal kinderen voortijdig het onderwijs verlaat. Sandhya vindt dat kinderen volledig dagonderwijs moeten volgen, alleen zal de inhoud daarvan meer moeten worden afgestemd op de dagelijkse realiteit waarin een kind leeft. Pas dan zal het onderwijs boeiend en nuttig zijn.

xxx




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 25 juni 2008